Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433841 nr. 152

33 841 Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)

Nr. 152 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VOORTMAN EN OTWIN VAN DIJK

Ontvangen 24 april 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel 2.6.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.6.6a

  • 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden bepaald waaronder ingezetenen en maatschappelijke initiatieven bij de uitvoering van het beleid kunnen worden betrokken, het uitvoeren van taken van het college op grond van deze wet daaronder begrepen.

  • 2. In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:

    • a. welke eisen gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college;

    • b. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de effecten worden geëvalueerd.

  • 3. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Toelichting

Het wetsvoorstel regelt in artikel 2.1.3, derde lid, dat in de verordening moet worden geregeld op welke wijze ingezetenen worden betrokkene bij de uitvoering van de wet; de nadruk daarbij ligt op de betrokkenheid van de samenleving in de fase van de voorbereiding van het beleid en de verordening, inclusief het initiatiefrecht tot het doen van voorstellen en het geven van adviezen. Uit de bepaling blijkt al dat het wetsvoorstel er niet aan in de weg staat dat de gemeente maatschappelijke initiatieven (zgn.buurtinitiatieven) ook een belangrijke rol laat spelen bij de uitvoering van het beleid. Dat zal er in hoge mate toe kunnen bijdragen dat de doelstelling van de wet, vergroten van maatschappelijke participatie en meer eigen regie van burgers op de vormgeving van hun eigen ondersteuning beter wordt bereikt. Het is uiteraard van groot belang dat bij het besluit om delen van de taken van het college door anderen te laten uitvoeren, zorgvuldig wordt bezien welke waarborgen daarbij moeten worden getroffen. Die afweging kan in beginsel goed aan de gemeenten worden overgelaten.

In het verlengde daarvan maakt dit amendement het mogelijk bij algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen over vormen van inschakeling van buurtinitiatieven bij de uitvoering van het beleid. In de tekst is expliciet vastgelegd dat dit ook het uitvoeren van taken van het college kan betreffen. Daarmee is voorzien in de mogelijkheid om, indien daartoe aanleiding mocht bestaan, landelijk bepaalde eisen te stellen aan deze wijze van uitvoeren van de wet.

Het tweede lid bepaalt dat de te stellen voorwaarden in elk geval betrekking hebben op de eisen die gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college en de wijze waarop – en aan de hand van welke criteria – de effecten worden geëvalueerd.

Het derde lid regelt dat het ontwerp van een amvb eerst moet worden voorgehangen, alvorens in procedure te worden gebracht.

Hiermee wordt het, naar Brits voorbeeld, mogelijk dat op buurtniveau een right to challenge wordt toegepast. De indiener hecht veel waarde aan initiatieven van de burger en wil graag dat deze initiatieven ook tot uiting komen. Daarnaast kennen bewoners hun buurt, ze weten wat er speelt en spelen daar op in. Daarom moeten bewoners, georganiseerd de gemeente kunnen uitdagen om (een deel van) de zorg van de Wmo die door de gemeente wordt geleverd, beter uit te voeren dan de gemeente dat doet. Bewoners krijgen het recht om de gemeente uit te dagen als ze denken dat ze de zorg in hun buurt beter kunnen verlenen dan de gemeente. Gemeenten zullen in hun beoordeling ook de sociale meerwaarde van bewonersinitiatieven meenemen. Immers, inwoners van een wijk beschikken over kennis over de wijk, over vrijwillige inzet en betrokkenheid van bewoners. Bewoners hoeven geen bod te doen op de gehele zorgtaak van de gemeente, ze kunnen ook een bod doen op een apart geografisch of thematisch perceel.

Voortman Otwin van Dijk