Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533625 nr. 143

33 625 Hulp, handel en investeringen

Nr. 143 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2014

In deze brief gaat het kabinet in op enkele toezeggingen die zijn gedaan tijdens het algemeen overleg (AO) (Kamerstuk 33 625, nr. 115) over China van 9 april 2014. Ik doe dit mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. In deze brief komen respectievelijk aan de orde;

  • Positie van Oeigoeren in China;

  • Stand van zaken van de EU-China Mensenrechtendialoog;

  • Stand van zaken resterende toezeggingen;

  • Overig: laogai-producten.

Positie van Oeigoeren in China

Het Kamerlid Van Bommel informeerde tijdens het AO China naar recente ontwikkelingen ten aanzien van Oeigoeren in China. Hij verwees hierbij naar berichten dat er in 2013 geweld zou zijn gebruikt tegen ongewapende demonstranten, met in bepaalde gevallen dodelijk afloop. Toegezegd is dat u hierover schriftelijke informatie zou ontvangen.

Sinds het AO zijn meer verontrustende berichten uit China gekomen over de situatie in Xinjiang en de positie van Oeigoeren. Voor de meeste incidenten, waaronder de berichten waarnaar Kamerlid Van Bommel verwees, geldt dat deze niet kunnen worden geverifieerd als gevolg van een gebrek aan onafhankelijk getoetste informatie.

De afgelopen maanden zijn gewelddadige aanslagen gepleegd, waarbij dodelijke slachtoffers en vele gewonden vielen. Deze aanslagen zijn aanleiding geweest voor de Chinese regering om meer (para)militairen naar Xinjiang te sturen en de anti-terreurcampagne te intensiveren. De Chinese autoriteiten schrijven de aanslagen toe aan Oeigoerse extremisten.

Nederland erkent de noodzaak om maatregelen te nemen om deze gewelddadigheden te voorkomen in de toekomst. Ook heeft Nederland bij gelegenheden aan de Chinese autoriteiten kenbaar gemaakt geschokt te zijn door de gewelddaden en medeleven betuigd met de slachtoffers en hun nabestaanden.

Er zijn aanhoudende berichten dat Oeigoeren te maken krijgen met intimidatie door de politie, verdwijnen en/of worden geconfronteerd met een oneerlijke rechtsgang. Volgens berichten in Chinese en westerse media hebben massale rechtszittingen plaatsgevonden. Tevens zijn verdachten ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Het beeld is kortom dat door de recente aanslagen de positie van Oeigoeren verder onder druk is komen te staan.

Nederland vraagt aandacht voor deze zorgwekkende situatie in Xinjiang, zowel in EU-verband als in bilaterale contacten met China. De EU heeft grote zorg geuit over de reactie van de Chinese overheid op recente aanslagen en doet een dringend beroep op China om een eerlijke rechtsgang en het recht op een eerlijk proces te waarborgen.

Tijdens de bilaterale mensenrechtenconsultaties in december 2013 heeft de toenmalige mensenrechtenambassadeur, de heer Lionel Veer, aandacht gevraagd voor de positie van Oeigoeren en de bescherming van hun rechten, zoals vrijheid van religie en vrijheid van vereniging. Ook is tijdens de EU-China Mensenrechtendialoog hierover gesproken. In een EU-verklaring tijdens de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties van juni heeft de EU aangegeven bezorgd te zijn over de massaveroordelingen die hebben plaatsgevonden in Xinjiang.

Om langdurige stabiliteit en welvaart te bereiken in Xinjiang, is het van belang om onderliggende oorzaken van etnische spanningen in de regio te adresseren, zoals ook in EU-verband naar voren wordt gebracht. Randvoorwaarden hiervoor zijn dat de mensenrechten worden gerespecteerd en dat er sprake is van gelijkwaardige ontwikkeling en participatie van minderheden in autonome regio’s in het besluitvormingsproces. Het is van belang dat de Oeigoerse cultuur en religieuze vrijheid worden gerespecteerd.

Stand van zaken van de EU-China Mensenrechtendialoog

Uw Kamer heeft tijdens het algemeen overleg geïnformeerd naar de stand van zaken van de Mensenrechtendialoog tussen de EU en China. Toenmalig Minister Timmermans heeft gezegd het gesprek met de Speciale Vertegenwoordiger Mensenrechten van de EU, de heer Lambrinidis, hierover voort te zetten en uw Kamer te zullen berichten over de wijze waarop de EU-China Mensenrechtendialoog meer substantie gegeven kan worden.

In juni jl. heeft de mensenrechtenambassadeur hierover gesproken met de heer Lambrinidis. Op dit moment zijn onderhandelingen gaande met China over de dialoog en de modaliteiten van de dialoog. Nederland levert hieraan een actieve bijdrage. Het is evenwel te vroeg om uitkomsten te kunnen melden. Een nieuwe datum en opzet van de dialoog zijn nog niet bekend. Ondanks dat het kabinet uw Kamer nog geen concrete resultaten kan melden, wil ik u ervan vergewissen dat dit onderwerp mijn aandacht heeft.

Stand van zaken resterende toezeggingen

Resultaten tussenevaluatie pilot receptorbenadering

De tussenevaluatie is nog niet gereed. Zodra de evaluatie gereed is, zal uw Kamer deze uiteraard toegezonden krijgen.

Visumverstrekking en bevorderen van toerisme vanuit China naar Nederland

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft China van 27 tot en met 30 oktober bezocht. Zij heeft tijdens haar reis aandacht besteed aan het vergemakkelijken van het reizigersverkeer tussen China en Nederland. Zij heeft de visumverstrekking aan de orde gesteld en de wijze waarop het proces en de faciliteiten voor verstrekking verder kunnen worden bevorderd. De inspanningen aan Nederlandse zijde om visumverstrekking te vereenvoudigen en verkorten zijn daarbij uitgebreid aan de orde geweest. Ook is aan China gevraagd eenzelfde inspanning te verrichten en oplossingen te zoeken voor problemen die nu in de visumprocedure worden ondervonden.

Efficiënte en vlotte visumverlening draagt tevens in positieve zin bij aan het bevorderen van inkomend toerisme uit China. Tijdens het bezoek is het bevorderen van toerisme verder niet aan bod gekomen, maar dit onderwerp heeft nog steeds de aandacht. Zo vond zoals ook in het AO is genoemd, in september jl. een conferentie plaats over de opkomst van het toerisme uit Azië. In de eerste helft van 2015 is een vervolgconferentie voorzien.

In het overleg van 9 april jl. was u informatie toegezegd over plannen van de Europese Commissie om de visumwetgeving aan te passen om toerisme vanuit China te bevorderen. De Kamer is inmiddels geïnformeerd over het voorstel van de Europese Commissie voor aanpassing van de huidige EU-Schengen-visumwetgeving1 en het kabinetsstandpunt over dit voorstel. De Commissie beoogt met het voorstel de procedures voor bonafide reizigers die voor een kort verblijf naar de EU willen komen te bekorten en vereenvoudigen. Het voorstel heeft overigens niet specifiek betrekking op China, maar op visumverlening in brede zin.

Overig: laogai-producten

Tijdens het algemeen overleg heeft het Kamerlid Voordewind gevraagd naar de laogai-kampen en naar de uitvoering van de motie waarin werd opgeroepen om te bezien of laogai-producten geweerd kunnen worden.

De term «laogai» slaat op een algemeen regime in Chinese penitentiaire inrichtingen (inclusief alle gevangenissen) waarbij gedetineerden als deel van hun dagprogramma geacht worden arbeid te verrichten. Laogai-producten zijn producten die op deze wijze zijn vervaardigd. De Chinese wet verbiedt de export van laogai-producten, maar er is geen volledig zicht op de keten. In het overleg is gemeld dat de identificatie en traceerbaarheid van deze producten op moeilijkheden stuit, omdat het vaak om halffabricaten gaat. Daardoor kan aan het einde van de productieketen moeilijk worden aangetoond waar producten verwerkt zijn die in detentie zijn vervaardigd. Tevens is verwezen naar wetgeving die door de VS is aangenomen en die in de praktijk onuitvoerbaar is gebleken. Rapportage van het Amerikaanse International Labor Affairs Bureau (ILAB) met landenprofielen en een uitgebreide literatuurbeschrijving wordt in de VS alleen gebruikt als risico-indicator. De Nederlandse overheid wijst bedrijven op de Amerikaanse lijst van het ILAB via de MVO Risico Checker (www.mvorisicochecker.nl).

Naar aanleiding van het overleg zijn de MVO Risico Checker en de MVO-toolkit China (getiteld Corporate Social Responsibility Guide: Facilitating Responsible and Sustainable Business in China, opgesteld door de Nederlandse ambassade in Peking) nog eens nader bezien op dit punt. De MVO Risico Checker informeert bedrijven dat in China dwangarbeid bijvoorbeeld voorkomt in commerciële bedrijven en geeft advies hoe dit te herkennen en voorkomen. In de update van de MVO-toolkit China is een algemene verwijzing opgenomen naar het verbod op dwangarbeid dat verankerd is in Chinese arbeidswetgeving. De toolkit wordt via bijeenkomsten bij Nederlandse ondernemers in China onder de aandacht gebracht.

Het is van belang om dit thema in EU-verband te adresseren. De EU spreekt regelmatig zorgen uit over laogai-producten en verzoekt China haar nationale wetgeving conform de internationale mensenrechtenverdragen aan te passen. Tevens heeft de EU een Commission Inter-Service Coordination Group on Forced Prison Labour opgericht. Deze werkgroep analyseert de beperkingen die zijn opgelegd op goederen, gemaakt in detentie. De werkgroep zal beleidsvoorstellen formuleren, Nederland wacht deze af. Met deze EU-inzet wordt de motie-Voordewind opgevolgd.

Tijdens het algemeen overleg heeft het Kamerlid Voordewind ook geïnformeerd naar het verplichten van bedrijven tot het geven van duidelijkheid over de afkomst van producten in hun keten. Op basis van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, die ook de UN Guiding Principles on Business and Human Rights omvatten, hebben bedrijven een zorgplicht ten aanzien van hun keten. Hieronder wordt verstaan dat zij een MVO-risicoanalyse of een impact assessment dienen uit te voeren, waarmee mogelijke MVO-risico's in kaart worden gebracht om deze te voorkomen of te verminderen. Indien zo’n analyse of assessment oplevert dat er binnen de keten een risico is op laogai-producten, dan dient het bedrijf aan te geven wat het daartegen doet. De verantwoordelijkheid ligt heel duidelijk bij het bedrijfsleven zelf. In voorkomend geval zal de overheid een bedrijf daarop aanspreken.

Mogelijke risico’s van buitenlandse investeringen in vitale sectoren

In het overleg van april is gemeld dat de Kamer een brief van de Minister van Veiligheid en Justitie hierover zou ontvangen. Deze brief is op 10 juni aan uw Kamer verstuurd2, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Economische Zaken.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders


X Noot
1

Zie fiches Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, Kamerstuk 33 943, nr. 2 en nr. 3 van 28 mei 2014.

X Noot
2

Minister van Veiligheid en Justitie, «Beleidsreactie rapportage werkgroep Economische Veiligheid», Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 821, nr. 22 van 10 juni 2014. Bijlage: Werkgroep Economische Veiligheid, «Tussen naïviteit en paranoia. Nationale veiligheidsbelangen bij buitenlandse overnames en investeringen in vitale sectoren», april 2014.