Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933835 nr. 124

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 124 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 1 juli 2019

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft een aantal vragen voorgelegd aan Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister voor Medische Zorg over de brief van 18 april 2019 inzake het rapport van ABD-TOPConsult «De NVWA: Bewaker, ook beleidsmaker?» (Kamerstuk 33 835, nr. 121).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 1 juli 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Kuiken

De adjunct-griffier van de commissie, De Leau

1

Wat is de afweging geweest om te kiezen voor voedselveiligheid als scope in deze analyse over de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)?

Antwoord

Omdat de analyse van de commissie Sorgdrager betrekking had op het domein voedselveiligheid, is ervoor gekozen juist dit domein te onderzoeken. Voedselveiligheid is terrein waar de Ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) beide beleidsverantwoordelijkheid hebben en geeft daarmee een goed inzicht in de algemene werkwijze en taakverdeling tussen de Ministeries van VWS, LNV en de NVWA.

2

Kunt u een tijdspad schetsen voor het verwerken van de vier aanbevelingen?

Antwoord

Zoals tijdens het Algemeen Overleg NVWA op 23 april jl. (Kamerstuk 33 835, nr. 122) is toegezegd, zullen de vier aanbevelingen dit jaar worden verwerkt en zullen wij uw Kamer daarover voor 1 december 2019 informeren.

3

Met welke drie brancheorganisaties heeft u «ter reflectie» gesproken?

Antwoord

ABD-TOPConsult heeft ter «reflectie» gesproken met de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV)/Vereniging voor de Nederlandse Vleeswarenindustrie (VNV) en het GroentenFruithuis (GFH). Dit staat ook aangegeven in bijlage twee van het rapport van ABD-TOPConsult.

4

Hebben ook ondernemers de gelegenheid gehad om te reflecteren op de huidige samenwerking tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de NVWA?

Antwoord

Zoals in het rapport in bijlage twee is aangegeven, heeft ABD-TOPConsult gesproken met drie brancheorganisaties.

5

Op welke manier is geborgd dat toezicht/handhaving gescheiden is van beleid?

Antwoord

Deze scheiding wordt geborgd door een functioneel en organisatorisch onderscheid tussen de NVWA, belast met toezicht en handhaving, en de beleidsverantwoordelijke departementen.

De Aanwijzingen inzake de Rijksinspecties zijn leidend voor de positie en taken van de beleidsverantwoordelijke departementen enerzijds en de NVWA anderzijds. In de Aanwijzingen zijn voor de departementen en Rijksinspecties uitgangspunten over onafhankelijkheid, afbakening en invulling van de onderlinge relatie vastgesteld. Specifiek ten aanzien van het vaststellen van beleidsregels is voorts in de mandaatregelingen van de Ministeries van LNV en van VWS opgenomen dat de NVWA beleidsregels mag vaststellen als dat nodig is voor haar handhavende taak. Dit is in overeenstemming met de Aanwijzingen inzake de Rijksinspecties.

Zoals de Minister voor Medische Zorg en Sport en ik in de brief van 18 april jl. hebben aangegeven, concludeert ABD-TOPConsult dat de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van beleidsregels tussen enerzijds de departementen en anderzijds de NVWA logisch is. Nadrukkelijk wordt gesteld dat de NVWA naast bewaker geen beleidsmaker is. Deze taakverdeling sluit goed aan bij de hiervoor genoemde Aanwijzingen en bij de wijze waarop het bij andere departementen en inspecties is geregeld. Ook is in de brief aangegeven dat we de afspraken over de werkwijze en verantwoordelijkheden bij het vaststellen van beleidsregels zullen aanscherpen. De Minister voor Medische Zorg en Sport en ik zullen uw Kamer hierover voor 1 december 2019 nader informeren.

Voorts wordt de onafhankelijkheid van de risicobeoordelingen door Buro geborgd via de WOR (Wet Onafhankelijke Risicobeoordeling NVWA). Ik ben voornemens om deze wet te evalueren om te bezien wat de doeltreffendheid, werking en effecten van de wet in de praktijk zijn. Zodra deze evaluatie is afgerond zal ik uw Kamer de resultaten van de evaluatie met daarbij mijn reactie toesturen.

6

Op welke manier is geborgd dat bij een open norm een gelijk speelveld ontstaat tussen verschillende lidstaten?

Antwoord

Op Europees niveau zijn er meerdere technische overleggen tussen lidstaten waarbij de interpretaties en invulling van open normen aan de orde kunnen komen. Het doel is om van elkaar te leren en de werkwijze in de lidstaten te harmoniseren. Het kan echter ook voorkomen dat alleen op nationaal niveau, via een beleidsregel, invulling wordt gegeven aan een open norm. Bij de nationale invulling van een open norm wordt in Nederland altijd meegewogen of hierdoor een ongelijk Europees speelveld kan ontstaan. Er kunnen echter maatschappelijke redenen zijn om open normen op bijvoorbeeld het terrein van dierenwelzijn of voedselveiligheid, iets anders in te vullen dan in andere lidstaten. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat er verschillen kunnen ontstaan tussen lidstaten. Overigens moeten bij een mogelijke belemmering van het vrije handelsverkeer de ontwerpen van nationale regelgeving en beleidsregels waarin een open norm wordt ingevuld altijd bij de Europese Commissie worden genotificeerd als een zogenoemd technisch voorschrift op grond van richtlijn 2015/1535/EU. Op deze manier is formeel geborgd dat andere lidstaten en de Europese Commissie vooraf kennis kunnen nemen van de voorgenomen invulling van een open norm en daarop kunnen reageren.

7

Bent u ermee bekend dat de sector in de praktijk veel hinder heeft ondervonden van het ontbreken van kaders inzake het kweken van insecten?

Antwoord

In mijn brief van 28 augustus 2018 inzake de zienswijze van de Raad voor dierenaangelegenheden (RDA) betreffende insecten: De ontpopping van de insectensector (Kamerstuk 33 043, nr. 96) heb ik al aangegeven dat deze sector te maken heeft met Europese regelgeving waarin nog geen rekening is gehouden met deze relatief nieuwe sector. Zoals in deze brief is aangegeven, is de insectensector als eerste aan zet om ontwikkelingen te stimuleren, maar ook om het publiek transparant, objectief en tijdig te informeren over de voor- en nadelen van productie en gebruik van ongewervelde dieren. Het gaat dan met name om de gezondheidsrisico’s voor mens en dier, de milieueffecten in vergelijking tot andere (alternatieve) agrarische sectoren en vraagstukken rond het welzijn van insecten. Ik zal de sector ondersteunen en faciliteren bij het zoeken naar oplossingen en kijken waar nog meer gericht onderzoek nodig is.

8

Heeft u gesproken met de praktijk over de casus eetbare insecten?

Antwoord

ABD-TOPConsult heeft hierover in het kader van zijn onderzoek niet nader met insectenkwekers gesproken. Vanuit het Ministerie van LNV zijn er regelmatig gesprekken met insectenkwekers. Er wordt met de sector gewerkt aan een agenda, gericht op een verantwoorde insectensector die een grote bijdrage kan leveren aan het circulair maken van de landbouw, onder de randvoorwaarde van voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn.

9

In welke gevallen heeft de NVWA sinds 2010 gevraagd om duidelijkere beleidsregels en hoe heeft u daaraan gevolg gegeven?

Antwoord

Onduidelijkheden waartegen de NVWA in haar toezicht en handhaving aanloopt, stelt zij aan de orde in onze reguliere overleggen. Omdat een procedure voor het vaststellen van beleidsregels nog ontbreekt, is niet vastgelegd welke onderwerpen sinds 2010 zijn besproken. Momenteel ben ik met de NVWA onder meer in gesprek over de normen over stahoogten en beladingsnormen van dieren tijdens transport.

10

Welke standaardprocedure is er voor de NVWA om bij het ministerie kenbaar te maken dat er behoefte is aan een duidelijker beleidskader en ziet u mogelijkheden om deze procedure te verbeteren?

Antwoord

De NVWA heeft nog geen standaardprocedure om departementen, indien nodig, te vragen om duidelijkere beleidskaders. Het rapport van ABD-TOPConsult is voor ons aanleiding om samen met de NVWA de bestaande werkwijzen tussen onze departementen en de NVWA aan te scherpen en hierbij ook een procedure op te nemen voor verzoeken van de NVWA aan de departementen om een beleidskader. Uw Kamer wordt hierover voor 1 december 2019 geïnformeerd.

11

Bent u bereid om de Kamer bij het jaarverslag van de NVWA te informeren over verzoeken om een duidelijker beleidskader van de NVWA en de wijze waarop daaraan gevolg is gegeven door het ministerie?

Antwoord

Momenteel worden afspraken gemaakt over het opstellen van beleidsregels. De wijze waarop de NVWA verzoekt om duidelijkere beleidskaders zal een onderdeel zijn van deze aangescherpte procedure. Uw Kamer wordt hierover voor 1 december 2019 geïnformeerd.