Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533576 nr. 24

33 576 Natuurbeleid

Nr. 24 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND

Voorgesteld 11 december 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een vergunning heeft afgegeven voor zoutwinning onder de Waddenzee;

constaterende dat de verzakking naar aanleiding van zoutwinning onder land vele malen ernstiger blijkt uit te vallen dan gepland en dat redelijkerwijs kan worden verwacht dat dit voor boringen onder het wad ook het geval zal zijn;

gelet op de mondiaal belangrijke status van het Wad als Natura 2000-gebied en Werelderfgoed;

constaterende dat de afname van wadplaten of de verandering van de sedimentsamenstelling van de wadplaten nadelige gevolgen kunnen hebben voor vogelsoorten zoals de kanoet, terwijl de Vogel- en Habitatrichtlijn voorschrijft dat in plaats van natuurbedreigende, juist natuurherstellende werkzaamheden verricht zouden moeten worden om ervoor te zorgen dat de habitat van de kanoet verbetert;

verzoekt de regering, de vergunning om te boren naar zout in het Waddengebied in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand