Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433669 nr. 71

33 669 Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 (programmatische aanpak stikstof)

Nr. 71 TWEEDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID DIJKGRAAF C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 39

Ontvangen 17 april 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I wordt in onderdeel N na artikel 19kq een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19kr

  • 1. In dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a. referentiedatum:
    • 1°. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 92/43/EEG:- 7 december 2004, of- de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG, voor zover die verklaring plaatsvindt na 7 december 2004;

    • 2°. voor gebieden ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG: 10 juni 1994 of de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 2009/147/EG, voor zover die aanwijzing plaatsvindt na 10 juni 1994.

    b. voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied:

    voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen.

  • 2. Dit artikel is uitsluitend van toepassing op projecten en andere handelingen:

    • a. die stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied dat niet is opgenomen in het programma, of

    • b. ten aanzien waarvan het bestuursorgaan dat met betrekking tot dat project of die andere handeling bevoegd is tot het nemen van een besluit, genoemd in artikel 19km, eerste lid, in overeenstemming met het bestuursorgaan dat voor de Natura 2000-gebieden waar het project of de andere handeling stikstofdepositie veroorzaakt, het beheerplan, bedoeld in artikel 19a of 19b, vaststelt en de ingevolge artikel 2, vierde lid, medebetrokken bestuursorganen, het besluit heeft genomen dat artikel 19km, derde lid, niet van toepassing is.

  • 3. Onder significante gevolgen als bedoeld in artikel 19f, eerste lid, worden niet verstaan de gevolgen van een project door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, wanneer het project een activiteit is die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik per saldo niet is toegenomen of zal toenemen.

  • 4. Gedeputeerde staten kunnen ter vermindering van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied, in elk geval aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, de voorwaarde verbinden dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die wordt veroorzaakt door het project of de andere handeling waarop de aanvraag van de vergunning betrekking heeft, niet groter is dan de door gedeputeerde staten geregistreerde en voor dat project of die andere handeling beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere projecten of andere handelingen.

  • 5. Gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten, kunnen bij het toepassen van artikel 19kp, tweede lid, in elk geval de verplichting opleggen dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in het Natura 2000-gebied geheel dan wel voor een bepaald deel, niet groter is dan de door gedeputeerde staten geregistreerde en voor het project of de andere handeling beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere projecten of andere handelingen.

  • 6. Met betrekking tot de bepaling van de door projecten, andere handelingen en maatregelen als bedoeld in het tweede of derde lid veroorzaakte of te veroorzaken stikstofdepositie kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld. Daarbij kan onder meer worden geregeld dat hiervoor bij of krachtens andere wetten bijgehouden of aan een bevoegd gezag overgelegde gegevens kunnen worden gebruikt.

  • 7. De bestuursorganen die beheerplannen als bedoeld in artikel 19a of 19b vaststellen voor Natura 2000-gebieden waar projecten of andere handelingen stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstofgevoelige habitats, hebben een actueel overzicht van de gevolgen van deze projecten en andere handelingen voor de stikstofdepositie, en rapporteren hierover. De beschrijving in het programma van de wijze waarop en de frequentie waarmee rapportage plaatsvindt als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel f, is van overeenkomstige toepassing. De gevolgen worden betrokken bij toepassing van artikel 19kh, eerste lid, onderdeel b.

  • 8. Een besluit als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan alleen genomen worden als na toepassing van het zevende lid ontwikkelruimte beschikbaar blijft.

  • 9. Maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdelen c en g, worden onverkort uitgevoerd

Toelichting

Tot voor kort leverde de mogelijkheid om te salderen (artikel 19kd i.c.m.

artikel 19kf van de Natuurbeschermingswet) een relevante bijdrage aan het mogelijk maken van bedrijfsontwikkeling nabij stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden. De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) wordt nu het nieuwe instrument op basis waarvan dergelijke bedrijfsontwikkeling al dan niet mogelijk moet worden gemaakt, terwijl tegelijkertijd ook werk gemaakt wordt van behoud dan wel herstel van belangrijke natuurwaarden. In het wetsvoorstel worden de salderingsartikelen, artikel 19kd en artikel 19kf, geschrapt en wordt via artikel 19km, derde lid, een expliciet verbod op (extern) salderen ingevoerd. De indieners zijn van mening dat de mogelijkheid om te salderen opengehouden moet worden voor het geval een Natura 2000 gebied niet opgenomen is in de PAS of voor het geval ontwikkelruimte onverhoopt niet onherroepelijk toegedeeld kan worden. De indieners tekenen daarbij aan dat de PAS voor het merendeel van de Natura 2000 gebieden naar verwachting weliswaar voldoende ontwikkelruimte gaat bieden, maar dat het nog de vraag is of de door Raad van State gewenste duidelijkheid en garanties gegeven kunnen worden. De houdbaarheid van toestemmingsbesluiten is daarom nog onzeker. Derhalve achten de indieners het wijs om saldering als terugvaloptie achter de hand te houden. De indieners hebben ervoor gekozen om de voormalige artikelen 19kd en 19kf te combineren in een nieuw artikel dat ingevoegd wordt na de artikelen behorende bij de PAS (eerste, derde, vierde, vijfde en zesde lid). Het tweede lid maakt duidelijk dat het artikel dient als terugvaloptie voor het geval de PAS niet functioneert, hetzij wanneer een Natura 2000-gebied niet wordt opgenomen in de PAS (onderdeel a), hetzij wanneer ontwikkelingsruimte niet onherroepelijk kan worden toebedeeld aan een project of een andere handeling (onderdeel b). Of van deze laatste situatie sprake is, is in eerste instantie ter beoordeling van het bestuursorgaan dat bevoegd is tot toedeling van ontwikkelingsruimte (veelal het bestuursorgaan dat een Natura 2000-verguning als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleent, gedeputeerde staten). Wanneer dit bestuursorgaan dat nodig acht, kan het op grond van het tweede lid, onderdeel b, besluiten dat het voorgestelde verbod op extern salderen (voorgesteld artikel 19km, derde lid) niet van toepassing is op het desbetreffende project of de desbetreffende andere handeling. De indieners willen benadrukken dat het de bedoeling is dat het instrument «externe saldering» alleen in uiterste gevallen toegepast kan worden. De Programmatische Aanpak Stikstof moet het eerst aangewezen instrument blijven. De indieners willen hierbij aangeven dat externe saldering alleen op gebiedsniveau toegepast kan worden en dat de generieke emissie en depositie reducerende maatregelen derhalve niet ter discussie staan. Daling van de depositie blijft gegarandeerd. In dit amendement is ten aanzien van het nemen van dit besluit voorzien in betrokkenheid van de bestuursorganen die bij het vaststellen van het beheerplan voor gebieden waar dergelijke projecten of andere handelingen stikstofdepositie veroorzaken. Hiermee is gewaarborgd dat er overzicht is op de omvang van de stikstofdepositie in de betrokken gebieden als gevolg van deze projecten en andere handelingen. Bovendien zijn deze bestuursorganen verplicht om de gevolgen voor de stikstofdepositie te monitoren (zie hierna, zevende lid), zodat het van belang is hen op voorhand bij de besluitvorming te betrekken. Voor de goede orde zij erop gewezen dat het voorgestelde verbod op extern salderen niet van toepassing is op projecten en andere handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden die niet in de PAS worden opgenomen. Dit volgt al uit artikel 19km, derde lid, van het wetsvoorstel, zodat geen nadere voorziening voor die situatie hoeft te worden getroffen in dit amendement.

Ongewenste interferentie met de PAS wordt voorkomen door de verplichting voor het bestuursorgaan dat het beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied vaststelt, om de mogelijke wijzigingen in de stikstofdepositie door de projecten en andere handelingen waarop deze voorziening van toepassing is, te monitoren en te rapporteren in het kader van de PAS (zevende lid). Voor de wijze waarop en de frequentie waarmee rapportage plaatsvindt, gelden dezelfde afspraken als die in de PAS zijn gemaakt. Deze monitoring is belangrijk omdat daarmee de effecten van saldering worden meegenomen bij het bepalen van depositieontwikkeling en ontwikkelruimte. Zo wordt voorkomen dat er dubbeltelling plaatsvindt.

Het nieuw voorgestelde artikel zorgt ervoor dat de vergunningplicht voor projecten gehandhaafd blijft, maar dat indien sprake is van saldering geen passende beoordeling met betrekking tot het aspect stikstofdepositie nodig is.

De indieners hebben er verder voor gekozen om in tegenstelling tot het huidige artikel 19kd de salderingsvoorziening niet meer van toepassing te laten zijn op plannen. De Raad van State geeft in het nader rapport aan dat zij dat onverenigbaar acht met artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. Daarbij willen de indieners opmerken dat het wel mogelijk blijft om in de situatie waarin artikel 19kr van toepassing is, bij het opstellen van een plan met mogelijke significante gevolgen uit te gaan van de mogelijkheid dat bij de realisering van projecten en het verrichten van andere handelingen saldering plaatsvindt met te beëindigen andere projecten of handelingen.

Het achtste lid is bijgevoegd om te voorkomen dat na verrekening van de emissie en depositie effecten als gevolg van externe saldering in de PAS (zevende lid) de ontwikkelingsruimte in het «rood» schiet. Dan zou de depositie aan het eind van een PAS-periode hoger uitkomen dan afgesproken en zou de onderbouwing van al toegedeelde ontwikkelruimte ondergraven worden. Dat willen de indieners voorkomen. Het negende lid is bijgevoegd om te waarborgen dat bestuursorganen, ook bij het eventueel toepassen van externe saldering, in het kader van de PAS doorgaan met de uitvoering van maatregelen ten behoeve van de reductie van de stikstofdepositie (onderdeel c van artikel 19kh, eerste lid) en met de uitvoering van herstelmaatregelen, zoals de hydrologische maatregelen (onderdeel g van artikel 19kh, eerste lid).

Dijkgraaf Lodders Geurts Graus