Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 december 2015
Op 17 december 2012 heeft mijn voorganger u geïnformeerd over het Besluit geslachtsnaamwijziging.1
2 De categorie slachtoffers en hun naasten die in aanmerking komen om hun naam te
wijzigen op grond van zogenaamd «ambtshalve psychische hinder» blijkt in de huidige
praktijk te beperkt te zijn. Als slachtoffers en hun naasten behoefte hebben om vanwege
het misdrijf hun naam te wijzigen, moet dat eenvoudiger kunnen. De noodzaak hiertoe
komt ook duidelijk tot uitdrukking in het VVD-pamflet «VVD staat voor slachtoffers!».3 Denk hierbij aan het volgende voorbeeld: een vader heeft zijn twee dochters jarenlang
misbruikt. De familie wil niets meer met de vader te maken hebben en alle banden doorbreken.
De dochters kunnen beiden hun naam wijzigen via ambtshalve psychische hinder. Logischerwijs
wil hun broer ook zijn naam wijzigen. De procedure voor hem is emotioneel veel meer
belastend, omdat hij een rapport van een onafhankelijk deskundige dient te overleggen.
Ook moet hij in tegenstelling tot zijn zussen een tarief betalen. Voor de naasten
van deze slachtoffers acht ik de huidige procedure onnodig belastend. Ik ben van mening
dat de procedure voor hen eenvoudiger en kosteloos moet worden gemaakt. Met deze brief
informeer ik u over de voorgenomen wijziging.
Geslachtsnaamwijziging
In het Besluit geslachtsnaamswijziging zijn de gronden voor het wijzigen van de geslachtsnaam
of het toevoegen van een geslachtsnaam neergelegd. Justis, de screeningsautoriteit,
behandelt de verzoeken tot geslachtsnaamswijziging namens de Minister van Veiligheid
en Justitie op basis van artikel 1:7 BW en het Besluit geslachtsnaamswijziging. Artikel
6 van het Besluit bepaalt dat een verzoek tot naamswijziging dat niet op grond van
de voorgaande artikelen van het Besluit kan worden ingewilligd, alsnog kan worden
ingewilligd als de verzoeker kan aantonen dat het achterwege blijven ervan de lichamelijke
of geestelijke gezondheid van de betrokkene ernstig zou schaden. In dit soort gevallen
moet psychische hinder worden aangetoond door middel van een schriftelijke verklaring
van een onafhankelijke (gedrags-)deskundige en moet er een tarief worden betaald.
Praktijk
De huidige praktijk is dat in twee situaties psychische hinder ambtshalve wordt aangenomen:
bij adoptie en in het geval dat de ouder van wie verzoeker de achternaam heeft onherroepelijk
is veroordeeld wegens het plegen van bepaalde misdrijven4. In die gevallen komen verzoekers in aanmerking voor een naamswijziging zonder betaling
van een tarief en zonder het overleggen van een schriftelijke verklaring van een onafhankelijke
(gedrags-)deskundige. Echter uit de praktijk blijkt dat bijvoorbeeld twee zussen hun
naam niet hebben kunnen wijzigen door middel van ambtshalve psychische hinder toen
hun eigen vader en naamgever de nieuwe levensgezel van hun moeder had vermoord. Het
(nogmaals) onderwerpen aan een onderzoek bij een (gedrags-) deskundige kan bij verzoeker
– dit kan in de praktijk een jong kind zijn – als heel belastend en traumatiserend
worden ervaren. Aangezien ik van mening ben dat het belang van de slachtoffers en
hun naasten voorop moet staan, hecht ik veel waarde aan hier een gepaste mogelijkheid
voor te bieden.
Wijziging
Ik zorg ervoor dat ook voor diegene, van wie de naamgever onherroepelijk is veroordeeld
wegens een misdrijf5 gepleegd tegen familieleden in tweede graad, tegen zijn/haar levensgezel of tegen
de levensgezel van zijn/haar familielid in eerste of tweede graad geslachtsnaamswijziging
zonder schriftelijke verklaring van een onafhankelijke (gedrags-)deskundige en zonder betaling van het geldende tarief mogelijk wordt. Met het begrip
«levensgezel» wordt aangesloten bij het in het Burgerlijk Wetboek gehanteerde begrip.
Bovenstaande wordt vastgelegd in de zogenaamde Bijsluiter naamswijziging bij psychische
hinder. Het formulier is te vinden op de website justis.nl. Hiervoor is geen wetswijziging
nodig, waardoor een snelle invoering mogelijk is. Daarom wordt bovenstaande per 15 december
2015 ingevoerd.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur