Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333612 nr. 13

33 612 Structuurvisie Windenergie op land

Nr. 13 MOTIE VAN DE LEDEN AGNES MULDER EN DIK-FABER

Voorgesteld 25 juni 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2020 6.000 megawatt windenergie op land gerealiseerd moet zijn;

constaterende dat inwoners van diverse gemeenten zich zorgen maken over de komst van windmolens in hun leefomgeving;

overwegende dat draagvlak voor de energietransitie van groot belang is en grote energieprojecten niet zonder vroegtijdige communicatie met en participatie van omwonenden gerealiseerd dienen te worden;

overwegende dat inwoners niet alleen geconfronteerd worden met de lasten van windenergie, maar ook van de lusten zouden moeten kunnen profiteren;

overwegende dat bewoners in een vroeg stadium duidelijkheid moeten krijgen over de mogelijkheid tot profijt, bijvoorbeeld in de vorm van winddelen of een gebiedsgebonden fonds (het Deense model);

overwegende dat de windenergiesector werkt aan een model voor participatie, waarbij lokaal maatwerk het uitgangspunt is;

verzoekt de regering, van initiatiefnemers te vragen dat zij dit participatiemodel hanteren door dit als eis in de uitgifte van vergunningen op te nemen, of alsnog wettelijk te verankeren als dit niet werkbaar blijkt te zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Agnes Mulder

Dik-Faber