33 612 Structuurvisie Windenergie op land

Nr. 78 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2021

Op verzoek van mijn ministerie heeft het RIVM onderzocht wat de stand van zaken is van de kennis over laagfrequent geluid en op basis daarvan opties voor vervolgonderzoek voorgesteld. Aanleiding voor dit onderzoek waren een toename in klachten over laagfrequent geluid (geluid met lage tonen) en maatschappelijke onrust over eventuele gezondheidseffecten hiervan. De rapportage «Onderzoeksprogramma Laagfrequent geluid (LFG): Stand van zaken en aanbevelingen voor vervolgonderzoek» doe ik u hierbij toekomen, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat en Energie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport1.

In de rapportage geeft het RIVM een overzicht van de stand van zaken van de kennis over laagfrequent geluid met betrekking tot bronnen, maatregelen, meldingen, aanpak bij meldingen, gezondheidseffecten en het juridisch kader. Deze kennis is gebaseerd op een combinatie van een overzicht van de beschikbare wetenschappelijke literatuur en de resultaten van vragenlijstonderzoek onder gemeenten, omgevingsdiensten en audiologen. Bronnen van laagfrequent geluid zijn bijvoorbeeld industrie, windturbines, festivals en transport, maar ook wasmachines, warmtepompen en ventilatiesystemen. Uit meldingen en landelijke hinderpeilingen maakt het RIVM op dat er een toename lijkt te zijn in klachten die worden toegeschreven aan laagfrequent geluid. Voor veel van de meldingen is echter niet bekend of laagfrequent geluid daadwerkelijk een rol speelt omdat er geen laagfrequent geluid wordt gemeten of omdat een bron van laagfrequent geluid niet gevonden wordt. Dit maakt het volgens het RIVM moeilijk om de omvang van de problematiek te bepalen. Het RIVM geeft wel aan dat laagfrequent geluid, net als geluid in het algemeen, tot (ernstige) hinder en mogelijk slaapverstoring kan leiden. Uit beschikbaar onderzoek volgt niet dat laagfrequent geluid samenhangt met andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten.

Het RIVM doet in het rapport ook aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Aangezien niet bekend is hoeveel laagfrequent geluid er in Nederland is en wanneer het hinder veroorzaakt, raadt het RIVM aan om verkennende metingen te doen naar de blootstelling aan laagfrequent geluid en de beleving ervan. Ook wordt geadviseerd om een overzicht van veelvoorkomende bronnen en beschikbare maatregelen op te stellen. Daarnaast beveelt het RIVM meer samenwerking aan tussen betrokkenen in de aanpak bij meldingen. Verder geeft het RIVM aan dat onderzoek nodig is naar de behandeling van klachten waarbij geen laagfrequent geluid wordt gemeten of de bron niet te vinden is.

Uitgangspunt bij het geluidbeleid in Nederland is om een voldoende mate van bescherming te bieden tegen hinder en slaapverstoring, en daarmee ook tegen andere indirecte gezondheidseffecten. Het beleid kent geen specifieke regelgeving voor laagfrequent geluid, al wordt het wel meegenomen en beoordeeld als onderdeel van «gewoon» geluid. Gemeenten hebben daarnaast mogelijkheden om in de lokale situatie laagfrequent geluid apart te beoordelen en te normeren. Ook hierbij geeft het rapport aan dat er behoefte is aan handvatten.

Het RIVM geeft het signaal dat er sprake lijkt te zijn van een toename in hinder door laagfrequent geluid, waarbij er nog veel onzekerheid bestaat over de omvang van de problematiek en een goede aanpak hiervan. Ik neem dit signaal serieus en wil verantwoord omgaan met deze hinder en onzekerheid. Ik zal op basis van de aanbevelingen voor vervolgonderzoek in samenspraak met de Ministeries van EZK en VWS bezien op welke punten tot verdere kennisontwikkeling gekomen kan worden om eventueel beleid verder vorm te geven. Over het vervolg zal ik uw Kamer volgend voorjaar informeren.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S.P.R.A. van Weyenberg


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven