Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2026
Op 18 december jl. heeft uw Kamer bij motie van het lid Moorman/Kostić (Kamerstuk
36 800 VIII, nr. 33) de regering opgeroepen het Wetsvoorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding
van het geslacht in de akte van geboorte (Kamerstuk 35 825) alsnog voor bespreking aan de Tweede Kamer voor te leggen. Naar aanleiding daarvan
bericht ik uw Kamer.
Op 2 juli 2025 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer bericht dat het kabinet heeft besloten
gehoor te geven aan de motie Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 33 836, nr. 106). Na deze Kamerbrief van 2 juli (Kamerstuk 33 836, nr. 124) heeft mijn ambtsvoorganger, in overeenstemming met het besluit daartoe in de ministerraad
van 30 juni, de Koning om machtiging gevraagd om tot intrekking over te gaan. Na ontvangst
van deze machtiging heeft mijn ambtsvoorganger de wet op 11 augustus 2025 ingetrokken,
via het ondertekenen en sturen van een brief aan uw Kamer (Kamerstuk 35 825, nr. 21)1.
Een administratieve tekortkoming van onze kant heeft tot gevolg gehad dat de intrekking
niet op de gebruikelijke manier geregistreerd kon worden door uw Kamer. Daarmee is
de intrekking van 11 augustus 2025 tot op heden nog niet gepubliceerd. Om deze tekortkoming
weg te nemen, stuur ik uw Kamer hierbij de brief en beslisnota van mijn ambtsvoorganger
waarmee hij het wetsvoorstel heeft ingetrokken.
Uw Kamer vraagt om in de gelegenheid te worden gesteld om het wetsvoorstel te behandelen.
Dit vraagt aldus om het opnieuw indienen van een wetsvoorstel, voorafgegaan door de
gebruikelijke procedurele stappen. Ik zal daarom alles in gereedheid brengen opdat
het komende kabinet snel een nieuw wetsvoorstel kan indienen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte