33 853 Wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met beëindiging van de voorschotregeling en vaststelling van een grondslag voor het stellen van regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning

Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 7

Ontvangen 20 juni 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In de beweegreden wordt na «een gezamenlijke huishouding voert» ingevoegd:, alsmede de kostendelersnorm uit de Algemene Ouderdomswet te schrappen.

II

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 11 november 2013 ingediende voorstel van wet Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten) (33 801) tot wet is of wordt verheven, en de onderdelen A, B, D, F, G en H, van artikel VI, van die wet later in werking treden dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treden als een onderdeel van deze wet, vervallen in artikel VI van die wet de onderdelen A, B, D, F, G en H.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 11 november 2013 ingediende voorstel van wet Wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten (Wet maatregelen Wet werk en bijstand en enkele andere wetten) (33 801) tot wet is of wordt verheven en de onderdelen A, B, D, F, G en H, van artikel VI van die wet eerder in werking zijn getreden of treden dan een onderdeel van deze wet, wordt de Algemene Ouderdomswet als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt: die niet met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

2. In het eerste lid, onderdeel b, vervalt: die niet met een andere meerderjarige persoon dan de echtgenoot in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

3. In het eerste lid vervalt onderdeel c, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door een punt.

4. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt «onderdelen b en c» vervangen door: onderdeel b.

5. Het negende en tiende lid vervallen.

B

In artikel 9a, eerste lid, en artikel 17, vierde lid, wordt «onderdelen b en c» vervangen door: onderdeel b.

C

In artikel 29, eerste lid, onderdeel b, vervalt: van de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, en.

D

In artikel 49 vervallen de aanduiding «1.» en het tweede lid.

E

Artikel 64a vervalt.

III

Artikel IV vervalt.

Toelichting

De indieners zijn van mening dat de mantelzorgboete moet vervallen voor kinderen die voor hun ouder zorgen. Hiertoe wordt de kostendelersnorm niet ingevoerd in de AOW, zoals eerder voorgesteld in het amendement-Heerma c.s. (Kamerstukken II 2013/14, 33 801, nr. 35). Het tijdelijke uitstel van deze maatregel, al aangekondigd door de regering, wordt bij aanname van dit amendement, afstel.

Hiertoe worden de huidige in dit wetsvoorstel voorgestelde samenloopartikelen III en IV, die beide verband houden met onderdelen van het bij de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstel 33 801 die het amendement Heerma c.s. beoogde te schrappen en dus als gevolg van dit amendement kunnen vervallen, vervangen door een nieuw samenloopartikel III, dat een regeling biedt voor het niet invoeren van de kostendelersnorm in de AOW.

Indien dit amendement wordt aangenomen, komt het opschrift van deze wet te luiden: Wijziging van de Algemene Ouderdomswet in verband met beëindiging van de voorschotregeling, vaststelling van een grondslag voor het stellen van regels ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het hebben van het hoofdverblijf in dezelfde woning en het schrappen van de kostendelersnorm.

Omtzigt Baay-Timmerman Madlener Thieme

Naar boven