Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201430821 nr. 22

30 821 Nationale Veiligheid

Nr. 22 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juni 2014

Bijgaand treft u de rapportage aan van de werkgroep Economische Veiligheid. Onder voorzitterschap van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft deze interdepartementale werkgroep zich gebogen over de vraag of nationale veiligheidsbelangen bij buitenlandse overnames en investeringen in vitale sectoren in Nederland voldoende zijn gewaarborgd1. De rapportage is vastgesteld in de Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (RIV) d.d. 13 mei 2014. Met deze brief informeer ik Uw Kamer, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over voornemens op het gebied van economische veiligheid. Met deze brief geef ik tevens uitvoering aan de toezegging die de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking deed tijdens het Algemeen Overleg van 9 april jl. om Uw Kamer te informeren over de opvatting van het kabinet over mogelijke risico’s van buitenlandse investeringen.

De geopolitieke context van de wereldeconomie wordt complexer en risicovoller. Bijvoorbeeld door een machtsverschuiving naar Azië, de niet meer vanzelfsprekende veiligheidsparaplu van de Verenigde Staten, toenemende afhankelijkheden van essentiële grondstoffen en de inzet van (digitale) spionage. De huidige crisis rondom Oekraïne laat bovendien zien hoe actueel en urgent de zorgen over energiezekerheid en over economische machtsverhoudingen zijn. De vraag die daarbij opkomt is, of Nederland voldoende is geëquipeerd om de nationale veiligheidsbelangen blijvend te borgen.

Zo hebben recente gevallen van voorgenomen of daadwerkelijke buitenlandse overnames en investeringen in Nederland (zoals de mogelijke overname van KPN) de vraag op de politieke agenda gezet, op welke wijze de nationale veiligheid in deze situaties wordt geborgd. Daarom heeft het Comité Verenigde Inlichtingendiensten Nederland (CVIN) de NCTV opdracht gegeven om dit deelaspect van economische veiligheid te onderzoeken. Binnen de werkgroep Economische Veiligheid heeft de NCTV samen met inhoudsdeskundigen van de Ministeries van AZ, EZ, BZ, de AIVD, DEF (waaronder de MIVD), FIN en de werkgeversorganisatie VNO-NCW bijgevoegd rapport opgesteld.

Buitenlandse overnames en investeringen zullen zich in de nabije toekomst blijven voordoen en zijn ook zeer gewenst voor werkgelegenheid en economische groei. Het aandeel buitenlandse investeringen uit opkomende economieën zal naar verwachting de komende jaren verder toenemen. Bij de overgrote meerderheid van deze buitenlandse investeringen in Nederland zal geen sprake zijn van een veiligheidsdimensie. Echter, daar waar nationale veiligheidsbelangen bij buitenlandse overnames en investeringen wel in het geding zijn, moet nu en in de toekomst adequaat opgetreden kunnen worden. Het tijdig en beter voor ogen hebben van reële veiligheidsrisico’s van buitenlandse overnames en investeringen in als vitaal aan te merken sectoren is daarbij noodzakelijk.

Daarom sta ik een aanpak voor, waarbij met behulp van ex-ante analyses bijtijds in kaart wordt gebracht wanneer een risico voor de nationale veiligheid aan de orde is en of het bestaande instrumentarium dan voldoende uitkomst biedt. Dit is mede gebaseerd op de in 2007/2008 uitgevoerde exercitie in het kader van de Staatsfondsenbrief.2 Op basis van de uitkomsten van een dergelijke analyse kan besluitvorming plaatsvinden over de vraag of aanvullende maatregelen wenselijk zijn. Uitgangspunten zijn een sectorspecifieke benadering en maatwerk. Deze ex-ante analyse wordt eerst proefondervindelijk toegepast op twee als vitaal aan te merken sectoren, waar buitenlandse overnames en investeringen de nationale veiligheid kunnen raken.

Het gaat hierbij dus niet om de invoering van een generieke wettelijke investeringstoets op buitenlandse investeringen. Nederland heeft immers een groot belang bij buitenlandse investeringen en wil daarvoor geenszins een obstakel opwerpen dat tot onzekerheid zou kunnen leiden bij potentiële investeerders. De aanpak laat wel de mogelijkheid open voor sectorspecifieke wettelijke maatregelen, bijvoorbeeld als uit de voorgestelde ex-ante analyse zou blijken dat die wenselijk zijn. Hierin past het voornemen voor de telecomsector om de Minister van Economische Zaken een aantal bevoegdheden toe te kennen waarmee hij, mede op basis van veiligheidsadvies van de Ministers van V&J, BZK en Defensie, het verkrijgen van zeggenschap in vitale telecommunicatie-infrastructuur kan beoordelen op de gevolgen voor de nationale veiligheid. Het is een voorbeeld van een sectorspecifieke benadering van belangen en risico’s en in het geval van lacunes het komen tot maatwerkoplossingen. De Minister van Economische Zaken heeft Uw Kamer hierover geïnformeerd bij brief van 10 juni 2014 (Kamerstuk 24 095, nr. 368).

Om de verbinding tussen economische- en veiligheidsbelangen te faciliteren zal ik een publiek-private dialoog tussen economische- en veiligheidspartners starten, waarbij tevens kennisinstellingen worden betrokken. Vroegtijdige uitwisseling van informatie is daarbij noodzakelijk. Ook aansluiting vinden bij dialogen over economische veiligheid binnen de EU of de OESO hangt hiermee samen, aangezien veel veiligheidsrisico’s anno 2014 een internationale dimensie kennen.

Die internationale context is tevens van belang als het gaat om de grenzen van wat mogelijk is. Bij een verdere verkenning van het onderwerp economische veiligheid geldt het Europeesrechtelijk kader op het gebied van de interne markt en mededinging als norm. Juridisch bindend zijn ook de verplichtingen die Nederland is aangegaan in de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten («GATS»). Ten slotte dient rekening gehouden te worden met uitgangspunten als non-discriminatie, transparantie, proportionaliteit en aanspreekbaarheid, zoals die zijn te vinden in OESO-richtlijnen over de beoordeling van inkomende investeringen op nationale veiligheid.

De breedte van het thema economische veiligheid maakt afbakening van het thema ten slotte wenselijk. Ook de Minister van Defensie onderstreept dit in haar reactie op het rapport «No blood for oil?» van het The Hague Centre for Strategic Studies, die zij in haar brief van 28 mei 2014 (Kamerstuk 33 763, nr. 44) aan Uw Kamer heeft aangeboden. De prioritaire deelonderwerpen van economische veiligheid, zijnde buitenlandse overnames en investeringen in als vitaal aan te merken sectoren, beperkte toegang tot grondstoffen/ bescherming van handelsroutes en (digitale) spionage, bieden daartoe aanknopingspunten.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Brief Staatsfondsen, Kamerstuk 31 200 IXB, nr. 13