33 628 Forensische zorg

Nr. 3 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2013

1. Inleiding

Op 3 februari 2009 heb ik uw Kamer het nieuwe Beleidskader Longstay forensische zorg aangeboden (kamerstuk 29 452, nr. 99). Bij de aanbieding is een procesevaluatie toegezegd. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het rapport «Evaluatie beleidskader longstay, Differentiatie, herbeoordeling en verloftoets» dat ik u hierbij doe toekomen1. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Significant in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC).

2. De belangrijkste wijzigingen van het Beleidskader Longstay forensische zorg

Rechtspositie

Met de invoering van het nieuwe beleidskader is in 2009 een aantal belangrijke wijzigingen geïntroduceerd. Onder meer is beoogd de rechtspositie van de tbs-gestelde in de longstay forensische zorg te versterken door aan de mogelijkheid in beroep te gaan tegen de beslissing tot plaatsing in een longstay-voorziening, de mogelijkheid toe te voegen in beroep te gaan tegen de voortzetting van die plaatsing.

Daarnaast is een driejaarlijkse toetsing geïntroduceerd die inhoudt dat de longstay status van de ter beschikking gestelde elke drie jaar door onafhankelijke deskundigen en de Landelijke adviescommissie plaatsing longstay forensische zorg (Lap) wordt beoordeeld.

Met de invoering van het nieuwe beleidskader is de Lap, die de Minister van Veiligheid en Justitie adviseert over zowel de plaatsing als de voortzetting van de plaatsing in een longstay-voorziening, geformaliseerd. Om de Lap goed toe te rusten voor deze taak, is de Lap versterkt met een jurist als voorzitter.

Differentiatie

Bij de introductie van het beleidskader Longstay forensiche zorg is ook een interne differentiatie ingevoerd. Met de combinatie van drie beveiligingsniveaus (hoog, midden, laag) en drie niveaus van zorg (hoog, midden, laag) is beoogd door middel van een systematische inventarisatie de individuele behoeften van de longstay-gestelde te bepalen.

3. Verlofregeling TBS

Omdat in mei 2012 de Verlofregeling TBS is aangepast met specifieke consequenties voorlongstay-gestelden is door onderzoeksbureau Significant ook een procesevaluatie uitgevoerd over de implementatie van de Verlofregeling TBS. De belangrijkste wijziging houdt in dat longstay-gestelden alleen nog voor begeleid verlof in aanmerking komen als door onafhankelijke deskundigen een laag beveiligingsniveau is vastgesteld.

De longstay-gestelden met een gemiddeld of hoog beveiligingsniveau komen niet langer in aanmerking voor verlof. Hiermee zijn de verlofmogelijkheden gekoppeld aan het in het beleidskader gehanteerde beveiligingsniveau.

4. Het evaluatieonderzoek

In het kader van de procesevaluatie stond de vraag centraal of het beleidskader Longstay Forensische Zorg wordt uitgevoerd als beoogd en of zich knelpunten voordoen. Daarnaast richtte het onderzoek zich op het inzichtelijk maken van de mate waarin de praktijk uitvoering geeft aan de wijziging in het verlofbeleid en welke (neven-)effecten de Verlofregeling TBS met zich meebrengt.

Rechtspositie

De onderzoekers concluderen dat het beleidskader uitgevoerd wordt als beoogd: de rechtspositie van longstay-gestelden is versterkt als gevolg van invoering van het beleidskader. De driejaarlijkse herbeoordeling en de beroepsmogelijkheid tegen de daaruit voortkomende plaatsingsbeslissing vormen samen een goede toets op de voortzetting van de longstay-status. Tevens is de onafhankelijke adviesrol van de Lap geformaliseerd en is de Lap uitgebreid met twee raadsheren in de functie van voorzitter en vicevoorzitter. De raadsheren beoordelen of de regels in acht zijn genomen en waarborgen de onafhankelijkheid van het advies. De gedragsdeskundigen zijn verantwoordelijk voor de behandelinhoudelijke toetsing. Volgens het onderzoek is dit van meerwaarde, onder andere omdat het werk van de andere leden hierdoor meer op de inhoudelijke vraagstukken betreffende de behandeling is gericht.

Differentiatie

Ten aanzien van de differentiatie in zorg- en beveiligingsniveau hebben de onderzoekers geconcludeerd dat dit tot spraakverwarring heeft geleid. De differentiatie creëert een onnatuurlijk onderscheid tussen zorg en beveiliging, terwijl die in de praktijk samenhangen. Ook voor de plaatsing van de longstay-gestelde, is de differentiaatie functioneel, aldus de onderzoekers. Bij de plaatsing wordt namelijk ook gekeken naar andere aspecten van de longstay-gestelde zoals onder andere begeleidbaarheid, zelfstandigheid en risicovol gedrag. Om deze reden acht ik de schematische beoordeling van de longstay-gestelde aan de hand van een vastgesteld zorgniveau niet langer passen bij de eisen van de praktijk. Omdat de differentiatie in beveiligingsniveau een essentieel onderdeel is bij de beoordeling van de verlofaanvraag, acht ik het gebruik hiervan wel noodzakelijk. Ik verwacht begin volgend jaar een aangepast beleidskader aan uw Kamer toe te kunnen zenden.

Herbeoordelingen

Medio 2010 zijn de eerste herbeoordelingen voor tbs-gestelden die, langer dan drie jaar de longstay-status hebben, gestart. In januari 2013 is voor 120 longstay-gestelden het proces van hertoetsing voor het grootste deel afgerond (88%) of in een vergevorderd stadium (11%). Circa een kwart van de herbeoordelingen leidde tot beëindiging van de longstay-status.

Bij het proces van herbeoordelen is een doorlooptijd van zes maanden beoogd. De mediane doorlooptijd bedraagt thans echter 8,6 maanden. De onderzoekers noemen een aantal oorzaken waardoor de beoogde doorlooptijd van herbeoordelingen vaak wordt overschreven. Met name de kliniek en de NIFP-rapporteurs leveren hun advies later aan dan de gestelde inleverdatum. De duur van de overschrijdingen is in absolute zin bij het NIFP het grootst. Daarnaast is een extra stap in het proces ingevoegd waarin de kliniek een reactie geeft op de rapportage van de NIFP-rapporteurs.

Ten behoeve van een tijdige en correcte afhandeling heb ik in navolging van eerdere afspraken gericht op het verkorten van de doorlooptijden bij het NIFP ook afspraken gemaakt over het verkorten van de doorlooptijden van het advies bij de herbeoordelingen van longstay-gestelden. Voor de extra stap, waarbij de rapportage van het NIFP voor een reactie wordt verzonden aan de kliniek, geldt dat deze mijns inziens noodzakelijk is om te komen tot zorgvuldige besluitvorming.

Uitstroommogelijkheden en vervolgvoorzieningen

De onderzoekers geven aan dat in de praktijk problemen spelen bij het vinden van een geschikte uitstroomvoorziening nadat de longstay-status van de longstay-gestelde is beëindigd. Ik zal daarom in gevallen waarin een longstay-status wordt opgeheven, aan de betreffende kliniek ondersteuning aanbieden van het Forensisch Plaatsingsloket van de Dienst Justitiële Inrichtingen bij het vinden van de meest geschikte vervolgvoorziening.

Verlofregeling TBS

Ten aanzien van de Verlofregeling TBS concluderen de onderzoekers voorts dat de gewijzigde Verlofregeling wordt uitgevoerd zoals beoogd. Alleen longstay-gestelden met een laag beveiligingsniveau kunnen voor (begeleid) verlof in aanmerking komen. Voor de meeste longstay-gestelden is de mogelijkheid tot verlof hierdoor niet structureel veranderd. Doordat bij de wijziging op 27 mei 2012 nog niet voor alle longstay-gestelden een beveiligingsniveau was vastgesteld, leverde dit voor sommige personen wel tijdelijk beperkingen in de verlofmogelijkheden op.

Conclusie

Samenvattend concludeer ik dat de rechtspositie van longstay-gestelden is versterkt door de invoering van het beleidskader Longstay Forensische Zorg. Hiermee is aan de belangrijkste doelstelling van het beleidskader voldaan. Ook de gewijzigde Verlofregeling TBS wordt uitgevoerd zoals beoogd. Alleen longstay-gestelden met een laag beveiligingsniveau kunnen voor (begeleid) verlof in aanmerking komen. De onderzoekers hebben geconstateerd dat de differentiatie in zorgniveau en beveiligingsniveau niet functioneel is. Omdat ik onderken dat de schematische beoordeling van longstay-gestelden aan de hand van een vastgesteld zorgniveau niet noodzakelijk is, zal ik het beleidskader op dit punt aanpassen.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven