Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd.
A
In artikel II, onderdeel G, artikel 2.3.1, tweede lid, wordt «bij algemene maatregel
van bestuur» vervangen door: bij ministeriële regeling.
B
In artikel II, onderdeel H, artikel 2.3.1, tweede lid, wordt «bij algemene maatregel
van bestuur» vervangen door: bij ministeriële regeling.
C
Na artikel III wordt een nieuw artikel opgenomen, luidend:
ARTIKEL IIIA. UITKERING EDUCATIE VOOR HET JAAR 2015
1. Voor het kalenderjaar 2015 wordt de uitkering educatie die aan een college van
burgemeester en wethouders van een contactgemeente van een regio wordt verstrekt,
berekend volgens de formule:
{bi : bl} x bm
waarbij wordt verstaan onder:
bi: de som van de bedragen die de gemeenten binnen deze regio voor het jaar 2014 hebben
ontvangen op grond van artikel 4 van het Besluit participatiebudget zoals dat luidde
op 31 december 2014;
bl: het landelijk budget educatie in het jaar 2014 ingevolge de Wet participatiebudget
zoals die luidde op 31 december 2014;
bm: het totale bedrag dat door Onze Minister beschikbaar is gesteld voor uitkeringen
educatie voor alle regio’s educatie voor het kalenderjaar 2015.
2. Indien de uitkering educatie voor het kalenderjaar 2015 niet volledig is besteed,
kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het niet bestede
bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie reserveren
voor opleidingen educatie in het kalenderjaar 2016.
3. Indien in het kalenderjaar 2015 meer dan de uitkering educatie is besteed aan opleidingen
educatie, kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het
meer bestede bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie
ten laste brengen van de uitkering educatie voor het kalenderjaar 2016.
D
Artikel IV, eerste lid, onder a, wordt «artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs» vervangen door: artikel IIIA.
Toelichting
Onderdelen A en B
Op grond van deze onderdelen worden de regio’s educatie vastgesteld bij ministeriële
regeling. De regio’s educatie zullen samenvallen met de arbeidsmarktregio’s die door
de gemeenten zelf zijn ingericht (zie voor de huidige indeling in arbeidsmarktregio’s
bijlage 3 bij het Besluit werkgebieden UWV 2014 zoals ter informatie opgenomen in
de bijlage bij de toelichting op deze nota van wijziging)1. Voor de duidelijkheid en om te kunnen waarborgen dat wijzigingen van de regio’s
educatie per kalenderjaar plaatsvinden, is erin voorzien dat de regio’s educatie worden
vastgesteld bij ministeriële regeling. Onderdeel A regelt de situatie waarin nog sprake
is van specifieke uitkeringen en aanwijzing van contactgemeenten die die uitkeringen
ontvangen en coördinerende taken vervullen. Onderdeel B regelt de situatie waarin
de specifieke uitkeringen en de aanwijzing van contactgemeenten zijn vervallen.
Onderdeel C
Op grond van onderdeel C wordt de specifieke uitkering educatie van een contactgemeente
in het kalenderjaar 2015 bepaald aan de hand van de verhouding tussen de som van de
uitkeringen educatie van de gemeenten in de desbetreffende regio en het landelijk
budget educatie in 2014 (zie {bi: bl} in de formule). Het exacte bedrag van de specifieke
uitkering educatie hangt ook af van het totale bedrag dat door de Minister beschikbaar
is gesteld voor uitkeringen educatie voor alle regio’s educatie voor het kalenderjaar
2015 (zie «bm» in de formule). Dat bedrag is weer mede afhankelijk van het tijdstip
van inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel. Als dat later is dan 1 januari
2015, wordt dat totale bedrag namelijk vastgesteld naar rato van het aantal maanden
dat na de inwerkingtreding nog resteert in 2015.
Het voorgaande betekent niet dat er geen uitkering educatie is over de periode tussen
1 januari 2015 en inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel (als dat later
is dan 1 januari 2015). Op grond van artikel 15, eerste lid, onder a, van het wetsvoorstel
Tijdelijke wet deelfonds sociaal domein (Kamerstukken II 2013/14, 33 935) ontvangen alle gemeenten namelijk vanaf de inwerkingtreding van dat wetsvoorstel
(beoogde datum: 1 januari 2015) tot de inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel
maandelijks een twaalfde deel van de uitkering educatie die zij in 2014 ontvingen.
Zolang geen van voornoemde wetsvoorstellen in werking is getreden, ontvangen alle
gemeenten een uitkering educatie op grond van de huidige regelgeving.
Onderdeel D vervangt een verwijzing naar artikel 2.3.2, eerste lid, WEB (uitkering
educatie) door een verwijzing naar artikel IIIA (uitkering educatie voor het jaar
2015).
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker