Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 augustus 2026
Hiermee voldoe ik aan uw verzoek om een reactie op de meeste recente cijfers over
faunaschade die door BIJ12 zijn gepubliceerd. Het betreft uitgekeerde tegemoetkomingen
van provincies aan agrariërs voor schade die is veroorzaakt door beschermde diersoorten
aan gewassen en vee. Ik constateer dat de schade in schadejaar 2025 fors is toegenomen
ten opzichte van het jaar ervoor. Ik zie vooral een toename van schade door de grauwe
gans aan grasland. Tevens zie ik dat de wolf een groter aandeel heeft en provinciebreed
in de top tien van meest schadeveroorzakende dieren staat.
Schade door beschermde soorten aan landbouwgewassen en vee betekent een verlies aan
opbrengst. Grondgebruikers kunnen in dat geval in aanmerking komen voor een tegemoetkoming
in die schade, door de provincies. Provincies hebben een zekere mate van vrijheid
om hier eigen beleid voor te ontwikkelen en voorwaarden aan de tegemoetkomingen te
verbinden. Provincies hebben ook de bevoegdheden om beheer van de beschermde soorten
toe te staan. Zij kunnen vergunning verlenen voor het doden of verstoren van deze
dieren, of zij kunnen deze dieren als vergunningvrij aanwijzen. Hiermee beschikken
de provincies over een aantal instrumenten om de schadeproblematiek zowel voor de
agrariërs als voor henzelf beheersbaar te houden.
Toch blijft de schade ieder jaar toenemen. Voor een deel valt dit te verklaren door
een toename van populaties schadeveroorzakende dieren. Maar ook andere factoren spelen
een rol. Toenemende gewasprijzen leiden bijvoorbeeld ook tot hogere uitkeringen voor
tegemoetkomingen. Een gedetailleerdere analyse van de schadeontwikkeling is te vinden
op de website van BIJ12.1 Provincies hebben maar beperkt invloed op deze ontwikkelingen.
Provincies spreken mij hierop aan. Ik neem die signalen serieus. Faunaschade is een
van de onderwerpen die ik met provincies zal bespreken in het kader van gesprekken
over het Natuurpact 2.0, waarbij ook het onderzoek door Berenschot in ogenschouw wordt
genomen (Kamerstuk 33 576, nr. 477). Mijn ministerie werkt daarnaast aan een stelselwijziging jacht en faunabeheer,
waarvoor op dit moment een evaluatie wordt uitgevoerd. Met die evaluatie wordt uitvoering
gegeven aan uw motie van 3 juli 2025 (Kamerstuk 33 576, nr. 455). Ik verwacht uw Kamer voor het einde van dit jaar over deze evaluatie te kunnen
informeren.
Parallel aan de evaluatie verken ik aan de mogelijkheid onderzoeken om de grauwe gans
landelijk als vergunningvrij aan de wijzen. In alle provincies is het op dit moment
al mogelijk om de grauwe gans te beheren, maar dit leidt vooralsnog niet tot een afname
in de schade. Ik onderzoek of een landelijke aanwijzing daar verandering in kan brengen
en zal uw Kamer naar verwachting begin 2027 over de uitkomsten daarvan informeren.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen