Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433869 nr. 5

33 869 EU-trendrapport

Nr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 16 juni 2014

De commissie voor de Rijksuitgaven heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Financiën over de brief van de minister van Financiën van 21 mei 2014 over de Nationale Verklaring 2014 (Kamerstuk 33 869, nr. 4).

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 juni 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Harbers

De griffier van de commissie, Groen

Vraag 1

Kan een overzicht worden gegeven van de foutpercentages binnen de EFRO, de EVF en de EBF van de afgelopen 10 jaar?

Antwoord

De Nationale Verklaring is voor het eerst in 2007 uitgegeven. In deze eerste NV werd verantwoording afgelegd over landbouwfondsen gedurende de periode 2006–2007. In 2009 (NV over 2008) werd daar voor het eerst een oordeel over de opzet van de systemen van beheer en controle voor de fondsen EFRO en EVF aan toegevoegd, welke voor beide fondsen positief was. Het Europees Buitengrenzen Fonds (EBF) bestaat sinds 2007. Van de periode hiervoor kan daarom geen foutenpercentage worden gegeven. In 2010 (NV over 2009) is voor het eerst over het EBF een verklaring over de werking en de opzet van de systemen gegeven, ook hier was het oordeel positief. Hieronder volgen tabellen met daarin de foutenpercentages van de afgelopen 5 jaar. Het ministerie van Economische Zaken (EFRO, en EVF) geeft aan dat voor de jaren 2000–2006 de rekeningen zijn goedgekeurd door de Europese Commissie. Dit betekent dat er geen sprake is van foutpercentages die de tolerantie voor goedkeuring van de rekeningen overschrijden.

EFRO

 

Jaar

Foutpercentage

2012

4,00%

2011–2012

2,43%

2010

2,16%

2009

<2%

2008

Geen declaratie

2007

Geen declaratie

EVF

 

Jaar

Foutpercentage

2012–2013

3,34%

2011–2012

<2%1

2010

5,90%

2009

<2%

2008

Geen declaratie

2007

Geen declaratie

X Noot
1

In deze jaren was het foutpercentage ELFPO groter dan 2%

EBF

 

Jaarprogramma

Foutpercentage

2010

6,7%

2009

<2%

2008

<2%

2007

<2%

ELFPO en ELGF

 

Jaar

Foutpercentage

2012 –2013

<2%1

2011–2012

<2%

2010–2011

<2%

2009–2010

<2%

2008–2009

<2%1

2007–2008

<2%1

2006–2007

<2%

X Noot
1

In deze jaren was het foutpercentage ELFPO groter dan 2%

Vraag 2

Waarom is het foutpercentage voor de ELFPO «niet Geïntegreerd Beheers- en Controle systeem regelingen» maar liefst 10,78% en welke investeringen worden hier aangeduid? Wanneer kwalificeert de regering een fout als incident waarna geen verbeteracties nodig zijn?

Antwoord

De overschrijding is voornamelijk veroorzaakt door een resultaatverplichting opgenomen in de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN). Deze regeling kende nog resultaatbeloning cq beloning voor bijvoorbeeld aantal gewenste plantensoorten en een aantal per soort bij botanisch beheer. Niet in alle gevallen zijn de afgesproken resultaten na afloop van de zesjarige periode behaald. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door externe invloeden waar de begunstigde weinig invloed op heeft. Mede om deze reden is in subsidieregeling Natuur en Landschapsbeheer, die de SAN vanaf 2010 heeft vervangen, van resultaatbeloning afgestapt. Dit zorgt ervoor dat deze fouten na uitfasering van de SAN zich niet meer voordoen. Een fout wordt als een incident gekwalificeerd als gelijksoortige fouten niet frequent voorkomen.

Vraag 3

Wat verstaat het kabinet onder «een redelijke mate van zekerheid»?

Antwoord

Het kabinet verstaat onder een redelijke mate van zekerheid een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid dat er geen grote fouten zijn voor wat betreft de subsidiabiliteit van de uitgaven en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties. Een absolute mate van zekerheid is niet te geven aangezien er dan een integrale controle noodzakelijk zou zijn. Conform de internationaal aanvaarde auditstandaarden wordt een betrouwbaarheid van 95% en nauwkeurigheid van 98% gehanteerd. De bewering van het kabinet voor wat betreft de redelijke mate van zekerheid wordt getoetst door de Algemene Rekenkamer.

Vraag 4

Naar welke drie projecten wordt verwezen voor wat betreft de geconstateerde fouten bij EFRO Mangamentautoriteit West?

Antwoord

Het betreft fouten die zijn geconstateerd bij de volgende 3 projecten: Clusterregeling Zuid Holland, Innovative incentive Lelystad en Spinoza.