33 957 Wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandsche Bank opgelegde dwangsommen en boetes

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN1

Vastgesteld 18 november 2014

Het voorbereidend onderzoek geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De leden van de fractie van de VVD hebben kennis genomen van voorliggende wetsvoorstel. Zij hebben daarover enkele vragen.

De leden van de fractie van de PvdA hebben met belangstelling kennisgenomen van de voorgestelde wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht in verband met de afschaffing van de overheidsbijdrage, de invoering van Europees bankentoezicht en de bestemming van door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandse Bank opgelegde dwangsommen en boetes (33 957). Deze leden hebben daarover nog de volgende vragen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en van de uitgebreide behandeling in de Tweede Kamer. Naar de mening van de leden van de CDA-fractie zijn veel problemen in de financiële sector mede ontstaan door te weinig toezicht en door het bestaan van prikkels, die niet altijd maatschappelijk gewenste gevolgen hadden. Hiermee willen deze leden rekening houden bij het beoordelen van dit wetsvoorstel. Zij hebben de volgende vragen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van het voorliggende wetsvoorstel. Op zichzelf kunnen deze leden de gedachtegang onderschrijven dat het doorbelasten van de toezichtkosten in de producten en prijzen tot een maatschappelijk efficiënte doorberekening leidt van de diensten die uiteindelijk worden afgenomen. Deze leden hebben nog wel enkele vragen.

Afschaffen overheidsbijdrage

In de memorie van toelichting wordt gesteld dat bij de financiële sector sprake is van systeemprofijt voor wat betreft het toezicht; voor de motivering daarvoor wordt verwezen naar de herziene nota Maathouden 2014. Voor de regering is dat aanleiding de jaarlijkse financiële bijdragen aan DNB en de AFM geheel te schrappen. De regering wekt bij deze «politiek-bestuurlijke keuze» de indruk dat zij vindt dat met het financieel toezicht geen publiek belang is gemoeid, maar die indruk zal onjuist zijn. De leden van de VVD-fractie vragen de regering daarom meer inzicht te geven in de afweging die de regering maakt tussen het publiek belang van goed toezicht enerzijds en systeemprofijt anderzijds, en in de gevolgen die de conclusie van die afweging zou moeten hebben voor de doorberekening van de toezichtkosten. Voor deze leden is dat inzicht van te meer belang omdat bij hen de vraag rijst of een afweging als deze voor het toezicht in andere sectoren (bijvoorbeeld medici, onderwijs, notarissen, wegverkeer, et cetera) ook is gemaakt. Heeft de regering het voornemen, overal waar sprake is van overheidsbijdragen in de bekostiging van toezicht, eventueel onderkend systeemprofijt in rekening te brengen?

Kostenplafond doorberekening toezichtkosten

Door het schrappen van de bijdragen aan DNB en AFM verdwijnt een natuurlijke rem op de hoogte van de tarieven die door de toezichthouders worden doorberekend aan de sector. Tegelijkertijd mag van de sector niet al te veel tegendruk op eventueel als onevenredig ervaren tarieven worden verwacht. Tegenover de toezichthouder zal men zich immers met kritiek terughoudend opstellen. Is het in het wetsvoorstel opgenomen middel, zo vragen de leden van de fractie van de VVD, van een kostenplafond op basis van de inflatie afdoende om enerzijds kostenstijgingen voor de sector af te remmen en anderzijds effectiviteit en efficiëntie bij de toezichthouders te bevorderen? Deze leden maken zich met name zorgen over de enorme stijging van de regeldruk en de gevolgen die dat onafwendbaar heeft voor de personele bezetting van de toezichthouders. Valt deze stijging van personeelskosten ook onder het inflatieplafond?

In het voorstel worden alle kosten gedragen door de sector zelf. Gelet op de neiging van bestaande toezichthouders de werkzaamheden bijna onbeperkt uit te willen breiden, zit hierin een gevaar voor te snelle kostenstijgingen, aldus de leden van de CDA-fractie. Deze leden hebben met belangstelling kennisgenomen van een aantal voorstellen in de Tweede Kamer dit probleem te onderkennen en te beperken. Deze leden betreuren het zeer dat een tweetal amendementen van de Tweede Kamerfractie van het CDA niet is overgenomen. Naar tevredenheid van deze leden is via het amendement-Aukje de Vries2 een maximum opgenomen in de Wet voor de toezichtkosten, met een bepaalde indexering. De door de Tweede Kamer fractie van het CDA ingediende amendementen hadden als doel de regering, met name de Minister van Financiën, mede verantwoordelijk te maken voor het beheersen van de toezichtkosten. Deze leden zouden graag de toezegging van de regering willen ontvangen dat de regering zich mede inzet voor een beheersing van de stijging van de toezichtkosten in de toekomst. Geen juridische verplichting, maar een vorm van permanente Seelenmassage met als doel te komen tot een effectief en kostenbewust toezicht.

Nieuwe toezichttaken ECB

Worden de kosten van het Europees toezicht (EBA, EIOPA, ESMA) ook doorberekend, zo vragen de leden van de VVD-fractie. Zo ja, geldt het hiervoor bedoelde inflatieplafond ook voor deze doorberekening? Betekent, nu de Bankenunie een feit is, dat ook de ECB de toezichtkosten doorberekent aan de systeembanken onder zijn toezicht? Vallen de toezichtkosten van DNB waar hij de aanwijzingen van de ECB opvolgt bij zijn toezicht op de overige banken ook onder het plafond?

Artikelsgewijs

Artikel 17 van de voorgestelde wetswijziging bepaalt dat DNB de kosten die samenhangen met de voorbereiding van de overdracht van het toezicht op de systeembanken aan de ECB zal doorberekenen aan die banken. De leden van de PvdA-fractie merken op dat het kosten betreft die, met de inmiddels tot stand gekomen Europese Bankenunie, reeds door DNB zijn gemaakt. Op grond van het geldende bekostigingskader zoals afgeleid uit de huidige Wet bekostiging financieel toezicht, welke in 2012 door de Staten-Generaal is aanvaard, kunnen deze kosten niet aan de betreffende banken worden doorberekend. Aldus zou er sprake zijn van met terugwerkende kracht invoeren van een belastende maatregel. Dit staat echter op gespannen voet met het reeds lang vigerende uitgangspunt dat aan belastende maatregelen geen terugwerkende kracht mag worden gegeven, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van deze regel rechtvaardigen. Kan de regering aangeven welke deze bijzondere omstandigheden zijn en waarom hiermee een rechtvaardiging wordt geboden voor een belastende maatregel met terugwerkende kracht? Acht zij het bovengenoemde uitgangspunt daarmee voldoende serieus genomen? Waarom kiest de regering er niet voor af te zien van artikel 17 en het alsdan ontstane exploitatietekort bij DNB volgens de vaste systematiek van de Wbft in 2015 uit te smeren over alle toezichtcategorieën?

Overig

De leden van de D66-fractie vragen of de regering nader kan toelichten wat er gebeurt bij een overschrijding van de begroting door DNB of AFM, aangezien geen eigen middelen beschikbaar zijn om op terug te vallen. Zal in dat geval een overschrijding worden verhaald op de sector?

Verder constateren de leden van de D66-fractie dat het kabinet met enige regelmaat de AFM vraagt om een onderzoek, zoals bijvoorbeeld het recente verzoek van de Minister van Financiën om een onderzoek naar standaard-producten. Heeft de regering overwogen om onderzoeken die voornamelijk in het algemeen belang zijn, ofwel ter informatie voor kabinetsplannen dienen, door de overheid te laten bekostigen, in plaats van te verhalen op de sector?

De leden van de commissie zien de beantwoording van voorgaande vragen met belangstelling tegemoet. Zij verzoeken de regering de Memorie van Antwoord binnen vier weken aan de Eerste Kamer toe te zenden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Essers

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Essers (CDA) (voorzitter), Sylvester (PvdA), Terpstra (CDA), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Knip (VVD), Backer (D66), De Boer (GL), Van Boxtel (D66), Bröcker (VVD), Ester (CU), De Grave (VVD) (vice-voorzitter), Hoekstra (CDA), De Lange (OSF), Postema (PvdA), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Vos (GL), Van Beek (PVV), Kok (PVV), Bruijn (VVD), Van Zandbrink (PvdA).

X Noot
2

Kamerstukken II 2014–2015, 33 957, nr. 11.

Naar boven