Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel I, onderdeel C, komt als volgt te luiden:
C
In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 32 is van toepassing
op de stemming inzake de benoeming.
2. De eerste volzin van het tweede lid komt te luiden: De burgemeester wordt op zijn
verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen.
2. In artikel I wordt na onderdeel E een onderdeel toegevoegd, dat luidt:
Ea
In artikel 49 wordt na de eerste volzin een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel
32 is van toepassing op de stemming inzake het ontslag.
3. Artikel I, onderdeel H, komt als volgt te luiden:
H
In artikel 61c worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt «61a, derde lid» vervangen door: 61a, derde en vierde lid.
2. Aan het derde lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 32 is van toepassing
op de stemmingen inzake de aanbevelingen.
4. Artikel II, onderdeel B, komt als volgt te luiden:
B
In artikel 35 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 32 is van toepassing
op de stemming inzake de benoeming.
2. De eerste volzin van het tweede lid komt te luiden: De commissaris van de Koning
wordt op zijn verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen.
5. In artikel II wordt na onderdeel D een onderdeel toegevoegd, dat luidt:
Da
In artikel 49 wordt na de eerste volzin een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel
32 is van toepassing op de stemming inzake het ontslag.
6. Artikel II, onderdeel G, komt als volgt te luiden:
G
In artikel 61c worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt «61a, derde lid» vervangen door: 61a, derde en vierde lid.
2. Aan het derde lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 32 is van toepassing
op de stemmingen inzake de aanbevelingen.
7. Artikel III, onderdeel C, komt als volgt te luiden:
C
In artikel 37 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 33 is van toepassing
op de stemming inzake de benoeming.
2. De eerste volzin van het tweede lid komt te luiden: De gezaghebber wordt op zijn
verzoek geïnformeerd over het verloop van de collegeonderhandelingen.
8. In artikel III wordt na onderdeel E een onderdeel toegevoegd, luidende:
Ea
In artikel 60, eerste lid, wordt een volzin toegevoegd, die luidt: Artikel 33 is van
toepassing op de stemming inzake het ontslag.
Toelichting
Deze nota van wijziging strekt ertoe duidelijkheid te scheppen over de wijze van stemmen
in de raad bij (her)benoeming en ontslag van wethouders en burgemeesters. Expliciet
wordt bepaald dat op de stemmingen ter zake de hoofdregel van artikel 32 Gemeentewet,
dat hoofdelijk wordt gestemd, van toepassing is.
In de praktijk bleek onduidelijkheid te bestaan over de wijze van stemmen bij (her)benoeming
en ontslag van politieke ambtsdragers. Artikel 31 Gemeentewet bepaalt dat de stemming
over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geheim
is. Die bepaling heeft echter geen betrekking op politieke ambtsdragers, waarvan het
juist wenselijk is dat de stemverhoudingen in de raad zichtbaar zijn. Bij dergelijke
stemmingen is immers de vertrouwensvraag aan de orde. De betekenis van artikel 31
Gemeentewet is gelegen in stemmingen over derden, die in hun belang beschermd dienen
te worden, vandaar dat de stemming daar geheim is. De geheime stemming beoogt in dergelijke
situaties tevens te voorkomen dat benoemingen gepolitiseerd worden. Die bepaling vormt
echter de uitzondering op de hoofdregel van artikel 32 Gemeentewet, dat hoofdelijk
wordt gestemd.
Eerder hebben het NGB en de Kring van commissarissen van de Koningin om aandacht gevraagd
voor de wijze van stemmen. Ook vanuit de Tweede Kamer zijn hierover schriftelijke
vragen gesteld. In antwoord daarop is aangekondigd de wet te zullen verduidelijken
en zijn de gemeenteraden geïnformeerd.
De wijziging geldt ook de stemmingen over (her)benoeming en ontslag van gedeputeerden
en de commissaris van de Koning op grond van de Provinciewet en benoeming en ontslag
van eilandgedeputeerden op grond van de WolBES. Voor (her)benoeming en ontslag van
de gezaghebber geldt een eigensoortige procedure.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk