Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2017
Bijgaand zend ik u mijn reactie op de Quickscan Aanbesteding Forensische Zorg1, uitgevoerd door onderzoekbureau Significant. Allereerst volgt een toelichting op
dit onderzoek, waarna ik mijn beleidsreactie geef.
Aanleiding
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van de motie Van Toorenburg op 4 juli 20172. In de motie wordt aangegeven dat nieuwe manier van aanbesteden van de forensische
zorg als gevolg van de gewijzigde Aanbestedingswet 2016, kan leiden tot een te grote
nadruk van inkoop op prijs van de geleverde zorg. De motie verzoekt de regering alternatieven
uit te werken waarbij prijs en kwaliteit gelijkwaardig zijn in de aanbesteding.
In het onderzoek is gekeken naar de vraag of prijs inderdaad boven kwaliteit gesteld
wordt en of er alternatieven voor de aanbesteding zijn waarbij prijs en kwaliteit
gelijkwaardig zijn. Toenmalig Staatssecretaris Dijkhoff heeft toegezegd uw Kamer over
de resultaten van het onderzoek te informeren.
Belangrijkste conclusies onderzoek
De onderzoekers concluderen dat prijs en kwaliteit gelijkwaardig tot uiting komen
in de huidige aanbesteding van forensische zorg. Er is dus geen sprake van een te
grote nadruk op prijs. Wel zien de onderzoekers enkele mogelijkheden om aanbieders
sterker te prikkelen tot het leveren van zo hoog mogelijke kwaliteit van zorg.
Prijs en kwaliteit in de aanbesteding
In de aanbesteding forensische zorg speelt de factor prijs volgens de onderzoekers
geen dominante rol in de aanbesteding. De tarieven worden door de Dienst Justitiële
Inrichtingen (DJI) vastgesteld op basis van de maximumtarieven van de Nederlandse
Zorgautoriteit (NZa). Zorgaanbieders kunnen geen gunningspunten verdienen door een
lager tarief aan te bieden. Zorgaanbieders beconcurreren elkaar dus niet op prijs.
Ten aanzien van kwaliteit krijgen alle partijen die aan de vooraf gestelde kwaliteitseisen
voldoen een raamovereenkomst aangeboden. De indicatiestelling door het NIFP waarin
de zorgbehoefte wordt vastgesteld en het beschikbare aanbod bepalen uiteindelijk de
plaatsing van de justitiabele. Deze indicatiestelling vindt onafhankelijk van het
zorgaanbod en de zorginkoop plaats, zodat de zorgbehoefte objectief wordt vastgesteld.
De onderzoekers geven aan dat deze aanbesteding zorgaanbieders de kans biedt het huidige
zorgaanbod uit te breiden, indien zij zien dat de behoefte in de regio toeneemt. Naar
verwachting leidt deze benadering tot een beter antwoord op de zorgvraag. Differentiatie
op kwaliteit blijft een belangrijk speerpunt en vormt ook voor de huidige aanbesteding
een criterium.
Om de kwaliteit te versterken stuurt DJI op verantwoording van de prestatie-indicatoren
forensische psychiatrie en op stimulering van de implementatie van de producten uit
het zogeheten programma Kwaliteit Forensische Zorg (KFZ). In 2017 is voor het eerst
geëxperimenteerd met prijsdifferentiatie als beloning voor het incorporeren van KFZ-producten.
Meer inzetten op kwaliteit
De onderzoekers zien wel mogelijke alternatieven voor de huidige wijze van inkopen.
Deze alternatieven zijn erop gericht aanbieders sterker te prikkelen tot het leveren
van zo hoog mogelijke kwaliteit van zorg, passend bij de wens van diverse betrokkenen.
De alternatieven passen binnen de Aanbestedingswet.
Zo bestaat de wens bij de betrokken partijen (JenV, DJI, GGZnl) om aanbieders de mogelijkheid
te geven uit te blinken op kwaliteit. De onderzoekers schetsen twee opties om kwaliteit
in de aanbesteding van forensische zorg meer te stimuleren.
-
– Optie1: In de aanbestedingsprocedure kunnen nadere (sub)gunningscriteria komen die
betrekking hebben op kwaliteit.
-
– Optie 2: Tijdens de contractduur kan worden gewerkt met een (uitgebreidere) bonusstructuur
voor aanbieders die (extra) kwaliteit en innovatie weten te leveren. In een variatie
op dit scenario kan er ook voor gekozen worden eenmalig een bonus te geven aan zorgaanbieders
die op enig moment aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen.
Beleidsreactie
Het onderzoek sterkt mij in de gedachte dat de forensische zorg op een juiste en binnen
de regelgeving passende wijze wordt aanbesteed. Van een te grote nadruk op prijs is
geen sprake. Op basis van dit rapport zie ik geen aanleiding de procedure aan te passen.
Ik ben de onderzoekers erkentelijk voor bovengenoemde aanbevelingen om de kwaliteit
verder te versterken. Ik heb DJI gevraagd deze opties te betrekken in de doorontwikkeling
van het kwaliteitsbeleid. Een hoogstaand en gebalanceerd aanbod van forensische zorg
blijft daarbij voorop staan.
De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker