33 891 Regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

Q BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juli 2015

Tijdens de plenaire behandeling van de Wet langdurige zorg (Wlz) op 25 november 2014 heb ik op vragen van onder meer D66, GroenLinks, SP en CU uw Kamer toegezegd om de eis dat logeeropvang bij een op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) toegelaten instelling moet worden genoten, wil de budgethouder naast de zorgkosten ook de verblijfskosten kunnen vergoeden uit het pgb, te zullen evalueren. Middels deze brief wil ik uw Kamer informeren over de evaluatie en mijn voornemens.

Doelen WTZi-eis bij logeeropvang Wlz

Met de WTZi-eis beoogde ik onwenselijke situaties tegen te gaan die voorkwamen bij logeeropvang zoals deze onder de AWBZ werd genoten. De Tweede Kamer heeft over deze situaties ook vragen gesteld. Zo werden ook verblijfskosten tijdens logeeropvang bij familieleden of vrienden bekostigd uit het pgb, werd het verblijf van het hele gezin tijdens een familie-uitje of vakantie in een hotel of bungalowpark uit het pgb van de budgethouder vergoed en werd het verblijf gedurende een reis/vakantie naar het verre buitenland ook uit het pgb betaald.

Uit mijn evaluatie blijkt dat het stellen van de WTZi-eis het doel om dergelijk misbruik tegen te gaan bereikt, maar eveneens ongewenste neveneffecten heeft. Met name voor de kleinschalige logeervoorzieningen blijkt het zeer moeilijk om te kunnen voldoen aan de eisen van de WTZi. Instellingen moeten onder andere beschikken over een raad van bestuur en een raad van toezicht. Het gevolg is dat bij niet-WTZi-toegelaten instellingen de budgethouder zelf het verblijf van de logeeropvang moet bekostigen. Dat werpt een te grote drempel op voor broodnodige respijtzorg. Daarmee zou het (kleinschalige) aanbod van respijtvoorzieningen kunnen verschralen.

Voornemen en uitwerking

Vanwege de te grote neveneffecten ben ik voornemens om de WTZi-eis bij logeeropvang in de Wlz te laten vervallen. Daartoe zal ik een voorstel in procedure brengen om de Wlz te wijzigen. Ik beoog daarbij de wijziging met terugwerkende kracht in te laten gaan per 1 januari 2015. Deze wijziging zal de positie van logeerinstellingen niet schaden, maar juist verbeteren doordat de eisen van de WTZi worden losgelaten. Zo komen meer logeerinstellingen in aanmerking voor logeeropvang, en kan meer respijtzorg worden genoten.

Om het eerder gesignaleerde misbruik tegen te gaan ben ik van plan de nadere voorschriften met betrekking tot logeeropvang in het Besluit langdurige zorg aan te scherpen. Daartoe baken ik logeeropvang nader af door te omschrijven waaraan deze moet voldoen. De verzekerde kan zowel de zorg- als verblijfskosten uit het pgb vergoeden voor logeeropvang als sprake is van een beschermende woonomgeving en als door de logeeropvangaanbieder samenhangende zorg wordt geboden en deze door de verzekerde wordt genoten.

Omdat in een vakantiepark geen sprake is van een beschermende woonomgeving en/ of samenhangende zorg zal de verzekerde die hier een aantal dagen doorbrengt, deze verblijfkosten zelf moeten betalen.

Daarnaast is het niet de bedoeling dat het regulier logeren bij opa’s en oma’s en andere familieleden wordt vergoed uit het pgb. Als een familielid logeeropvang aanbiedt die voldoet aan de normen van beschermende woonomgeving en samenhangende zorg dan mag de budgethouder daar wel het verblijf uit het pgb bekostigen. In de Wlz is voorts opgenomen dat een verzekerde het pgb niet mag besteden aan logeeropvang buiten de EU.

De zorgkantoren wil ik vragen nauwgezet toe te zien op naleving van deze voorschriften in het kader van de te verrichten preventieve materiële controle. Zorgkantoren keuren in de Wlz op voorhand bestedingen aan de hand van de zorgovereenkomsten die pgb-houders met zorgaanbieders sluiten. Onwenselijke en onrechtmatige bestedingen van het pgb kunnen nu aan de voorkant gecorrigeerd worden. Via materiële controles en huisbezoeken kan door zorgkantoren worden nagegaan of wat in de zorgovereenkomsten is gesteld in de praktijk ook wordt nageleefd.

Volgens de nog geldende WTZi-eis moeten logeeropvangaanbieders op 1 juli beschikken over een WTZi-toelating. Onder het voorbehoud dat de daarvoor benodigde wetswijziging door het parlement wordt aanvaard, maak ik nu al met betrokken partijen afspraken over toepassing van het nieuwe normenkader voor de komende periode, teneinde nu respijtzorg te kunnen bieden aan mantelzorgers en om het aanbod van logeeropvang aanbieders in stand te houden. Deze afspraken zullen ook worden gecommuniceerd naar alle betrokkenen. Zo zal het CIBG een brief sturen naar alle aanvragers van een toelating (toe- en afgewezen). Aanbieders waarbij de aanvraag nog in behandeling is worden door het CIBG telefonisch benaderd. Per Saldo informeert budgethouders die haar website en middels het contactcentrum. Zorginstituut Nederland maakt een informatiebulletin die budgethouders zullen ontvangen en zij informeert ook de zorgkantoren over het nieuwe normenkader. Ook zal ik contact opnemen met de Branchevereniging Kleinschalige zorg zodat kleinschalige zorgaanbieders geïnformeerd worden.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

Naar boven