33 556 Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2013)

Nr. 8 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 17 mei 2013

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Na artikel XIV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIVAA WET HOUDENDE WIJZIGING VAN ENKELE SOCIALEZEKERHEIDSWETTEN IN VERBAND MET EEN ANDERE VORMGEVING VAN DE EXPORTBEPERKING IN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET EN HET REGELEN VAN OVERGANGSRECHT VOOR DE SITUATIE VAN OPZEGGING OF WIJZIGING VAN EEN VERDRAG DAN WEL EEN DAARMEE GELIJK TE STELLEN SITUATIE

Indien het bij koninklijke boodschap van 1 februari 2012 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met een andere vormgeving van de exportbeperking in de Algemene Kinderbijslagwet en het regelen van overgangsrecht voor de situatie van opzegging of wijziging van een verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen situatie (33 162) tot wet wordt verheven, vervalt in die wet in het in artikel III, onderdeel A, voorgestelde artikel 68, tweede lid, van de Algemene nabestaandenwet en het in artikel III, onderdeel B, voorgestelde artikel 68a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet «, halfwezenuitkering».

2

Na artikel XVII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XVIIAA WET INKOMSTENBELASTING 2001

In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt artikel 3.103 als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van onderdeel d tot onderdeel e wordt na onderdeel c een onderdeel ingevoegd, luidende:

d. uitkeringen in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op grond van een regeling op grond van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;.

2. In onderdeel e (nieuw) wordt «onderdelen a, b, en c» vervangen door: onderdelen a, b, c en d.

3

Aan artikel XIX wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

C

Artikel 4, vierde lid, derde zin, vervalt.

4

ARTIKEL XXB komt te luiden:

De Wet vereenvoudiging regelingen SVB wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen II, onderdelen H en WA, III, onderdeel D, en V vervallen.

B

Artikel II, onderdeel W, komt te luiden:

W

Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a vervalt «, 22» en «, halfwezenuitkering».

2. In onderdeel b vervalt «, halfwezenuitkering».

Toelichting

Onderdelen 1 en 4

In artikel II, onderdelen W en WA, van de Wet vereenvoudiging regelingen SVB is uitgegaan van de artikelen 68 en 68a van de Algemene nabestaandenwet, zoals die zouden komen te luiden door het voorstel van wet houdende wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met een andere vormgeving van de exportbeperking in de Algemene Kinderbijslagwet en het regelen van overgangsrecht voor de situatie van opzegging of wijziging van een verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen situatie (Kamerstukken I 2011/12, 33 162, nr. A) (hierna: WHEK). Na de vaststelling van het eindverslag door de Eerste Kamer op 4 december 2012 is de plenaire behandeling van dat wetsvoorstel echter op verzoek van de Eerste Kamer op 18 december 2012 aangehouden in afwachting van voorlichting door de Raad van State. Omdat de bedoelde onderdelen per 1 juli 2013 in werking zullen treden en het hiervoor genoemde wetsvoorstel naar verwachting niet voor die datum zal zijn tot stand gekomen en in werking getreden, dient het bedoelde onderdeel W te worden aangepast en dient het bedoelde onderdeel WA te vervallen. Om de noodzakelijke aanpassing van de artikelen 68, tweede lid, en 68a van de Algemene nabestaandenwet, zoals die komen te luiden bij inwerkingtreding van de WHEK, toch te realiseren is in artikel XIVAA een daartoe strekkende indienbepaling opgenomen.

Onderdeel 2

Het voorgestelde artikel 3.103, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 rekent tot de belaste periodieke uitkeringen en verstrekkingen de uitkeringen die vanwege de in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op basis van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies binnenkort vast te stellen Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW worden ontvangen. Met de wijziging wordt bewerkstelligd dat die uitkeringen in alle gevallen in de heffing van inkomstenbelasting worden betrokken. Om deze uitkeringen ook in de heffing van loonbelasting te kunnen betrekken, is tevens een aanpassing van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 noodzakelijk. In aansluiting op de voorgestelde wijziging van artikel 3.103 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zal daarom een voordracht voor een aanvulling van artikel 11 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 worden gedaan.

Met de voorgestelde wijziging van het tot onderdeel e te verletteren artikel 3.103, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt bewerkstelligd dat ook buitenlandse regelingen van gelijke strekking in de heffing van inkomstenbelasting worden betrokken.

Onderdeel 3

Bij wijziging van het Besluit participatiebudget (Stb. 2012, 524) is het vierde lid van artikel 12 van het Besluit participatiebudget komen te vervallen. Hiermee is beoogd het mogelijk te maken dat het deel van de uitkering dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar is gesteld voor het participatiebudget en dat in het jaar waarvoor het is uitgekeerd niet bij een regionaal opleidingscentrum is besteed, gedeeltelijk kan worden gereserveerd voor het volgende jaar. Abusievelijk is niet voorzien in aanpassing van artikel 4, vierde lid, tweede en derde zin, van de Wet participatiebudget. In deze delegatiebepaling is het deel van de uitkering van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bedoeld in artikel 14 van de Wet participatiebudget, uitgezonderd van de mogelijkheid een deel van het niet bestede participatiebudget niet terug te vorderen maar toe te staan deze te reserveren voor het volgende jaar.

Deze uitzondering in artikel 4, vierde lid, derde zin, komt met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013, dat wil zeggen de datum van inwerkingtreding van bovengenoemde wijziging van het Besluit participatiebudget, te vervallen.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Naar boven