Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433746 nr. 6

33 746 Nederlandse Investeringsinstelling

Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 mei 2014

Voor structurele versterking van de Nederlandse economie zijn meer investeringen nodig. Institutionele beleggers kunnen een belangrijke rol spelen bij de financiering hiervan. Sinds 2012 is het kabinet daarom in gesprek met een aantal grote verzekeraars, pensioenfondsen en -uitvoerders over het bevorderen van financiering van investeringen in Nederland. Afgelopen zomer is tussen de betrokken partijen afgesproken over te gaan naar een nieuwe fase waarin concreet wordt uitgewerkt hoe dit vorm gegeven kan worden (zie ook de Kamerbrief van 17 september 20131).

Op 5 november 2013 heb ik uw Kamer bericht2 over de aanstelling van de heer Jan van Rutte als kwartiermaker voor de Nederlandse investeringsinstelling (NII). De kwartiermaker heeft in opdracht van mij, mede namens de minister van Financiën, in de daaropvolgende maanden gewerkt aan een concreet voorstel voor de uitwerking van de NII.

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Financiën, de kabinetsreactie op de rapportage van de kwartiermaker3. Deze rapportage bevat een inrichting- en realisatieplan (IRP) voor de NII, een uitwerking van de financieringspijler van het Energieakkoord en een adviesnotitie met algemene aanbevelingen aangaande zijn traject. Institutionele beleggers, banken en de overheid zijn intensief betrokken geweest bij de werkgroepen om tot deze rapportage te komen. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 5 november jl. heeft de kwartiermaker ook onderzocht hoe de Nederlandse hypotheekinstelling (NHI) concreet vorm kan krijgen. Een rapportage over het inrichting- en realisatieplan van de NHI en de kabinetsreactie hierop volgen op een later moment.

Het kabinet dankt de kwartiermaker en zijn team voor de rapportage. Deze bevat een concrete uitwerking van de intentieverklaring die het kabinet en de betrokken institutionele beleggers afgelopen zomer onderschreven hebben.

Tevens beschouwt het kabinet de rapportage als een verdere stap naar het verwezenlijken van de ambities zoals afgesproken in het Energieakkoord. Maar bovenal ziet het kabinet de NII als een mogelijkheid voor institutionele beleggers om meer in de Nederlandse economie te investeren. Dit draagt bij aan het herstel en de groei van de Nederlandse economie.

De Nederlandse investeringsinstelling

Naar aanleiding van regiotafels georganiseerd door mijn ministerie, is door NIBC een inventarisatie van regionale investeringsprojecten gemaakt. Hieruit blijkt dat in Nederland sprake is van een grote vraag naar langetermijnfinanciering. Deze financieringsvraag bereikt institutionele beleggers vaak niet. Dit is voor het kabinet aanleiding geweest om met institutionele beleggers in overleg te treden.

Het kabinet onderschrijft de uitwerking van de NII zoals door de kwartiermaker verwoord in het IRP. Om de doelstellingen te kunnen bereiken zal de NII een intermediaire en arrangerende rol gaan vervullen bij het op elkaar aansluiten van vraag naar en aanbod van langetermijnfinanciering. Dit wordt ingevuld door enerzijds de behoefte aan de vraagkant in kaart te brengen en anderzijds de proposities aan de aanbodkant zo te structureren dat deze de juiste schaal, structuur en het risico-rendementsprofiel krijgen voor institutionele beleggers in binnen- en buitenland. Op deze manier worden in de kern gezonde proposities aantrekkelijk voor institutionele beleggers. Zo kan de NII de intermediair zijn die institutionele beleggers in de gelegenheid stelt hun beleggingsambities in Nederland te vervullen.

Door middel van een platformfunctie identificeert de NII met alle partijen, inclusief de overheid, sectoren waarin vraag naar en aanbod van langetermijnfinanciering onvoldoende op elkaar aansluiten. De NII kan er daarna voor kiezen om proposities voor interessante sectoren samen met potentiële financiers door te ontwikkelen. Bij deze proposities vervult de NII de functie van arrangeur van financieringsarrangementen. De NII heeft tevens een rol bij de monitoring van tot stand gebrachte financieringen.

De NII wordt een volledig private instelling. De overheid zal echter in het voorstel van de kwartiermaker op verschillende manieren betrokken blijven bij de NII. Ten eerste is de overheid, zowel ten behoeve van de platformfunctie als via regulier overleg met de minister van Economische Zaken, als partner betrokken bij de NII. Ten tweede kan de overheid helpen om eventuele structurele belemmeringen weg te nemen die financieringsoplossingen in de weg staan. De overheid kan daaraan bijdragen in de rol van regelgever, projecteigenaar en als stakeholder bij de ontwikkeling van financieringsoplossingen in de (semi-)publieke sector.

Het kabinet deelt het beeld van de kwartiermaker dat overheidsbetrokkenheid bij de NII noodzakelijk en wenselijk is. Het kabinet is daarom bereid de in het rapport voorgestelde rollen voor de overheid op zich te nemen indien private partijen overgaan tot de oprichting van de NII zoals zij die voor zich zien.

Daarbij kunnen ook de (decentrale) overheden als vragende partijen gebruik maken van de diensten van de NII. De betrokkenheid van de overheid bij de NII laat onverlet dat de oprichting en het bestuur van de NII, net als de bekostiging van haar exploitatie, private aangelegenheden zullen zijn.

De NII is niet alleen bedoeld voor nationale institutionele beleggers. Deelname aan de NII staat open voor alle geïnteresseerde partijen, mits zij gekwalificeerd zijn4. Institutionele beleggers uit het buitenland kunnen dus ook via de NII meer beleggen in de Nederlandse economie. Daarnaast kunnen ook banken participeren in de NII. Tijdens het voortraject hebben banken betrokkenheid getoond door middel van deelname aan de werkgroepen. Zij zijn door de kwartiermaker ook geconsulteerd over het voorliggende IRP.

De mogelijkheden voor proposities die door de NII kunnen worden uitgewerkt zijn divers. Het kan bijvoorbeeld gaan om verduurzaming van bestaande huurwoningen, investeringen in energiebesparing in de industrie, in (regionale) infrastructuur of projecten in de zorg. De kwartiermaker heeft tijdens zijn verkenning de mogelijkheden voor een scholenfonds en een mkb-fonds onderzocht. Deze onderzoeken kunnen worden beschouwd als blauwdruk voor de werking van de NII. Het kabinet is positief over de aandacht van de kwartiermaker voor mkb-financiering. De kwartiermaker stelt een propositie voor met achtergestelde leningen voor het MKB. Dit voorstel wordt breed gedragen en sluit ook aan bij de recente analyse van DNB dat voor de meest risicodragende vormen van mkb-financiering (eigen vermogen/achtergestelde leningen) behoefte is aan andere kanalen dan bancair krediet5. Voor het scholenfonds acht het kabinet het wenselijk dat nader onderzoek naar een oplossing voor de fragmentatie en invulling van de randvoorwaarden plaatsvindt, zodat de NII voor een scholenfonds ook met een succesvolle financieringspropositie kan komen.

In de adviesnotitie doet de kwartiermaker nog een aantal andere aanbevelingen. Zo stelt de kwartiermaker dat het aanbeveling verdient om snel invulling te geven aan de platformfunctie van de NII om het momentum te behouden en om snel mogelijke proposities te identificeren. Het kabinet hoopt daarom dat de betrokken private partijen zo snel mogelijk zullen overgaan tot het oprichten van de NII. Er is op dit moment al een hoeveelheid aan proposities waarmee een intermediair op korte termijn aan de slag kan om de financiering voor de Nederlandse economie te vergroten. Het omvormen van de NII tot een zelfstandige financiële instelling is niet aan de orde, omdat er volgens het kabinet op dit moment volop kansen zijn om eerst te benutten.

Verder adviseert de kwartiermaker om het moment van de voorgenomen evaluatie van de NII in 2016 te heroverwegen. Het kabinet hecht aan een evaluatie van de doelstelling om de financiering van de Nederlandse economie, complementair aan banken, middels de NII te verbeteren.

Bij de evaluatie van de NII zal rekening gehouden worden met voldoende aanlooptijd en de betrokkenheid van het Rijk bij de NII. Verder adviseert de kwartiermaker om eigenstandig de mogelijkheden voor overheden te onderzoeken om actief de financiering door institutionele beleggers beter mogelijk te maken.

Met de oplevering van een concreet inrichting- en realisatieplan is het einde van de voorbereidende fase van de NII bereikt. Aangezien de NII wordt voorgesteld als een volledige private onderneming ligt de verantwoordelijkheid voor de volgende stap, de oprichting van de NII, bij private partijen. Het kabinet is verheugd dat institutionele beleggers aangegeven hebben de rapportage van de kwartiermaker eveneens te ondersteunen en hebben aangekondigd spoedig over te gaan tot de oprichting van de NII.

Financieringsafspraken Energieakkoord

In de tiende pijler van het Energieakkoord is over grootschalige duurzame energieprojecten afgesproken dat met geheel open vizier uitgewerkt wordt onder welke voorwaarden bancaire financiering optimaal getransformeerd kan worden naar kapitaalmarktfinanciering door binnen- en buitenlandse institutionele beleggers. De kwartiermaker heeft deze afspraak in zijn rapport verder uitgewerkt.

De rapportage van de kwartiermaker spitst zich toe op windenergie op zee, omdat deze sector veel kapitaal moet aantrekken en omdat deze sector nog jong is, waardoor potentiële financiers vooralsnog terughoudend zijn om in een wind op zee project te stappen. De kwartiermaker concludeert dat in potentie voldoende kapitaal voorhanden is voor de financiering van de Nederlandse ambities voor wind op zee, omdat de kapitaalmarkt een mondiale markt is. Dit betekent echter niet zonder meer dat het beschikbare kapitaal voor die ambities zal worden aangewend. Volgens de kwartiermaker vereist financierbaarheid een reductie van kosten om wind op zee parken te realiseren en een reductie van de kapitaalkosten voor institutionele beleggers. De kapitaalkosten hangen af van de (gepercipieerde) risico’s en de rendementseis van investeerders.

De kwartiermaker beveelt aan dat overheid en private partijen samenwerken aan het verlagen van risico’s. Het rapport stelt daarom een organisatiestructuur voor ten behoeve van de governance van wind op zee. Eventuele beleidskeuzes blijven daarbij vanzelfsprekend uitsluitend de verantwoordelijkheid van de overheid.

Het kabinet erkent het belang van uitvoerige afstemming en samenwerking voor de uitrol van wind op zee. Het kabinet ziet in genoemde structuur de mogelijkheid om effectief af te stemmen en samen te werken met private en (semi)publieke stakeholders, zonder dat dit ten koste gaat van de efficiëntie of de snelheid van processen. Het kabinet waardeert deze aanbeveling van de kwartiermaker en zal hiervan goed gebruik maken bij het ontwikkelen van de samenwerkingsstructuur die momenteel onder mijn verantwoordelijkheid wordt ingericht voor de uitrol van wind op zee.

De NII kan volgens de kwartiermaker ook een rol spelen op andere voor het Energieakkoord relevante deelgebieden waar vraag en aanbod van kapitaal elkaar niet optimaal vinden. Denk aan stimulering van nieuwe technologieën en energiebesparing in de industrie. Vanzelfsprekend lenen niet alle projecten uit het Energieakkoord zich voor een rol van de NII. Zo zijn kleinschalige duurzame energieprojecten in principe niet geschikt voor institutionele beleggers. Om financiering van dergelijke projecten mogelijk te maken is het Expertisecentrum Financiering opgericht. Dit staat los van de NII.

Slot

Het kabinet is reeds vanaf 2012 met institutionele beleggers in gesprek om het vermogen van institutionele beleggers beter te benutten voor de Nederlandse economie. Het kabinet ziet de rapportage van de kwartiermaker als een belangrijke stap om de beschikbaarheid van financiering voor de Nederlandse economie te vergroten. De rapportage van de kwartiermaker wordt breed gedragen, niet alleen door het kabinet, maar ook door institutionele beleggers en andere stakeholders. Het kabinet is dan ook zeer verheugd dat institutionele beleggers hebben besloten om van start te gaan met de Nederlandse investeringsinstelling. Dit is een belangrijke impuls voor de Nederlandse economie.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 33 746, nr. 1

X Noot
2

Kamerstuk 33 746, nr. 3

X Noot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
4

Gekwalificeerde belegger in de zin van de Wet op het financieel toezicht.

X Noot
5

Kamerstuk 32 013, nr. 59