Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533552 nr. 14

33 552 Slachtofferbeleid

Nr. 14 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2014

Op 15 oktober jl. heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, naar aanleiding van berichtgeving in de Telegraaf, aan de Minister van Veiligheid en Justitie en mij gevraagd u te informeren over het beleid inzake het plannen van zittingsdata. Uw commissie vraagt of het conform de modelregeling inzake passende verblijfsomgeving slachtoffers staand beleid is dat een slachtoffer of nabestaande pas ruim na het plannen van een zittingsdatum daarover wordt geïnformeerd. Voorts vraagt de commissie of het klopt dat wanneer een slachtoffer of nabestaande verhinderd is dit geen reden is voor verplaatsing van de zittingsdatum. Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, onze reactie op uw vragen aan.

Navraag bij de Raad voor de Rechtspraak leert dat bij het vaststellen van de zittingsdatum rekening wordt gehouden met de wensen van de slachtoffers of de nabestaanden. Dit komt tot uiting in het aanhoudingenprotocol1 van het Landelijk Overleg Voorzitters van Strafsectoren (LOVS) d.d. 18 november 2011.2 Zo beveelt het protocol aan dat, behoudens zwaarwegende andere belangen, rekening wordt gehouden met de verhindering van slachtoffers of nabestaanden. Dat geldt mutatis mutandis uiteraard ook voor hun raadslieden, gelet op onder meer het recht van het slachtoffer om zich te doen bijstaan en het recht zich te laten vertegenwoordigen bij de uitoefening van het spreekrecht.

Het contact met slachtoffers en nabestaanden verloopt tot de zitting via het Openbaar Ministerie, dat dan ook mede tot taak heeft ervoor te zorgen dat bij het plannen van de zitting rekening wordt gehouden met hun verhinderdata. Bij aanvang van de zitting stelt de voorzitter vast of het slachtoffer of de nabestaanden tijdig en goed op de hoogte zijn gesteld van de zitting.3

Het is dus staand beleid om bij het vaststellen van zittingsdata rekening te houden met de wensen van slachtoffers of nabestaanden.

Zoals de rechtbank Noord-Holland in een toelichting op www.rechtspraak.nl van 16 oktober jl. heeft aangegeven,4 houdt ook deze rechtbank in de planning van zaken waar mogelijk rekening met de belangen van slachtoffers en nabestaanden.

In de zaak waar de Telegraaf over berichtte, had zich op het moment van planning nog geen advocaat gemeld die namens de familie zou optreden. Toen die zich later alsnog meldde, bleek dat hij in het vierde kwartaal 2014 nauwelijks beschikbaar was behalve de dagen na Kerst. Het verzoek van de advocaat aan de rechtbank om het besluit tot behandeling van de zaak op 17 en 18 november te heroverwegen is per brief van 2 oktober door de rechtbank afgewezen, omdat het op korte termijn niet mogelijk was om twee volle zittingsdagen in het zittingsrooster van deze meervoudige kamer bij te plannen. Een tweede verzoek van dezelfde raadsman van 13 oktober jl. is eveneens afgewezen. Er zijn voor een zorgvuldige behandeling twee volle dagen gereserveerd en gegeven zijn eigen agenda was onvermijdelijk dat een nieuwe zittingsdatum in het jaar 2015 zou moeten vallen. De meervoudige kamer kon zich daarin met het oog op een voortvarende behandeling niet vinden en vond het, mede gelet op de tijd die in deze zaak al was verstreken, van groot belang om nog in 2014 tot inhoudelijke behandeling te komen. Voor de nabestaanden zou dit betekenen dat zij zich tijdens de zitting niet door hun (eigen) raadsman kunnen laten bijstaan. Zij zouden zich in dat geval wel door een ander kunnen laten bijstaan, bijvoorbeeld door een collega-raadsman van hun advocaat of iemand van Slachtofferhulp.

Vervolgens heeft de raadsman op 15 oktober jl., gemeld dat hij ook namens de broer van het slachtoffer optreedt, waarbij is aangegeven dat deze broer op de geplande zittingsdata in het buitenland werkt. Dit is voor de rechtbank een nieuw gegeven, in verband waarmee de raadsman opnieuw aan de rechtbank gevraagd heeft de zaak uit te stellen. Naar aanleiding van dit laatste verzoek heeft de rechtbank besloten om de zaak aan te houden.

Ik constateer dat de rechtbank steeds naar aanleiding van de verzoeken van de advocaat de verschillende belangen en mogelijkheden heeft afgewogen. In deze zaak heeft dat uiteindelijk geleid tot aanhouding van de zaak.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Landelijk aanhoudingenprotocol, LOVS, 18 november 2011:

http://www.rechtspraak.nl/Actualiteiten/Nieuws/Documents/landelijk%20

aanhoudingenprotocol.pdf

X Noot
2

De modelregeling inzake passende verblijfsomgeving slachtoffers, waar de Commissie aan refereert, ziet op de opvang en ontvangst van slachtoffers voorafgaand en tijdens de zitting.

X Noot
3

Candido, J., Hoendervoogt, M., van Dam, P., & Gest, M. (2013). Slachtoffer en de rechtspraak. Handleiding voor de strafrechtspraktijk. Den Haag: Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).