33 576 Natuurbeleid

Nr. 197 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 augustus 2020

Hierbij reageer ik op het verzoek van uw vaste commissie voor LNV voor het sturen van een jaarlijkse beknopte voortgangsrapportage over het natuurbeleid en de vier indicatoren die u in dit verband heeft voorgesteld.

Uw Kamer ontvangt jaarlijks de Voortgangsrapportage Natuur, een gezamenlijke rapportage van Rijk en provincies, waarin uw Kamer over de voortgang van het natuurbeleid, zoals de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland, wordt geïnformeerd. Daarnaast werk ik samen met provincies aan het Programma Natuur, mede in het licht van de stikstofaanpak. In het kader van dat programma bekijken we ook het geheel van de monitorings- en voortgangsinformatie.

Ik ben daarom voornemens de voortgangsinformatie waar uw Kamer om verzoekt mee te nemen in deze bestaande informatievoorziening. Dit versterkt de eenduidigheid van de voortgangsinformatie en voorkomt daarnaast aparte informatiestromen. Bovendien sluiten de vier indicatoren waar uw vaste commissie voor LNV om verzoekt reeds nauw aan bij de Voortgangsrapportage Natuur die uw Kamer jaarlijks ontvangt.

Hieronder loop ik de vier voorgestelde indicatoren langs en geef ik per indicator weer hoe ik deze denk in te kunnen passen in de Voortgangsrapportage Natuur.

De eerste indicator, de omvang van het Natuurnetwerk Nederland, is al grotendeels opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur. Mede ter uitvoering van een eerdere toezegging aan uw Kamer zal in de eerstvolgende, zesde Voortgangsrapportage Natuur, die in het najaar van 2020 aan uw Kamer zal worden verstuurd, tevens de beleidsopgave per provincies worden weergegeven.

Dat geldt niet voor de informatie over hectares «waar nog onderhandelingen bezig zijn» (1.3 in de notitie van uw vaste commissie voor LNV, het zogeheten «onderhanden werk» bij de inrichting van het Natuurnetwerk Nederland). Informatie hierover kan nog niet worden meegenomen in de eerstvolgende Voortgangsrapportage Natuur, onder andere omdat provincies dit op een verschillende manier registreren.

Ik zal met provincies overleggen op welke wijze we deze informatie mee kunnen nemen met ingang van de zevende voortgangsrapportage, die in het najaar van 2021 verschijnt.

De tweede indicator, de omvang van het areaal agrarisch natuur-en landschapsbeheer, is reeds opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur.

De derde indicator, conditie soorten, en de vierde indicator, conditie natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden, betreffen de kwaliteit van de Nederlandse natuur. Hierover (toestand van en trends in soorten en ecosystemen) is in de Voortgangsrapportage Natuur ook al informatie opgenomen, in de vorm van de Beleids Natuur Indicatoren (BNI).

Over de vraag hoe de door uw vaste commissie voor LNV voorgestelde derde en vierde indicator goed kunnen aansluiten bij de bestaande voortgangsinformatie over natuurkwaliteit, heb ik advies ingewonnen bij Wageningen Environmental Research, onderdeel van Wageningen University & Research (WUR). Dit advies heb ik bij deze brief gevoegd1.

De onderzoekers concluderen dat er twee opties zijn voor het weergeven van de indicatoren en dat aan beide opties voor- en nadelen kleven. Een belangrijke kanttekening bij beide opties is dat het jaarlijks actualiseren van de gevraagde indicatoren ofwel slechts gedeeltelijk mogelijk is, ofwel slechts gedeeltelijk tot een op het oog zichtbaar resultaat zal leiden.

Samen met de provincies ga ik in gesprek over de wijze waarop we de derde en vierde indicator kunnen integreren in de Voortgangsrapportage Natuur, mede met het oog op de vormgeving en de uitvoering van het Programma Natuur en met behulp van het WUR-advies. Daarbij nemen we ook het aandachtspunt van de frequentie mee, aangezien uw vaste commissie voor LNV heeft gevraagd om jaarlijkse voortgangsinformatie. Ik wil dit vervolgens verankeren met ingang van de zevende Voortgangsrapportage Natuur, die verschijnt in het najaar van 2021.

De WUR-onderzoekers hebben mij laten weten dat zij, desgewenst, graag bereid zijn om uw vaste commissie voor LNV een nadere toelichting te geven op hun advies en vragen hierover te beantwoorden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven