Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433716 nr. 13

33 716 Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet, de Wet op het kindgebonden budget, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet studiefinanciering 2000 en enige andere wetten in verband met hervorming en versobering van de kindregelingen (Wet hervorming kindregelingen)

Nr. 13 AMENDEMENT VAN HET LID BEERTEMA

Ontvangen 5 maart 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

0A

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel b door een puntkomma, een zinsnede toegevoegd, luidende:

mits diegene ten minste:

  • 1°. spreekvaardigheid;

  • 2°. luistervaardigheid, en

  • 3°. gespreksvaardigheid

in de Nederlandse taal beheerst op het referentieniveau 1F, dat is vastgesteld op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3a. Bij een maatregel, als bedoeld in het derde lid, kan slechts worden afgeweken van het in het eerste lid bepaalde ten aanzien van de beheersing van de Nederlandse taal, voor zover het niet voldoende beheersen van die taal het gevolg is van een handicap of chronische ziekte.

Toelichting

Dit amendement regelt dat het recht op kinderbijslag slechts bestaat voor de verzekerde (de ouder of opvoeder) die ten minste op niveau 1F kennis van de Nederlandse taal heeft.

Beertema