Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933836 nr. 37

33 836 Personen- en familierecht

Nr. 37 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN HIJINK

Voorgesteld 13 maart 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar schatting 50% van de broers en zussen die gezamenlijk uit huis worden geplaatst niet in hetzelfde pleeggezin of gezinshuis worden geplaatst, terwijl zij daar op grond van internationale wet- en regelgeving wel recht op hebben;

overwegende dat het in het belang van broertjes en zusjes is dat zij zo veel mogelijk met elkaar opgroeien en dat het in dat kader niet wenselijk is dat zij (ver van elkaar) in verschillende gezinnen geplaatst worden;

van mening dat het goed zou zijn om bijvoorbeeld wettelijke verankering van het «samen, tenzij»-beginsel nader te onderzoeken;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe nog beter dan nu het uitgangspunt gehanteerd kan worden dat broertjes en zusjes waar mogelijk samen geplaatst worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Nispen

Hijink