Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 april 2015
Op 11 juni 2013 heeft uw Kamer de Regeling Grote Projecten van toepassing verklaard
op de invoering van ERTMS in Nederland. Op grond van deze regeling wordt jaarlijks
bij de voortgangsrapportage met peildatum 31 december een accountantsrapport van de
Auditdienst Rijk (ADR) gevoegd met een oordeel over de kwaliteit en volledigheid van
de financiële en niet-financiële informatie in de voortgangsrapportage en over de
beheersing en het beheer van het project. Zoals aangekondigd in mijn brief bij de
tweede voortgangsrapportage (VGR 2) ERTMS (Kamerstuk 33 652, nr. 31) doe ik u bij deze het accountantsrapport bij VGR 2 ERTMS toekomen. De belangrijkste
bevindingen vindt u hieronder. Voor het overige verwijs ik graag naar het bijgevoegde
accountantsrapport1.
In aansluiting op de beschrijving in VGR 2 en de aanbiedingsbrief, constateert de
ADR dat het programma ERTMS in de verslagperiode vooral bezig is geweest met het organiseren
van de bemensing voor de planuitwerkingsfase en met het opstellen van de plannen van
aanpak voor de werkpakketten. De ADR bevestigt dat het gekozen beleid dat het programma
ERTMS in beginsel intern moet worden bemenst voordelen heeft. Kennis, kunde en ervaring
worden hierdoor volgens de ADR voor de langere termijn beter geborgd.
De ADR constateert dat het programma in de verslagperiode mede door de personele onderbezetting
in de rapportageperiode beperkt is toegekomen aan de kaderstelling voor de beheersing.
Wegens deze nog niet voldoende uitgewerkte kaderstelling kan de ADR in bijgevoegde
rapportage nog geen assurance geven over de beheersing en het beheer van het programma
en beperkt ze zich voor de beheersing en het beheer tot het geven van bevindingen
en aanbevelingen. De ADR beschrijft dat er stappen zijn gezet met betrekking tot de
personele invulling van de programmaorganisatie, de planning, het risicomanagement
en het scopebeheer. Daarbij geeft de ADR waardevolle aanbevelingen voor een verdere
verbetering van de beheersing en het beheer van het programma.
In bijgevoegd accountantsrapport geeft de ADR wel een controleverklaring ter zake
van de financiële verantwoording. De ADR heeft een afkeurend oordeel gegeven over
de in de voortgangsrapportage opgenomen financiële verantwoording. De afkeurende controleverklaring
wordt veroorzaakt door het feit dat een aantal opdrachten enkelvoudig onderhands zijn
aanbesteed in afwijking van vigerende wet- en regelgeving ter zake van aanbesteding
van diensten. Verder zijn prestatieverklaringen afgegeven bij een aantal facturen
van opdrachtnemers die naar de mening van de ADR niet voldoende waren onderbouwd,
omdat deze niet voorzien waren van een urenverantwoording.
Ik neem deze constateringen van de ADR zeer serieus. Ik ben de ADR erkentelijk voor
hun nauwkeurige onderzoek en aanbevelingen in deze. De financiële verantwoording dient
te allen tijde betrouwbaar te zijn en wet- en regelgeving moet in acht genomen worden.
De Kamer moet hierop kunnen vertrouwen.
De programmaorganisatie en mijn ministerie erkennen de constateringen van de ADR.
In een aantal gevallen is met meerdere kleine opdrachten gewerkt, zodat de doorlooptijd
van de aanbestedingsprocedure geen belemmering vormde voor voortgang en continuïteit.
Later is geconstateerd dat deze procedure niet toegepast had mogen worden. Reeds vóór
het onderzoek van de ADR en binnen de verslagperiode van VGR 2 zijn de wijze van opdrachtverlening
in afwijking van de vigerende wet- en regelgeving ter zake van aanbesteding van diensten
en de desbetreffende contracten stopgezet. Er wordt sindsdien extra toegezien op het
inkoopproces. De ADR constateert in haar rapport dat inmiddels door de programmaorganisatie
een begin is gemaakt met een verbeterd inkoop- en financieel verantwoordingsproces.
Zoals hiervoor gezegd doet de ADR waardevolle bevindingen en aanbevelingen inzake
de beheersing en het beheer van het programma ERTMS. De beheersing van een Groot Project
als ERTMS moet op orde zijn om de grote financiële omvang, risico’s en technische
en operationele veranderingen als gevolg van ERTMS op verantwoorde wijze te kunnen
borgen. Ik heb de programmaorganisatie daarom expliciet opdracht gegeven de aanbevelingen
van de ADR inzake de beheersing en het beheer van het programma op te volgen. In de
volgende voortgangsrapportage aan uw Kamer zal worden gerapporteerd hoe hier invulling
aan is gegeven. Zoals de ADR in haar rapport aangeeft, moet het voor de ADR mogelijk
worden in haar volgende accountantsrapport een oordeel te geven over de beheersing
en het beheer van het programma.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd voorafgaand aan het op 17 juni
aanstaande geplande debat over spoorveiligheid en ERTMS.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld