Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-201433674 nr. C

33 674 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en andere wetten in verband met de verplichting tot het gebruik van het burgerservicenummer in de jeugdzorg (gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg)

C NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT1

Vastgesteld 23 januari 2014

De memorie van antwoord heeft de commissie aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen. De commissie verzoekt de regering de nadere memorie uiterlijk 24 januari 2014 aan de Kamer toe te zenden.

De leden van de SP-fractie hebben kennis genomen van de memorie van antwoord en hebben met betrekking tot dit wetsvoorstel nog enkele nadere vragen. De leden van de fractie van GroenLinks vragen om een reactie op de door de Privacy Barometer geuite bezwaren en zorgen.

SP-fractie

Volgens de memorie van antwoord2 regelt dit wetsvoorstel dat jeugdhulpaanbieders personen met het burgerservicenummer (bsn) mogen registreren. Op de door verschillende fracties breed geuite zorgen dat een breder gebruik van het bsn koppelingen van een verscheidenheid aan gegevens over één specifieke persoon veel makkelijker mogelijk maakt, gaat de memorie van antwoord niet in. Volgens de memorie van antwoord is dat in dit wetsvoorstel niet aan de orde. De leden van de SP-fractie zijn van mening dat de fundamentele discussie over een steeds breder gebruik van het bsn gevoerd zou moeten worden. Zij ontvangen op dit punt graag een reactie van de regering.

Is het denkbaar en toegestaan dat een jeugdige weigert om zich met het bsn te laten registreren? Wat zou dat eventueel kunnen betekenen voor de eenmalige overdracht van zijn gegevens naar zijn gemeente met het oog op de transitie? De toestemming behoort toch in vrijheid gegeven te worden, zo vragen de leden van de SP-fractie.

Zoals blijkt uit de memorie van antwoord3 is een vergewisplicht voldoende om iemand toch te registreren met zijn bsn. Is de regering er zich van bewust dat hiermee de mogelijkheid wordt geschapen van persoonsverwisseling? Persoonsverwisseling is ook in de jeugdhulp een ernstige inbreuk op de privacy. Is zij bereid alsnog een identificatieplicht in te voeren gelijk aan die bij het gebruik van het bsn in de zorg?

Zullen er met betrekking tot dit wetsvoorstel nog andere zaken bij algemene maatregel van bestuur geregeld worden dan de onderwerpen opgenomen in het op 10 december 2013 in verband met het gebruik van het bsn in de jeugdzorg voorgehangen4 ontwerpbesluit houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg en het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg?

GroenLinks-fractie

De leden van de fractie van GroenLinks delen de fundamentele bezwaren en zorgen van de Privacy Barometer.5 De belangrijkste zijn, letterlijk geciteerd:

  • Er is geen juridische grondslag voor dit grootschalig gebruik van gegevens.

  • Verplichte goedkeuring door parlement en CBP over wie toegang krijgt tot welke gegevens.

  • Niet uitbreiden VerwijsIndex Risicojongeren (VIR).

  • Voorkom gebruik EPD / LSP.

  • Voorkom grasduinen in gegevens van alle burgers.

  • Geen tot individuen herleidbare beleidsinformatie.

  • Niet inperken beroepsgeheim en verschoningsrecht.

  • Niet binnendringen van een woning zonder toestemming.

  • Stop ongebreideld gebruik BurgerServiceNummer (BSN).

De leden van de deze fractie krijgen graag een toelichting van de regering op de reactie van de Privacy Barometer op de memorie van antwoord, onderdeel Gebruik BSN in de jeugdzorg. De reactie is hieronder integraal weergegeven:

«II. Gebruik BSN in de jeugdzorg

Over het onnodig gebruik van het burgerservicenummer (BSN) voor beleidsinformatie wordt in de MvA niet gesproken. Wel wordt in de vragen van verschillende fracties in de Eerste Kamer bij het wetsvoorstel «Gebruik van het Burgerservicenummer in de jeugdzorg» de zorg geuit, dat het breed gebruik van het BSN, koppelingen van een verscheidenheid aan gegevens over één specifieke persoon veel makkelijker mogelijk maakt. De staatssecretaris gaat op deze zorgen niet in en antwoordt slechts formeel dat dat in dit wetsvoorstel niet aan de orde is. Zo glijden we af naar een situatie waarin de overheid een totaaloverzicht van burgers heeft. Er wordt voor het gebruik van het BSN, ook buiten overheidsinstanties, door de staatssecretaris nergens een principiële grens getrokken. Dit is een enorm privacy-risico voor de toekomst. Nu wordt alleen de basis gelegd door het nummer te gebruiken, maar nog niet overal te koppelen en dus kan de staatssecretaris schrijven dat er verder niets verandert. Maar hierna is slechts een kleine wijziging nodig om koppelingen mogelijk te maken. De VNG heeft al een ICT-planning om de benodigde infrastructuur te bouwen. Afgelopen najaar is het wetsvoorstel dat in de strijd tegen fraude dergelijke koppelingen uitgebreid regelt (dossier 33 579), zonder debat in Eerste en Tweede Kamer als hamerstuk aangenomen. Als er geen fundamentele discussie wordt gevoerd over het steeds breder gebruik van het BSN, rommelt de politiek Nederland een controlestaat in waar de NSA slechts van kan dromen. Het koppelen van gegevens van verschillende domeinen wordt te gemakkelijk door overal dezelfde identificatie-sleutel (BSN) te gebruiken. De overheid moet zich daarin terughoudend opstellen. Zonder zwaarwegend belang mogen tot individuele personen herleidbare gegevens niet zomaar gebruikt worden. Bovendien geldt dat het verstrekken van gegevens op een zo privacy-vriendelijk mogelijke wijze dient te gebeuren. Dit betekent in de praktijk dat de gegevens voor beleidsinformatie niet herleidbaar mogen zijn tot een persoon, dus ook niet tot een BSN.

II.2 Gebruik BSN schaadt toegankelijkheid van de zorg

Overdadig gegevens verzamelen over mensen, schrikt mensen af hulp te zoeken. Om deze reden is ooit het medisch beroepsgeheim ingesteld. De vertrouwelijkheid van de relatie tussen arts en patiënt zorgt voor toegankelijke zorg. Dit wetsvoorstel ondermijnt deze toegankelijkheid door veel gegevens te verzamelen waarvoor de geheimhouding niet of veel minder streng geregeld is. Hiermee wordt de toegankelijkheid van de jeugdzorg ondermijnd.

II.3 Gebruik BurgerServiceNummer is niet proportioneel

Het kabinet stelt in de MvA dat het gebruik van het BSN proportioneel is om mensen te identificeren omdat anders onomkeerbare gezondheidsschade kan worden opgelopen. De staatssecretaris komt met het voorbeeld dat bij de verkeerde persoon een been wordt afgezet. Deze vergelijking helpt niet als argument. Het volgen van bijvoorbeeld een cognitieve gedragstherapie is heel wat anders dan onder narcose een been laten afzetten. Nergens onderbouwt de staatssecretaris de kans dat een persoonsverwisseling onopgemerkt zal blijven in de jeugdzorg. In antwoord op vragen van de SP zegt de staatssecretaris niet te weten hoe vaak persoonsverwisselingen voorkomen, maar dat ze «niet ondenkbaar» zijn. Dat is een hele magere grond om zo'n zware inbreuk op de persoonlijke levenssfeer te maken en voldoet zeker niet aan de proportionaliteits-eis zoals bedoel in art 8 EVRM. Zonder onderbouwing en zelfs zonder dat de staatssecretaris persoonsverwisselingen aannemelijk kan maken, is de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer door het gebruik van het BSN niet-proportioneel.

Het gebruik van het BSN omdat die identificatiesleutel zo gunstig voor het kostenplaatje is, is geen geldige reden om een dergelijke zware inbreuk op de privacy te maken. Het wetsvoorstel voor het gebruik van het Burgerservicecnummer in de jeugdzorg dient verworpen te worden.

Afsluitend

Uit de Memories van Antwoord blijkt niet dat de zorgen en vragen van de Eerste Kamer serieus worden genomen. De privacy wordt onnodig en buitenproportioneel geschaad door de fundamentele keuze alle informatie bij ambtenaren van de gemeenten samen te brengen. Hierdoor worden onnodige risico voor de betreffende burgers gecreëerd en mensen niet geholpen. Veel fundamentele keuzes worden impliciet in de wetsvoorstellen gemaakt en kaders ontbreken.»

De leden van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport zien de reactie van de regering met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Slagter-Roukema

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Dupuis (VVD) (vice-voorzitter), Linthorst (PvdA), Slagter-Roukema (SP) (voorzitter), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Reuten (SP), De Vries-Leggedoor (CDA), Flierman (CDA), Barth (PvdA), Martens (CDA), vac. (CDA), Scholten (D66), Backer (D66), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Frijters-Klijnen (PVV), Van Dijk (PVV), De Grave (VVD), Bröcker (VVD), Beckers (VVD), Van Beek (PVV), Bruijn (VVD), Koning (PvdA)

X Noot
2

33 674, B, blz. 3

X Noot
3

33 674, B, blz. 8

X Noot
4

31 839, C. Per brief van 18 december 2013 heeft de vaste commissie voor VWS zich het recht voorbehouden op het voorgehangen ontwerpbesluit te reageren, tot uiterlijk twee weken nadat de Eerste Kamer de finale besluitvorming over wetsvoorstel 33 674 heeft afgerond.

X Noot
5

Ter inzage gelegd onder griffienummer 153788.33.