Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 33576 nr. AC |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 33576 nr. AC |
Vastgesteld 1 februari 2023
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 hebben kennisgenomen van de brief van 8 november 20222 ter aanbieding van de achtste voortgangsrapportage Natuur. De leden van de fracties van het CDA en de PvdD hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.
Naar aanleiding hiervan is op 13 december 2022 een brief gestuurd aan de Minister voor Natuur en Stikstof.
De Minister heeft op 31 januari 2023 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer
Aan de Minister voor Natuur en Stikstof
Den Haag, 13 december 2022
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 8 november 20223 ter aanbieding van de achtste voortgangsrapportage Natuur. De leden van de fracties van het CDA en de PvdD hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de achtste voortgangsrapportage Natuur. Deze leden hebben een aantal vragen over met name de uitvoering en de effectiviteit van het natuurbeleid.
Zij constateren met u dat het jaarlijkse tempo van de inrichting van natuurgebieden te laag ligt om de afspraken in 2027 te realiseren. Op bladzijde 4 van de voortgangsrapportage worden de oorzaken gemeld. Deze leden vragen u in te gaan op de oorzaken die buiten de invloed van de overheid liggen. Welke oorzaken zijn dat en wat betekent dat voor de realisering van afspraken in 2027?
Zij constateren met u dat de provincies cruciaal zijn bij het realiseren van de natuurdoelen. Krijgen de provincies voldoende ruimte van de regering en voldoende rijksmiddelen om de gezamenlijk geformuleerde afspraken na te kunnen komen, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Deze leden hebben de afgelopen twee jaar een aantal keer mondeling en schriftelijk gevraagd om de contracten voor agrarisch natuurbeheer te verlengen van 6 jaar naar 20- en 30-jarige contracten. Voor het tempo van het inrichten van natuurgebieden is deze verlenging van cruciaal belang, aldus de leden van de CDA-fractie. Zij vragen u om een overzicht waar uit blijkt waar al gewerkt wordt met 20- en 30 jarige contracten. In aansluiting daarop vragen zij u waarom de mogelijkheid van 20- en 30-jarige contracten nog steeds niet is uitgewerkt en gerealiseerd.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de impulsen voor natuurbeleid ook samenhangen met internationale ambities en verplichtingen. Hierbij valt te denken aan de EU-Biodiversiteitsstrategie en het VN-Biodiversiteitsverdrag (zie de Convention on Biological Diversity (CBD), bladzijde 84) Op de CBD-top in Montréal komt eind 2022 een nieuw raamwerk voor biodiversiteit tot stand. Deze leden vragen of u de gevolgen daarvan voor de uitvoering van het natuurbeleid in Nederland kunt verwoorden en tevens toe te lichten op welk moment er een uitvoeringstoets plaatsvindt.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het Programma Nationale Parken eind 2022 eindigt. Wat voor een uitvoeringsprogramma komt hiervoor op Rijksniveau in de plaats, gelet op deze stimulans voor de uitvoering van het natuurbeleid in de Nationale Parken, zo vragen zij u.
Deze leden vinden het belangrijk dat de overheid werkt met de juiste gegevens van de bestaande, aanwezige natuur. Zij vragen aandacht voor deze situatie in Mantingerzand (Provincie Drenthe) en Wierdenseveld (Provincie Overijssel). De leden van de CDA-fractie vragen of u kunt aangeven wie de natuurgegevens heeft aangereikt voor het AERIUS-model en of u deze gegevens objectief genoeg vindt om het natuurbeleid in deze gebieden uit te voeren.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) de monitoring van het natuurbeleid doet: SOVON Vogelonderzoek Nederland en de soortenorganisaties, zoals de Vlinderstichting, RAVON en de Zoogdiervereniging werken samen met tienduizenden vrijwilligers en deze zorgen jaarlijks voor de monitoring op het voorkomen van soorten in de verschillende meetnetten. Vindt u dit een voldoende objectief netwerk en hoe vindt de objectivering van aangeleverde gegevens plaats, zo vragen zij u.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PvdD
De leden van de fractie van de PvdD hebben met belangstelling kennisgenomen van de achtste Voortgangsrapportage Natuur. Zij hebben daarover nog enkele vragen.
Zij vragen of u bekend met de uitzending van Pointer van 4 december 2022, die was gewijd aan de (mislukte) natuurcompensatie van het gekapte Sterrebos ten behoeve van de uitbreiding van autofabrikant NedCar.
Bent u het met de leden van de fractie van de PvdD eens dat het compenseren van de bomenkap van 200 jaar oude bomen niet 1-op-1 gecompenseerd kan worden door nieuwe bomen te planten en vleermuizenkasten te plaatsen?
Kunt u aangeven hoeveel hectare en welk type natuur door Natuurnetwerk Nederland (NNN) in de afgelopen vijf jaar gecompenseerd moest worden in Nederland? Kunt u daarbij tevens aangeven of en hoe dit per natuurgebied is gerealiseerd? Indien dit niet is gerealiseerd hoe houdt de regering dan zicht op de totale hoeveelheid natuur binnen het NNN, zo vragen zij u.
De leden van de fractie van de PvdD vragen hoe het Rijk zicht behoudt op verdere versnippering van het Nederlands landschap, bijvoorbeeld door de bouw van datacenters en distributiecentra.
In februari jl. kondigde Minister De Jonge (Volkshuisvesting) een tijdelijke stop van 9 maanden af voor de bouw van nieuwe datacenters in Nederland, in afwachting van nieuwe nationale regels. Deze leden vragen of u kunt aangeven wat de stand van zaken is op dit dossier.
Op 6 december 2022 bracht de Algemene Rekenkamer (ARK) het rapport «Bosbeheer in beeld»5 uit. In de Landelijke Bossenstrategie uit 2020 werd vastgelegd dat de Minister en de provincies in 2030 10% meer bos willen hebben gerealiseerd in vergelijking met 2020. Volgens de ARK gaat dit streven waarschijnlijk niet gehaald worden. Er is momenteel 6.000 hectare bos minder dan in 2020. Welke instrumenten heeft u tot uw beschikking om Staatsbosbeheer en de provincies te stimuleren het gestelde doel alsnog te halen en zijn deze instrumenten voldoende, zo vragen zij u.
De ARK schrijft dat Staatsbosbeheer centraal niet weet hoe «de optelsom van alle lokaal en regionaal genomen beslissingen over bosbeheer eruit ziet en hoeveel achterstallig onderhoud er is (...). .. daardoor ontbreekt die kennis ook bij de Minister voor Natuur en Stikstof. De Minister en de provincies – de grootste subsidiegevers voor Staatsbosbeheer – vergaren te weinig informatie om bij te sturen of om goed toezicht te houden.» De leden van de fractie van de PvdD vragen u hierop te reflecteren. Welke instrumenten heeft u om alsnog tot deze kennisvergaring te komen en in te grijpen indien nodig?
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 20 januari 2023.
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, L.P. van der Linden
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 januari 2023
De leden van uw vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben vragen gesteld en opmerkingen gemaakt naar aanleiding van de achtste Voortgangsrapportage Natuur die ik u heb toegestuurd (Kamerstuk 33 576, AB). In deze brief zal ik deze vragen en opmerkingen beantwoorden.
Minister voor Natuur en Stikstof, C. van der Wal-Zeggelink
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de achtste voortgangsrapportage Natuur. Deze leden hebben een aantal vragen over met name de uitvoering en de effectiviteit van het natuurbeleid.
Zij constateren met u dat het jaarlijkse tempo van de inrichting van natuurgebieden te laag ligt om de afspraken in 2027 te realiseren. Op bladzijde 4 van de voortgangsrapportage worden de oorzaken gemeld. Deze leden vragen u in te gaan op de oorzaken die buiten de invloed van de overheid liggen. Welke oorzaken zijn dat en wat betekent dat voor de realisering van afspraken in 2027?
Die oorzaken liggen vooral in beschikbare personele capaciteit (zowel bij de provincies als bij uitvoerende organisaties), gestegen grondprijzen, verminderde grondmobiliteit en cumulatie van ruimtelijke vraagstukken, die leiden tot een grotere druk op beschikbare ruimte. Nederland staat voor grote opgaven en kent omvangrijke (gebieds-)programma’s waar veel mensen voor nodig zijn, maar ook veel grond. Meekoppelen met andere doelen en een integrale aanpak kunnen de druk verlichten en ook het resultaat positief beïnvloeden (werk met werk maken). Het kan ook vragen om prioritering.
De afronding van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Bij de Voortgangsrapportage Natuur heb ik u geïnformeerd over de taskforce versnelling inrichting NNN. Ik heb, als uitvloeisel daarvan, met provincies afgesproken dat zij realisatieplannen maken ten behoeve van het realiseren van de NNN-opgave in 2027. Deze realisatieplannen worden in het eerste kwartaal van 2023 opgeleverd.
Zij constateren met u dat de provincies cruciaal zijn bij het realiseren van de natuurdoelen. Krijgen de provincies voldoende ruimte van de regering en voldoende rijksmiddelen om de gezamenlijk geformuleerde afspraken na te kunnen komen, zo vragen de leden van de CDA-fractie.
Over de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland hebben Rijk en provincies in 2013 afspraken gemaakt in het Natuurpact. Hierin is afgesproken dat de provincies het Natuurnetwerk Nederland planologisch begrenzen en dat zij als ontwikkelopgave minimaal 80.000 ha inrichten voor natuur. De provincies beschikken over voldoende ruimte en middelen om deze ontwikkelopgave te realiseren. De provincies zijn met de decentralisatie van het natuurbeleid verantwoordelijk voor het natuurbeleid en de realisatie daarvan. Zij kunnen derhalve zelfstandig keuzes maken ten aanzien van de inrichting van natuur en de wijze waarop zij instrumenten en middelen inzetten. Het Rijk stelt voor realisatie van de ontwikkelopgave van het Natuurnetwerk Nederland jaarlijks middelen beschikbaar via de algemene uitkering van het Provinciefonds en heeft tevens de reeds verworven ruilgronden hiertoe overgedragen aan de provincies.
In het kader van het Programma Natuur kunnen de provincies, als het gaat om stikstofgevoelige natuurgebieden, daarnaast aanvullende middelen ontvangen voor het versnellen van het verwerven van sleutelhectares binnen het Natuurnetwerk Nederland. Het gaat hierbij om situaties waarbij met de verwerving van een beperkt aantal hectares de natuurontwikkeling in een groter gebied kan worden vlotgetrokken.
Deze leden hebben de afgelopen twee jaar een aantal keer mondeling en schriftelijk gevraagd om de contracten voor agrarisch natuurbeheer te verlengen van 6 jaar naar 20- en 30-jarige contracten. Voor het tempo van het inrichten van natuurgebieden is deze verlenging van cruciaal belang, aldus de leden van de CDA-fractie. Zij vragen u om een overzicht waar uit blijkt waar al gewerkt wordt met 20- en 30 jarige contracten. In aansluiting daarop vragen zij u waarom de mogelijkheid van 20- en 30-jarige contracten nog steeds niet is uitgewerkt en gerealiseerd.
Het beheer van natuur wordt in natuurgebieden uitgevoerd door de terreinbeherende organisaties of particuliere terreinbeheerders. Op agrarische grond gebeurt dit door agrariërs via het Agrarisch natuur en landschapsbeheer (Anlb). Voor het Anlb sluiten de provincies contracten af met de agrarische collectieven. Deze contracten hebben een looptijd van 6 jaar, die aansluit op de looptijd van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van 6 jaar.
Daarnaast werken provincies samen met particuliere natuurbeheerders aan beheer van de natuur, onder andere via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL).
Er is een beperkt aantal voorbeelden waar provincies werken met langjarige contracten van 20 tot 30 jaar. In Friesland worden langjarige contracten afgesloten in het kader van de weidevogelcompensatieregeling voor ruimtelijke ingrepen in een weidevogelkansgebied, waarbij de initiatiefnemer een compensatie dient te realiseren. In Zuid-Holland en Overijssel wordt gewerkt met het concept Boeren voor Natuur. Kern daarvan is een extensief bedrijfssysteem gebaseerd op nul-aanvoer van mest en voer, hogere grondwaterstanden en 10% landschapselementen. En in Noord-Brabant wordt het natuurbeheer door boeren uitgevoerd vanuit het Ondernemend Natuur Netwerk Brabant (ONNB). De grond wordt voor 50% afgewaardeerd onder de voorwaarde dat er geen drijfmest, geen kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en dat hydrologische maatregelen worden geduld. Er moeten daarbij bepaalde af te spreken natuurwaarden worden bereikt en er blijft een beperkt agrarisch medegebruik mogelijk. Voor de grond geldt een kwalitatieve verplichting die in principe eeuwigdurend is.
Samen met provincies ben ik bezig om contracten die verder gaan dan de looptijd van 6 jaar van het GLB ook in het kader van het Anlb mogelijk te maken. Het Nationaal Strategisch Plan voor de nieuwe GLB-periode vanaf 2023 biedt de juridische ruimte om een contract jaarlijks te verlengen tot een maximum van 12 jaar. Naast de juridische borging is financiële zekerheid voor de provincies een noodzakelijke randvoorwaarde om langjarige contracten af te kunnen sluiten. Een scenario dat zich aftekent is dat de provincies de inzet voor langjarige contracten in het kader van het Anlb betrekken in de gebiedsplannen zodat daarmee financiering vanuit het Transitiefonds tot 2035 is geborgd. Besluitvorming hierover maakt integraal onderdeel uit van de beoordeling van de gebiedsplannen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de impulsen voor natuurbeleid ook samenhangen met internationale ambities en verplichtingen. Hierbij valt te denken aan de EU-Biodiversiteitsstrategie en het VN-Biodiversiteitsverdrag (zie de Convention on Biological Diversity (CBD), bladzijde 8) Op de CBD-top in Montréal komt eind 2022 een nieuw raamwerk voor biodiversiteit tot stand. Deze leden vragen of u de gevolgen daarvan voor de uitvoering van het natuurbeleid in Nederland kunt verwoorden en tevens toe te lichten op welk moment er een uitvoeringstoets plaatsvindt.
Het Kunming-Montréal Global Biodiversity Framework verschaft een hernieuwd mondiaal raamwerk voor biodiversiteit met doelen voor de periode tot 2030 die moeten leiden tot het voorkomen van verder biodiversiteitsverlies en de gevolgen daarvan voor natuur, mens en economie. Nederland steunt de mondiale afspraken en zal in 2023 een vertaling maken naar nationale doelen en acties in een zogenoemd nationaal strategisch actieplan (NBSAP) met als doel dat Nederland naar rato bijdraagt aan het behalen van de mondiale afspraken. Het nationale actieplan zal onder meer bestaand beleid in het kader van het Programma Natuur en de Agenda Natuurinclusief samenbrengen en daar waar nodig aanvullen of aanpassen voor de mondiale doelstellingen. De stand van zaken van de implementatie wordt vijfjaarlijks getoetst via een nationale rapportage aan het VN-Biodiversiteitsverdrag.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het Programma Nationale Parken eind 2022 eindigt. Wat voor een uitvoeringsprogramma komt hiervoor op Rijksniveau in de plaats, gelet op deze stimulans voor de uitvoering van het natuurbeleid in de Nationale Parken, zo vragen zij u.
Het nieuwe beleidsprogramma Nationale Parken wordt momenteel vormgegeven onder leiding van een interbestuurlijke stuurgroep (LNV, provincies en Nationale Parken en partners). Besluitvorming door Rijk en provincies is later in 2023 voorzien. De inzet van het programma is de beweging naar robuuste natuur- en landschapsgebieden voort te zetten, de kwaliteit van de parken te verbeteren en de positie van de parkorganisaties in de regionale netwerken te versterken. Zo wordt aansluiting gezocht bij de gebiedsprocessen in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het beleidsprogramma geeft aan hoe de unieke natuurgebieden die de parken omvatten veerkrachtig, beleefbaar en toegankelijk gemaakt en gehouden kunnen worden. 2023 wordt gezien als een overgangsjaar, waarin de activiteiten van het ondersteunend bureau, de inzet van educatie en communicatie en de uitvoering van de regeling die de parken ondersteunt, worden voortgezet. Het nieuwe beleidsprogramma richt zich op de periode 2024–2030.
Deze leden vinden het belangrijk dat de overheid werkt met de juiste gegevens van de bestaande, aanwezige natuur. Zij vragen aandacht voor deze situatie in Mantingerzand (Provincie Drenthe) en Wierdenseveld (Provincie Overijssel). De leden van de CDA-fractie vragen of u kunt aangeven wie de natuurgegevens heeft aangereikt voor het AERIUS-model en of u deze gegevens objectief genoeg vindt om het natuurbeleid in deze gebieden uit te voeren.
De gegevens over de bestaande natuur, zoals opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur, staan los van de natuurgegevens zoals gebruikt in AERIUS. In AERIUS gaat het specifiek om stikstofgevoelige typen natuur in Natura 2000-gebied, en dat soort gegevens maakt geen onderdeel uit van de Voortgangsrapportage. Overigens zijn in de genoemde gebieden de provincies verantwoordelijk voor het aanleveren van de habitatkaarten die in AERIUS worden verwerkt. Voor wat betreft Wierdense Veld is in een bijeenkomst met omwonenden en deskundigen gebleken dat de eerder geuite kritiek op de kaart niet terecht was. Voor wat betreft Mantingerzand wordt momenteel een validatie uitgevoerd op een voorgestelde beperkte correctie van de habitatkaart.
De leden van de CDA-fractie constateren dat het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) de monitoring van het natuurbeleid doet: SOVON Vogelonderzoek Nederland en de soortenorganisaties, zoals de Vlinderstichting, RAVON en de Zoogdiervereniging werken samen met tienduizenden vrijwilligers en deze zorgen jaarlijks voor de monitoring op het voorkomen van soorten in de verschillende meetnetten. Vindt u dit een voldoende objectief netwerk en hoe vindt de objectivering van aangeleverde gegevens plaats, zo vragen zij u.
Voor de monitoring van planten en dieren in Nederland staat het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) centraal. Het betreft een wettelijke onderzoekstaak (WOT). Het Ministerie van LNV heeft in het kader van het NEM met SOVON Vogelonderzoek Nederland en de soortenorganisaties en Wageningen University Research (WUR) als penvoerder, een meerjarige afspraak gemaakt over de uitvoering van meetprogramma’s en meetnetten voor de monitoring van soorten. Voor alle projecten geldt dat over de uitvoering en bereikte resultaten verantwoording wordt afgelegd tijdens jaarlijks te organiseren vergaderingen van begeleidingscommissies. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), provincies en LNV zijn vertegenwoordigd in deze begeleidingscommissies, die worden voorgezeten door de WUR.
Het NEM is van een hoge kwaliteit, zoals ook blijkt uit het jaarlijkse Kwaliteitsrapport NEM van het CBS, dat hiermee een onafhankelijk kwaliteitsstempel zet op de monitoringsgegevens. Het NEM kan worden aangepast en uitgebreid als nieuwe ontwikkelingen daarom vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van PvdD
De leden van de fractie van de PvdD hebben met belangstelling kennisgenomen van de achtste Voortgangsrapportage Natuur. Zij hebben daarover nog enkele vragen.
Zij vragen of u bekend met de uitzending van Pointer van 4 december 2022, die was gewijd aan de (mislukte) natuurcompensatie van het gekapte Sterrebos ten behoeve van de uitbreiding van autofabrikant NedCar. Bent u het met de leden van de fractie van de PvdD eens dat het compenseren van de bomenkap van 200 jaar oude bomen niet 1-op-1 gecompenseerd kan worden door nieuwe bomen te planten en vleermuizenkasten te plaatsen?
Ik heb hierover navraag gedaan bij de provincie Limburg omdat het hier een provinciale bevoegdheid betreft. De natuurcompensatieopgave voor de fabrieksuitbreiding voor VDL Nedcar komt voort uit de Wet Natuurbescherming (zowel soortenbescherming als de herplantplicht uit het onderdeel houtopstanden) en de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 van de provincie Limburg.
Omdat de fabrieksuitbreiding plaatsvindt in de zogenaamde Goudgroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone, en dit de natuur- en landschapswaarden van de Goudgroene natuurzone aantast, is er financieel en fysiek gecompenseerd. De voorwaarden die gelden bij verplichte natuurcompensatie volgen uit de Beleidsregel natuurcompensatie 2018 van de provincie Limburg. Deze beleidsregel is een uitwerking van het natuurcompensatiebeleid dat is beschreven in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014, de Provinciale nota natuurbeleid Natuurlijk Eenvoudig en de Omgevingsverordening Limburg 2014. De natuurcompensatie heeft volgens de provincie conform deze richtlijnen plaatsgevonden.
Het uitvoeren van de Wet Natuurbescherming in deze is een bevoegdheid van gedeputeerde staten van de provincie Limburg. Ik wil en kan niet in deze bevoegdheid en beoordeling treden. Gedeputeerde staten van de provincie Limburg zijn van oordeel dat met de natuurcompensatie volgens bovenstaande punten wordt voldaan aan de wettelijke vereisten op dit punt.
Kunt u aangeven hoeveel hectare en welk type natuur door Natuurnetwerk Nederland (NNN) in de afgelopen vijf jaar gecompenseerd moest worden in Nederland? Kunt u daarbij tevens aangeven of en hoe dit per natuurgebied is gerealiseerd? Indien dit niet is gerealiseerd hoe houdt de regering dan zicht op de totale hoeveelheid natuur binnen het NNN, zo vragen zij u.
Er is geen landelijk overzicht of landelijke afspraak met provincies om te compenseren NNN en Natura 2000 bij te houden. Er is alleen zicht op de totale omvang van het NNN, zoals ook in de Voortgangsrapportage Natuur jaarlijks wordt gerapporteerd. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dat in werking treedt wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, is geregeld dat iedere provincie in de ruimtelijke verordening regels stelt voor natuurcompensatie, die onder meer gericht zijn op het op peil houden van het areaal, de kwaliteit en de samenhang van de natuur binnen het NNN. Op dit moment zijn de afspraken hierover nog verankerd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
De leden van de fractie van de PvdD vragen hoe het Rijk zicht behoudt op verdere versnippering van het Nederlands landschap, bijvoorbeeld door de bouw van datacenters en distributiecentra.
In februari jl. kondigde Minister De Jonge (Volkshuisvesting) een tijdelijke stop van 9 maanden af voor de bouw van nieuwe datacenters in Nederland, in afwachting van nieuwe nationale regels. Deze leden vragen of u kunt aangeven wat de stand van zaken is op dit dossier.
Via onder andere monitoring houdt het Rijk zicht op de kwaliteit van het Nederlandse landschap. De monitor van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) brengt elke twee jaar in beeld wat de ontwikkelingen zijn ten aanzien van de nationale belangen en beleidsdoelen uit de NOVI. Daarnaast geeft de planmonitor die in 2023 uitkomt een modelmatig beeld van toekomstige ontwikkelingen in wonen en werken en signaleert daarmee in een vroeg stadium potentiële ontwikkelingen die mogelijk overlappen met gebieden met kwetsbare waarden. Hierdoor wordt het mogelijk eerder bij te sturen als ontwikkelingen hier om vragen.
Monitoring geschiedt ook via de Monitor Landschap. Deze geeft de gebruikers objectief inzicht in hoe het landschap transformeert door de tijd op verschillende schaalniveaus, zodat zij die veranderingen kunnen duiden, waarderen en desgewenst naar kunnen handelen. Aanleiding voor de nationale Monitor Landschap is de toegenomen druk op het Nederlandse landschap, en de vraag vanuit de samenleving om het Nederlandse landschap beter te beschermen en met zorg te ontwikkelen. De Monitor Landschappelijke impact logistieke bedrijven is een toepassing van de Monitor Landschap.
In het kader van de wetgevingsprocedure zijn de nieuwe nationale regels voor de vestiging van «hyperscale»- datacentra in 2022 ter consultatie gepubliceerd. Daarnaast zijn deze ontwerpregels in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. In het kader van deze voorhangprocedure heeft de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) op 2 december 2022 antwoord gegeven op schriftelijke vragen van uw Kamer van 27 oktober 2022. De volgende procedurestap is dat de (aangepaste) ontwerpregels na afronding van deze voorhangprocedure voor advisering aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden voorgelegd en daarna, afhankelijk van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State, zo spoedig mogelijk worden vastgesteld en in werking treden.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe regels is op 16 november 2022 opnieuw een voorbereidingsbesluit genomen dat juridisch regelt dat er geen nieuwe «hyperscale»- datacentra in Nederland gerealiseerd mogen worden, met uitzondering van de twee locaties: in de gemeente Het Hogeland (Groningen) en in de gemeente Hollands Kroon (Noord-Holland).
Op 6 december 2022 bracht de Algemene Rekenkamer (ARK) het rapport «Bosbeheer in beeld»3 uit. In de Landelijke Bossenstrategie uit 2020 werd vastgelegd dat de Minister en de provincies in 2030 10% meer bos willen hebben gerealiseerd in vergelijking met 2020. Volgens de ARK gaat dit streven waarschijnlijk niet gehaald worden. Er is momenteel 6.000 hectare bos minder dan in 2020. Welke instrumenten heeft u tot uw beschikking om Staatsbosbeheer en de provincies te stimuleren het gestelde doel alsnog te halen en zijn deze instrumenten voldoende, zo vragen zij u.
Staatsbosbeheer is een belangrijke partij bij het uitvoeren van de landelijke Bossenstrategie. Deels vloeit deze al voort uit de wettelijke taken van Staatsbosbeheer en deels worden met Staatsbosbeheer aparte afspraken gemaakt over de uitvoering van de Bossenstrategie. Zo heeft Staatsbosbeheer de ambitie om voor 2030 5.000 hectare nieuw bos te realiseren. De verwacht dat deze doelstelling gehaald zal worden en ik sluit mij aan bij deze verwachting. Daarnaast heeft Staatsbosbeheer een coördinerende taak bij het realiseren van meer bos op rijksgronden en kan Staatsbosbeheer, als grootste bos-en natuurbeheerder van Nederland, een belangrijke bijdrage leveren aan het revitaliseren van het bos, een van de doelen uit de Bossenstrategie.
We hebben daarmee diverse instrumenten in handen om de doelen uit de Bossenstrategie uit te voeren. Kanttekening daarbij is dat niet alle ambities uit de Bossenstrategie financieel gedekt zijn. Dat betreft de uitvoering van de Bossenstrategie als geheel, en beperkt zich niet tot de bijdrage van Staatsbosbeheer eraan.
De ARK schrijft dat Staatsbosbeheer centraal niet weet hoe «de optelsom van alle lokaal en regionaal genomen beslissingen over bosbeheer eruit ziet en hoeveel achterstallig onderhoud er is (...)... daardoor ontbreekt die kennis ook bij de Minister voor Natuur en Stikstof. De Minister en de provincies – de grootste subsidiegevers voor Staatsbosbeheer – vergaren te weinig informatie om bij te sturen of om goed toezicht te houden.» De leden van de fractie van de PvdD vragen u hierop te reflecteren. Welke instrumenten heeft u om alsnog tot deze kennisvergaring te komen en in te grijpen indien nodig?
Staatsbosbeheer heeft als zelfstandige overheidsorganisatie (zbo), ressorterend onder het Rijk, een aantal wettelijke taken. Deze vallen ruwweg in de categorieën beschermen, beleven en benutten. De Algemene Rekenkamer komt tot de conclusie dat Staatsbosbeheer zijn beheer van het bos op een duurzame wijze uitvoert, met oog voor de vele maatschappelijke belangen die het bos dient, nu en in de toekomst. Dat beheer is in lijn met de wettelijke taak van Staatsbosbeheer, die onder andere stelt dat de organisatie de toevertrouwde terreinen duurzaam in stand moet houden en dat moet doen in lijn met het natuurbeleid.
De uitvoering van het natuurbeleid is in 2013 gedecentraliseerd. Provincies stellen sindsdien doelen in hun Natuurbeheerplan en sturen middels subsidies op het behalen van die (instandhouding) doelen door de terreinbeheerders, waaronder Staatsbosbeheer. In dat kader vragen provincies informatie op bij Staatsbosbeheer, wat dan door Staatsbosbeheer met de provincies wordt gedeeld. Staatsbosbeheer hoeft echter niet verder te gaan in de actieve informatievoorziening aan de provincies dan waar Staatsbosbeheer zich in subsidieovereenkomsten toe vastlegt. Er bestaat, voor zover mij bekend, geen ontevredenheid bij provincies over deze vorm van informatievoorziening vanuit Staatsbosbeheer.
Voor de duurzame instandhouding of ontwikkeling van de terreinen geldt dat zowel het Rijk (als eigenaar) als de provincies een belang hebben. Aangezien de provincies in het algemeen hiervoor de middelen verstrekken en gedetailleerdere afspraken maken (via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap; SNL), wordt de rol van de eigenaar, het Rijk, meer overkoepelend vormgegeven. Het aanreiken van meer informatie op dit gebied maakt verdere doorontwikkeling van de relatie beleid – uitvoering mogelijk. In recente jaren is hier al over gesproken, maar blijkt dit nog lastig voor alle taken van Staatsbosbeheer eenduidig vorm te geven.
Voor een uitgebreide reactie op het rapport verwijs ik u naar mijn bestuurlijke reactie, zoals opgenomen in het rapport (Kamerstuk II 33 576, nr. 328).
Samenstelling:
Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Strien (PVV), Gerkens (SP), Atsma (CDA) (ondervoorzitter), Pijlman (D66), Schalk (SGP), Klip-Martin (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Vos (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Huizinga-Heringa (CU), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga) (voorzitter), Meijer (VVD), Otten (Fractie-Otten), Prins (CDA), vacant (GL), Van der Voort (D66), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA) en N.J.J. van Kesteren (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33576-AC.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.