De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beverpopulatie in Nederland de afgelopen jaren sterk is toegenomen
en er in verschillende regio's sprake is van schade aan woningen, ondergrond, openbare
ruimte, waterkeringen en infrastructuur als gevolg van beveractiviteiten;
constaterende dat beverdammen lokaal kunnen bijdragen aan veranderingen in waterstromen
en in sommige gevallen kunnen leiden tot verslechtering van waterkwaliteit stroomafwaarts
van de dam;
overwegende dat de huidige regelgeving primair is ingericht op bescherming van de
bever, waardoor preventief en risicogericht ingrijpen in de praktijk beperkt en versnipperd
plaatsvindt, waardoor in veel gevallen pas wordt ingegrepen nadat schade of onveilige
situaties zijn ontstaan;
overwegende dat een toekomstbestendig natuur- en faunabeleid een expliciete en gebalanceerde
afweging vereist tussen natuurbescherming, waterveiligheid, bescherming van woningen,
leefbaarheid en vitale infrastructuur;
verzoekt de regering een landelijk kader voor beverbeheer uit te werken waarin expliciet
wordt vastgelegd onder welke voorwaarden preventief ingrijpen mogelijk is bij aantoonbare
risico's voor waterveiligheid, woningveiligheid, waterkwaliteit en infrastructuur;
verzoekt de regering daarbij praktijkervaringen uit onder meer Weert en Nijmegen te
betrekken als casuïstiek;
verzoekt de regering de Kamer voor 1 maart 2027 te informeren over de benodigde aanpassingen
in wet- en regelgeving om een risicogericht en uitvoerbaar beheerregime te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Den Hollander
Boomsma
Grinwis
Koorevaar
Flach