Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433684 nr. 40

33 684 Regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (Jeugdwet)

Nr. 40 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VOORDEWIND EN YPMA TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8

Ontvangen 9 oktober 2013

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel 1.1 wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd:

  • familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

II

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel e wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door «; en» wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • g. het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen, ter uitvoering van artikel 4.1.1a en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

III

Na artikel 4.1.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.1.1.a

  • 1. Bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen biedt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling aan de ouders als eerste de mogelijkheid om, binnen zes weken nadat is vast komen te staan welke jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling betrokken wordt, een familiegroepsplan op te stellen. Slechts indien de ouders aan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik wensen te maken van deze mogelijkheid, concrete bedreigingen in de ontwikkeling van het kind hiertoe aanleiding geven of de belangen van het kind anderszins geschaad worden, kan de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling hier vanaf zien.

  • 2. Indien sprake is van pleegzorg, vindt over het familiegroepsplan tevens overleg plaats met de betrokken pleegouder.

  • 3. Indien het familiegroepsplan betrekking heeft op pleegzorg, behoeft het plan de instemming van de pleegouder, voor zover het betreft de omschrijving daarin van zijn rol in het hulpverleningsproces en van de wijze waarop de begeleiding door de pleegzorgaanbieder plaatsvindt.

  • 4. Indien het familiegroepsplan naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling niet leidt tot het verlenen van verantwoorde hulp als bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, deelt de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling dit binnen vijf werkdagen na de aanbieding van het familiegroepsplan gemotiveerd aan de ouders mede en stelt zij hen in de gelegenheid om het familiegroepsplan binnen twee weken aan te passen. Indien de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling binnen deze termijn geen aangepast familiegroepsplan ontvangt dat leidt tot het verlenen van verantwoorde hulp, stelt zij alsnog zelf een plan op. Hierbij wordt de procedure van artikel 4.1.2 gevolgd.

IV

Artikel 4.1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt de zinsnede «Het uitvoeren van artikel 4.1.1 omvat» vervangen door: Indien afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan omvat het uitvoeren van artikel 4.1.1.

2. In het vijfde lid wordt de zinsnede «welke jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling betrokken wordt» vervangen door: dat afgezien wordt van het opstellen van een familiegroepsplan.

V

Na artikel 4.1.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.1.2.a

  • 1. Indien na het opstellen van het plan, bedoeld in artikel 4.1.2, de redenen voor het afzien van het opstellen van een familiegroepsplan, bedoeld in artikel 4.1.1.a, eerste lid, zijn komen te vervallen, biedt de betrokken jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling de ouders alsnog de mogelijkheid om, binnen zes weken nadat het aanbod door de betrokken jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling gedaan is, een familiegroepsplan op te stellen.

  • 2. Bij het opstellen van het familiegroepsplan, bedoeld in het vorige lid, zijn artikel 4.1.1.a, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Indien het familiegroepsplan naar het oordeel van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling niet leidt tot het verlenen van verantwoorde hulp als bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, deelt de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling dit binnen vijf werkdagen na de aanbieding van het familiegroepsplan gemotiveerd aan de ouders mede en stelt zij hen in de gelegenheid om het familiegroepsplan binnen twee weken aan te passen. Indien de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling binnen deze termijn geen aangepast familiegroepsplan ontvangt dat leidt tot het verlenen van verantwoorde hulp, dan blijft het eerder vastgestelde plan van toepassing.

VI

In artikel 4.1.4, eerste en tweede lid, wordt de zinsnede «de artikelen 4.1.1, tweede lid, 4.1.2 en 4.1.3» telkens gewijzigd in: de artikelen 4.1.1, tweede lid, 4.1.1a, 4.1.2, 4.1.2a en 4.1.3.

VII

In artikel 6.1.10 wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 1a. De kinderrechter biedt, alvorens een machtiging of een voorwaardelijke machtiging te verlenen en alvorens een vervallenverklaring als bedoeld in artikel 6.1.7 te doen, aan de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren, de kans een familiegroepsplan op te stellen.

Toelichting

Dit amendement beoogt ouders, familieleden en anderszins direct betrokkenen de mogelijkheid te geven om (ook in de preventieve fase) voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aan een oplossing. Burgers zijn in veel gevallen zeer wel in staat verantwoordelijkheid te nemen voor problemen in eigen familie- of vriendenkring. Sociale samenhang draagt daarnaast bij aan het welzijn van kinderen. Door vormen van hulp van betrokkenen en steun uit directe kring kan bovendien uithuisplaatsing worden afgewend en wordt netwerkpleegzorg bevorderd. Als voorbeeld dient de zogenaamde Eigen Kracht-conferentie waarbij het familie- en vriendennetwerk onder leiding van een onafhankelijk coördinator zelf een plan opstelt en uitvoert. Daarmee komt de regie bij de burger te liggen.

Gebleken is dat de eigenaar van het probleem, samen met eigen mensen, ook de sleutel voor de oplossing in handen heeft. Daarbij kan de kennis en bijstand van jeugdzorgprofessionals worden ingeroepen.

Indien het een machtiging of een voorwaardelijke machtiging betreft biedt de kinderrechter de kans voor het opstellen van een familiegroepsplan.

Indien er een familiegroepsplan wordt opgesteld geldt dit als hulpverleningsplan.

Voordewind Ypma