Tractatenblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum totstandkoming
Ministerie van Buitenlandse ZakenTractatenblad 2000, 34Verdrag

A. TITEL

Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht;

Oranjestad, 2 maart 2000

B. TEKST

Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht

Gezien de noodzaak van versterkte internationale samenwerking bij de bestrijding van illegale drugsactiviteiten waartoe wordt opgeroepen in internationale juridische en politieke instrumenten, zoals het Verdrag van 1988 van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen en het Actieplan van Barbados van 1996;

Gelet op de tastbare bilaterale stappen die reeds zijn gezet om een versterkte intergouvernementele samenwerking op dit gebied te bewerkstelligen, in het bijzonder het Interim-Verdrag gesloten op 13 april 1999 tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden ter vergemakkelijking van toegang tot en gebruik van daartoe aangewezen vliegvelden in de Nederlandse Antillen en Aruba voor de drugsbestrijding door bevoegde Amerikaanse strijdkrachten en burgerpersoneel;

Geleid door de wens voort te bouwen op het Interim-Verdrag door een blijvender verdrag voor langere duur te sluiten en de modaliteiten en voorwaarden te scheppen voor een duurzamer partnerschap en een op samenwerking gerichte aanwezigheid van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor de drugsbestrijding;

Erkennend dat, ter ondersteuning van dit strategisch partnerschap ter bevordering van internationale samenwerking bij het beteugelen van illegale drugsactiviteiten, de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden aanzienlijke nationale middelen blijven inzetten, met inbegrip van speciale luchtvaartuigen, strijdkrachten, burgerpersoneel en andere materiële middelen;

Indachtig de gestage begeleidende financiële baten ten voordele van de economieën van de Nederlandse Antillen en Aruba als gevolg van het optreden van de Verenigde Staten van Amerika in verband met dit Verdrag;

Komen het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika (hierna te noemen „Partijen") bij deze het volgende overeen:

Artikel I Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a. wordt met „burgerpersoneel" bedoeld civiele werknemers van de Regering van de Verenigde Staten die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;

  • b. wordt met „militair personeel" bedoeld leden van de strijdkrachten van de Verenigde Staten die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;

  • c. wordt met „personeel van de Verenigde Staten" bedoeld militair en civiel personeel van de Regering van de Verenigde Staten dat aanwezig is in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag;

  • d. wordt met „afhankelijke gezinsleden" bedoeld echtgenoten, kinderen en verwanten die deel uitmaken van het huishouden van permanent gestationeerd personeel van de Verenigde Staten;

  • e. wordt met „aannemers" bedoeld ondernemingen en personen die een overeenkomst hebben gesloten met de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag;

  • f. wordt met „werknemers van aannemers" bedoeld personen die in dienst zijn van een onderneming of persoon die in verband met dit Verdrag een overeenkomst heeft gesloten met de Regering van de Verenigde Staten, die aanwezig zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag en die geen ingezetene zijn geweest van de Nederlandse Antillen of Aruba twee jaar voorafgaande aan hun toelating tot voornoemde landen in verband met dit Verdrag;

  • g. wordt met „gespecialiseerde werknemers van aannemers" bedoeld de werknemers van aannemers die zijn aangewezen door regeringsinstanties van de Verenigde Staten om de door de Verenigde Staten verlangde expertise te leveren voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag;

  • h. wordt met „luchtwaarnemers" bedoeld vertegenwoordigers van het gastland of samenwerkende derde staten die worden uitgenodigd deel te nemen aan vluchten om behulpzaam te zijn bij het uitvoeren van uit waarneming, volgen en onderscheppen bestaande drugs-bestrijdingstaken in verband met dit Verdrag;

  • i. wordt met „Faciliteiten" bedoeld die terreinen, installaties, structuren en zones waarvoor aan de Regering van de Verenigde Staten toegang en gebruik is toegestaan, in verband met dit Verdrag.

Artikel II Doeleinden van het Verdrag; toestemming

De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten toestemming voor toegang tot en gebruik van Hato International Airport in de Nederlandse Antillen en Reina Beatrix International Airport in Aruba, alsmede daartoe aangewezen havens en bijbehorende faciliteiten, uitsluitend in verband met drugsbestrijdingstaken vanuit de lucht bestaande uit waarneming, volgen en, indien van toepassing, onderscheppen in de naburige regio. De toegang en het gebruik toegestaan ingevolge dit Verdrag zijn beperkt tot personeel van de Verenigde Staten, luchtwaarnemers, aannemers en werknemers van aannemers, alsmede vaartuigen en voertuigen gebruikt voor directe operationele en logistieke ondersteuning, en ongewapende luchtvaartuigen, ingezet door of uitsluitend ten behoeve van de Regering van de Verenigde Staten.

Artikel III Uitvoeringsregelingen

De Partijen treffen gedetailleerdere uitvoeringsregelingen als vereist voor de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag. Drugsbestrijding door personeel en luchtvaartuigen van de Verenigde Staten wordt verricht overeenkomstig bestaande en tussen de bevoegde autoriteiten van de Partijen nader overeengekomen uitvoeringsregelingen (onder andere regelingen inzake bevelvoering en controle).

Artikel IV Luchtvaartuigen en procedures voor vluchtklaring

In verband met dit Verdrag door of voor de Regering van de Verenigde Staten ingezette luchtvaartuigen mogen vliegen over, landen op en vertrekken van Hato International Airport op de Nederlandse Antillen en Reina Beatrix International Airport op Aruba zonder diplomatieke vluchtklaring. Deze activiteiten dienen in overeenstemming te zijn met overeengekomen vluchtprocedures.

Artikel V Eerbiediging van nationaal recht

Personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden eerbiedigen het recht van het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse Antillen en Aruba en onthouden zich van elke met dit Verdrag onverenigbare activiteit. Hiertoe worden personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden geïnstrueerd over geldende wetten en gebruiken teneinde ordentelijk gedrag te waarborgen bij verblijf in de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel VI Immuniteiten van personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden

1. Het Koninkrijk der Nederlanden verleent aan personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden strafrechtelijke, civielrechtelijke en administratiefrechtelijke immuniteit. De Nederlandse Antillen en Aruba behouden echter civielrechtelijke en administratiefrechtelijke rechtsmacht over dergelijke personeelsleden voor gedragingen buiten het kader van hun taken en over afhankelijke gezinsleden.

2. Personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden die aanspraak hebben op strafrechtelijke immuniteit jegens de Nederlandse Antillen en Aruba en die in voorlopige hechtenis zijn in de Nederlandse Antillen of Aruba worden onverwijld overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de Regering van de Verenigde Staten voor onderzoek en afwikkeling.

3. De bevoegde autoriteiten van de Regering van de Verenigde Staten nemen verzoeken inzake opheffing van immuniteit in zaken die de autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden van bijzonder belang achten in welwillende overweging.

Artikel VII Binnenkomst, vertrek en reisdocumenten

1. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen personeel van de Verenigde Staten met identiteitsbewijzen van de Regering van de Verenigde Staten (militair of burgerlijk) en met groepsorders of individuele reisorders onbelemmerde toegang tot en vertrek uit de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij zij een gunstiger behandeling genieten krachtens internationaal recht.

2. De autoriteiten van respectievelijk de Nederlandse Antillen en Aruba, stemmen in met het toepassen van geëigende immigratieprocedures ter vergemakkelijking van de onverwijlde binnenkomst, vrije verplaatsing en vertrek van personeel van de Verenigde Staten, afhankelijke gezinsleden, werknemers van aannemers en luchtwaarnemers die aankomen in en vertrekken uit de Nederlandse Antillen en Aruba in verband met dit Verdrag. Dergelijk personeel en luchtwaarnemers zijn vrijgesteld van heffingen bij binnenkomst en vertrek of andere belastingen bij vertrek.

3. Personeel van de Verenigde Staten en gespecialiseerde werknemers van aannemers zijn vrijgesteld van werk- en verblijfsvergunningen voor in verband met dit Verdrag uitgevoerde werkzaamheden. Afhankelijke gezinsleden van personeel van de Verenigde Staten zijn vrijgesteld van verblijfsvergunningen.

4. Regeringsinstanties van de Verenigde Staten voorzien de bevoegde autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba, in routinematig ingediende vluchtplannen, van gegevens omtrent het aantal personen en gevaarlijke lading aan boord van door of uitsluitend ten behoeve van de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag ingezette luchtvaartuigen. Regeringsinstanties van de Verenigde Staten voorzien de bevoegde autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba van de passagiers- en vrachtlijsten bij aankomst van door of uitsluitend voor de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag ingezette luchtvaartuigen.

Artikel VIII Invoer, uitvoer, aanschaf en gebruik

1. De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen vrijstelling van invoer- en uitvoerheffingen, rechten, belastingen en andere heffingen die gewoonlijk in de Nederlandse Antillen of Aruba worden geheven op producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere zaken die door de Regering van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen of Aruba in verband met dit Verdrag worden ingevoerd. Producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere goederen die door aannemers worden ingevoerd in de Nederlandse Antillen of Aruba voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag genieten dezelfde behandeling. De Nederlandse Antillen en Aruba verlenen tevens vrijstelling van alle verkoop-, omzet- en andere belastingen na invoer op producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere door de Regering van de Verenigde Staten of door aannemers in deze landen verworven of gebruikte zaken voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag. De eigendom van deze zaken blijft bij de Regering van de Verenigde Staten of, indien van toepassing, haar aannemers. Deze zaken kunnen te allen tijde vrij van uitvoerheffingen, rechten, belastingen en andere heffingen worden uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba. Ingeval de eigendom van dergelijke zaken in de Nederlandse Antillen of Aruba wordt overgedragen aan personen of bedrijven die geen aanspraak hebben op vrijstellingen, zijn de heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen te voldoen door de overdrager in overeenstemming met plaatselijke wetten en voorschriften.

2. Producten, uitrusting, materialen, voorraden en andere zaken die door de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag worden ingevoerd in of uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba zijn vrijgesteld van inspectie. De invoer of uitvoer van dergelijke zaken is echter onderworpen aan douaneformaliteiten als overeengekomen door de bevoegde autoriteiten.

3. Bagage, persoonlijke bezittingen, producten en andere zaken voor persoonlijk gebruik door personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden die worden ingevoerd in, gebruikt op of uitgevoerd uit de Nederlandse Antillen of Aruba, zijn vrijgesteld van invoer- en uitvoerheffingen, rechten, belastingen, leges voor voertuigregistratie en vergunningen en andere heffingen die gewoonlijk worden geheven in de Nederlandse Antillen of Aruba. Dergelijke persoonlijke zaken kunnen vrij van heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen worden overdragen aan ander personeel van de Verenigde Staten en hun afhankelijke gezinsleden. Ingeval de eigendom van dergelijke zaken op de Nederlandse Antillen of Aruba wordt overgedragen aan personen of bedrijven die geen aanspraak hebben op vrijstellingen, zijn de heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen te betalen door de overdrager in overeenstemming met plaatselijke wetten en voorschriften.

4. Van heffingen, rechten, belastingen en andere toeslagen die in de Nederlandse Antillen of Aruba gewoonlijk worden geheven op diensten verkregen of gebruikt op de Nederlandse Antillen of Aruba door de Regering van de Verenigde Staten in verband met dit Verdrag wordt vrijstelling verleend.

Artikel IX Grondgebruik, erfdienstbaarheden en recht van doorgang

De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen, zonder kosten voor de Regering van de Verenigde Staten, aan de Regering van de Verenigde Staten voor haar gebruik overeengekomen faciliteiten, grond, erfdienstbaarheden en recht van doorgang, nodig ter ondersteuning van activiteiten in verband met dit Verdrag, met inbegrip van overeengekomen bouw.

Artikel X Aannemers

In overeenstemming met haar wetten en voorschriften kan de Regering van de Verenigde Staten in de Nederlandse Antillen of Aruba opdrachten plaatsen voor de aanschaf van goederen of diensten, met inbegrip van bouw. De Regering van de Verenigde Staten kan opdrachten plaatsen bij elke onderneming en kan bouwwerkzaamheden en andere diensten uitvoeren met haar eigen personeel. Aannemers kunnen onderdanen van de Verenigde Staten of onderdanen van andere landen in dienst nemen. In overeenstemming met het beleid van de Regering van de Verenigde Staten inzake volledige en vrije concurrentie bij de aanbesteding van opdrachten, verwelkomt de Regering van de Verenigde Staten offertes van op de Nederlandse Antillen en Aruba gevestigde aannemers.

Artikel XI Bouw

1. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten na voorafgaand overleg en terdege rekening houdend met de bestaande en geplande ontwikkeling van faciliteiten en operaties, toestemming om nieuwe bouwwerkzaamheden uit te voeren of bestaande structuren en terreinen op de overeengekomen faciliteiten te verbeteren, te wijzigen, te verwijderen en te herstellen om te voldoen aan vereisten in verband met dit Verdrag.

2. Indien plaatselijke wetten en voorschriften afwijken van de normen van de Regering van de Verenigde Staten, plegen de Partijen overleg teneinde een praktische oplossing te vinden voor de kwestie.

3. Bij beëindiging van dit Verdrag is de Regering van de Verenigde Staten niet verplicht tot het verwijderen van faciliteiten, gebouwen of verbeteringen daaraan die zijn aangebracht op haar eigen kosten, tenzij een dergelijke verplichting ten tijde van de bouw is bedongen door de Nederlandse Antillen of Aruba. Bij beëindiging van het gebruik van in verband met dit Verdrag gebouwde, verbeterde, aangepaste of herstelde faciliteiten, draagt de Regering van de Verenigde Staten, na gepast overleg tussen de Partijen, het gebruik van deze faciliteiten over aan respectievelijk de Nederlandse Antillen of Aruba.

Artikel XII Voorzieningen

De Regering van de Verenigde Staten en haar aannemers kunnen water, elektriciteit en andere openbare voorzieningen en diensten gebruiken voor de bouw, verbetering en gebruik van de in dit Verdrag beoogde Faciliteiten. De maximumprijzen voor water, elektriciteit en andere voorzieningen worden vastgesteld bij wet en zijn niet onderworpen aan belastingen in de Nederlandse Antillen of Aruba. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba helpen de regeringsinstanties van de Verenigde Staten, op verzoek, bij het zekerstellen van de levering van water, elektriciteit en andere openbare voorzieningen en diensten.

Artikel XIII Administratieve bijstand

De Regering van de Verenigde Staten, personeel van de Verenigde Staten en aannemers die handelen in verband met dit Verdrag ontvangen van de Nederlandse Antillen en Aruba alle benodigde medewerking met betrekking tot de prompte afhandeling van alle door plaatselijke wetten en voorschriften vereiste administratieve procedures.

Artikel XIV Uniformen en wapens

Personeel van de Verenigde Staten is bevoegd tijdens de dienst uniformen en wapens te dragen, indien hun orders dat toestaan. Het dragen van wapens is beperkt tot het vliegveld (met inbegrip van de aangegeven parkeerzone voor luchtvaartuigen en de ruimere beveiligde vliegveldzone) en de zone voor wapenopslag ter beveiliging van het personeel, uitrusting en faciliteiten.

Artikel XV Veiligheid

De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba en de Regering van de Verenigde Staten voeren overleg en zetten de benodigde stappen om de veiligheid van het personeel van de Verenigde Staten, afhankelijke gezinsleden, werknemers van aannemers en eigendommen te waarborgen. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba behouden de algehele verantwoordelijkheid voor de fysieke veiligheid van de twee ingevolge dit Verdrag aangewezen luchthavens en wijzen, met wederzijds goedvinden van regeringsinstanties van de Verenigde Staten, specifieke faciliteiten aan waarvan veiligheid, toegang en gebruik worden gedeeld en die waarvan veiligheid, toegang en gebruik de verantwoordelijkheid zijn van de Regering van de Verenigde Staten.

Artikel XVI Landingsrechten en haven- en loodsgelden

Voor luchtvaartuigen, vaartuigen en voertuigen die door de Regering van de Verenigde Staten worden ingezet in verband met dit Verdrag is geen betaling verschuldigd van kosten voor landen, parkeren op het terrein van de luchthaven, haven-, lig- en loodsgelden, of overvliegheffingen; de Regering van de Verenigde Staten betaalt echter redelijke tarieven voor verzochte en geleverde diensten. Luchtvaartuigen, vaartuigen en voertuigen die door aannemers uitsluitend worden gebruikt voor inzet en onderhoud van luchtvaartuigen, bijbehorende taakondersteuning en bouwwerkzaamheden op de Faciliteiten in verband met dit Verdrag genieten dezelfde behandeling.

Artikel XVII Rijbewijzen en voertuigregistratie

1. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba accepteren in verband met dit Verdrag als geldig, zonder heffing of examen, rijbewijzen of vergunningen voor het rijden met voertuigen, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten. Voertuigen die eigendom zijn van de Regering van de Verenigde Staten zijn vrijgesteld van inspectie, vergunningen of registratie door de autoriteiten van de Nederlandse Antillen of Aruba, maar dienen te zijn voorzien van passende identificatietekens.

2. Personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden verzekeren hun privé-voertuigen met een dekking verenigbaar met het recht van de Nederlandse Antillen of Aruba.

3. Aannemers verzekeren hun voertuigen met een dekking verenigbaar met het recht van de Nederlandse Antillen of Aruba.

4. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba erkennen in verband met dit Verdrag als geldig de beroepskwalificaties en vergunningen die zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten.

Artikel XVIII Vrijstelling van belasting

1. Tijdvakken gedurende welke personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden zich op de Nederlandse Antillen of Aruba bevinden in verband met dit Verdrag worden voor belastingdoeleinden niet beschouwd als verblijf of woonachtig zijn.

2. Over inkomsten van personeel van de Verenigde Staten uit hoofde van hun dienst ingevolge dit Verdrag, of over inkomsten van dergelijk personeel en afhankelijke gezinsleden afkomstig uit bronnen buiten de Nederlandse Antillen of Aruba wordt geen belasting geheven door de Nederlandse Antillen of Aruba.

3. Teneinde dubbele belasting te voorkomen vormen de door aannemers in verband met dit Verdrag uitgevoerde werkzaamheden geen vaste inrichting in de Nederlandse Antillen en Aruba, voorzover de aannemers belastingplichtig zijn in hun eigen land. Inkomsten verworven door individuele aannemers uit activiteiten uitgevoerd in verband met dit Verdrag zijn niet onderworpen aan inkomstenbelasting in de Nederlandse Antillen en Aruba mits voornoemde aannemers individuele inkomstenbelasting verschuldigd zijn in hun eigen land.

4. De Nederlandse Antillen en Aruba stellen personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden vrij van belasting over eigendom, bezit, gebruik, overdracht aan ander personeel van de Verenigde Staten en afhankelijke gezinsleden, of overdracht door overlijden, van zaken die zich op de Nederlandse Antillen of Aruba bevinden louter vanwege de aanwezigheid van deze personen in verband met dit Verdrag in de Nederlandse Antillen of Aruba.

5. De bepalingen van het eerste, tweede en vierde lid van dit artikel zijn eveneens van toepassing op gespecialiseerde werknemers van aannemers.

Artikel XIX Vorderingen tot schadevergoeding

1. De Regering van de Verenigde Staten en het Koninkrijk der Nederlanden, de Nederlandse Antillen en Aruba zien af van alle vorderingen (anders dan vorderingen uit overeenkomst) jegens elkaar inzake schade aan, verlies van of vernietiging van regeringseigendommen voortvloeiend uit officiële activiteiten, of inzake letsel of dood toegebracht aan personeel van de strijdkrachten en ander overheidspersoneel tijdens de uitvoering van hun taken.

2. De Regering van de Verenigde Staten betaalt ingevolge het toepasselijke recht van de Verenigde Staten schadevergoeding ter voldoening van vorderingen van derden. De autoriteiten van de Regering van de Verenigde Staten behandelen dergelijke vorderingen onverwijld, in overeenstemming met het recht van de Verenigde Staten.

3. De Regering van de Verenigde Staten wijzen de managers van Forward Operating Locations (FOL's) op de Nederlandse Antillen en Aruba aan voor de ontvangst van vorderingen van derden. De FOL-managers waarborgen:

  • a. de onverwijlde behandeling van vorderingen;

  • b. het meedelen van conclusies aan de eisers; en

  • c. het onverwijld antwoorden op elke navraag door de eisers.

4. In gevallen waarin een van de Partijen van mening is dat een vordering van bijzonder ernstige aard kan zijn, plegen de Partijen overleg.

5. Vorderingen uit overeenkomst worden voldaan volgens de in de onderscheiden overeenkomsten neergelegde regelingen.

Artikel XX Faciliteiten voor post, diensten en communicatie

1. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba staan de Regering van de Verenigde Staten toe faciliteiten voor militaire post en andere diensten in te richten, te onderhouden, te beheren en te gebruiken voor het moreel, het welzijn en de recreatie van personeel van de Verenigde Staten, afhankelijke gezinsleden, werknemers van aannemers en luchtwaarnemers. De onderscheiden autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba inspecteren geen officiële post in het militaire postverkeer van de Verenigde Staten. Elke inspectie van niet-officiële post in dit postverkeer die vereist kan zijn volgens voorschriften van de Nederlandse Antillen of Aruba zal door deze onderscheiden autoriteiten worden verricht in overeenstemming met onderling vastgestelde procedures.

2. De Regering van de Verenigde Staten kan ook een station voor satellietontvangst installeren voor de ontvangst van radio- en televisieprogramma's en andere telecommunicatie-uitzendingen. Deze programma's en uitzendingen kunnen worden doorgezonden naar haar Faciliteiten.

3. De autoriteiten van de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen de Regering van de Verenigde Staten toestemming radio en telecommunicatie te gebruiken tijdens en ter ondersteuning van haar activiteiten in verband met dit Verdrag. Deze te gebruiken radiofrequenties en telecommunicatiespectrum zijn onderwerp van afzonderlijke gesprekken en regelingen van de Partijen.

4. De in dit artikel bedoelde activiteiten zijn vrijgesteld van vergunningen, rechten, belastingen, kosten en heffingen opgelegd in de Nederlandse Antillen en Aruba. De in het tweede en derde lid bedoelde activiteiten zijn vrijgesteld van inspecties.

Artikel XXI Medewerking voor luchtwaarnemers

De FOL-managers vergemakkelijken het verblijf van luchtwaarnemers in de Nederlandse Antillen en Aruba, en lichten luchtwaarnemers, inter alia, in over plaatselijke wetten en gebruiken ter waarborging van ordentelijk gedrag bij verblijf op de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel XXII Medewerking bij uitvoering, wijziging

1. Elke Partij werkt na onderling overleg in de hoogst mogelijke mate mee aan de gezamenlijke drugsbestrijding beoogd door dit Verdrag, met inbegrip van samenwerking met andere landen in de regio, en voert het geëigende overleg over verdere maatregelen die kunnen worden getroffen om deze samenwerking te bevorderen.

2. In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de autoriteiten van de Partijen elkaar van tijd tot tijd teneinde de uitvoering en genoegzame naleving van de bepalingen van dit Verdrag te waarborgen.

3. Bij de beoordeling van activiteiten uit hoofde van dit Verdrag evalueren de Partijen deze activiteiten in termen van, onder andere, gemeenschappelijke voordelen en gemeenschappelijke verantwoordelijkheden.

4. Elk van beide Partijen kan verzoeken om overleg teneinde het onderhavige Verdrag te wijzigen. Elke door de Partijen overeengekomen wijziging van dit Verdrag wordt van kracht op de datum waarop de Partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat aan hun onderscheiden grondwettelijke vereisten is voldaan.

Artikel XXIII Politiek overleg

De Partijen overleggen zo nodig op politiek niveau of via geëigende aangewezen personen ter bespreking en overweging van activiteiten ingevolge dit Verdrag en ter beoordeling van de gevolgen op dat bepaalde tijdstip en de mogelijke neveneffecten van dit Verdrag. Op basis van dit overleg kunnen de activiteiten omschreven in dit Verdrag geheel of gedeeltelijk worden herzien op verzoek van een van de Partijen.

Artikel XXIV Beslechting van geschillen

Elk geschil dat kan voortvloeien uit de toepassing of uitvoering van dit Verdrag of zijn uitvoeringsregelingen wordt beslecht door overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de Partijen waaronder, zo nodig, langs diplomatieke weg.

Artikel XXV Territoriale toepasselijkheid

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel XXVI Inwerkingtreding en werkingsduur

1. Dit Verdrag wordt door de Partijen voorlopig toegepast met ingang van de dertigste dag na ondertekening. Dit Verdrag treedt in werking op de dag waarop de Partijen diplomatieke nota's wisselen inhoudend dat alle benodigde interne procedures voor de inwerkingtreding van het Verdrag zijn voltooid.

2. Het Verdrag blijft van kracht voor een eerste tijdvak van tien jaar. Daarna is het verlengbaar voor aanvullende tijdvakken van vijf jaar, tenzij het door een van de Partijen met een termijn van twaalf maanden bij schriftelijke kennisgeving aan de ander wordt beëindigd.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

GEDAAN te Oranjestad, Aruba, op 2 maart 2000.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) MIGUEL A. POURIER

Miguel A. Pourier

Minister-President van

de Nederlandse Antillen

(w.g.) JAN H. EMAN

Jan H. Eman

Minister-President van

Aruba

Voor de Regering van de Verenigde Staten van Amerika:

(w.g.) RICHARD C. BROWN

Richard C. Brown

Speciaal Onderhandelaar

inzake het Westelijk Halfrond


Agreement of Cooperation between the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United States of America Concerning Access to and Use of Facilities in the Netherlands Antilles and Aruba for Aerial Counter-Narcotics Activities

Having regard to the need for heightened international cooperation in the suppression of illegal narcotics activity called for in international legal and political instruments, such as the 1988 United Nations Convention Against Illicit Traffic in Narcotic Drugs and Psychotropic Substances and the 1996 Barbados Plan of Action;

Noting the concrete bilateral steps which have already been taken to achieve their heightened intergovernmental cooperation in this area, in particular the Interim Agreement concluded on April 13, 1999, between the United States of America and the Kingdom of the Netherlands to facilitate access to and use of selected airfields in the Netherlands Antilles and Aruba by authorized United States armed forces and civilian personnel for counter-narcotics activities;

Desiring to build further upon the Interim Agreement by concluding a longer-term, more definitive Agreement and to set forth the terms and conditions for a more enduring United States partnership and cooperative presence in the Netherlands Antilles and Aruba for counter-narcotics activities;

Recognizing that, in support of this strategic partnership to advance international cooperation in the suppression of illegal narcotics activities, the United States of America and the Kingdom of the Netherlands continue to commit significant national resources, including specialized aircraft, armed forces, civilian personnel, and other material resources;

Bearing in mind the ongoing and concomitant financial benefits that accrue to the economies of the Netherlands Antilles and Aruba as a result of the activities of the United States of America in connection with this Agreement;

The Kingdom of the Netherlands and the Government of the United States of America (hereinafter the “Parties") hereby agree as follows:

Article I Definitions

For purposes of this Agreement:

  • a) “Civilian personnel" shall refer to civilian employees of the United States Government who are present in the Netherlands Antilles or Aruba in connection with this Agreement.

  • b) “Military personnel" shall refer to members of the United States Armed Forces who are present in the Netherlands Antilles or Aruba in connection with this Agreement.

  • c) “United States personnel" shall refer to the military and civilian personnel of the United States Government who are present in the Netherlands Antilles or Aruba in connection with this Agreement.

  • d) “Dependents" shall refer to spouses, children and relatives forming part of the household of permanently assigned United States personnel.

  • e) “Contractors" shall refer to business entities and individuals that have entered into contracts with the United States Government in connection with this Agreement.

  • f) “Contractor employees" shall refer to individuals who are employed by any business entity or individual that has entered into a contract with the United States Government in connection with this Agreement, who are present in the Netherlands Antilles or Aruba in connection with this Agreement, and who have not been residents of the Netherlands Antilles or Aruba two years prior to being admitted to the aforementioned countries in connection with this Agreement.

  • g) “Specialized contractor employees" shall refer to contractor employees designated by the authorities of the United States Government as providing expertise required by the United States Government for operations and maintenance of aircraft, related mission support, and construction activities at the Facilities in connection with this Agreement.

  • h) “Aircraft riders" shall refer to representatives of the host nation or cooperating third states who are invited to participate in aerial sorties to facilitate the performance of counter-narcotics detection, monitoring, and interdiction missions in connection with this Agreement.

  • i) “Facilities" shall refer to those sites, installations, structures, and areas to which the United States Government is authorized access and use, in connection with this Agreement.

Article II Purposes of Agreement; Authorization

The Netherlands Antilles and Aruba agree to allow the United States Government access to and use of the Hato International Airport in the Netherlands Antilles and the Reina Beatrix International Airport in Aruba, as well as authorized ports and related facilities, solely in connection with aerial counter-narcotics detection and monitoring, and, as appropriate, interdiction missions in the neighboring region. The access and use authorized under this Agreement shall be limited to United States personnel, aircraft riders, contractors, and contractor employees as well as vessels and vehicles used for direct operational and logistic support, and unarmed aircraft, operated by or exclusively for the United States Government.

Article III Implementation Arrangements

The Parties shall enter into more detailed implementation arrangements as required to carry out the provisions of this Agreement. Counter-narcotics activities by United States personnel and aircraft shall be conducted pursuant to existing and further agreed implementation arrangements (inter alia command and control arrangements) between the appropriate authorities of the Parties.

Article IV Aircraft and Aircraft Overflight Clearance Procedures

Aircraft operated in connection with this Agreement by or for the United States Government are authorized to overfly, land at, and depart from the Hato International Airport in the Netherlands Antilles and the Reina Beatrix International Airport in Aruba without diplomatic clearance. Such activities shall be in accordance with agreed aviation procedures.

Article V Respecting National Laws

United States personnel and dependents shall respect the laws of the Kingdom of the Netherlands, the Netherlands Antilles and Aruba and shall abstain from any activity inconsistent with this Agreement. In this regard, United States personnel and dependents shall be briefed regarding applicable laws and customs with a view to ensure orderly conduct while in the Netherlands Antilles and Aruba.

Article VI Immunities of United States Personnel and Dependents

1. The Kingdom of the Netherlands grants United States personnel and dependents immunity from its criminal, civil, and administrative jurisdiction. However, the Netherlands Antilles and Aruba retain civil and administrative jurisdiction over such personnel for acts performed outside the course of their duties, and over dependents.

2. United States personnel and dependents who are entitled to immunity from the criminal jurisdiction of the Netherlands Antilles and Aruba and who are provisionally detained in the Netherlands Antilles or Aruba shall be promptly released and referred to the appropriate United States Government authorities for investigation and disposition.

3. The appropriate authorities of the United States Government shall give sympathetic consideration to a request for a waiver of immunity in cases that the authorities of the Kingdom of the Netherlands consider to be of particular importance.

Article VII Entry, Exit, and Travel Documentation

1. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba agree to allow United States personnel unimpeded entry into and exit from the Netherlands Antilles and Aruba with United States Government identification cards (military or civilian) and with collective movement or individual travel orders, unless they benefit from more favorable treatment under international law.

2. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba, respectively, agree to apply appropriate immigration procedures to facilitate the prompt entry, freedom of movement, and exit of United States personnel, dependents, contractor employees, and aircraft riders arriving in and departing from the Netherlands Antilles and Aruba in connection with this Agreement. Such personnel and aircraft riders shall be exempt from entry and exit fees or other departure taxes.

3. United States personnel and specialized contractor employees shall be exempt from requirements for working and residence permits for activities conducted in connection with this Agreement. Dependents of United States personnel shall be exempt from the requirement for residence permits.

4. United States Government authorities shall provide to the appropriate authorities of the Netherlands Antilles or Aruba, within routinely filed flight plans, the number of persons on board and information on hazardous cargo aboard aircraft operated by or exclusively for the United States Government in connection with this Agreement. United States Government authorities shall provide to appropriate authorities of the Netherlands Antilles or Aruba the passenger and cargo manifest upon arrival of aircraft operated by or exclusively for the United States Government.

Article VIII Importation, Exportation, Acquisition, and Use

1. The Netherlands Antilles and Aruba waive import and export fees, duties, taxes, and other charges otherwise leviable in the Netherlands Antilles or Aruba on products, equipment, materials, supplies, and other property imported into the Netherlands Antilles or Aruba by the United States Government in connection with this Agreement. Products, equipment, materials, supplies, and other property imported into the Netherlands Antilles or Aruba by contractors for operations and maintenance of aircraft, related mission support, and construction activities at the Facilities in connection with this Agreement shall enjoy the same treatment. The Netherlands Antilles and Aruba also waive all sales, turnover, and any other post-import taxes on products, equipment, materials, supplies, and other property acquired in or used in these countries by the United States Government or by contractors for operations and maintenance of aircraft, related mission support, and construction activities at the Facilities in connection with this Agreement. Title to such property shall remain with the United States Government or its contractors as appropriate. Such property may be transported out of the Netherlands Antilles or Aruba at any time exempt from export fees, duties, taxes, and other charges. In case title to such property is transferred in the Netherlands Antilles or Aruba to persons or entities who are not entitled to exemptions, fees, duties, taxes and other charges shall be payable in accordance with local laws and regulations by the transferor.

2. Products, equipment, materials, supplies and other property imported into or exported out of the Netherlands Antilles or Aruba by the United States Government in connection with this Agreement, shall be exempt from inspection. The importation or exportation of such goods shall, however, be subject to customs declarations procedures as agreed to by the appropriate authorities.

3. Baggage, personal effects, products and other property for the personal use of United States personnel and dependents imported into, used in, or exported from the Netherlands Antilles or Aruba shall be exempt from import and export fees, duties, taxes, vehicle registration and licensing fees, and other charges otherwise leviable in the Netherlands Antilles or Aruba. Such personal property may be transferred to other United States personnel and dependents free from fees, duties, taxes, and other such charges. In case title to such property is transferred in the Netherlands Antilles or Aruba to persons or entities who are not entitled to exemptions, fees, duties, taxes and other charges shall be payable in accordance with local laws and regulations by the transferor.

4. Fees, duties, taxes, and other charges otherwise leviable in the Netherlands Antilles or Aruba on services acquired or used in the Netherlands Antilles or Aruba by the United States Government in connection with this Agreement are waived.

Article IX Land Use, Easements, and Rights of Way

The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba shall, without cost to the United States Government, make available to the United States Government for its use agreed facilities, land, easements, and rights of way necessary to support activities in connection with this Agreement, including agreed construction.

Article X Contractors

In accordance with its laws and regulations, the United States Government may award contracts for the acquisition of articles or services, including construction, in the Netherlands Antilles or Aruba. The United States Government may award contracts to any source and may carry out construction works and other services with its own personnel. Contractors may employ United States nationals or nationals of other countries. In accordance with United States Government policy of full and open competition in the contract solicitation process, the United States Government will welcome offers from contractors resident in the Netherlands Antilles and Aruba.

Article XI Construction

1. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba authorize the United States Government after prior consultation, and with due regard for existing and planned facility development and operations, to undertake new construction, or to improve, modify, remove, and repair existing structures and sites at the agreed facilities to meet requirements in connection with this Agreement.

2. Should local laws and regulations differ from United States Government standards, the Parties shall consult with a view to adopt a practical solution to the issue.

3. Upon termination of this Agreement, the United States Government shall not be obliged to remove any facilities, buildings, or improvements thereto which have been constructed with its own funds, unless such an obligation was stipulated by the Netherlands Antilles or Aruba at the time of construction. At the termination of use of facilities constructed, improved, modified, or repaired in connection with this Agreement, the United States Government shall, after due consultation between the Parties, transfer the use of such facilities to the Netherlands Antilles or Aruba, respectively.

Article XII Utilities

The United States Government and its contractors may use water, electricity, and other public utilities and services for construction, improvement, and use of the Facilities provided for in this Agreement. Maximum prices for water, electricity and other utilities are laid down in laws and are not subject to taxation in the Netherlands Antilles or Aruba. The authorities of the Netherlands Antilles or Aruba shall assist the United States Government authorities, upon request, in securing the provision of water, electricity, and other public utilities and services.

Article XIII Administrative Facilitation

The United States Government, United States personnel, and contractors, acting in connection with this Agreement, shall receive from the Netherlands Antilles and Aruba all necessary cooperation with regard to the prompt processing of all administrative procedures required by local laws and regulations.

Article XIV Uniforms and Weapons

United States personnel are authorized to wear uniforms and carry weapons while on duty, if authorized to do so by their orders. The carrying of arms shall be limited to the airfield (to include the designated aircraft parking area and the broader airfield restricted area) and the weapons storage area for the security of the personnel, equipment, and facilities.

Article XV Security

The authorities of the Netherlands Antilles or Aruba and the United States Government shall consult and take such steps as may be necessary to ensure the security of United States personnel, dependents, contractor employees, and property. The authorities of the Netherlands Antilles or Aruba retain overall responsibility for the physical security of the two designated airports under this Agreement and shall, by mutual agreement with authorities of the United States Government, designate specific facilities for which security, access, and use shall be shared, and those for which security, access, and use shall be the responsibility of the United States Government.

Article XVI Landing and Port Fees and Pilotage

Aircraft, vessels, and vehicles operated in connection with this Agreement by the United States Government shall not be subject to payment of landing, airside parking, port, navigation, or overflight charges; however, the United States Government shall pay reasonable charges for services requested and received. Aircraft, vessels, and vehicles used by contractors exclusively for the operations and maintenance of aircraft, related mission support, and construction activities at the Facilities in connection with this Agreement shall enjoy the same treatment.

Article XVII Licenses and Vehicle Registration

1. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba accept in connection with this Agreement as valid, without a fee or test, drivers' licenses or permits for the operation of vehicles, issued by the appropriate United States authorities. Vehicles owned by the United States Government shall be exempt from inspections, licensing, or registration by the authorities of the Netherlands Antilles or Aruba, but shall bear appropriate identification markings.

2. United States personnel and dependents shall obtain insurance coverage consistent with the laws of the Netherlands Antilles or Aruba for their privately owned vehicles.

3. Contractors shall obtain insurance coverage consistent with the laws of the Netherlands Antilles or Aruba for their vehicles.

4. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba recognize in connection with this Agreement as valid professional credentials and licenses issued by appropriate United States authorities.

Article XVIII Tax Exemptions

1. Periods during which United States personnel and dependents are in the Netherlands Antilles or Aruba in connection with this Agreement shall for purposes of taxation not be considered periods of residence or domicile.

2. Income received by United States personnel as a result of service under this Agreement or income of such personnel and dependents derived from sources outside the Netherlands Antilles or Aruba shall not be subject to taxation by the Netherlands Antilles or Aruba.

3. In order to avoid double taxation, the activities performed in connection with this Agreement by contractors shall not constitute a permanent establishment in the Netherlands Antilles and Aruba, to the extent the contractors are subject to tax in their home country. Income derived by individual contractors from activities performed in connection with this Agreement shall not be subject to income tax in the Netherlands Antilles and Aruba provided the aforementioned contractors are subject to individual income tax in their home country.

4. The Netherlands Antilles and Aruba exempt United States personnel and dependents from taxation on the ownership, possession, use, transfer to other United States personnel and dependents, or transfer by death, of property which is present in the Netherlands Antilles or Aruba due solely to the presence of these persons in connection with this Agreement in the Netherlands Antilles or Aruba.

5. The provisions of paragraphs 1, 2, and 4 of this Article shall also apply to specialized contractor employees.

Article XIX Claims

1. The United States Government and the Kingdom of the Netherlands, the Netherlands Antilles, and Aruba waive any claims (other than contractual claims) against each other for damage, loss, or destruction of government property arising out of official activities, or for injury or death suffered by armed forces personnel and other government personnel while engaged in the performance of their duties.

2. The United States Government shall pay under applicable United States law compensation in settlement of claims by third parties. United States Government authorities shall process such claims promptly, in accordance with United States law.

3. The United States Government shall designate the Forward Operating Location (FOL) Managers in the Netherlands Antilles and Aruba to receive third party claims. FOL Managers shall ensure:

  • a) the prompt processing of claims;

  • b) the communication of findings to the claimants; and,

  • c) the prompt response to all inquiries by the claimants.

4. In cases where one of the Parties is of the opinion that a claim may be of unusual seriousness, the Parties shall consult.

5. Contractual claims shall be settled by the arrangements set forth in the respective contracts.

Article XX Postal, Services, and Communications Facilities

1. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba permit the United States Government to establish, maintain, operate, and use military postal and other service facilities for the morale, welfare, and recreation of United States personnel, dependents, contractor employees, and aircraft riders. The respective authorities of the Netherlands Antilles and Aruba will not inspect official mail in United States military postal channels. Any inspection of non-official mail in such channels which may be required by regulations of the Netherlands Antilles or Aruba will be conducted by these respective authorities in accordance with mutually determined procedures.

2. The United States Government may also establish a satellite receiving station for the reception of radio and television programs, and other telecommunications broadcasts. Such programs and broadcasts may be transmitted to its Facilities.

3. The authorities of the Netherlands Antilles and Aruba agree to permit the United States Government to use radio and telecommunications in the course and in support of its activities in connection with this Agreement. Such radio frequencies and telecommunications spectrum to be used shall be the subject of separate discussions and arrangements by the Parties.

4. The activities referred to in this Article shall be exempt from licensing, duties, taxes, charges, and fees imposed in the Netherlands Antilles and Aruba. The activities referred to in paragraph 2 and paragraph 3 shall be exempt from inspections.

Article XXI Facilitation of Aircraft Riders

The FOL Managers shall facilitate the stay of aircraft riders in the Netherlands Antilles and Aruba and, inter alia, shall inform aircraft riders regarding local laws and customs with a view to ensure orderly conduct while in the Netherlands Antilles and Aruba.

Article XXII Implementation Facilitation and Amendment

1. Each Party after mutual consultation shall facilitate to the maximum extent possible the cooperative counter-narcotics activities envisioned by this Agreement, including cooperation with other nations in the region, and shall consult as appropriate about further measures that can be taken to enhance such cooperation.

2. In a spirit of close cooperation, the authorities of the Parties shall consult each other from time to time with a view to ensuring the implementation of, and satisfactory compliance with, the provisions of this Agreement.

3. When reviewing activities under this Agreement, the Parties shall evaluate such activities in terms of, inter alia, shared benefits and shared responsibilities.

4. Either Party may request consultations with a view to amend the present Agreement. Any amendment to the present Agreement agreed upon by the Parties shall enter into force on the date on which the Parties have informed each other in writing of the completion of their respective constitutional requirements.

Article XXIII Political Consultation

The Parties shall consult as necessary at the political level or through appropriate designees with a view to discuss and consider activities under this Agreement and to assess the consequences at that specific moment in time and possible side effects of this Agreement. On the basis of these consultations, all or part of the activities outlined in this Agreement may be reviewed at the request of either Party.

Article XXIV Resolution of Disagreements

Any disagreements that may arise from the application or implementation of this Agreement, or its implementing arrangements, shall be settled through consultation between the appropriate authorities of the Parties, including, as necessary, through diplomatic channels.

Article XXV Territorial Applicability

With regard to the Kingdom of the Netherlands, this Agreement shall be applicable to the territories of the Netherlands Antilles and Aruba.

Article XXVI Entry into Force and Duration

1. This Agreement shall be provisionally applied by the Parties as from the thirtieth day after signature. This Agreement shall enter into force on the date that the Parties exchange diplomatic notes indicating that all necessary internal procedures for entry into force of the Agreement have been completed.

2. The Agreement shall remain in force for an initial period of ten years. Thereafter, it shall be renewable for additional periods of five years, unless terminated by either Party by giving twelve months' notice in writing to the other.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized by their respective governments, have signed this Agreement in the Netherlands and English languages, both texts being equally authentic.

DONE at Oranjestad, Aruba, 2nd day of March, 2000.

For the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) MIGUEL A. POURIER

Miguel A. Pourier

Prime Minister of

the Netherlands Antilles

(sd.) JAN H. EMAN

Jan H. Eman

Prime Minister of

Aruba

For the Government of the United States of America:

(sd.) RICHARD C. BROWN

Richard C. Brown

Special Negotiator

Western Hemisphere Affairs


D. PARLEMENT

Het Verdrag behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Verdrag kan worden gebonden.

De voorlopige toepassing van het Verdrag (zie rubriek G hieronder) is medegedeeld aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal bij brieven van 10 maart 2000.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Verdrag zullen ingevolge artikel XXVI, eerste lid, in werking treden op de dag waarop de Partijen diplomatieke nota's wisselen inhoudend dat alle benodigde interne procedures voor de inwerkingtreding van het Verdrag zijn voltooid.

Het Verdrag wordt ingevolge datzelfde artikel en lid voorlopig toegepast met ingang van 1 april 2000.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is het Verdrag ingevolge artikel XXV van toepassing op de Nederlandse Antillen en Aruba.

J. GEGEVENS

Van het op 20 december 1988 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, naar welk Verdrag in de preambule tot het onderhavige Verdrag wordt verwezen, zijn de Engelse en Franse tekst afgedrukt in Trb. 1989, 97 en de vertaling in Trb. 1990, 94. Zie ook, laatstelijk, Trb. 1999, 190.

Van de op 13 april 1999 te 's-Gravenhage bij briefwisseling tot stand gekomen verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de vestiging van Steunpunten voor Amerikaanse Strijdkrachten op de Nederlandse Antillen en Aruba in verband met drugsbestrijdingsactiviteiten, naar welk verdrag in de preambule tot het onderhavige Verdrag wordt verwezen, is de Engelse tekst afgedrukt in Trb. 1999, 98.

In overeenstemming met artikel 19, tweede lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen heeft de Minister van Buitenlandse Zaken bepaald dat het onderhavige Verdrag in het gehele Koninkrijk zal zijn bekendgemaakt op de dag na die der uitgifte van dit Tractatenblad.

Uitgegeven de eenendertigste maart 2000

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. VAN AARTSEN