Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201933552 nr. 53

33 552 Slachtofferbeleid

Nr. 53 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2019

Tijdens het algemeen overleg Strafrechtelijke onderwerpen op 17 april jongstleden (Kamerstuk 29 279, nr. 517) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de wijze waarop de politie en het openbaar ministerie de bescherming van de belangen van nabestaanden en slachtoffers waarborgen in het kader van voorlichting. Bij deze doe ik, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, deze toezegging gestand. Aanleiding van deze toezegging is de publicatie van een boek over het opsporingsonderzoek en de strafzaak naar de dood van Nicole van der Hurk. Ik gaf aan ook eventuele andere zaken in de beoordeling mee te nemen. Ook heb ik toegezegd over de bescherming van de belangen van slachtoffers in gesprek te gaan met het Fonds Slachtofferhulp Nederland.

Om met dit laatste te beginnen, op 24 april jongstleden had ik een gesprek met de directeur en adjunct-directeur van het Fonds Slachtofferhulp. Wij spraken daarbij over het belang van bescherming van belangen van slachtoffers en nabestaanden in strafrechtelijke zaken in het algemeen en bij medewerking van politie en openbaar ministerie aan journalistiek werk in het bijzonder. Een belang dat wij delen. Wij zijn het erover eens dat de opsporings- en vervolgingsorganisaties jegens slachtoffers en nabestaanden altijd transparantie moeten betrachten bij medewerking aan journalistiek werk waarbij over slachtoffers en nabestaanden wordt gepubliceerd. Daarbij is het uitgangspunt dat slachtoffers en/of nabestaanden vooraf worden betrokken bij de besluitvorming over verstrekking van persoonlijke gegevens.

In bovengenoemd gesprek is besproken dat de politie en het openbaar ministerie het verloop van de zaken zeer betreuren. Het is vanzelfsprekend nooit de bedoeling geweest om de nabestaanden op welke wijze dan ook leed of schade toe te brengen. In de toekomst moet een dergelijke gang van zaken worden voorkomen. Het College van procureurs-generaal en de korpschef van de politie onderschrijven dit standpunt.

Ik heb het Fonds ook geïnformeerd over de stappen die het openbaar ministerie en de politie al gezet hebben en nog zetten om in de toekomst te kunnen voorkomen dat te veel opsporingsinformatie prijs wordt gegeven die betrekking heeft op slachtoffers en nabestaanden.

De stappen die de politie en het openbaar ministerie zetten zijn erop gericht bij voorlichtingsactiviteiten het belang van slachtoffers en nabestaanden te beschermen. Daarbij zal het uitgangspunt worden gehanteerd dat in geval van mediaproducties slachtoffers of nabestaanden tijdig in contact wordt getreden. Daartoe worden de volgende stappen gezet:

  • Het openbaar ministerie scherpt momenteel de OM-Aanwijzing Voorlichting opsporing en vervolging aan. Deze aanwijzing ziet op communicatie over de prioriteiten bij de aanpak van criminaliteit en op de voorlichting over de ontwikkeling in concrete onderzoeken en strafzaken door de politie en het openbaar ministerie. De uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam over de publicatie over de zaak-Van den Hurk, wordt bij deze wijziging betrokken.

  • De politie en het openbaar ministerie sluiten vooraf altijd een contract af met journalisten, auteurs en/of producenten. Hiervoor wordt een standaardcontract gebruikt dat per situatie wordt aangepast. Hiermee kunnen politie en openbaar ministerie de noodzakelijke waarborgen stellen die nodig zijn om de belangen van slachtoffers en nabestaanden te waarborgen en te voorkomen dat informatie ongewenst op straat komt te liggen.

  • Tot slot hebben de politie en het openbaar ministerie de afgelopen periode veel aandacht binnen de eigen organisaties besteed aan het belang van slachtoffers en nabestaanden.

Op dit moment zijn er vier langlopende mediaproducties in de maak over het werk van de politie en het openbaar ministerie, gericht op een strafzaak of een thema. Bij één van deze producties loopt een journalist feitelijk mee in het onderzoek. De nabestaanden en/of slachtoffers zijn hierover geïnformeerd. Bij al deze producties is een mediacontract afgesloten waarin de belangen van de nabestaanden en slachtoffers zijn meegenomen.

Ik blijf met het openbaar ministerie en de politie in overleg over de wijzigingen in de aanpak en de Aanwijzing. Ik heb met het Fonds Slachtofferhulp afgesproken gezamenlijk in gesprek te gaan met het College na ontvangst van de tekst tot wijziging van de OM-Aanwijzing.

Overigens nemen de genomen maatregelen niet weg dat journalisten uit open bronnen en uit de openbare terechtzitting over een strafzaak ook kunnen beschikken over persoonsinformatie van het slachtoffer. Vanwege de maatschappelijke impact van sommige strafzaken kan het ook belangrijk zijn om de samenleving actief deelgenoot te maken van het proces en de complexiteit van opsporing en vervolging. Ik vind het dan ook van belang dat er voldoende ruimte blijft voor voorlichting over strafzaken. Het gaat daarbij altijd om een goede afweging van belangen in afstemming met slachtoffers of nabestaanden.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus