Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433822 nr. 1

33 822 Financieel beheer en toezicht semipublieke sector

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 november 2013

In de Miljoenennota 2014 is aangegeven dat het kabinet werkt aan een gemeenschappelijk normenkader voor goed financieel beheer en een kaderstelling voor extern financieel toezicht bij instellingen die een publiek belang dienen. Met deze brief informeer ik u over het resultaat van deze uitwerking.

Gezien het belang van de publieke dienstverlening en de bedragen die hierin omgaan, wil het kabinet kaders stellen waaraan het financieel beheer, verantwoording en intern toezicht bij instellingen met een publiek belang ten minste zouden moeten voldoen. Het uitgewerkte kader (opgenomen in bijlage 11) heeft het karakter van een set minimumeisen voor sober en ordentelijk financieel beheer en geeft eenduidigheid ten behoeve van de borging van checks and balances en de verantwoording naar stakeholders. Hierdoor wordt het voor de bij die instellingen betrokken actoren duidelijker waar men elkaar op kan en moet aanspreken. Het kader bevat een aantal uitgangspunten en principes met betrekking tot de verantwoordelijkheden van het bestuur en de organisatie voor sober en ordentelijk financieel beheer, voor verantwoording en voor de naleving van codes. Daarnaast is een aantal kernelementen van goed financieel beheer opgenomen waardoor de instellingen zelf goed in control kunnen zijn, meer toekomst- en risicogericht kunnen handelen en zich transparant kunnen verantwoorden.

Concreet bestaat het kader uit elementen voor:

  • een meer toekomst- en risicogericht perspectief zoals meerjarige begrotingen, aandacht voor (toekomstige) risico’s, en de verantwoording daarover;

  • betere financiële «checks and balances» door het versterken van transparantie en het kritisch vermogen binnen de instellingen;

  • een meer transparante verantwoording door verplichte rapportage over het «in control zijn» van het bestuur ten aanzien van het financieel beheer en de naleving van geldende (sector)codes;

  • een meer toekomstgerichte advisering van de accountant naast de controlerende taak. Dit kan bijvoorbeeld door in controleprotocollen de controle van de onderbouwing en aannames van begrotingen, van risicoanalyses en van de meerjarige strategie van de instelling op te nemen.

Het kabinet is van mening dat de inhoud van het normenkader tot het normale gedachtegoed van bestuurders en toezichthouders moet behoren bij instellingen die een publiek belang dienen. De desbetreffende ministers hebben ruimte in de wijze waarop het kader bij de onder hen ressorterende sectoren en instellingen kan worden geëffectueerd en gehandhaafd. Hierdoor kan rekening worden gehouden met de geldende systematiek en ordening in de desbetreffende sectoren. De rijksdienst en de medeoverheden hebben hun eigen regelgeving op het terrein van financieel beheer en vallen niet onder dit kader.

Naast de introductie van een normenkader voor financieel beheer, verantwoording en intern toezicht, zal het kabinet het externe financiële toezicht versterken2. Dit gebeurt onder andere door functies en taken van respectievelijk het financiële toezicht en het kwaliteitstoezicht te scheiden en gelijkwaardig te beleggen. Vanwege de samenhang tussen beide vormen van toezicht worden deze wel onder verantwoordelijkheid van dezelfde minister belegd. Uitgangspunten hierbij zijn onder andere:

  • de financiële toezichthouder kan zelfstandig afwegingen maken, onderzoek initiëren, en interventies plegen zoals het opleggen van verscherpt financieel toezicht en/of sancties;

  • het externe financieel toezicht krijgt een meer risico- en toekomstgerichte focus in lijn met de verbeteringen van het financieel beheer;

  • een sectoroverstijgende samenwerking tussen financiële toezichthouders door het delen van kennis en ervaringen, en mogelijk ook capaciteit, in de vorm van bindende samenwerking.

In bijlage 23 is uitgewerkt op welke wijze het extern toezicht zal worden versterkt. Er wordt daartoe een verkenning uitgevoerd naar de organisatie en uitvoering van (de versterking van) het financieel toezicht. Tevens wordt hierbij gekeken naar de samenwerking over de inspectiegrenzen heen, bijvoorbeeld op het gebied van kennisdeling voor specialistische onderwerpen en bij opleidingen.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Zoals aangegeven in de Miljoenennota 2014 (Kamerstuk 33 750, nr. 1) is er in de zorgsector geen toezicht op het financieel beheer van instellingen. Het belang van goed financieel beheer ligt bij de instellingen zelf en bij partijen als verzekeraars, banken en overige financiers.

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer