Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533891 nr. 160

33 891 Regels inzake de verzekering van zorg aan mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg (Wet langdurige zorg)

Nr. 160 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID LEIJTEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 144

Ontvangen 24 september 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel 1.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De definitie van «CIZ» vervalt.

2. In de definitie van «indicatiebesluit» wordt de zinsnede «besluit van het CIZ» vervangen door: besluit van de zorgaanbieder.

II

Artikel 3.2.2 komt als volgt te luiden:

Artikel 3.2.2

  • 1. Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door de zorgaanbieder.

  • 2. Voordat het besluit op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt genomen, vindt een bespreking plaats tussen de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger, en de zorgaanbieder, over de persoonlijke omstandigheden van de verzekerde en de onderwerpen die volgens de verzekerde van belang zijn bij het nemen van een indicatiebesluit.

  • 3. De zorgaanbieder betrekt de uitkomsten van de bespreking, bedoeld in het eerste lid, bij het nemen van een indicatiebesluit.

  • 4. Op verzoek van de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger, betrekt de zorgaanbieder de huisarts van de verzekerde bij de bespreking, bedoeld in het tweede lid. De zorgaanbieder stelt de verzekerde van deze mogelijkheid op de hoogte

  • 5. De verzekerde vermeldt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, zijn burgerservicenummer.

  • 6. De verzekerde verstrekt op verzoek of uit eigen beweging alle informatie, waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op zorg, en is verplicht mee te werken door zich te laten onderzoeken door de zorgaanbieder of door daartoe door de zorgaanbieder aangewezen personen.

  • 7. De zorgaanbieder verschaft de verzekerde informatie omtrent de mogelijkheden om in bezwaar of beroep te gaan tegen het indicatiebesluit.

  • 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:

    • a. de wijze waarop de indicatie tot stand komt;

    • b. de wijze waarop de uitkomsten van het gesprek, bedoeld in het tweede lid, bij het nemen van een indicatiebesluit worden betrokken;

    • c. de inrichting en geldigheidsduur van het indicatiebesluit; en

    • d. de wijze van informatieverschaffing door de zorgaanbieder aan de verzekerde, bedoeld in het zevende lid.

III

In artikel 3.2.3 wordt «het CIZ» telkens vervangen door: de zorgaanbieder.

IV

In artikel 3.3.4, vierde lid, wordt «het CIZ» telkens vervangen door: de zorgaanbieder.

V

Hoofdstuk 7. Het CIZ, vervalt.

VI

In artikel 9.1.1, zesde lid, wordt «Het CIZ» vervangen door: De zorgaanbieder.

VII

Artikel 9.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, het CAK en het CIZ» vervangen door: en het CAK.

2. In het eerste lid, onder a, wordt «het CIZ» vervangen door: de zorgaanbieder.

3. In het tweede lid wordt «het CIZ» telkens vervangen door: de zorgaanbieder.

4. Het derde lid vervalt.

5. Het vijfde lid vervalt.

VIII

Artikel 9.1.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «, het CAK en het CIZ» vervangen door: en het CAK.

2. In het tweede lid wordt «of het CIZ» vervangen door: of de zorgaanbieder.

3. In het zevende lid wordt «het CIZ» vervangen door: de zorgaanbieders.

IX

In artikel 10.1.1, tweede lid, onder a, vervalt:, het CIZ.

X

In artikel 10.3.1 wordt «of het CIZ» vervangen door: of de zorgaanbieder.

XI

In artikel 11.1.1 wordt «het CIZ» telkens vervangen door: de zorgaanbieder.

XII

In artikel 11.1.2 wordt «het CIZ» telkens vervangen door: de zorgaanbieder.

XIII

In artikel 11.1.6 wordt «het CIZ» vervangen door: de zorgaanbieder.

XIV

Hoofdstuk 11, paragraaf 3, komt te luiden:

§ 3. De stichting Centrum indicatiestelling zorg

Artikel 11.3.1

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke wijze de stichting Centrum indicatiestelling zorg wordt opgeheven.

XV

In artikel 12.1.5, onderdeel A, vervalt het tweede onderdeel.

XVI

In artikel 12.1.5, onderdeel C, wordt «het CIZ» vervangen door: de zorgaanbieder als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

XVII

In artikel 12.1.5, onderdeel D, onder 2, wordt «het CIZ» vervangen door: de zorgaanbieder als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

XVIII

In artikel 12.1.5, onderdeel E, wordt «Het CIZ» vervangen door: De zorgaanbieder als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

XIX

In artikel 12.1.7, onderdeel A, vervalt het vierde onderdeel.

XX

Artikel 12.1.8, onderdeel A, komt te luiden:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt «het bevoegde indicatieorgaan op grond van artikel 9b van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten» vervangen door: het Centrum voor Consultatie en Expertise.

2. Onderdeel d komt te luiden:

d. Centrum voor Consultatie en Expertise:

het Centrum voor Consultatie en Expertise, zoals vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.

3. In het vierde lid wordt «zorg als omschreven bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten» vervangen door: zorg als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg.

XXI

In artikel 12.1.8, onderdelen B tot en met R wordt «het CIZ» telkens vervangen door: het Centrum voor Consultatie en Expertise.

XXII

In artikel 12.1.15, onderdeel A, onder 4, wordt «het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg» vervangen door: de zorgaanbieder als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

XXIII

Artikel 12.5.2 komt te luiden:

In artikel 2, eerste lid, van de Ambtenarenwet wordt het onderdeel «de voorzitter en de leden van het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.» vervangen door: de voorzitter en de leden van het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg;

Toelichting

Dit amendement regelt dat het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) niet meer verantwoordelijk is voor de indicatiestelling in de Wet langdurige zorg. De indiener is van mening dat het indiceren gedaan moet worden door professionals die over voldoende kennis beschikken om te bepalen welke zorg nodig is. Hierbij kan dan ook de eventuele belasting van mantelzorgers meegenomen worden. Dit amendement regelt dat zorgaanbieders verantwoordelijk worden voor de indicatiestelling, waarbij wordt uitgegaan van de bevindingen op grond van een bespreking tussen de verzekerde, al dan niet met behulp van zijn vertegenwoordiger, en de zorgaanbieder, over de persoonlijke omstandigheden van de verzekerde en de onderwerpen die volgens de verzekerde van belang zijn bij het nemen van een indicatiebesluit.

Omdat het CIZ in zijn geheel verdwijnt in de Wet langdurige zorg, betekent dit dat zij ook geen rol meer heeft bij de Wet zorg en dwang. Het Centrum voor Consultatie en Expertise neemt de taak van het CIZ over en beoordeelt inhoudelijk of de indicatie van mensen waarbij gedwongen zorg nodig is, nog afdoende is. De verdere afwikkeling van de Stichting Centrum indicatiestelling zorg wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald.

Resumerend regelt dit amendement een andere wijze van indicatiestelling, waarbij meer uitgegaan wordt van de zorgbehoefte van degene die zorg nodig heeft en van de professionele inzichten van de zorgverleners. Dit amendement regelt dat: de zorgaanbieder een indicatiebesluit neemt, nadat een bespreking tussen de zorgaanbieder en de verzekerde (en/of diens vertegenwoordiger) heeft plaatsgevonden. De uitkomsten van deze bespreking moeten worden meegenomen bij het nemen van het indicatiebesluit. De huisarts kan op verzoek van de verzekerde bij deze bespreking aanwezig zijn en tegen een indicatiebesluit van de zorgaanbieder kan (net zoals het geval was bij het CIZ) in bezwaar en beroep worden gegaan. Hiermee wordt voorkomen dat verzekerden die een (deels) negatief indicatiebesluit hebben ontvangen, hiertegen geen concrete rechtsmiddelen hebben openstaan. De zorgaanbieder verschaft de verzekerde op eigen initiatief informatie over de mogelijkheden m.b.t. bezwaar en beroep. Ook is de indiener van mening dat het zorgkantoor immer een bemiddelende rol dient te spelen als een bewoner en/of een familielid daarom verzoekt.

Leijten