Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 november 2013
Mede namens de Minister van Defensie bied ik u hierbij de jaarlijkse evaluatie aan
van het zogenoemde FOL-verdrag over de periode oktober 2010 tot en met september 2011.
Het betreft een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van
het Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de regering
van de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten
op Aruba en Curaçao voor drugsbestrijding vanuit de lucht (Tractatenblad 2000, 34), dat werd goedgekeurd bij Rijkswet van 18 oktober 2001.
Voor de goede orde deel ik u mede dat het verslag tevens wordt toegezonden aan de
Ministers-Presidenten van Aruba en Curaçao met verzoek om doorgeleiding aan de Staten
van hun landen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
F.C.G.M. Timmermans
EVALUATIE VAN DE UITVOERING VAN HET VERDRAG INZAKE DE FORWARD OPERATING LOCATIONS
OP CURAÇAO EN ARUBA IN DE PERIODE 1 OKTOBER 2010 – 30 SEPTEMBER 2011
Forward Operating Locations
Op grond van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten
inzake samenwerking op het gebied van drugsbestrijding vanuit de lucht (FOL-verdrag,
2000) maken Amerikaanse vliegtuigen gebruik van zogenaamde «forward operating locations»
op de luchthavens van Curaçao (Hato) en van Aruba (Reina Beatrix). Het verdrag geeft
toestemming voor het uitvoeren van vluchten ten behoeve van surveillance, monitoring
en het opsporen van drugstransporten. De vluchten worden onbewapend uitgevoerd.
Na het aflopen van de eerste 10-jarige termijn is het FOL-verdrag voor een periode
van vijf jaar verlengd met ingang van 2 november 2011 conform de Rijkswet goedkeuring
en bekendmaking verdragen.
Het Koninkrijk is gebaat bij de Amerikaanse luchtverkenningen op grond waarvan drugstransporten
kunnen worden opgespoord en onderschept. Dat laatste gebeurt in een groot aantal gevallen
in samenwerking met de Koninklijke Marine.
Bestrijding van de drugsproblematiek in de Caribische regio is van mondiaal belang.
Dit is eveneens het geval binnen Europees verband, waarbij het principe van gezamenlijke
verantwoordelijkheid wordt onderschreven en daaraan ook daadwerkelijk door het Koninkrijk
uitvoering wordt gegeven.
Infrastructuur
Op de luchthaven Hato (Curaçao) hebben verschillende kleine onderhoudsprojecten plaatsgevonden.
Juridische kwesties
In de rapportageperiode zijn geen problemen of incidenten aan de autoriteiten in Willemstad
en/of Oranjestad gemeld die te maken hebben met de interpretatie en/of implementatie
van het FOL-verdrag. De contacten van het FOL-personeel met de lokale en militaire
instanties zijn evenals in de voorgaande evaluatieperiodes uitstekend.
Het FOL-veiligheidspersoneel onderhoudt uitstekende contacten met de lokale en militaire
instanties waar het gaat om zaken van gezamenlijk belang.
Transparantie
De VS houdt de Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) conform
de verdragsafspraken op de hoogte van vluchten die vanaf de FOL’s worden uitgevoerd.
Dit betreft aantallen en type vluchten en operationele vluchtgegevens zoals de duur
van de vlucht, het patrouillegebied en type vliegtuig.
Host Nation Riders
CZMCARIB wordt door de VS stelselmatig en vooraf over het meevliegen van zogenaamde
«host nation riders» (HNR’s) geïnformeerd. Deze waarnemers moeten meevliegen op vluchten
die de grenzen met derde landen overschrijden. Zij vertegenwoordigen hun regering
gedurende het overvliegen van het soevereine gebied van een derde land en verschaffen
expertise over het gebied waarboven wordt gevlogen. In de periode 2010–2011 werden
in totaal 293 missies (van de 713) uitgevoerd waarbij HNR’s nodig waren. Deze missies
werden allemaal uitgevoerd vanaf het vliegveld Hato, Curaçao. Het aantal missies boven
Colombiaans grondgebied bedroeg 118; het aantal missies boven Colombiaanse territoriale
wateren en internationale wateren was 175. De HNR’s hadden allen de Colombiaanse nationaliteit.
Synergie
De FOL-commandant staat in direct contact met CZMCARIB en de consul-generaal van de
Verenigde Staten. Het bestaande nauwe samenwerkingsverband tussen de Koninklijke Marine,
de lokale autoriteiten, de FOL-leiding en het consulaat van de VS is ook gedurende
deze rapportageperiode voortgezet. Deze samenwerking wordt door allen als zeer constructief
ervaren.
Operationele gevolgen
De operaties van de FOL’s hadden geen noemenswaardige gevolgen voor de civiele luchtvaartactiviteiten
op de vliegvelden Hato en Reina Beatrix of de vliegoperaties van CZMCARIB.
Resultaten
In de periode oktober 2010 tot en met september 2011 werden 713 vluchten uitgevoerd.
Vanaf het vliegveld Hato werden 696 vluchten uitgevoerd; vanaf vliegveld Reina Beatrix
werden 17 vluchten uitgevoerd. Het totale aantal vlieguren vanaf de FOL’s bedraagt
4.602, waarvan 4.490 uur vanaf vliegveld Hato en 112 uur vanaf vliegveld Reina Beatrix.
De vluchten hebben bijgedragen aan de onderschepping van 117.000 kilogram cocaïne,
2.100 kilogram marihuana, en 29 kilogram heroïne.