Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933576 nr. 167

33 576 Natuurbeleid

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 september 2019

In aanloop naar het algemeen overleg natuur van 12 september a.s. met uw vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, informeer ik u over enkele onderwerpen uit mijn portefeuille natuur.

IPBES en IPCC

Voordat ik de stand van zaken benoem ten aanzien van een aantal concrete dossiers, hecht ik eraan kort stil te staan bij belangrijke algemenere ontwikkelingen in het (inter)nationale natuurbeleid.

Dit voorjaar verscheen allereerst het wereldwijde rapport over biodiversiteit van het Intergouvernementele Platform Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES). De «samenvatting voor beleidsmakers» is ondersteund door alle aangesloten landen, waaronder Nederland. Uit dit rapport blijkt dat ondanks alle inzet van de afgelopen jaren, we er nog niet in slagen de neergaande lijn van de biodiversiteit af te buigen, laat staan om te buigen. De mogelijke maatschappelijke gevolgen van dit biodiversiteitsverlies zijn groot.

Het goede nieuws is dat het volgens de wetenschappers nog niet te laat is. Daarvoor is echter wel een andere aanpak nodig. Een aanpak die zich niet alleen richt op natuurbeleid, maar op de integratie van het biodiversiteitsbelang in andere sectoren. Fundamentele veranderingen in onder andere consumptie- en productiepatronen zijn nodig, aldus het rapport.

Dit vergt een aanpak van de lange adem. Ik wil wel stappen in de goede richting zetten. Daarbij wil ik twee sporen bewandelen. Enerzijds streef ik, mede ter uitvoering van de motie van de leden Jetten en De Groot (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1440), in EU-verband naar een ambitieuze inzet bij de VN-Biodiversiteitstop (CBD) in China, eind 2020. Daar moet een nieuw wereldwijd raamwerk voor de verbetering van biodiversiteit worden afgesproken. Anderzijds onderneem ik ook in Nederland actie om de biodiversiteit hier te versterken. Ik ben hierover ook met andere ministeries in gesprek. En maak dankbaar gebruik van maatschappelijke initiatieven, zoals het Deltaplan Biodiversiteitsherstel.

Ik hecht veel belang aan het verbinden van biodiversiteit met andere sectoren. Gelukkig zijn hier al veel goede voorbeelden van. Denk bijvoorbeeld aan het in beeld brengen van de effecten op biodiversiteit van economische activiteiten (zoals de financiële sector), zoals toegelicht in mijn recente Kamerbrief over het programma Natuurlijk Ondernemen (Kamerstuk 33 576, nr. 166), het stimuleren van natuurinclusief bouwen en de opkomst van vormen natuurinclusieve landbouw, waaraan ik met mijn visie «Waardevol en verbonden» (de ontwikkeling naar een kringlooplandbouw) een flinke stimulans wil geven.

Ik informeer u voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit uitgebreider over de acties de we naar aanleiding van het IPBES-rapport gaan uitvoeren, alsmede over onze inzet in de CBD-onderhandelingen en de uitvoering van de motie-Jetten/De Groot. Dit biedt uw Kamer de kans om zich desgewenst over onze inzet uit te spreken. Ook kan uw Kamer onze reactie dan betrekken bij de technische briefing over het IPBES-rapport die gepland staat voor 17 oktober 2019.

Deze zomer verscheen eveneens het rapport over landgebruik van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC). Het rapport gaat in op de relatie tussen klimaatverandering en mondiaal landgebruik. Het is een belangrijk wetenschappelijk rapport, waarin de gevolgen van klimaatverandering nogmaals stevig benadrukt worden. De studie belicht de kwetsbaarheid van biodiversiteit, voedselzekerheid en ecosystemen en onderstreept het belang van de noodzakelijke verduurzaming van voedselproductie en – consumptie. Dit najaar ontvangt uw Kamer van mijn collega van Economische Zaken en Klimaat ook op dit rapport -en op het nog te verschijnen IPCC-rapport over oceanen en ijs- onze kabinetsreactie.

Dit gebeurt ook in nauw overleg met provincies over het behalen van onze natuurdoelen in Nederland. Onlangs maakte ik kennis met nieuw gekozen gedeputeerden met natuur in hun pakket. Ik merkte dat ook zij zeer gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan voor een mooiere en betere natuur.

Zoals ik eerder dit jaar al heb toegezegd, blijft het daarbij wat mij betreft niet bij het uitvoeren van onze bestaande afspraken, zoals de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland, hoe belangrijk ook die ook zijn. We voeren samen met provincies echter ook gesprekken over een gezamenlijke natuurambitie die verder reikt dan dat. Ons streven is deze ambities tijdens de gezamenlijke Natuurtop op 2 oktober a.s. in Groningen te presenteren. Ik informeer hier ook uw Kamer over.

Stikstofproblematiek

Ook het stikstofbeleid heeft als doel het beschermen van soorten en habitats. Zoals u weet heb ik het adviescollege Stikstofproblematiek ingesteld met als opdracht om tot aanbevelingen en oplossingsrichtingen te komen over vergunningverlening na de uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Zodra het advies van het adviescollege bij het kabinet en de overige interbestuurlijke partners ligt (naar verwachting uiterlijk in week 39), zal het kabinet in overleg met andere overheden zo spoedig mogelijk een standpunt innemen en uw Kamer hierover informeren. Dit betreft het advies voor de korte termijn. Het advies voor de langere termijn wordt verwacht in het voorjaar van 2020.

De onderstaande twee, bij eerdere natuurgebieden ingediende, moties gaan hoofdzakelijk over landbouw. Ze zijn een mooi voorbeeld van een ontwikkeling naar een andere vorm van (kringloop)landbouw, die ook van groot belang zijn voor natuur en biodiversiteit. Ze tonen aan dat een goed natuurbeleid ook een goed landbouwbeleid is.

Uitvoering motie Bromet/De Groot kringlooplandbouw Schiermonnikoog

Ik heb grote waardering voor initiatieven die leiden tot de ontwikkeling van de kringlooplandbouw en die herstel van de biodiversiteit zullen bevorderen. Een mooi voorbeeld is het initiatief van zeven melkveehouders op Schiermonnikoog.

Uw Kamer heeft mij in de motie van de leden Bromet en De Groot (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 30) gevraagd dit initiatief te steunen. Ik onderschrijf het belang van dit soort initiatieven van harte. De zeven melkveehouders op Schiermonnikoog leveren ruim een derde van hun melkvee in. Zo voldoen ze onder meer aan de stikstof-normen en kunnen ze (grotendeels) zelfvoorzienend boeren. De gederfde inkomsten gaan ze compenseren met de start van een zuivelboerderij.

Ik heb de motie als volgt uitgevoerd. Ik heb bijgedragen aan de uitwerking van de plannen ten behoeve van de realisatie. Tevens heb ik, in goed overleg met de partijen op Schiermonnikoog, dit gebied opgenomen als een van de experimenten bij de realisatie van mijn visie «Waardevol en verbonden». Op deze wijze wordt het experiment verankerd in de uitvoering van mijn visie ten aanzien van de kringlooplandbouw. Ten slotte hebben regio en Rijk Schiermonnikoog benoemd als een van de gebieden in de Green Deal natuurinclusieve landbouw Noord-Nederland. Met deze Green Deal investeren we gezamenlijk in totaal € 20 miljoen om samen met boeren, bewoners, natuur-, landschapsorganisaties en kennisinstellingen te werken aan een vitaal platteland en een gezonde agrarische sector in Noord-Nederland.

Ik heb er vertrouwen in dat mede door deze inspanningen de plannen van de melkveehouders op Schiermonnikoog gerealiseerd gaan worden en dat dit een aansprekend voorbeeld zal zijn voor kringlooplandbouw in heel Nederland. Mijn ministerie zal bij de uitvoering van mijn visie «Waardevol en verbonden» betrokken blijven bij dit initiatief op Schiermonnikoog.

Uitvoering motie Ouwehand stimuleren biologische landbouw

De motie van het lid Ouwehand (Kamerstuk 33 576, nr. 110) verzoekt om omschakelsubsidies voor boeren die willen overstappen naar biologische landbouw. Er kan bij agrariërs die willen omschakelen van reguliere landbouw naar biologische landbouw tijdelijk sprake zijn van een financiële onbalans in hun bedrijfsvoering. In de omschakelingsperiode van twee tot drie jaar worden kosten gemaakt om te voldoen aan de biologische productie-eisen. Er is dan nog geen sprake van hogere opbrengsten, omdat in de omschakelingsperiode producten nog niet als biologisch mogen worden verkocht. Sinds 2017 heeft mijn ministerie de Regeling Borgstelling MKB-landbouwkredieten in het leven geroepen. Deze regeling voorziet in een borgstelling voor het werkkapitaal, en vormt onderdeel van het investeringsplan voor de omschakeling. Banken zijn daardoor sneller bereid om voor de omschakeling kredieten te verstrekken. Daarnaast hebben provincies het initiatief genomen om investeringen voor een biologische bedrijfsvoering te stimuleren, in een enkel geval specifiek gericht op de kosten van de omschakeling. Tevens onderzoek ik hoe de voorwaarden voor biologische landbouw onderdeel uit kunnen maken van de groenblauwe architectuur van het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Daardoor wordt het wellicht mogelijk dat activiteiten die nodig zijn bij het omschakelen naar biologische landbouw of natuurinclusieve landbouw via het GLB subsidiabel zijn.

Jaarverslag Programma Naar een Rijke Waddenzee 2018 en jaarverslag transitie mosselvisserij Waddenzee 2018

Bijgaand bij deze brief bied ik u ter informatie de jaarverslagen 2018 aan van het Programma Naar een Rijke Waddenzee en van de transitie van de mosselvisserij in de Waddenzee1.

Op 13 december 2018 heb ik u het nieuwe programmaplan van het programma «Naar een Rijke Waddenzee 2019–2022» toegestuurd (Kamerstuk 29 684, nr. 163). Naast mijn ministerie zijn het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, de Waddenprovincies, Staatsbosbeheer en de Coalitie Wadden Natuurlijk opdrachtgevers voor dit nieuwe plan.

Het doel van het Programma Naar een Rijke Waddenzee is enerzijds het versterken van natuurherstel in de Waddenzee en anderzijds het verduurzamen van economische ontwikkelingen, zoals de (mossel)visserij. In het kader van de transitie van de mosselvisserij in de Waddenzee zijn in het najaar van 2018 gesprekken gestart tussen de convenantpartijen om te komen tot nieuwe uitvoeringsafspraken over een volgende stap in die transitie. Ik verwacht dat ik rond het einde van het jaar met partijen afspraken zal maken over een nieuwe stap in de transitie van de mosselvisserij in de Waddenzee.

Uitvoering motie Leenders/Geurts groene vrijwilligers

Een van mijn ambities in het natuurbeleid is om de natuur meer bij de mensen te brengen en de maatschappelijke bewustwording van het belang van natuur te versterken. Op dit moment zijn al veel vrijwilligers in de natuur actief. Het belang van deze «groene vrijwilligers» is ontzettend groot. Zo is de inzet van vrijwilligers onmisbaar voor de monitoring en het beheer van natuur en landschap in Nederland.

De motie van de leden Leenders en Geurts (Kamerstuk 34 300 XIII, nr. 115) vraagt om met de provincies afspraken te maken over de continuïteit van het vrijwilligerswerk en de eventuele financiële consequenties daarvan in beeld te brengen. Om deze inzet op lange termijn te waarborgen hebben vrijwilligersorganisaties, provincies en Rijk in 2017 het Manifest «De kracht van de groene vrijwilliger» ondertekend. Dit manifest was de start van de inhaalslag die nodig is om vrijwilligers ook in de toekomst te ondersteunen.

Dit voorjaar is door dezelfde partijen een Actieplan vastgesteld, waarin provincies en de groene organisaties hun verantwoordelijkheid benadrukken om het groene vrijwilligerswerk in de toekomst vitaal te houden. Provincies nemen hierbij de regie. De inhaalslag zal nog enkele jaren in beslag nemen. Met de afspraken die zijn gemaakt en de in gang gezette acties beschouw ik de motie daarom als uitgevoerd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl