Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 februari 2016
Tijdens de procedurevergadering van 3 februari jl. heeft uw Kamer mij verzocht om
een reactie op het rondetafelgesprek van 1 februari jl. over de verantwoording van
declaraties door zorgbestuurders. In deze reactie heeft uw Kamer mij gevraagd om eveneens
in te gaan op de mogelijkheden die ik heb om transparantie over declaraties verder
te bevorderen en de wijze waarop ik betrokken ben bij de herziening van de zorgbrede
governancecode.
Reactie position papers/standpunten diverse gesprekspartners
De Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) en de Vereniging Gehandicaptenzorg
Nederland (VGN) hebben aangegeven dat zij hun leden hebben opgeroepen tot volledige
transparantie ten aanzien van de declaraties van bestuurders. GGZ Nederland, ActiZ
en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) delen dit standpunt niet, maar
adviseren hun leden om in het jaarverslag de bedragen op instellingsniveau uit te
splitsen naar kostensoort. Het is vervolgens aan hun leden zelf om te bepalen of zij
deze kosten nader willen specificeren. In het position paper van de gezamenlijke brancheorganisaties
en de Vereniging van bestuurders in de zorg (NVZD) wordt daarbij opgemerkt dat het
opstellen van regels rondom onkostenvergoedingen en het toezicht op naleving, in de
eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de raad van toezicht.
Ik betreur het dat GGZ Nederland, ActiZ en de NVZ de VGN en NFU niet volgen in de
oproep aan hun leden tot volledige transparantie over de declaraties van bestuurders.
Hoewel ik het belang van goed intern toezicht onderschrijf, zie ik geen reden voor
zorginstellingen om niet ook naar buiten toe open te zijn. Bestuurders van zorginstellingen
zouden de maatschappelijke discussie over hun declaraties moeten aangrijpen om te
laten zien dat zij zich bewust zijn van hun voorbeeldfunctie als het gaat om het zinnig
en zuinig omgaan met geld in de zorgorganisatie. Overigens ben ik in dat licht wel
positief over het feit dat een groot deel van de bij de hoorzitting aanwezige zorgbestuurders
er toch voor heeft gekozen transparant te zijn over hun declaraties.
Overzicht instrumenten afdwingen transparantie
Het is mogelijk om transparantie van de declaraties verplicht te stellen door dit
op te nemen in het modeljaardocument maatschappelijke verantwoording. Aanvullende
wetgeving is daarvoor niet nodig. Artikel 16 van de Wet toelating zorginstellingen
(WTZi) vormt de juridische basis voor de jaarverslaggeving. In dit artikel is opgenomen
dat zorginstellingen die vallen onder de WTZi kunnen worden verplicht om alle gegevens
over de exploitatie van de instelling openbaar te maken. In artikel 7.1 van het Uitvoeringsbesluit
WTZi, waarartikel 16 van de WTZi verder wordt uitgewerkt, is de gegevensverstrekking
ook ruim geformuleerd. Op grond van deze artikelen is het mogelijk om transparantie
van bestuursdeclaraties op te nemen in de jaarverslaglegging.
Ik ben er geen voorstander van deze mogelijkheid in te zetten. Dit past niet bij de
rolverdeling in de zorg zoals wij die met elkaar hebben afgesproken. Zorginstellingen
zijn private instellingen die zelf verantwoordelijk zijn voor hun bedrijfsvoering.
De raden van toezicht houden daar toezicht op. In onze agenda goed bestuur hebben
de Staatssecretaris en ik betoogd dat de benodigde cultuurverandering het beste tot
stand komt door discussie in de sector zelf en niet door extra regels vanuit de overheid.
Dat geldt zeker voor transparantie over declaraties. Het gaat juist om de discussie
binnen zorginstellingen zelf over wat verantwoord declareren is. Vandaar ook mijn
oproep aan GGZ Nederland, NVZ en ActiZ om transparantie onder hun leden verder te
bevorderen.
Herziening zorgbrede governancecode
In het kader van onze agenda Goed Bestuur in de zorg (Kamerstuk 32 012, nr. 15) zijn de Staatssecretaris en ik al enige tijd met de Brancheorganisaties in de zorg
(BoZ) in gesprek over een herijking van de zorgbrede governancecode. Nog voor de zomer
hoopt de BoZ een conceptversie van de nieuwe code gereed te hebben. Tijdens de hoorzitting
heeft de BoZ ook aangegeven daarin een regeling omtrent declaraties op te nemen.
In de komende tijd gaat de BoZ deze code nader uitwerken. Ik hoop dat deze uitwerking
ook leidt tot een beweging naar volledige transparantie over declaraties. De code
is en blijft echter een instrument van de sector zelf. Daarmee is het instrument immers
het meest gedragen en effectiever dan regels die ik kan stellen. De governancecode
is echter niet vrijblijvend. Eenmaal vastgesteld, handhaaft de IGZ deze code als een
veldnorm. De BoZ blijft ook met ons in gesprek over de herijking van de code. Tijdens
deze gesprekken zullen de Staatssecretaris en ik ook onze verwachtingen meegeven.
In de voortgangsrapportage Goed Bestuur in de zorg, die ik eind deze maand aan uw
Kamer verzend, ga ik nader in op de voornomen herziening van de zorgbrede governancecode.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers