33 836 Personen- en familierecht

31 265 Adoptie

Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2026

Op 1 oktober jongstleden hebben onze ambtsvoorgangers een eerste reactie gegeven op het rapport «Schade door schande» van de Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie 1956–1984 (CBAA)(Kamerstuk 33 836, nr. 126). Daarin is toegezegd de Kamer nader te informeren over 1) de uitkomsten van reflectie op de rol van de overheid en andere betrokken organisaties en beroepsgroepen bij dit verleden, 2) de maatregelen die worden voorgesteld om het leed te verzachten en 3) de wijze waarop wij invulling willen geven aan de aanbevelingen uit het rapport. In deze brief gaan wij, de Staatsecretaris van Justitie en Veiligheid en De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op deze punten in.

Voordat we op deze punten ingaan, is het eerst van belang om nogmaals te benoemen dat de in het rapport beschreven gebeurtenissen nooit hadden mogen plaatsvinden. Er is sprake geweest van groot onrecht, met onnodig veel leed tot gevolg. In het gesprek dat we kort na ons aantreden met getroffenen hebben gevoerd is dit ons heel duidelijk geworden.

Reflectie

Uitkomsten reflectie op rol overheid

Betrokken organisaties, inclusief de overheid, hebben de afgelopen periode stilgestaan bij het verleden van binnenlandse afstand en adoptie en de rol die ze daarbij hebben gehad. Als verantwoordelijke bewindspersonen gaan wij, naar aanleiding hiervan, in op wat het proces van zelfreflectie aan inzichten heeft opgeleverd over de rol van de overheid. In dat kader hebben we stilgestaan bij de totstandkoming van de adoptiewetgeving die in 1956 is ingevoerd. Die wet was vooral bedoeld om weeskinderen uit de oorlog een toekomstperspectief te bieden en handel in kinderen tegen te gaan. Er werd niet verwacht dat de invoering van adoptie de positie van ongehuwde moeders zou verslechteren. Maar dat deed het wel.

Het rapport van de CBAA maakt duidelijk dat instellingen voor hulp aan ongehuwde moeders «afstand ter adoptie» als optie gingen hanteren. Verschillende moeders werden onder druk gezet om een afstandsverklaring te tekenen. Ook de (voorgangers van de) Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) legden deze soms aan hen voor. Een afstandsverklaring is juridisch niet bindend. En toch werd er in de praktijk betekenis aan toegekend.

Al die tijd greep de overheid niet in. Die legde zich neer bij de autonomie van de betrokken begeleidende organisaties en de keuzes die daarbinnen werden gemaakt. De overheid reflecteerde destijds ook niet op de schadelijke gevolgen van de gedwongen afstand of op de rol van de adoptiewetgeving als sluitstuk van het proces van afstand. Ook was er nauwelijks oog voor vormen van nazorg. We weten nu dat er, ook bij de overheid, volstrekt onvoldoende oog was voor de uiterst kwetsbare positie van met name de betrokken moeders en kinderen. Het was goed geweest als de overheid meer had gedaan en meer naar hen had omgekeken. Bijvoorbeeld door aanvullende maatregelen te nemen om hen te beschermen of nadere instructies te geven aan de RvdK. Dat is echter niet gebeurd.

Uit deze gebeurtenissen kunnen verschillende lessen getrokken worden. Zo illustreert deze geschiedenis het belang om serieus aandacht te besteden aan kritische tegengeluiden, vanuit bijvoorbeeld de wetenschap, professionals en belangenorganisaties. Het onderzoek van de CBAA laat zien dat er wel degelijk andere opvattingen bestonden over het ongehuwde moederschap die ingingen tegen het dominante discours. Naar deze waardevolle, kritische geluiden is niet of onvoldoende geluisterd, ook niet door de overheid.

Daarnaast laat het rapport zien hoe belangrijk het is om bij regelgeving vooraf stil te staan bij de bedoelingen en de effecten van de regelgeving. Dan gaat het niet alleen om de beoogde effecten maar ook om eventuele onbedoelde effecten. Het is goed om aannames die op dat vlak bij een wetsbehandeling worden gedaan te evalueren. Daarbij dient de overheid in goede verbinding te staan met betrokken (uitvoerings)organisaties, en met andere belanghebbenden, in het bijzonder ook diegenen die door de regelgeving worden geraakt. Een uitvoeringstoets (vooraf) en een invoeringstoets (achteraf) zijn tegenwoordig belangrijke instrumenten om te controleren of nieuwe regels in de praktijk het beoogde effect hebben en uitvoerbaar zijn.

Excuses overheid

In het rapport wordt geconcludeerd dat er niet één verantwoordelijke voor de gebeurtenissen kan worden aangewezen. Naast andere partijen, heeft ook de overheid een rol gehad in dit verleden. Om die reden sprak de staatsecretaris van Justitie en Veiligheid op 2 juli jongstleden namens het kabinet excuses uit aan alle getroffen van gedwongen afstand en adoptie (moeders, afgestanen en vaders). Ook de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was bij dit moment aanwezig. Dit was ook voor een groot aantal getroffenen een belangrijk moment, waarvan wij hopen dat het een startpunt kan vormen van een helingsproces. Er hadden zich circa 350 mensen voor de bijeenkomst aangemeld, en ook hebben betrokkenen de bijeenkomst online bijgewoond. Het uitspreken van de excuses stond vanzelfsprekend centraal, maar er was ook aandacht voor de stem van getroffenen via een aantal indringende videoportretten die zijn vertoond. Ook is stilgestaan bij hen die de bijeenkomst niet meer hebben kunnen meemaken. Na afloop hebben we de tijd genomen om met verschillende getroffenen in gesprek te gaan. We kijken terug op een mooie bijeenkomst en indrukwekkende gesprekken. De tijdens de bijeenkomst uitgesproken excuses zijn gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl1. Getroffenen kunnen desgewenst ook een persoonlijke brief ontvangen waarin de excuses zijn verwoord.

Uitkomsten reflectie op rol betrokken organisaties en beroepsgroepen

De in het rapport van de CBAA genoemde organisaties en beroepsgroepen2 zijn door ons expliciet op het rapport geattendeerd en ieder van hen heeft op ons verzoek gereflecteerd op de eigen rol in het verleden van afstand en adoptie, inclusief die van hun (rechts)voorgangers. Tijdens verschillende bijeenkomsten hebben we ook met hen gezamenlijk op deze geschiedenis gereflecteerd. Er was in de reflectiesessies brede erkenning voor het onvoorstelbare verdriet en gemis dat de getroffenen met zich mee hebben moeten dragen, en nog steeds met zich meedragen, als gevolg van de gebeurtenissen, waarbij hen de regie werd ontnomen. De band tussen moeder en kind is misschien wel de meest basale die er bestaat en het uitgangspunt is dat deze niet geschonden wordt. Toch is dat jarenlang wel gebeurd. Erkend wordt dat, zoals naar voren is gekomen in het rapport van de CBAA, iedere partij daarbij een eigen rol vervulde. Zij droegen vanuit die rol bij aan de druk die werd uitgeoefend op vaak ongehuwde, jonge, zwangere vrouwen, aan de (bijvoorbeeld wetenschappelijke of morele) onderbouwing van het aansturen op afstand en adoptie en/of aan het vervolgens formaliseren van de afstand en adoptie. Hoewel het rapport niet één schuldige of hoofdverantwoordelijke aanwijst staat één ding voor alle aanwezigen als een paal boven water: het was niet de schuld van de vrouwen die zwanger raakten. Ook niet van de vaders en nooit van de kinderen. Hen is groot onrecht aangedaan en dat trekken alle partijen zich aan.

Verschillende partijen zijn ook in de huidige tijd nog betrokken bij vraagstukken rondom afstand en adoptie. Denk aan Fiom, Jeugdzorg Nederland, de RvdK, en de Raad voor de rechtspraak. Door hen is gereflecteerd op de manier waarop mensen die nu afstand ter adoptie overwegen hierbij worden ondersteund. Dit leidt tot de volgende reflecties en voornemens;

  • – De Raad voor de rechtspraak wijst namens de familierechters, net als de andere organisaties, op het belang om de in het rapport naar voren gebrachte inzichten en bevindingen mee te nemen in de afwegingen die professionals nu maken in individuele zaken. Niet alleen bij adoptie, maar ook bij andere rechterlijke procedures (voorlopige voogdijmaatregelen, beëindiging van het gezag) bevinden ouders zich in een kwetsbare positie. De Rechtspraak vindt het daarom belangrijk dat zij goede rechtsbijstand krijgen, zoals nu al op basis van een pilot gebeurt, en een wettelijke basis krijgt als het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming in werking treedt. Deze werkwijze stelt de rechter in staat betere rechtsbescherming te bieden.

  • – Partijen die nu nog betrokken zijn bij afstand en adoptie vragen daarnaast aandacht voor kwetsbare groepen die mogelijk niet dezelfde mate van keuzevrijheid hebben als anderen. Onder andere Fiom en de RvdK hebben zorgen geuit over zwangere vrouwen die als arbeidsmigrant in Nederland werken en deze zorgen onder de aandacht gebracht bij de Ministeries van JenV en VWS. De familierechters delen de zorgen over vrouwen die onder moeilijke omstandigheden hun afwegingen moeten maken, zoals vrouwen die in Nederland als arbeidsmigrant zijn gekomen en werken in risicovolle banen met een laagbetaald loon. Er bestaan helaas geen snelle en makkelijke oplossingen voor de complexe omstandigheden van deze groep zwangere vrouwen en stellen. Maar het kabinet moet en wil hier wel heel goed naar kijken. De Ministeries van JenV, SZW en VWS zijn met elkaar en met betrokken veldpartijen in contact om te verkennen wat nodig is om bestaande hulp en ondersteuning beter te laten aansluiten op de behoeften van zwangere arbeidsmigranten, tevens in navolging op de aangenomen motie op dit vlak van het lid Straatman3. De Kamer wordt aan het eind van dit jaar hierover geïnformeerd.

  • – Fiom, de RvdK en Jeugdzorg Nederland zijn protocolpartner van het protocol Afstand ter adoptie, waarin de werkwijze is vastgelegd voor de omgang met afstand en adoptie in de huidige tijd. Zij hebben, gezamenlijk met de overige protocolpartners, het protocol in het afgelopen jaar geëvalueerd en geactualiseerd4. Het gebruik van de afstandsverklaringen komt naar voren in het rapport van de CBAA. De verklaringen kenden nooit juridische waarde of grondslag maar aan getekende verklaringen werd door de betrokken organisaties wel betekenis toegekend. Daarmee konden de verklaringen voor een deel van de ouders als drukmiddel werken. Dit is onwenselijk. De RvdK zal geen gebruik meer maken van de afstandsverklaring of anderszins werken met een te ondertekenen document dat ter zitting wordt opgevoerd. Het document verdwijnt uit het afstandsprotocol. De afstandsverklaring is hiermee definitief verleden tijd.

Een aantal partijen heeft inmiddels namens de eigen organisatie erkenning geboden of excuses gemaakt. Fiom heeft excuses uitgesproken5. De Rvdk onderschrijft de excuses die vanuit de overheid zijn uitgesproken. De kerken (die bij het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken zijn aangesloten6), Moviera7, Sterk Huis8, Jeugdzorg Nederland9, het Nederlands Instituut van Psychologen en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie10 hebben reflecties op het verleden op hun website geplaatst, en daarin erkenning uitgesproken voor het leed. De Landelijke Huisartsenvereniging zal dat binnenkort ook doen.

Maatregelen die kunnen bijdragen aan erkenning en herstel

Na de presentatie van het rapport «Schade door schande» is geïnventariseerd welke behoeften er leven onder de getroffenen aan zaken die kunnen bijdragen aan herstel. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met getroffenen. Tevens hebben we gebruik gemaakt van de inventarisatie door Bureau AEF in 2022 en van de inhoud van verschillende door de Kamer aangenomen relevante moties.

Op basis van wat er in de afgelopen jaren is opgehaald aan behoeften van getroffenen, alsmede wat in het rapport van de CBAA wordt aanbevolen, is bekeken welke maatregelen zouden kunnen worden getroffen vanuit de overheid die kunnen bijdragen aan herstel bij getroffenen en die ook passend zijn bij de rol en verantwoordelijkheden van de overheid bij deze gebeurtenissen. Daarbij is ook rekening gehouden met financiële of juridische beperkingen alsmede consistentie in overwegingen die hebben gespeeld bij ondersteuningsmaatregelen aan andere slachtoffergroepen.

Hieronder presenteren we de voorgestelde maatregelen.

Moederbrief

Zowel in moties van de Kamer11 als in de aanbevelingen van de CBAA is aandacht gevraagd voor het belang van afstandsmoeders om een zogenoemde «moederbrief» aan een dossier toe te voegen. In deze brief kan de afstandsmoeder reflecteren op de informatie in het dossier of waarin zij haar eigen visie op de gebeurtenissen kan weergeven. Onder meer Fiom en de RvdK hebben aangegeven deze brieven desgevraagd toe te voegen aan hun dossiers12. De mogelijkheid om een moederbrief te schrijven is en deze op te nemen in het afstandsdossier is onderdeel van de huidige afstandsprocedure. De RvdK bespreekt met de moeder en eventueel vader de mogelijkheid om persoonlijke woorden toe te voegen aan het dossier. Dit is anders voor dossiers die zijn overgebracht naar het Nationaal Archief (NA). De dossiers die zich daar bevinden zijn afgesloten, waardoor er geen stukken kunnen worden toegevoegd.13 Het gaat hier om de dossiers van de RvdK tot 1970, die inmiddels naar het NA zijn overgebracht. Hierover is met getroffenen gesproken. In overleg met getroffenen/betrokkenen is afgesproken dat onderzocht wordt of de moederbrieven separaat gearchiveerd kunnen worden bij de RvdK.

Hierdoor kunnen deze brieven, als overheidsarchief, worden overgebracht naar het NA. Een inzageverzoek bij het NA leidt er dan toe dat gelijktijdig inzage kan worden verleend in zowel het dossier van de RvdK als in de brief. In geval van een inzageverzoek doorzoekt het NA namelijk de verschillende beschikbare archieven, en wijst het NA de verzoeker proactief op de aanwezigheid van een eventuele moederbrief. Met de RvdK worden op dit moment de mogelijkheden nader onderzocht om te komen tot een goed en uitvoerbaar werkproces.

Daarbij benadrukken wij dat uit de gesprekken met getroffenen blijkt dat niet alleen moeders, maar ook afgestanen de behoefte kunnen hebben om een brief aan een dossier toe te voegen. Om die reden spreken wij in het vervolg over het toevoegen van «brieven van getroffenen» aan dossiers en beperken wij ons niet langer tot de term «moederbrieven».

Professionele begeleiding bij dossierinzage bij het Nationaal Archief

De behoefte aan professionele begeleiding bij dossierinzage door getroffenen bij het NA is al verschillende malen geuit, niet alleen door afstandsmoeders en afgestanen, maar ook door interlandelijk geadopteerden. Dit is ook aan de orde geweest in de Tweede Kamer.14 Het NA biedt zelf geen ondersteuning bij inzage, maar het is wel mogelijk om begeleiding mee te nemen bij de inzage van een dossier, zoals een naaste of een professional. Zoals hiervoor al is weergegeven, draait het bij binnenlandse afstand en adoptie om de inzage van dossiers van de RvdK die inmiddels bij het NA zijn ondergebracht. Getroffenen hebben daarbij de voorkeur uitgesproken om de inzage van dossiers, ingeval dit wordt gewenst, te laten begeleiden door de RvdK. Zij begeleiden immers ook de inzage van dossiers die zich nog bij de RvdK bevinden en omdat het om raadsdossiers gaat, is de RvdK als geen ander in staat om daaraan nadere duiding te geven. Over deze mogelijkheid zijn wij in gesprek met de RvdK. Voor zover dit praktisch haalbaar blijkt, zullen ook (juridische) randvoorwaarden in dit kader moeten worden onderzocht. Begin 2027 wordt u geïnformeerd over de voortgang hiervan.

Vanzelfsprekend blijft ondersteuning door een eigen vertrouweling ook altijd een mogelijkheid.

Eenvoudiger zoeken naar afstammingsinformatie en familie

Voor afgestanen is herkomst- en afstammingsinformatie helaas niet vanzelfsprekend. Op zoek naar antwoorden op hun belangrijkste levensvragen stuiten zij op veel barrières. Ook de CBAA heeft op dit vlak een aanbeveling gedaan («Organiseer hulp bij zoeken naar afstammingsinformatie»). Op dit punt is er bestaand aanbod. Fiom helpt ouders die een kind moesten afstaan en afgestanen bij hun zoektocht naar (afstammings)informatie. Dat gebeurt door dossiers en de BRP te raadplegen. Ook wordt, indien gewenst, fysiek of schriftelijk contact tussen familieleden tot stand gebracht en begeleid.

Als gevolg van het onderzoek van de CBAA en de daaruit volgende media-aandacht wisten mensen Fiom beter en vaker te vinden bij vragen over de eigen familiegeschiedenis. Voor 2025 en 2026 zijn extra middelen vrijgemaakt voor Fiom om aan deze gestegen vraag te kunnen voldoen.

Daarnaast ontvangt INEA momenteel een subsidie om een pilot met DNA-tests uit te voeren voor interlandelijk geadopteerden. Ook voor afstandsouders en afgestanen zou deze mogelijkheid interessant kunnen zijn, bijvoorbeeld om de verwantschap van een mogelijk familielid te bevestigen. Daarom wordt, in overleg met getroffenen, een vergelijkbare pilot opgestart.

Verder ontvangt Fiom subsidie voor een project om afgestanen en afstandsmoeders betere informatie te geven over vindplaatsen van dossiers en andere documenten over afstand en adoptie. Zo kunnen zij meer informatie vinden over hun persoonlijke geschiedenis, de omstandigheden rond afstand en adoptie en de betrokken personen en instellingen. Op dit moment zijn 208 locaties in beeld. Vindplaatsen worden systemisch in kaart gebracht en daarvoor is ook een interactieve kaart ontwikkeld.15 Dit draagt bij aan gerichtere zoekacties en het eenvoudiger achterhalen van vindplaatsen waar mogelijk informatie over het verleden beschikbaar is.

Vereenvoudiging en verlaging kosten identiteitsherstel

Bij afgestanen bestaat behoefte aan identiteitsherstel, onder meer in de vorm van naamswijziging of herroeping van een adoptie. Deze behoefte leeft ook onder interlandelijk geadopteerden. In een motie van de Kamer is hiervoor aandacht gevraagd.16

Van 23 januari tot en met 6 april jl. heeft het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel in consultatie gelegen. Dit concept-wetsvoorstel regelt onder meer dat elke meerderjarige burger zijn voor- en/of achternaam eenmalig zonder opgaaf van redenen kan laten wijzigen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. De daaraan verbonden kosten zullen substantieel lager zijn dan nu het geval is bij de rechter voor wijziging van de voornaam en bij Justis voor een achternaamwijziging. Ook regelt het wetsvoorstel dat steeds bij een verzoek aan de rechter om aanpassing van de geboorteakte of vaststelling van geboortegegevens, gelijktijdig om wijziging van de voor- en/of achternaam kan worden verzocht. Dit betekent dat een betrokkene niet bij verschillende instanties hoeft aan te kloppen, maar bij één instantie terecht kan. Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de wettelijke termijn voor herroeping van de adoptie geschrapt.

De consultatie van het wetsvoorstel is inmiddels afgerond. Er zijn meerdere reacties ontvangen die oproepen om naamswijziging van geadopteerden (zowel binnenlands als interlandelijk) onder de nieuwe wetgeving kosteloos te maken. Ook is erop gewezen dat juist geadopteerden voor het wijzigen van een achternaam waarschijnlijk relatief vaak aangewezen zullen zijn op de duurdere route via de Dienst Justis, omdat zij niet altijd kunnen voldoen aan de voorwaarden voor aanpassing van de achternaam bij de ambtenaar van de burgerlijke stand via de gemeente. We bestuderen deze consultatiereacties en adviezen zorgvuldig. Wij verwachten daar na de zomer op terug te komen op het moment dat het wetsvoorstel wordt voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Ophalen en borgen van verhalen

Getroffenen hebben aangegeven het belangrijk te vinden dat de verhalen van mensen die deze gebeurtenissen hebben doorgemaakt worden vastgelegd en verteld, zodat deze niet worden vergeten. Ook de CBAA heeft hierover twee aanbevelingen gedaan, namelijk het opnemen van dit thema in de Canon van Nederland en het ophalen van verhalen van mensen. Beslissingen over het al dan niet opnemen van thema’s in de Canon worden niet door de overheid genomen. Dit is aan de Canoncommissie. De CBAA heeft het hier al onder de aandacht gebracht. Daarnaast zien wij nog andere mogelijkheden om als overheid bij te dragen aan het borgen van verhalen voor de toekomst.

Samen met getroffenen zijn verkennende gesprekken gevoerd over de wijze waarop hun verhalen het beste kunnen worden verzameld en toegankelijk gemaakt, en waar deze verhalen kunnen worden ondergebracht. Door getroffenen zijn verschillende suggesties gedaan, waarover we nader met hen in gesprek gaan. We zullen dit vanuit de overheid faciliteren.

Behoeftes waaraan niet (volledig) tegemoet wordt gekomen

Wij realiseren ons dat getroffenen behoeftes hebben op uiteenlopende terreinen, waaraan we met bovenstaande maatregelen niet allemaal tegemoet komen. Bijvoorbeeld volledige, onbeperkte inzage in dossiers is voor getroffenen heel belangrijk, maar is niet mogelijk omdat op het moment dat er ook andere personen in een dossier voorkomen altijd een belangenafweging nodig is. Ook is bekend dat sommige getroffenen kosten maken voor psychosociale ondersteuning die niet wordt vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. Een deel van de getroffenen heeft wel behoefte aan zo een vergoeding, het liefst in de vorm van een vrij te besteden bedrag. Hoewel wij deze behoefte begrijpen is een vergoeding voor ondersteuning door zorgverleners of coaches die niet onder het reguliere zorgstelsel en het bijbehorende kwaliteits- en toezichtskader vallen, niet mogelijk. Wel zetten we in op verbetering van het zorgaanbod voor getroffenen binnen de GGZ. Hierop wordt nader in gegaan bij de reacties op de eerste twee aanbevelingen in bijlage 1. Tot slot is nog van belang dat het rapport van de CBAA en de rechtspraak geen aanleiding bieden voor individuele financiële compensatie, en er ook geen aanleiding is om te komen tot een onverschuldigde betaling.

Reactie op overige aanbevelingen rapport CBAA

In de bijlage zijn onze reacties opgenomen op de overige aanbevelingen uit het rapport van de CBAA die geen verband houden met de hiervoor genoemde maatregelen.

Tot slot

We vinden het belangrijk om de maatregelen die kunnen bijdragen aan herstel via een zorgvuldig en transparant proces nader uit te werken en te implementeren. Wij zullen dit dan ook doen in overleg met (vertegenwoordigers) van getroffenen, zodat zo goed mogelijk geborgd kan worden dat deze maatregelen ook echt voorzien in hun behoeftes en verschil kunnen maken. Wij zullen de Kamer begin 2027 informeren over de voortgang.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans

BIJLAGE REACTIE OP OVERIGE AANBEVELINGEN RAPPORT CBAA

Bevorder deskundigheid van hulpverleners en zorgmedewerkers en degenen die daarvoor in opleiding zijn.

De commissie wijst er terecht op dat niet alle zorg- en hulpverleners bekend zijn met vragen en problemen die samenhangen met afstand en adoptie. Getroffenen stuiten daardoor soms op onbegrip. Fiom is het expertisecentrum op het gebied van ongewenste zwangerschap, verwantschapsvragen en adoptie en ontvangt een subsidie van de overheid om kennis over ongewenste zwangerschap en afstand en adoptie met andere zorgverleners, zoals de huisartsenzorg en andere eerstelijns zorgprofessionals, te delen. Dat doen zij door via verschillende kanalen informatie en kennis over het onderwerp beschikbaar te stellen en door op casus-niveau desgevraagd met professionals mee te denken.

Zorg dat deskundige hulp te vinden is.

Uit het rapport van de CBAA en de gesprekken die zijn gevoerd met belangenorganisaties en getroffenen, blijkt dat er op het terrein van deskundige en specialistische zorg nog stappen te zetten zijn. Fiom biedt ondersteuning aan mensen die in Nederland zijn afgestaan. Fiom helpt bij zoeken naar bloedverwanten, begeleiding bij dossierinzages en biedt ondersteunende gesprekken (individueel of in groepsverband). Indien nodig, verwijst Fiom door naar vervolghulp.

Ook biedt Fiom begeleiding aan vrouwen (en hun partners en omgeving) die voornemens zijn om hun kind af te staan ter adoptie. Onderdeel daarvan is de nazorg aan ouders die in het verleden afstand deden van een kind. Deze begeleiding bestaat uit een aantal ondersteunende individuele of groepsgesprekken en begeleiding bij dossierinzage.

Afgestane kinderen en afstandsouders lopen, begrijpelijkerwijs, tegen problemen en vragen aan en hebben vaak meer nodig dan de kortdurende ondersteuning die Fiom biedt. Echter, zij vinden bij de huisarts of binnen de GGZ niet altijd een hulpverlener of behandelaar met voldoende kennis over het onderwerp (gedwongen) afstand en adoptie. We hebben met Fiom afgesproken dat zij samen met het zorgveld werken aan verbetering op dit terrein. Daarbij valt te denken aan een opleidingsaanbod voor en door GGZ-professionals die al veel werken met de thema’s hechting, families en trauma, maar nog extra vaardigheden kunnen en willen leren op het terrein van afstand en adoptie. Zo ontstaat een groep GGZ-professionals die op verschillende plekken in het land werkt, met extra kennis en vaardigheden waaraan behoefte is. Wij hebben Fiom gevraagd om dit, indien mogelijk, op te nemen in de sociale kaart van deskundigheid over afstand en adoptie waaraan Fiom momenteel werkt. Fiom is daarnaast in gesprek met een psycho-trauma centrum over de mogelijkheid om trauma-specialisten toe te rusten zodat zij behandeling kunnen bieden aan afgestanen en afstandsouders bij hun specifieke vragen en problemen. Fiom betrekt getroffenen bij het verder uitwerken en invullen van deze plannen.

Zorg dat afstammingsinformatie bewaard blijft en toegankelijk is.

Het belang van afstammingsinformatie wordt vanzelfsprekend volledig door ons onderschreven. Dit betekent dat deze informatie goed geborgd moet worden. De dossiers van de RvdK vanaf 1970 zijn nog gearchiveerd bij de RvdK, de dossiers tot 1970 zijn inmiddels overgebracht naar het Nationaal Archief (NA). Het archief van Fiom betreft particulier archief en dat wordt in beginsel niet naar het NA overgebracht. Daarnaast zijn er in het verleden verschillende particuliere organisaties betrokken geweest bij afstand en adoptie, waaronder verschillende tehuizen of opvanglocaties. Archieven zijn niet altijd bewaard gebleven, soms zijn deze archieven nog in het bezit van (rechtsopvolgers van) deze organisaties of ondergebracht bij regionale archieven, zoals de regionaal Historische Centra. Daar bevinden zich ook de archieven van gerechten. Zoals hiervoor al werd opgemerkt kan Fiom ondersteuning bieden bij zoektochten en op de website van Fiom is een interactieve kaart beschikbaar van archieflocaties. Binnen het eerder genoemde «Project vindplaatsen» dat door Fiom wordt uitgevoerd, worden nog onbekende vindplaatsen van archiefmateriaal in kaart gebracht. Dit draagt bij aan de toegankelijkheid van de archieven. Daarin kan ook inzage worden verzocht. Omdat deze dossiers altijd persoonsgegevens van meerdere personen bevatten, gaat aan de inzage een belangenafweging vooraf. Gelet op het belang van afstammingsinformatie is in het wetsvoorstel «Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel» een wettelijk vermoeden van een zwaarwegend belang bij afstammingsinformatie opgenomen.

Bied mediation en herstelbemiddeling aan in situaties van emotionele pijn en belangenconflict.

Binnen het huidige ondersteuningsaanbod worden door Fiom contacten tussen familieleden tot stand gebracht en begeleid. Eerst wordt een neutrale brief door Fiom verzonden waaruit blijkt dat de aangeschrevene wordt gezocht. Als daarop geen reactie wordt ontvangen, dan stuurt Fiom een meer persoonlijke brief, waarin meer informatie wordt gedeeld. Als ook daar niet op wordt gereageerd, dan wordt de cliënt die zoekt gevraagd om een brief te schrijven. Fiom leest daarop mee om te voorkomen dat persoonsgegevens onrechtmatig worden uitgewisseld. Een deel van de cliënten van Fiom ervaart dit als betuttelend, zo blijkt uit onze gesprekken met getroffenen en belangenorganisaties. Fiom houdt deze praktijk daarom op dit moment tegen het licht en beziet de mogelijkheden om de cliënten (nog) meer eigen regie te geven op dit proces.

Informeer kinderen van jongs af aan over hun eigen geschiedenis.

De Commissie adviseert kinderen van jongs af aan te informeren over hun eigen geschiedenis. Wij onderschrijven het belang van het vroegtijdig informeren van kinderen over de eigen geschiedenis. Ook in de rechtspraktijk is dit belang onderkend. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 18 maart 201617 overwogen dat het geven van informatie over de afstamming (statusvoorlichting) tot de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van het kind behoort. Het is daarom aan de ouder met gezag om het kind die informatie te geven. De Staatscommissie Herijking ouderschap sloot bij deze uitspraak aan door voor te stellen deze informatieverplichting wettelijk te verankeren. In het wetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming is daarom aan artikel 1:247 BW een verplichting toegevoegd van de ouder met gezag om het kind voor te lichten over diens afstamming. Ook in het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel wordt het belang van het vroegtijdig informeren van een kind over diens afstamming benadrukt. Het voorlichten van een kind over diens afstamming moet blijkens de toelichting op de hiervoor genoemde wetsvoorstellen ruim worden uitgelegd. Bij adoptie houdt het geven van «statusvoorlichting» in ieder geval in het verstrekken van gegevens over de biologische ouders van het kind en over de omstandigheden waaronder het kind is afgestaan en vervolgens is geadopteerd. Daarbij kan ook worden gedacht aan informatie over het gebied waar het kind vandaan komt, tehuizen of gezinnen waar het heeft verbleven, de procedure, de gezondheidstoestand van het kind, belangrijke gebeurtenissen in het leven van het kind. Ook kunnen de adoptiefouders actief informatie geven over de instanties of personen die bij de adoptie betrokken zijn geweest. Deze informatie kan de geadopteerde helpen bij het desgewenst achterhalen van zijn of haar eigen geschiedenis en bij eventuele zoektochten naar diens biologische ouders en eventuele broers en zussen of de omgeving waar hij of zij vandaan komt. Bij inwerkingtreding van deze wetsvoorstellen zal het geven van statusvoorlichting wettelijk zijn verankerd.

Geef ouders en kinderen zoveel mogelijk stem in besluiten over hun familieleven.

De keuzevrijheid van zwangere vrouwen is gelukkig verbeterd ten opzichte van de periode waarop het onderzoek van de CBAA zich heeft gericht. Er is onafhankelijke ondersteuning bij het maken van keuzes in geval van een onbedoelde zwangerschap en het uitgangspunt daarbij is dat keuzevrijheid maximaal is. Zo veel als mogelijk wordt de vader ook bij dit proces betrokken. In geval van gerechtelijke procedures, in dit kader over voogdijvoorzieningen en adoptie, worden de ouders ook betrokkenen, evenals de kinderen, als zij oud genoeg zijn om met de rechter in gesprek te gaan.

Betrek cliënten zoveel mogelijk bij dossiervorming

Wij onderschrijven het belang om cliënten zoveel mogelijk te betrekken bij dossiervorming. Onder andere de richtlijn «Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp»18 (onderdeel van de Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming) helpt jeugdprofessionals om samen met jeugdigen en ouder(s) besluiten over passende hulp te nemen. Daarnaast kwam er dankzij subsidie van het Ministerie van VWS een wegwijzer specifiek over dossiervorming19. In deze wegwijzer wordt onder andere ingegaan op het scheiden van feiten en meningen en het vermijden van interpretaties (paragraaf 2.3.7), de omvang van het dossier en de zienswijze van de betrokkene (paragraaf 2.3.9), de rechten van de betrokkene (hoofdstuk 3) en rechtsbescherming (hoofdstuk 4).

Organiseer wetenschappelijke tegenspraak.

De Commissie adviseert om wetenschappelijke tegenspraak te organiseren. Juist bij morele kwesties die diepgaande invloed op mensenlevens kunnen hebben is kritische samenspraak tussen wetenschappers van verschillende disciplines en burgers een noodzakelijke voorwaarde om fouten uit het verleden te vermijden.

Deze aanbeveling omarmen wij. Wij hebben dit dan ook meegenomen in eerdergenoemde reflectiebijeenkomsten. Daar is de vraag of er voldoende ruimte is voor tegengeluiden, ook in de huidige tijd, nadrukkelijk aan de orde gekomen. Wij roepen de bij afstand en adoptie betrokken organisaties en beroepsgroepen op om hier blijvend aandacht aan te besteden. Een mooi voorbeeld is de recente evaluatie van het «protocol afstand ter adoptie»20. In dit protocol hebben partijen21 die zijn betrokken bij (een voornemen) tot afstand en adoptie hun verantwoordelijkheden en werkafspraken vastgelegd. Tijdens de laatste evaluatie, die eind 2025 plaatsvond, is de CBAA gevraagd om mee te lezen en op basis van alle onderzoeksresultaten feedback te geven. Die feedback is meegenomen in de herziening van het protocol.

Stimuleer seksuele voorlichtingsprogramma’s in het onderwijs actief.

De CBAA noemt de gebrekkige kennis over seksualiteit en de dubbele moraal die vooral de meiden of vrouwen verantwoordelijk stelde voor een ongewenste zwangerschap als factoren die bijdroegen aan de gang van zaken rondom afstand en adoptie in de onderzochte periode, en benadrukt het belang van gedegen onderwijsprogramma’s op het gebied van seksualiteit. Dit belang onderschrijven wij. Ouders en verzorgers hebben als primaire opvoeders essentiële sleutels in handen om kinderen en jongeren te ondersteunen bij een gezonde, veilige en gelukkige ontwikkeling. Zo ook op het gebied van relaties en seksualiteit. De overheid ondersteunt ouders en opvoeders22 via de kennisinstituten bij deze belangrijke, maar soms ook moeilijke taak. De commissie merkt terecht op dat ook scholen een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van relationele en seksuele vorming. Deze verantwoordelijkheid is geborgd in de landelijke wettelijke kerndoelen. Om scholen te ondersteunen in het geven van relationele en seksuele vorming financiert de overheid kennisinstituten als Rutgers en Soa Aids Nederland. Deze kennisinstituten bieden onder meer betrouwbare informatie aan scholen, leerkrachten, ontwikkelaars van lesmaterialen en GGD’en over wat (wetenschappelijk gezien) werkt bij relationele en seksuele vorming. Andere initiatieven van Rutgers en Soa Aids Nederland zijn de Week van de Lentekriebels en de Week van de Liefde, gericht op het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en op het middelbaar beroepsonderwijs.

Naast de kennisinstituten hebben GGD’en een belangrijke rol in het stimuleren van relationele en seksuele vorming in het onderwijs. GGD’en hebben expertise op het gebied van (seksuele) gezondheidsbevordering en vormen de verbindende schakel voor scholen, ouders en gemeenten. Dit is onder andere zichtbaar in de Gezonde School-aanpak, waar het thema Gezonde Relaties en Seksualiteit onderdeel van uitmaakt.

Zorg voor laagdrempelige beschikbaarheid van voorbehoedmiddelen

De onderzoekscommissie constateert dat veel van de onverwachte, onbedoelde en/of ongewenste zwangerschappen het gevolg waren van de gebrekkige toegang tot voorbehoedmiddelen, en onderstreept het belang om eventuele belemmeringen tegen het gebruik van voorbehoedsmiddelen aan te pakken. Wij onderschrijven dit belang. Het kabinet werkt met de Aanpak onbedoelde en/of ongewenste zwangerschap23 aan het vergroten van de regie op kinderwens én aan betrouwbare en goede ondersteuning bij een onbedoelde zwangerschap. De kosten van anticonceptie zijn voor de meeste mensen geen onoverkomelijk probleem24. Vaak spelen andere drempels een rol, zoals het niet kunnen vinden van een middel waarover men echt tevreden is. Voor mensen in een financieel kwetsbare situatie bestaan er regelingen en programma’s om de kosten voor anticonceptie te vergoeden, zoals het programma Nu Niet zwanger.

Garandeer keuzevrijheid over zwangerschap

Uit het rapport blijkt overduidelijk dat moeders, en soms ook vaders, in veel gevallen geen of nauwelijks reproductieve regie en autonomie hadden en kregen. Zij kregen vaak niet de kans om over de zwangerschap een eigen besluit te nemen.

Hoe vaak een onbedoelde25 zwangerschap tegenwoordig voorkomt weten we niet precies. Naar schatting is 20 tot 25% van de zwangerschappen niet bedoeld of gepland26. Het komt dus veel voor en het kan iedereen overkomen. Een vrouw die twijfelt over een bestaande zwangerschap heeft vier keuzes27.

Gelukkig is de keuzevrijheid van zwangeren inmiddels verbeterd ten opzichte van de periode die in het rapport wordt beschreven. Er is een keuze en er is toegang tot onafhankelijke ondersteuning bij het maken van de keuze28. Recent zijn er twee wijzigingen van de Wafz in werking getreden die de toegang tot de abortuszorg verder hebben verbeterd. Sinds 1 januari 2023 is de verplichte beraadtermijn vervangen voor een flexibele beraadtermijn. En sinds 1 januari 2025 kunnen ook huisartsen de abortuspil voorschrijven. Hiermee kunnen vrouwen in een vroeg stadium van hun zwangerschap (tot 9 weken) ook bij een huisarts terecht die deze zorg aanbiedt. Ook is er hulp en zorg nadat de keuze is gemaakt, ongeacht de uitkomst. Maar dit ontslaat ons niet van de verplichting om alert te blijven. In andere landen zien we de dat de keuzevrijheid soms wordt ingeperkt. En ook in Nederland moeten we ervoor blijven zorgen dat keuzevrijheid «op papier» ook daadwerkelijk zo wordt ervaren, ook door vrouwen die onder moeilijke omstandigheden hun afwegingen moeten maken, zoals de vrouwen die als arbeidsmigrant in Nederland werken.

Zorg voor bereikbaarheid van vertrouwenspersonen

Deze aanbeveling is gedeeld met veldpartijen die hebben meegedaan aan de reflectiebijeenkomsten. Zij nemen deze aanbeveling, voor zover nodig en relevant, mee in hun werkpraktijk. Wij zien hierin voor de overheid geen directe rol, dit is onderdeel van het kwaliteitsbeleid van veldpartijen.

Oordeel niet: wat vandaag de dag als deugd geldt kan morgen een schande zijn, en omgekeerd.

De Commissie sluit af met de aanbeveling niet te oordelen. Wat vandaag de dag als deugd geldt kan morgen een schande zijn, en omgekeerd. We moeten daarom heel terughoudend zijn om onze ideeën over wat een goed leven is op te leggen aan anderen, als we die anderen zelf niet aan het woord laten, aldus de Commissie. Dit vinden wij een hele waardevolle aanbeveling met een tijdloos karakter. Niet alleen in de periode die in het rapport wordt beschreven werd er gemakkelijk negatief geoordeeld over het leven van anderen. In de huidige maatschappelijke context komen groepen in de samenleving in toenemende mate tegenover elkaar te staan en treedt er verharding op. Er is minder begrip voor en interesse in mensen die anders denken, zich anders gedragen of er anders uitzien dan de eigen groep waarmee mensen zich identificeren, en er wordt snel negatief geoordeeld over de ander. De oproep van de Commissie om terughoudend te zijn in het opleggen aan anderen van de eigen ideeën over wat een goed leven is, zonder daarbij ook de ander aan het woord te laten, is daarmee ook in onze tijd uiterst relevant.


X Noot
2

De volgende partijen hebben deelgenomen aan dit zelfreflectietraject: de Raad voor de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, Fiom, Jeugdzorg Nederland, het Nederlands Instituut voor Psychologen, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Sociaal Werk Nederland en de Landelijke Huisartsen Vereniging. Ook hebben twee rechtsopvolgers meegedaan van organisaties die destijds een tehuis hadden voor de opvang van ongehuwde zwangere vrouwen en hun kinderen, te weten Sterk Huis (rechtsopvolger van Huize de Bocht) en Moviera (rechtsopvolger van de Paula Stichting).

X Noot
3

Kamerstukken II 2025–2026, 33 836, nr. 137.

X Noot
4

Het geactualiseerde protocol wordt zo snel als mogelijk bestuurlijk bekrachtigd, uiterlijk september van dit jaar.

X Noot
11

Kamerstukken II 2024–2025 33 836, nr. 114; Kamerstukken II 2025–2026, 33 836, nr. 138

X Noot
12

Dit zijn bestaande dossiers die in het verleden zijn opgesteld in het kader van een ondersteuningstraject bij afstand en adoptie.

X Noot
13

Zie ook Kamerstukken II 2024–2025 31 265, nr. 135

X Noot
14

Kamerstukken II, 2024/25, 33 836, nr. 115 en Kamerstukken II 2024/25, 31 265, nr. 135.

X Noot
16

Kamerstukken II 2023/24, 33 836, nr. 93.

X Noot
17

ECLI:NL:HR:2016:452

X Noot
21

De raad voor de kinderbescherming, Fiom, Fiom iHUB, Jeugdzorg Nederland en Siriz

X Noot
22

Bijvoorbeeld de website Seksueleopvoeding.info – voor ouders en opvoeders van Rutgers

X Noot
23

Kamerstukken II 2025/26, 32 279, nr. 268.

X Noot
24

7 Dit blijkt onder andere uit «Seks onder je 25ste» (2023) door Rutgers en Soa Aids Nederland (Tabel 5.3.3 Redenen om geen anticonceptie te gebruiken) en de «Monitor seksuele gezondheid» (2023) door Rutgers (Tabel 5.1.2 Redenen om geen anticonceptie te gebruiken).

X Noot
25

Of: ongeplande, onverwachte

X Noot
27

(1) de zwangerschap afbreken; (2) de zwangerschap uitdragen en het geboren kind zelf opvoeden; (3) tijdelijke of langdurige (netwerk)pleegzorgplaatsing; of (4) afstand doen, zodat het kind wordt geadopteerd.

X Noot
28

Landelijk informatiepunt onbedoelde zwangerschap: https://www.infopuntonbedoeldzwanger.nl. En het landelijk dekkend netwerk keuzehulp: https://www.infopuntonbedoeldzwanger.nl/ik-zoek-hulp.

Naar boven