Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433960 nr. 3

33 960 Wijziging van de Wet Justitie-subsidies, de Kaderwet overige BZK-subsidies en de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in verband met samenvoeging van de Halt-bureaus departementale herindeling

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING1

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt / uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State)

Algemeen

De eerste aanleiding voor het voorliggende wetsvoorstel is gelegen in de omvorming van de bestaande Halt-organisaties tot één Halt-organisatie, Stichting Halt. In 2011 is besloten om de Halt-organisaties (16 Halt-bureaus en de ondersteunende, stichting, Halt Nederland) om te vormen tot één Halt-organisatie met regionale vestigingen. In dat verband is aangesloten bij de tien politieregio’s en bij de veiligheidshuizen (Kamerstukken II 2011/12, 28 741, nr. 21). De genoemde herstructurering heeft per 1 januari 2013 plaatsvonden. Deze omvorming tot één Halt-organisatie noopt tot wijziging van de Wet Justitie-subsidies en in het verlengde daarvan de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, die nog uitgaan van meerdere bureau’s Halt.

De tweede aanleiding voor het voorliggende wetsvoorstel is de meest recente departementale herindeling als gevolg van de totstandkoming van het kabinet-Rutte-Asscher. In voorliggend wetsvoorstel wordt bijgevolg voorgesteld om de Wet Justitie-subsidies en in het verlengde daarvan de Kaderwet overige BZK-subsidies aan te passen aan deze departementale herindeling.

Artikel I, onderdeel A en artikel II

De artikelen I, onderdeel A en II strekken er toe de wetgeving op het gebied van subsidieverstrekking aan te passen aan de meest recente departementale herindeling als gevolg van de totstandkoming van het kabinet-Rutte-Asscher.

In artikel II, betreffende de subsidieverstrekking door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), wordt de Kaderwet overige BZK-subsidies aangepast aan de portefeuilleverdeling van het huidige kabinet: de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wordt vervangen door de Minister voor Wonen en Rijksdienst (onderdeel A) en de grondslagen voor subsidieverstrekking op het terrein van immigratie en asiel worden uit de Kaderwet overige BZK-subsidies geschrapt (onderdeel B). Om te voorkomen dat in het geheel geen wettelijke grondslag meer bestaat voor het verstrekken van subsidies op het terrein van immigratie en asiel wordt tegelijk een wettelijke grondslag daarvoor voorzien in de Wet Justitie-subsidies.

Artikel I, onderdeel A, regelt dat de grondslag voor subsidieverstrekking op het terrein van immigratie en asiel voortaan in de Wet Justitie-subsidies gevonden kan worden.

Artikel I, onderdeel B

Doordat thans sprake is van één Halt-organisatie, Stichting Halt, bestaan geen individuele Halt-bureaus meer noch een ondersteunende (door de Minister aangewezen) rechtspersoon. In artikel 48f van de Wet Justitie-subsidies wordt daarom de mogelijkheid dat een Halt-bureau onderdeel kan uitmaken van een door de Minister aangewezen rechtspersoon geschrapt. Voorts is toegevoegd de definitie van Halt-module.

Artikel I, onderdeel C en D

De aanpassingen van artikel 48g, eerste en zesde lid, sluit de mogelijkheid uit dat sprake kan zijn van meerdere Halt-bureaus waaraan subsidie wordt verstrekt. Tevens wordt het opschrift hieraan aangepast. Voor de wijziging in het zesde lid van artikel 48g is ervan uitgegaan dat het thans bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel, houdende aanpassingen van de Wet op de jeugdzorg en enkele andere wetten ten behoeve van de professionalisering van de jeugdzorg (33 619) reeds in werking is getreden wanneer dit wetsvoorstel in werking treedt. Voorts is bij de wijziging van artikel 48g in 2008 abusievelijk artikel 11 weggevallen in het vierde lid. De tweede wijziging van onderdeel D strekt ertoe dit verzuim te herstellen.

Artikel I, onderdeel E

Stichting Halt ontvangt jaarlijks van het Ministerie van Veiligheid en Justitie een subsidie voor de uitgevoerde Halt-afdoeningen. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van het totaal aantal uitgevoerde Halt-modules (een optelsom van aantal uitgevoerde modules vermenigvuldigd met de kostprijs van de betreffende modules). Daarbij wordt opgeteld een vast bedrag voor de reguliere bedrijfsvoering van het Halt-bureau.

Omdat de kostprijs per module een resultante is van de tijdsduur per module vermenigvuldigd met een uurtarief, en deze beide variabelen periodiek dienen te kunnen worden aangepast (met name in de transitieperiode na de eenwording van Halt zullen nog enige bijstellingen noodzakelijk zijn), wordt ervoor gekozen de bepaling van de kostprijzen van de respectievelijke modules te regelen door middel van de jaarlijkse subsidieverleningsbrief aan Halt, in plaats van in een ministeriële regeling. Om die reden wordt thans voorgesteld om de grondslag voor een ministeriële regeling te schrappen. Vooruitlopend hierop is per 1 januari 2013 de vaststelling van de verschillende Halt-modules en de daarbij behorende kostprijzen niet opgenomen in de Regeling Halt 2013 maar is een aparte Kostprijsregeling Halt 2013 opgesteld.

Artikel I, onderdeel F

In artikel 48i, eerste lid, wordt als uitgangspunt opgenomen dat het Halt-bureau een opgave verstrekt van het aantal afdoeningen, uitgesplitst naar de onderscheiden Halt-modules.

Een Halt-afdoening bestaat uit meerdere Halt-modules, opgebouwd uit een aantal vaste elementen (zoals intake en screening) en een aantal modules die individueel ingevuld worden (zoals bijvoorbeeld één of meerdere leeropdrachten, excuus aanbieden, schade vergoeden, een werkopdracht, etc.). De keuze uit welke modules de afdoening per jongere bestaat is maatwerk, afhankelijk van o.a. aard van het delict en strafmaat. In de praktijk zijn er verschillende «categorieën» Halt-afdoeningen te onderscheiden, zoals bijvoorbeeld de vuurwerk-afdoening of de afdoening schoolverzuim. In het interne Handboek Halt-methodiek beschrijft Halt de werkprocessen voor deze verschillende varianten van de Halt-afdoening. Het gaat daarbij om verschillende stramienen, waarbinnen de definitieve invulling van de afdoening altijd maatwerk blijft.

Artikel I, onderdeel G

Dit onderdeel strekt ertoe in artikel 48k te schrappen de mogelijkheid dat een Halt-bureau onderdeel kan uitmaken van een gemeente. Immers, sinds de omvorming van de Halt-organisaties tot één Halt-organisatie, is dat niet langer mogelijk. Overigens blijft het artikel in stand, het Halt-bureau moet nog steeds toestemming vragen voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omwille van een goede leesbaarheid is het artikel opnieuw uitgeschreven.

Artikel I, onderdeel H

Artikel 48m is bedoeld om te voorkomen dat subsidiegelden wegvloeien via ondersteunende rechtspersonen, bijvoorbeeld in het geval het Halt-bureau is ondergebracht bij een privaatrechtelijke rechtspersoon. Doordat een echter een Halt-bureau geen onderdeel meer kan uitmaken van een door de Minister aan te wijzen rechtspersoon, kunnen het tweede lid tot en met vierde lid van dit artikel vervallen, en wordt het eerste lid aangepast aan dit gegeven.

Artikel I, onderdeel I

Doordat Stichting Halt geen ondersteunende rechtspersoon heeft, kunnen de artikelen die een ondersteunende rechtspersoon betreffen, komen te vervallen.

Artikel III

In onderdeel 3 van de rubriek «Ministerie van Veiligheid en Justitie» van bijlage 1 bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector wordt verwezen naar de ondersteunende rechtspersoon, bedoeld in artikel 48n, eerste lid, van de Wet Justitie-subsidies. Nu deze rechtspersoon zal verdwijnen, wordt voorgesteld te verwijzen naar het Halt-bureau bedoeld in artikel 48f, onderdeel c, van de Wet Justitie-subsidies.

Artikel IV

De voorgestelde tekst van dit artikel bevat een zogenaamde omhangbepaling, die regelt dat bestaande subsidieregelingen niet opnieuw hoeven te worden vastgesteld door het enkele feit van het vervallen van de oude juridische basis op het tijdstip van inwerkingtreding van dit voorstel van wet.

Artikel V

Dit artikel zorgt er voor dat op subsidies die al verleend of vastgesteld zijn op het moment dat dit voorstel van wet in werking treedt, de vóór dat moment geldende regels van toepassing blijven op alle aspecten van de subsidieverstrekking, zodat de verkrijgers van deze subsidies niet tussentijds met andere regels te maken krijgen. Op lopende aanvragen in het eerste stadium van subsidieverstrekking zal de voorgestelde wet wel van toepassing zijn, omdat geen sprake is van nieuwe materiële criteria voor subsidieverstrekking, waarvan een aanvrager nadeel zou kunnen ondervinden.

Artikel VI

Dit wetsvoorstel treedt in werking bij koninklijk besluit, en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip. Hiermee kan aan de artikelen en onderdelen over de omvorming van de bestaande Halt-organisaties tot één Halt-organisatie terugwerkende kracht worden gegeven tot en met 1 januari 2013, nu de reorganisatie per 1 januari 2013 is ingegaan. In de subsidieverstrekking aan het Halt-bureau is reeds rekening gehouden met deze reorganisatie.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer