33 799 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de introductie van de bevoegdheid tot het bevelen van een middelenonderzoek bij geweldplegers en enige daarmee samenhangende wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994

Nr. 8 AMENDEMENT VAN HET LID HELDER

Ontvangen 13 januari 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In het opschrift wordt na «Wetboek van Strafvordering» ingevoegd: en het Wetboek van Strafrecht.

II

In de beweegreden wordt na «middelentesten in te kunnen zetten» ingevoegd: en het gebruik van verdovende middelen en alcohol als zelfstandige strafverhogende factor op te nemen in het Wetboek van Strafrecht.

III

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Ia

In het Wetboek van Strafrecht wordt na artikel 43b een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 43c

De op een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, gestelde tijdelijke gevangenisstraf of geldboete kan, onverminderd artikel 10, met een derde worden verhoogd indien uit de onderzoeken als bedoeld in de artikel 55d en 56a van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat het strafbare feit is gepleegd onder invloed van alcohol of een of meer middelen als bedoeld in artikel 55d, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe het gebruik van alcohol en drugs bij geweldsdelicten als zelfstandige strafverzwaringsgrond in het Wetboek van Strafrecht op te nemen. Ingeval een geweldsdelict – blijkens een of beide in het wetsvoorstel geregelde middelentesten – onder invloed van alcohol of drugs is gepleegd, kan de daarop gestelde tijdelijke gevangenisstraf en geldboete met een derde worden verhoogd. Op grond van artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht mag de strafverhoging niet tot gevolg hebben dat het absolute strafmaximum voor een tijdelijke gevangenisstraf van 30 jaar wordt overschreden.

Door het wetsvoorstel wordt een wettelijke bevoegdheid voor opsporingsambtenaren geïntroduceerd om een verdachte van een geweldsdelict onder voorwaarden te bevelen mee te werken aan een onderzoek naar het gebruik van alcohol of drugs. Het resultaat van de middelentest moet uitwijzen of een verdachte een geweldsdelict onder invloed van alcohol of drugs heeft gepleegd en zo ja, welke waarden de verdacht in zijn bloed heeft. Als blijkt dat de verdachte het geweldsdelict heeft gepleegd onder invloed van alcohol of drugs, kan op grond van onderhavig amendement de uitkomst van de middelentest via een wettelijke grondslag mee worden gewogen bij de straftoemeting.

Van een wettelijke, zelfstandige strafverzwaringsgrond voor geweldsdelicten die onder invloed van alcohol of drugs zijn gepleegd, zal bovendien een afschrikwekkend effect uitgaan.

Helder

Naar boven