33 852 (R2023) Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verlenging van de termijnen voor verlening van het Nederlanderschap en enige andere wijzigingen

Nr. 46 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VOORDEWIND TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 43

Ontvangen 13 juni 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel vervalt.

2. In het tweede onderdeel wordt «twaalf» vervangen door: zestien.

3. Na het tweede onderdeel wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

2a. Onder vernummering van het vijfde tot en met negende lid tot zesde tot en met tiende lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Zij kan de bevestiging weigeren indien de vreemdeling de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en de persoon, die de verklaring betreft, gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk blijkens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de vreemdeling wegens een strafbaar feit tegen de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk is veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur, tenzij volkenrechtelijke verplichtingen zich daartegen verzetten. Indien op het moment van ontvangst van de verklaring ernstige vermoedens bestaan dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk, houdt zij de beslissing aan totdat de vreemdeling met betrekking tot het ten laste gelegde feit bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak is vrijgesproken, ontslagen van alle rechtsvervolging of veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur.

4. In het derde onderdeel wordt «het vijfde lid» vervangen door: het zesde lid (nieuw).

5. In het vierde onderdeel wordt «het achtste lid» vervangen door «het negende lid (nieuw)», vervalt «komt in de een-na-laatste volzin «en jegens hem geen vermoedens bestaan als in het vierde lid bedoeld» te vervallen, en» en wordt «vermoedens bestaan als in het vierde lid bedoeld» vervangen door: bezwaar bestaat als bedoeld in het vijfde lid.

6. In het vijfde onderdeel wordt «het achtste lid» vervangen door: het negende lid (nieuw).

II

In artikel I, onderdeel D, wordt in het tweede onderdeel «vijfde lid» vervangen door: zesde lid.

III

Artikel I, onderdeel I, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste onderdeel wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «wordt een volzin» vervangen door: worden twee volzinnen.

b. De zinsnede «wordt het Nederlanderschap slechts verleend indien op hem geen van de afwijzingsgronden» wordt vervangen door: kan het verlenen van het Nederlanderschap worden geweigerd indien op hem ten gevolge van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij hij wegens een strafbaar feit tegen de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk is veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur, een of meer van de afwijzingsgronden.

c. De zinsnede «met inbegrip van het tweede lid van dat artikel,» vervalt.

c. Er wordt een volzin toegevoegd, luidende: Artikel 6, vijfde lid, tweede volzin, en artikel 9, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Het tweede onderdeel komt te luiden:

  • 2. In het vierde lid wordt na de derde volzin twee volzinnen ingevoegd, luidende: Aan een kind dat ten tijde van het verzoek de leeftijd van twaalf jaar maar nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, kan het verlenen van het Nederlanderschap worden geweigerd indien op hem ten gevolge van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij hij wegens een strafbaar feit tegen de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk is veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur, een of meer van de afwijzingsgronden van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van toepassing is. Artikel 6, vijfde lid, tweede volzin, en artikel 9, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

IV

In artikel I wordt na onderdeel K een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ka

In artikel 23, derde lid, wordt «6 achtste lid,» vervangen door: 6, negende lid,.

V

In artikel I, onderdeel M, wordt «In artikel 28, derde lid» vervangen door: Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «Artikel 6, derde tot en met zesde lid» vervangen door: Artikel 6, derde tot en met zevende lid.

2. In het derde lid.

VI

Na artikel I worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Ia

In artikel 22 van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek wordt «artikelen 6 lid 5 en 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap» vervangen door: artikelen 6 lid 7 en 12 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

ARTIKEL Ib

In artikel II, tweede lid, van de Rijkswet tot wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (invoering verklaring verbondenheid en aanpassing regeling verkrijging Nederlanderschap na erkenning) (Stb. 2008, 270) wordt «Artikel 6, derde tot en met negende lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap» vervangen door: Artikel 6, derde tot en met tiende lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

ARTIKEL Ic

In artikel 6 van de Wet betreffende de positie van Molukkers wordt «6, eerste lid, onderdeel c en d, tweede tot en met vijfde lid alsmede het zevende lid» vervangen door: 6, eerste lid, onderdeel c en d, tweede tot en met zesde lid alsmede het achtste lid.

Toelichting

Dit amendement regelt dat de openbare ordetoetsing op een andere wijze wordt toegepast bij medenaturalisandi en optanten van twaalf tot zestien jaar. Het uitgangspunt is hierbij dat kinderen van twaalf tot zestien jaar niet op dezelfde wijze worden behandeld als volwassenen en adolescenten vanaf 16 jaar. Hiermee beoogt de indiener ook tegemoet te komen aan de kritiek van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, waarin wordt gesteld dat de noodzaak van dit onderdeel niet aannemelijk is gemaakt. Bovendien stelt de Adviescommissie terecht dat deze regeling disproportioneel uitwerkt aangezien het naturalisatieverzoek van een kind tussen de twaalf en zestien jaar kan worden afgewezen wanneer een misdrijf wordt bestraft met een geldboete of transactie vanaf € 810.

Om deze reden regelt dit amendement dat:

  • 1. een optieverzoek of naturalisatieverzoek bij kinderen van twaalf tot zestien jaar kan worden afgewezen, maar dat dit geen automatisme is,

  • 2. een optieverzoek of naturalisatieverzoek bij kinderen van twaalf tot zestien jaar kan worden afgewezen indien het kind gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk blijkens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij het kind wegens een strafbaar feit tegen de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk is veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur van twaalf maanden, en

  • 3. een optieverzoek of naturalisatieverzoek wordt aangehouden wanneer er sprake is van een ernstige verdenking, tot het moment dat sprake is van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij het kind is vrijgesproken, is ontslagen van alle rechtsvervolging of is veroordeeld tot jeugddetentie met de maximale duur van twaalf maanden.

Voordewind

Naar boven