33 576 Natuurbeleid

Nr. 510 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

Tijdens de regeling van werkzaamheden (30 juni) heeft mevrouw Van der Plas een stemming op 1 september aangekondigd over het Ontwerp-Natuurplan, vooruitlopend op een aanvraag voor een notaoverleg op 31 augustus dat vandaag wordt behandeld in de procedurevergadering. Mevrouw Bromet vroeg of indiening bij de Europese Commissie enkele weken kan worden uitgesteld voor meer bedenktijd. Met deze brief reageer ik op beide punten.

Het voorstel om pas op 1 september te stemmen leidt tot het te laat indienen van het Ontwerp-Natuurplan omdat verwerking tijd kost. Ik hecht sterk aan tijdige indiening, uiterlijk 1 september 2026. Dit is toegezegd aan de Europese Commissie en een verplichting vanuit de Natuurherstelverordening. Te laat indienen schaadt onze positie in Brussel, die ik graag ook op andere dossiers gebruik. Bovendien verkort late indiening de tijd voor behandeling en bijsturing tot en met het definitieve Natuurplan (uiterlijk 1 september 2027).

Het Ontwerp-Natuurplan is een concept, bevat geen beleidskeuzes of nieuwe maatregelen en is daarmee beleidsneutraal. Deze is als onderdeel van de brief van 26 juni jl. naar uw Kamer gestuurd zodat een debat vóór het reces mogelijk was.

Na indiening van het Ontwerp-Natuurplan is er een jaar beschikbaar om het gesprek met uw Kamer te voeren richting het definitieve Natuurplan. Ik zal het definitieve Natuurplan tijdig met uw Kamer delen voorafgaand aan de indiening conform de motie Flach1.

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen


X Noot
1

Kamerstuk 33 576 XIV, nr. 506

Naar boven