Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033532 nr. 88

33 532 Nationalisatie SNS REAAL

Nr. 88 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 8 januari 2020

De vaste commissie voor Financiën heeft op 14 november 2019 overleg gevoerd met de heer Hoekstra, Minister van Financiën, over:

  • de brief van de Minister van Financiën d.d. 10 mei 2019 inzake reactie op verzoek commissie over de toekomst van de Volksbank (Kamerstuk 33 532, nr. 86);

  • de brief van de Minister van Financiën d.d. 11 november 2019 inzake rapportage NLFI over de Volksbank (Kamerstuk 33 532, nr. 87).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Anne Mulder

De griffier van de commissie, Weeber

Voorzitter: Azarkan

Griffier: Schukkink

Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Alkaya, Azarkan, Tony van Dijck, Van der Linde, Nijboer, Ronnes, Sneller en Snels,

en de heer Hoekstra, Minister van Financiën.

Aanvang 10.15 uur.

De voorzitter:

Ik open de vergadering. Aan de orde is het algemeen overleg over de toekomst van de Volksbank van de vaste commissie voor Financiën. Ik heet de mensen thuis, de mensen in de zaal, de Kamerleden en natuurlijk de Minister en zijn gezelschap van harte welkom. Het overleg is van 10.15 uur tot 12.15 uur. De indicatieve spreektijd is drie minuten. Drieënhalf, hoor ik de heer Nijboer souffleren. Ik heb al gezegd dat de spreektijd indicatief is, dus drieënhalf kan, maar we zullen toch echt om 12.15 uur moeten afronden.

Ik stel voor dat ik als eerste het woord geef aan de heer Van der Linde namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Ik werd dinsdagochtend wakker met het nieuws dat deze Minister vol gaat inzetten op een volksaandeel in de Volksbank. Dat heeft niet mijn voorkeur, zoals iedereen wel weet. Maar het was interessant gespind. Mijn belangstelling was natuurlijk gewekt. Maar in de brief die wij later die dag kregen, stond eigenlijk iets heel anders: de Minister gaat niets doen. Hij gaat opnieuw een jaar zitten wachten en hopen op betere tijden. Daar is de VVD over teleurgesteld.

Nederland heeft behoefte aan een bank zonder fratsen, gewoon rechttoe, rechtaan: betalen, sparen en wat hypotheken. Dat was de traditionele kracht van SNS Bank, een bank met een simpele organisatiestructuur, lean-and-mean. Dat was ook de reden waarom wij in 2013 met z'n allen hebben ingestemd met een zelfstandig voortbestaan, onder de noemer van de Volksbank. Maar zo'n monoliner kan natuurlijk alleen overleven als die excellent presteert. Alleen dan kun je de concurrentie aangaan met de grote commerciële banken, die hun risico's beter kunnen spreiden en goed geld verdienen in de zakelijke markt.

Eerlijk gezegd ben ik gewoon geschrokken van de laatste twee rapporten van NLFI. Dat verdienmodel van de Volksbank blijkt gewoon heel kwetsbaar. Kwetsbaar omdat je diensten aanbiedt die over een paar jaar veel goedkoper door Apple Pay en Bunq worden neergezet. Kwetsbaar omdat de Volksbank extra last heeft van aanhoudende lage rente. En kwetsbaar omdat de kosten toenemen en de groei van het marktaandeel stagneert. Dat zijn problemen die de Volksbank volgens mij niet op eigen kracht kan herstellen. Dat lukt al zes jaar niet. We krijgen geen gezonde bank met eenvoudige producten door weer een jaar te wachten. De Volksbank heeft een kapitaalkrachtige partner nodig die kan investeren in de ICT die nodig is om de digitale slag te maken, en die ingrijpt als de prestaties niet worden geleverd. Grote beleggers staan op dit moment in de rij voor dit soort duurzame investeringen. Wat mij betreft zet de Minister vol in op een verkoop aan een strategische of een financiële partij. Dan zien we gewoon ook weer eens wat terug van de 13,5 miljard aan belastinggeld die nog steeds vastzit in de financiële sector.

De voorzitter:

Een ogenblik, meneer Van der Linde. De heer Nijboer, voor een interruptie.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik snap best dat het voor de VVD een beetje de week van de dikke meloenen is en dat er dus een sober beeld wordt geschetst, maar het is nu wel echt gitzwart. Denkt de heer Van der Linde niet dat er in de samenleving ook behoefte is aan een bank waarvoor niet het rendement op eigen vermogen meer dan 10% per jaar moet zijn, en die hele grote buffers heeft, zodat die niet omvalt – de kapitalisatie van de Volksbank is prima – als het misgaat?

De heer Van der Linde (VVD):

Ik kan mijn tekst gewoon herhalen. Wij hebben ontzettend veel behoefte aan zo'n bank. We hebben behoefte aan een bank zonder gekke dingen, waar je gewoon je spaargeld naartoe kan brengen, en die niet te veel gekke dingen doet met je geld. Dat is de diversiteit in het landschap die we met z'n allen willen. Daarom ben ik zo geschrokken van het rapport van NLFI.

De heer Nijboer (PvdA):

Er staan in het rapport natuurlijk allerlei zaken. Er moet op kosten bespaard worden; dat geef ik de heer Van der Linde mee. Er is een discussie over waar in de toekomst het geld mee moet worden verdiend, wat nogal essentieel is voor een bedrijf. Tegelijkertijd vind ik het beeld dat de heer Van der Linde schetst, namelijk van een bank die enorme problemen heeft en als een nieuwe Belastingdienst onder de Minister ressorteert, niet fair en ook niet redelijk. Ik denk dat er heel veel behoefte is aan zo'n bank. Er wordt gewoon dividend uitgekeerd en er wordt gewoon winst gemaakt. Het beeld van de heer Van der Linde is dus wel erg gitzwart. Ik denk dat dat komt omdat hij er zo snel mogelijk mee naar de beurs wil en geen maatschappelijke bank, echt een nutsbank, wil.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik zeg: een kapitaalkrachtige partner. Dat is wezenlijk anders dan een beursgang. Mijn punt is juist het volgende. Ik denk dat het businessmodel, het verdienmodel van SNS, kwetsbaar is. Wij willen juist – dat delen wij – een eenvoudige bank. Die is op dit moment uitstekend gekapitaliseerd, dus je spaargeld is er ontzettend veilig, alleen is mijn vraag: is dit verdienmodel over een paar jaar ook nog haalbaar, als Apple Pay en Bunq groot worden? Daar heb ik grote twijfels bij.

De voorzitter:

Dan een interruptie van de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):

De heer Van der Linde constateert terecht dat er behoefte is aan een bank die alleen maar basisdiensten als sparen, betalen en dat soort basisdiensten aanbiedt, maar de conclusie klopt niet. Als de conclusie is dat de markt daarin niet kan voorzien en dat daar blijkbaar geen verdienmodel in zit, is het dan ondenkbaar dat zo'n dienst, waar blijkbaar toch behoefte aan is, gewoon als publieke dienst wordt aangeboden, dus door de overheid?

De heer Van der Linde (VVD):

Dat is geen optie, om de simpele reden dat de vorige Minister van Financiën plechtig in Brussel heeft beloofd dat hij, zo gauw het kan, deze bank weer verkoopt.

De heer Alkaya (SP):

Wij gaan hier zelf over wat een optie is en wat geen optie is. Als er belemmeringen zijn in Brussel, kunnen wij het kabinet oproepen om daaraan te werken. Maar wij gaan over de wenselijkheid. Ik zou op z'n minst van de VVD willen horen of die het wenselijk vindt dat zo'n publieke dienst in stand blijft, ongeacht of er een verdienmodel in zo'n publieke dienst zit, waarmee het dus niet ondenkbaar is dat de Volksbank met basisdiensten in staatshanden ook gewoon overeind blijft, en dat desnoods het kabinet naar Brussel moet om dat mogelijk te maken.

De heer Van der Linde (VVD):

Dat verdienmodel voor deze eenvoudige bank, die we met z'n allen willen, is er alleen als je héél stevig in ICT investeert. Dat kan alleen als je er een kapitaalkrachtige partner tegenaan zet, het liefst eentje met kennis van zaken, want anders krijg je dat gewoon niet voor elkaar. Dan kun je de bank wel in overheidshanden houden, maar daar wordt het niet beter van.

De voorzitter:

Ik wilde net voorstellen om verder te gaan met uw betoog, maar ik zie dat de heer Van Dijck van de PVV ook een interruptie heeft. De heer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Er werd net gezegd: het mag niet van Brussel. Dat hebben we natuurlijk vaker gehoord. Volgens mij versprak de heer Van der Linde zich. Dat is namelijk de eigenlijke aap die in de mouw van de VVD zit: het mag niet van Brussel. Daarom zou ik willen voorstellen aan de heer Van der Linde om met z'n allen een keer een vuist te maken naar Brussel en te zeggen: wij willen iets wat goed is voor Nederland, wat goed is voor de stabiliteit van de financiële sector en wat goed is voor de veiligheid van onze spaarcenten. Onze spaarcenten zijn dankzij Brussel al bijna niks meer waard. Laten we nu dus een keer een vuist maken naar Brussel en zeggen: dit wordt een staatsbank; stik er maar in, met jullie beloftes. Want ook Duitsland heeft staatsbanken en ook Spanje heeft staatsbanken. Elk land heeft staatsbanken, dus waarom zou Nederland geen staatsbanken mogen van Brussel?

De heer Van der Linde (VVD):

Nu hoor ik een interessante draai van de PVV. Ik dacht namelijk altijd dat de PVV aan de zijde van de VVD stond als het ging om al dat belastinggeld dat in de financiële sector zit. We hebben nog steeds 13,5 miljard euro niet terugverdiend. Alleen al in deze bank zit nog 875 miljoen. Er komen allerlei ideeën over volksaandelen en coöperatieve banken, maar die centen moeten ook gewoon een keer terug. Dat is belastinggeld van Nederlanders.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik weet niet waar die «draai» die mij wordt toegedicht vandaan komt, want de PVV heeft al in 2016 moties ingediend om van SNS Bank een staatsspaarbank en -betaalbank te maken. In 2019 hebben we ook nog een motie ingediend. Van meet af aan willen wij dus van SNS een soort girobank maken, een staatsbank, een veilige bank, een veilige haven, waar je terechtkan met je spaargeld en je betaalrekeningen, en waar je eventueel een hypotheek kan krijgen. Dat wil de PVV al vanaf het begin, dus ik draai niet, maar ik wil een vuist maken tegen Brussel. En daar hoor ik u geen antwoord op geven, want u laat uw oren hangen naar Brussel. U bent een marionet van Brussel. Omdat Dijsselbloem een keer heeft gezegd «we gaan het privatiseren», zitten we nu in de val dat we moeten privatiseren. Dat is niet het beste en dat is niet wat de meerderheid van de Kamer wil.

De voorzitter:

Meneer Van der Linde. Ik verzoek u om te spreken via de voorzitter.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik neem er kennis van.

Voorzitter. Ik heb een aantal concrete vragen aan de Minister, die ik gewoon opsom. Eén. Waarom hebben we het rapport van NLFI pas twee dagen geleden gekregen? Het dateert uit oktober, zoals we op het rapport kunnen zien. Ik begrijp niet waarom we dat niet gewoon rechtstreeks krijgen, zodat we er op ons gemak naar kunnen kijken. Twee. Een technische vraag: wat is het verschil tussen gecorrigeerde nettowinst en de gewone nettowinst? Wat zien wij niet? Drie. Waarom wordt de cost-income ratio in dit laatste rapport niet meer vermeld? Wat zit er dan in de efficiency ratio, die wel wordt genoemd? Vier. Wanneer neemt het kabinet nu wél een besluit over de verkoop, zoals in het regeerakkoord staat? Vijf. Hoe verantwoordt de Minister aan de Europese Commissie dat er dit jaar opnieuw geen serieuze poging tot verkoop wordt gedaan, even los van wat we van Europa vinden? Er ligt daar een belofte die is opgehangen aan de marktomstandigheden en niet aan de situatie bij de Volksbank. Zes. Is er nog steeds een monitoring trustee? Welke externe adviseur is ingeschakeld voor de verantwoording aan Europa? Zeven. Heeft de Minister daarnaast nog externe adviseurs, los van NFLI? En acht. Wat gaat de Minister komend jaar concreet doen in zijn rol van aandeelhouder op afstand?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, meneer Van der Linde. De heer Nijboer geeft aan een korte vraag voor u te hebben. Gaat uw gang, meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Eén van uw vragen is: wanneer neemt de Minister wel een besluit over de Volksbank? Ik denk eerlijk gezegd dat de Minister de voorbereidingen treft om een besluit te laten nemen door een volgend kabinet, want ik kan me niet voorstellen dat er drie maanden voor de verkiezingen nog zo'n besluit door dit kabinet kan worden genomen.

De voorzitter:

En wat is uw vraag?

De heer Nijboer (PvdA):

Is de heer Van der Linde dat met mij eens?

De heer Van der Linde (VVD):

Dat is precies de reden waarom ik het vraag.

De heer Nijboer (PvdA):

En wat vindt de VVD daarvan?

De heer Van der Linde (VVD):

De VVD vindt wat in het regeerakkoord staat, namelijk dat dit kabinet een besluit moet nemen.

De voorzitter:

Dan zijn we aangekomen bij de heer Snels namens de fractie van GroenLinks, voor zijn plenaire bijdrage. Meneer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Als je het aan de VVD vraagt, moet de Volksbank verpatst worden aan private partijen en wellicht aan de beurs, waar de VVD een zekere voorkeur voor heeft. Vraag je het aan het CDA, dan moet het een coöperatieve bank worden. Vraag je het aan mij, aan de SP of aan de PvdA, dan moet de bank in publieke handen blijven. Ziehier de politieke verdeeldheid. Ziehier de politieke hakken die in het zand worden gezet. Veel succes, Minister, om voor het uiteindelijke besluit een breed draagvlak te krijgen.

In feite beginnen we aan de verkeerde kant. Volgens mij is dit nou typisch een besluit dat we langs de lat van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet zouden moeten leggen. Wat is nou eigenlijk het doel? Wat willen we bereiken? Dan hebben we het heel vaag over een maatschappelijk karakter dat de bank zou moeten hebben. Dan zien we dat de Volksbank zich heeft ontwikkeld als een spaar- en hypotheekbank. Dat is een van de elementen. We zien ook het rapport van de WRR, waarin gehint wordt op een veilige betaalbank die dan wellicht in publieke handen is. Je zou nog kunnen nadenken over welke rol zo'n bank zou kunnen spelen als het gaat om de duurzame transitie. Er worden allerlei opmerkingen gemaakt over «het diverse bankenlandschap», maar wat dat precies betekent en welke rol de Volksbank daarin krijgt, is eigenlijk heel vaag. Dus volgens mij begint het ermee dat we nog geen beeld hebben van wat eigenlijk het doel is en van wat we willen bereiken. Pas daarna komt de vraag: hoe doelgericht en doeltreffend moeten we dat bereiken? En dan krijg je de discussie over de eigendomsverhoudingen en ook over de governancestructuur.

Ik zou de Minister het volgende willen vragen. Hij heeft het besluit uitgesteld en gaat verschillende scenario's ontwikkelen, samen met NLFI en De Nederlandsche Bank. Mijn gevoel is dat dat vooral gericht is op de financiële stabiliteit en het financiële rendement. Dat zijn natuurlijk belangrijke voorwaarden, maar in feite gaat het hier ook om het maatschappelijke rendement dat wij van zo'n bank willen. Ik heb daar te weinig een beeld van. Zou de Minister de optie in overweging willen nemen om de WRR, die toch een heel dik en groot rapport heeft geschreven over geld en schuld en over de publieke rol van banken, een aanvullend advies te laten schrijven, specifiek gericht op dat maatschappelijke doel dat de Volksbank zou moeten vertegenwoordigen? Volgens mij kan dat de Minister zelf, DNB en NLFI helpen bij het verder ontwikkelen van scenario's.

De tweede vraag...

De voorzitter:

Een ogenblik, meneer Snels. Ik zie dat de heer Sneller voor u een vraag heeft. Meneer Sneller, namens de fractie van D66.

De heer Sneller (D66):

Als ik de heer Snels goed begrijp, oefent hij een staaltje zelfkritiek uit, wat wij hier zelden zien. Hij zegt namelijk: het moet van GroenLinks in staatshanden blijven. En vervolgens zegt hij: maar eigenlijk moeten we het eerst eens zijn over het doel dat we willen bereiken. Mag ik hem dan zo begrijpen dat hij ook een andere uitkomst eventueel acceptabel vindt?

De heer Snels (GroenLinks):

U weet hoe gehecht ik ben aan artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet, en dat ik het belangrijk vind om voor grote besluiten de juiste volgorde te hanteren. Maar ik zei het ook niet voor niets, want in mijn verkiezingsprogramma staat gewoon dat de Volksbank in publieke handen moet blijven. Maar omdat je ziet dat de verdeeldheid zo groot is, waardoor we uiteindelijk tot een breed gedragen besluit zouden moeten komen, vind ik dat we de stappen die wij volgens artikel 3.1 moeten zetten, in de juiste volgorde moeten zetten. U weet hoezeer ik hecht aan zorgvuldige besluitvorming.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Snels (GroenLinks):

Voorzitter. Dat was dus mijn eerste vraag. Volgens mij kan de WRR hier nog een goede rol spelen, gewoon aanvullend. Dat hoeft niet weer zo'n dikke rapportage te worden, maar kan echt gericht zijn op dat maatschappelijke rendement van de Volksbank en op de vraag hoe je dat dan vorm zou kunnen geven. Ik denk dat dat heel veel partijen in de Kamer zou kunnen helpen. Wellicht komen we dan langzaam maar zeker tot een gezamenlijke afweging.

Mijn tweede vraag is de volgende. Het viel me echt op dat tussen al die opties en scenario's in de brief van de Minister de optie «in publieke handen» er niet bij staat. Ik ga er wel van uit dat als we het besluitvormingsproces breed houden, ook «in publieke handen houden» nog steeds een optie is.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, meneer Snels. Dan geeft ik de heer Nijboer namens de PvdA-fractie het woord. Ah, ik zie de heer Van Dijck over het hoofd – dat is normaal gesproken heel lastig. Excuses. Meneer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

De heer Snels zegt: de verdeeldheid is zo groot. Maar ik zie die verdeeldheid helemaal niet zo, want de WRR, Sustainable Finance Lab en bijna alle partijen in de Kamer, zelfs inclusief het CDA, dat pleit voor een coöperatieve bank en daarmee aangeeft dat die bank eigenlijk een nutsfunctie moet hebben, zijn het met elkaar eens. Alleen de VVD laat haar oren hangen naar Brussel en wil de bank verpatsen, maar voor de rest is iedereen het erover eens dat SNS een publieke bank moet zijn. Ik ben het met u eens dat het raar is dat het niet bij de opties staat van deze Minister. Vanwaar die «verdeeldheid»?

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter, persoonlijk feit.

De voorzitter:

Ja, dat mag u zo maken, maar eerst even de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Mijn eerste observatie is de volgende. Volgens mij is er verdeeldheid. Maar ik denk dat de heer Van Dijck gelijk heeft dat de verdeeldheid er misschien vooral richting de VVD is. Misschien helpt zo'n aanvullend WRR-advies om juist ook de VVD ervan te overtuigen dat er andere opties zijn dan deze bank te verpatsen.

De voorzitter:

Dan een persoonlijk feit. Meneer Van der Linde.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik laat me veel in de schoenen schuiven, maar de maatschappelijke rol van deze bank, een eenvoudige bank, waar we kunnen sparen, een hypotheekje kunnen krijgen en misschien een leninkje kunnen afsluiten, staat niet ter discussie. Het punt van Brussel is iets waar we mee te maken hebben. Dat is wat de vorige PvdA-Minister daar beloofd heeft. Daar kan ik van alles van vinden, daar kunt u van alles van vinden, maar dat is waar we mee te maken hebben. U hoeft mij dus niet in de schoenen te schuiven dat ik mijn oren laat hangen of dat ik er heel anders over denk. Dit is waar we op dit moment mee te maken hebben.

De voorzitter:

Dank. Dan de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Wat de PvdA betreft blijft de Volksbank een echte nutsbank en gaat die niet naar de beurs. Daarmee valt die niet in de handen van kortetermijnaandeelhouders die winstbejag in plaats van maatschappelijk belang vooropstellen. Waar de VVD boos is, is de PvdA op dit thema vaak blij. De PvdA steunt het uitstelbesluit van de Minister. De PvdA steunt dit ook in lijn met de motie – de Minister haalt die motie ook aan – van Van Hijum van het CDA, dat toen geharnast in de oppositie zat, en mijzelf, over het uitzoeken hoe je in het Nederlandse bankenlandschap de diversiteit, die de commissie-Wijffels ook heeft bepleit, waar kunt maken. Dat kan in de vorm van een coöperatie, dat kan in staatshanden, of misschien met langetermijnaandeelhouders zoals pensioenfondsen. Ik vind het ontzettend belangrijk om dat te doen. De PvdA is er ook voorstander van dat juist de Volksbank, die de identiteit heeft die daarbij past, zo'n bank wordt. Ik vraag de Minister wat preciezer in te gaan op de vormen die hij gaat onderzoeken, want dat is nog wat algemeen beschreven. Ik vraag de Minister ook wat dieper in te gaan op de diversificatie die wordt gezocht. Want we gaan toch niet weer zakenbankieren met de Volksbank? Ik denk ook niet dat ze daartoe in staat zijn. Maar ook het hebben van mkb-financiering – de PvdA kan zich dat best voorstellen – kent best wat risico's en vergt best wel wat expertise. Ik vraag de Minister dus naar welke vormen van diversificatie hij kijkt.

In het verleden heb ik ook vragen gesteld over de adviesrol van Goldman Sachs. Ik vond het eigenlijk ongelofelijk dat die werd ingeschakeld. Het is de grootste zakenbankier van de wereld, die betrokken is geweest bij een van de foutste transacties in de bankiersgeschiedenis. Die ging de Volksbank adviseren over hun toekomstige modellen. Is Goldman Sachs nog steeds betrokken, of is die inmiddels de deur uit?

Voorzitter, tot slot een aanpalend thema. Gisteren heeft ABN AMRO gezegd: we gaan particuliere spaarders met minder dan een ton geen negatieve rentes in rekening brengen. De PvdA is voorstander van een wet. De Minister wilde eerst met de sector praten. Het eerste resultaat is bereikt; dat vind ik goed. Maar ik zag wel al dat ING, zoals gebruikelijk, de meest commerciële en maatschappelijk niet-voelende reactie had, dus die is nog lang niet op dat spoor. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij de Volksbank en bij andere banken zit. Gaan die binnenkort ook aankondigen geen negatieve rentes in rekening te brengen, in ieder geval bij spaartegoeden onder de € 100.000?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, meneer Nijboer. Ik vermeld nog even het feit dat de Rabobank gisteren ook heeft aangekondigd om dat niet te doen.

De heer Nijboer (PvdA):

Nou, voorzitter, dat hangt ervan af. Als u het FD heeft gelezen, klopt dat. Maar als u een andere krant heeft gelezen, klopt dat weer niet.

De voorzitter:

Nou weet u welke krant ik gelezen heb.

We komen bij de heer Sneller. Hij spreekt namens de fractie van D66.

De heer Sneller (D66):

Dank u wel, voorzitter. Wat ik vreesde, lijkt een beetje uit te komen: dit wordt een soort tussendebat in de commissie. We hadden inderdaad gehoopt dat we alvast wat meer informatie zouden hebben om het besluit ook daadwerkelijk onderbouwd te kunnen bespreken. In het regeerakkoord staat al dat er «momenteel wordt onderzocht». Dat is inmiddels twee jaar geleden, en eigenlijk staat er in de brief van deze week: we gaan het nu onderzoeken. Eigenlijk liggen de contouren van de keuzes die ik hier de revue zie passeren, al ongeveer twee jaar op tafel. Wat is er dan de afgelopen twee jaar gebeurd? Zoals mijn buurman zojuist ook zei, kwamen vorige jaar zomer de berichten dat Goldman Sachs was ingehuurd om te helpen nadenken over de keuzes en de verschillende mogelijkheden. Dus mijn vraag is: wat is er gebeurd?

En waarom is het nou precies nu nog niet klaar? Er wordt een hoop gewezen naar macro-economische ontwikkelingen. Daarbij zijn volgens mij in de komende tijd weinig verbeteringen te verwachten. Het rapport van de Bank for International Settlements wordt aangehaald. Daarin staan ook een aantal dingen die landen wel degelijk zelf kunnen doen en niet alleen maar van de banken zouden moeten laten afhangen. Maar wat gaan we dan zelf nog doen? Anders is het inderdaad een soort oneindig uitstel als zo meteen de conjuncturele cyclus tegenzit, de omstandigheden er in ieder geval niet beter op worden en de rente gewoon laag blijft.

Ik kom op de benchmarks die worden gebruikt. Misschien kan de Minister iets meer zeggen over het inruilen van een dalende indicator. Er staat dat de Employee Net Promotor Score dalend is. Die wordt dan ingeruild voor een nieuwe. Ik ben wel benieuwd waarom die score daalt. Wat zit daar dan achter en wat is daar dan aan gedaan?

Hetzelfde geldt voor de internationale vergelijking die met drie vergelijkbare banken wordt gemaakt. Daar wordt geschermd met benchmarks waarnaar is gekeken, maar er wordt geen benchmark genoemd. Wat zijn dat dan voor methoden en wat kunnen wij daar ook van leren? Ik sluit mij aan bij degenen die zeggen dat de diversiteit in het bankenlandschap vooropstaat. Die diversiteit wordt ook in het regeerakkoord expliciet genoemd en de WRR vraagt er ook veel aandacht voor. De motie die daarover is ingediend bij de Algemene Beschouwingen, heeft mijn fractie ook graag ondertekend. Maar dat betekent wel dat we de discussie moeten gaan voeren over de vraag: oké, stel dat je hem onder die voorwaarden zou plaatsen buiten de overheid, wat is dan de lagere opbrengst, en is het dat ons waard? Want ik snap heel goed de gevoelens die de heer Van der Linde daarbij uit.

Mijn laatste punt, voorzitter, is een punt waar de heer Nijboer het ook over had. Er wordt gezegd dat de inkomsten meer gediversifieerd moeten worden, en tegelijkertijd is juist de kracht van de bank dat het zo eenvoudig en eenduidig is. Ik kan die twee dingen niet met elkaar rijmen. Dus naar welke diversificatie wordt dan gezocht, terwijl wordt gewaarborgd dat het die eenvoudige bank blijft die wij willen?

De voorzitter:

Dank, meneer Sneller, voor uw bijdrage. Ik geef het woord aan de heer Ronnes. Hij spreekt namens de fractie van het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Dank je wel, voorzitter. Al geruime tijd houden wij ons in de Kamer bezig met de toekomst van de Volksbank, langer dan eigenlijk de bedoeling was. Ook nu weer wordt er een vertraging opgelopen naar aanleiding van het rapport van NLFI. Echter, mag ik de rapportage wel zo lezen dat de privatisering steeds dichterbij zal komen? Ik hoor graag van de Minister als hij daar sceptischer over is, gezien de actuele gegevens die NLFI heeft geleverd.

Voorzitter. De vraag wat te doen met de Volksbank, dient te worden gesteld in een bredere context: wat te doen met het huidige bankenlandschap? Maar ook: welke rol dient de markt te worden toebedeeld en hoe moet de overheid zich daartoe verhouden? Anders gezegd: bij de Volksbank liggen er kansen om echt te zorgen voor een meer divers bankenlandschap, door te kijken naar alternatieve vormen van privatisering, bijvoorbeeld door er een coöperatieve bank te maken, zoals wij eerder hebben geopperd.

Dat is ook een van de meest beklijvende aanbevelingen uit het WRR-rapport. Ik lees echter in de rapportage van NLFI dat er vooral gekeken wordt naar het hogere rendement en de uitrol van meer winstgevende producten. Natuurlijk wordt er ook aandacht besteed aan de maatschappelijke rol van de bank, maar dat valt gelijk weg als er in de rapportage gesproken wordt over het perspectief op de privatisering. Daarom heeft mijn fractie tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen een motie ingediend om serieus te gaan kijken naar de Volksbank als coöperatie. Mijn partij ziet het voor zich dat er weer een bank komt die van de mensen zelf is, een bank met een laag risico en een degelijke dienstverlening. Als consumenten die keuze hebben, kunnen ze ook kiezen voor een bank die zich niet genoodzaakt ziet door aandeelhouders om zich vooral op financieel rendement te richten. Dat is in het belang van een stabiele financiële sector en dat is een uitgangspunt dat volgens mij ook de Minister aanhangt. Van hem hoor ik graag of een dergelijke diversiteit van het landschap ook volgens hem in het belang is van een stabiele financiële sector.

Voorzitter. We hebben nu extra tijd gekregen om het proces zorgvuldig te blijven doorlopen. Ik begrijp dat de Minister na een dergelijke tussenrapportage niet overgaat tot privatisering van de Volksbank, maar ik wil wel graag zien dat er serieus gekeken wordt naar de mogelijkheid om van de Volksbank een coöperatie te maken. NLFI ziet het allemaal niet zo zitten, en als ik de rapportage lees, begrijp ik dat wel, want dit levert wellicht iets minder rendement op. Maar de Minister heeft wel als uitgangspunt dat de diversiteit van het bankenlandschap ook van belang is. Dus mijn verzoek aan de Minister is, om uit te laten zoeken wat er voor de bedrijfsvoering nodig is om van de Volksbank een coöperatie te maken. Dat is helemaal in lijn met de aangenomen motie. Ook hoor ik graag of NLFI ook de diversiteit van het bankenlandschap serieus meeneemt als criterium voor een nuttige en geslaagde privatisering. En zo nee, waarom dan niet?

Tot zover mijn bijdrage in de eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Ronnes. Ik zie dat drie mensen willen interrumperen. Ik begin bij de heer Van Dijck. Daarna volgen de heer Snels en de heer Alkaya.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik weet dat het CDA van de Volksbank een coöperatie wil maken. Maar we lezen ook in de stukken dat dat eigenlijk of mogelijk geen haalbare kaart is, omdat het onwaarschijnlijk is dat het publiek, werknemers en klanten zo veel geld kunnen opbrengen om inderdaad een deel van het aandelenpakket te kunnen overnemen. Als nu blijkt dat dat geen begaanbare route is, is het CDA dan voor de lijn van de VVD, om de bank dan toch maar naar de beurs te brengen? Of volgt het CDA dan meer de lijn van de rest van de Kamer, om de Volksbank toch een publieke bank te laten?

De heer Ronnes (CDA):

Ik denk dat de heer Van Dijck eigenlijk zelf wel weet wat het antwoord is op deze vraag. Nee, het is niet de bedoeling dat wij dan ineens doorslaan naar de andere kant. Maar wij vinden wel dat die optie echt serieus bekeken moet worden. En natuurlijk komen er ook allerlei tussenopties nadrukkelijk in beeld als blijkt dat die coöperatievorm écht niet mogelijk is. Maar wij vinden dat er op dit moment, in het beeld dat er nu ligt, in de afweging te veel gekeken wordt naar het rendement. Het rendement is eigenlijk het belangrijkste bij de afweging of die coöperatievorm wel of niet kan. Wij denken dat er op dat vlak nog wel wat aanvullend onderzoek gedaan kan worden. Kunnen het maatschappelijk belang en het belang van de diversiteit niet toch zwaarder wegen?

De heer Tony van Dijck (PVV):

Als nu blijkt dat die coöperatievorm in financieel opzicht geen haalbare kaart is, dan kan het nog altijd wel een haalbare kaart zijn meer in het opzicht van governance. Daar sorteerde de Minister eigenlijk al een beetje op voor. Dan denk ik aan wat meer stemrecht geven aan werknemers en aan klanten. Misschien kunnen we wat meer specifieke aandelen geven, met wat meer power op het vlak van zeggenschap. Is dat dan voldoende voor het CDA, of zegt men daar: nee, dat is weer voor de bühne, net als die eed die iedereen moet afleggen «o, o, we gaan zo goed voor onze klanten zorgen»? We weten allemaal dat dat allemaal symboolpolitiek is. Gaat het CDA dan mee in het naar de beurs brengen, met de VVD? Of gaat het mee met de rest van de Kamer en maken we er gewoon lekker een publieke bank van?

De voorzitter:

Helder. Meneer Ronnes.

De heer Ronnes (CDA):

Eigenlijk herhaal ik het antwoord dat ik in eerste instantie al gaf. We moeten heel goed kijken naar die tussenvormen. Daarbij moeten we het doel in het oog houden, namelijk met betrekking tot de beleving van de burgers in Nederland, van de klanten die voor zo'n bank kiezen. Zij moeten het gevoel hebben een stuk eigenaarschap te zien in die bank. Bij heel veel mensen in Nederland is het vertrouwen in banken op dit moment echt ver te zoeken. Op deze manier kunnen we dat vertrouwen herstellen. Ik wil op dit moment geen deuren dichtgooien. Maar de beursgang die de VVD oppert, is een mogelijkheid die heel ver weg staat van het CDA.

De voorzitter:

Meneer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Volgens mij is het voorstel van de VVD niet om de bank naar de beurs te brengen, maar om de bank te verpatsen aan private partijen. Ik moet dan iedere keer denken aan John de Mol of zo.

Ik ben blij met de positie van het CDA en dat men zegt dat, als een coöperatieve bank niet kan, men niet wil doorslaan naar de wat eenzame positie van de VVD in dit debat. Ik ben het namelijk eens met de analyse van het CDA dat we niet alleen moeten kijken naar het financieel rendement, maar eigenlijk ook naar het maatschappelijk rendement. Mijn zorg is dat als we dat nou vooral overlaten aan NLFI, het financieel rendement toch het dominante criterium blijft. Ook het CDA wil verder onderzoeken. Daarom was mijn vraag: zou de WRR hier nou niet ook een aanvullend advies over kunnen geven? Op die manier zou er meer balans gevonden kunnen worden in de besluitvorming tussen het financiële rendement en het maatschappelijke rendement, en zouden die twee uiteindelijk wat meer in evenwicht kunnen komen. Zou het CDA daarvoor voelen?

De heer Ronnes (CDA):

Daar staan wij zeker voor open. Ik denk dat het heel belangrijk is dat in die afweging die balans hersteld wordt. Ik denk dat het enerzijds goed is dat NLFI dat aspect gewoon beter meeweegt. Ik heb het idee dat dat nu toch onderbelicht blijft in wat er nu ligt. Anderzijds moeten we volgens mij bekijken of de politiek via andere wegen gewoon meer duidelijkheid kan krijgen over die afwegingscriteria. Hoe valt die balans als je daar echt serieus naar kijkt?

De heer Snels (GroenLinks):

Dank voor het antwoord. Ik denk zelf dat NLFI niet het instituut is dat zou moeten kijken naar wat het maatschappelijk rendement zou kunnen zijn en hoe die balans uiteindelijk hersteld zou moeten worden in de besluitvorming. Maar ik ben blij met de steun van het CDA. Ik noem de WRR, maar wellicht heeft de Minister nog andere voorstellen. Ik zie hier toch een voorstel komen dat wellicht op een meerderheid zou kunnen rekenen.

De voorzitter:

Ik geef de heer Alkaya het woord voor zijn vraag aan de heer Ronnes.

De heer Alkaya (SP):

Ik vraag me af waarom het CDA de voorkeur geeft aan een coöperatieve bank, meer dan aan een bank in publieke handen. Welke voordelen verwacht het CDA daarvan voor de sector, voor de diversiteit in de sector? De Rabobank is immers ook al een coöperatieve bank.

De heer Ronnes (CDA):

De heer Alkaya duidt erop dat het een soort staatsbank moet worden. Dan krijg je met aspecten te maken als het depositogarantiestelsel. Zo'n bank zou daar dan buiten vallen. Dat is een eerste inhoudelijk argument. Ik wil op dit moment helemaal geen deuren dichtgooien, dus ook die deur niet. De optie van de VVD is om de bank weer voor honderd procent naar de traditionele markt te brengen. Net zoals ik die optie wat verder weg leg, wil ik ook deze optie van de heer Alkaya toch wat verder weg leggen. Ik voel meer voor de tussenopties, omdat ik denk dat er ook constructies denkbaar zijn waarbij de maatschappij zelf een zwaardere rol speelt bij het runnen van zo'n bank en meer betrokken is bij zo'n bank. Ik wil niet dat de eerste optie is dat we dit in staatshanden leggen. Maar ik moet wel duidelijk zeggen dat wij geen enkele deur daartoe dichtgooien.

De voorzitter:

Meneer Alkaya, hebt u nog een aanvullende vraag?

De heer Alkaya (SP):

Nee, voorzitter. Voordat ik overga tot het houden van mijn eigen betoog, zeg ik dat ik hoop dat het kabinet het ook zo ziet en ook geen deuren dichtgooit.

De voorzitter:

Dat kunt u in uw eigen spreektijd in uw tekst kwijt. Ik zag dat de heer Van der Linde namens de VVD ook een vraag wil stellen. Daarna komt de heer Nijboer nog aan het woord.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb toch nog een inhoudelijke vraag. Stel nou dat je zou kiezen voor een coöperatie. Ik maak me er zorgen over of zo'n bank wel op eigen benen kan staan, maar goed. Of je kiest voor het model met aandelen zonder zeggenschap. Hoe krijg je dan toegang tot de kapitaalmarkt op het moment dat je een grote investering moet doen in bijvoorbeeld ICT, of als je moet uitbreiden of wat dan ook? Je hebt geen aandeelhouders, je kunt geen kapitaal ophalen. Hoe ziet de heer Ronnes dat?

De heer Ronnes (CDA):

Dit zijn juist de aspecten die heel nadrukkelijk in beeld moeten komen bij een verdere afweging over wat de rol van die coöperatie kan zijn. Dat moet in beeld komen zonder daar aan de voorkant al alle antwoorden op te hebben. Het is dus in elk geval zo dat dit de richting is. We willen de maatschappij ook in het eigenaarschap van die bank weer een rol geven. Nadrukkelijk moet er gekeken worden hoe je in toekomstige vormen van coöperaties met kapitaalbeschikking omgaat. U deed het voorstel om een hele grote partij te zoeken, zonder dat je daar enigszins invloed van de maatschappij in terugziet. Dat zal ertoe leiden dat die diversiteit weer naar de achtergrond verdwijnt. Dan zul je heel gauw weer in traditionele constructies vervallen, waarbij de winstcijfers weer boven de maatschappelijke winst gaan. Ik denk dat er uit een moderne vorm nog weleens heel veel kansen naar voren kunnen komen, zonder dat ik nu al alle antwoorden weet, bijvoorbeeld op de vraag hoe dat kapitaal verkregen moet worden.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik blijf dan gewoon zitten met het probleem. De Rabobank is hier in het verleden ook al tegenaan gelopen. Men kreeg geen toegang tot de kapitaalmarkt. Dan moet je iets gaan doen met certificaten, en dat blijkt dan vervolgens niet te werken. Bent u het niet met mij eens dat je dit in ieder geval in beeld moet hebben? De toegang tot de kapitaalmarkt is een bepalende factor bij de exitbeslissing.

De heer Ronnes (CDA):

Het is een hele belangrijke factor. Of die bepalend is? Het zal een combinatie van factoren zijn. Met de houding die het CDA kiest, willen we ervoor waken dat we heel snel vervallen in de traditionele denklijnen, waardoor we zo'n Volksbank weer heel gauw teloor zullen zien gaan. Er zal dan gekozen worden voor de traditionele opzet bij banken. Daardoor zullen we onze doelstelling moeten laten varen, namelijk een grotere nadruk op de maatschappelijke rol en het eigenaarschap vanuit de maatschappij. Dat moeten we niet willen. We moeten zorgen dat die positie sterker wordt. En hoe sterk die kan worden, zal ook blijken uit de onderzoeken die we gevraagd hebben in onze eerste termijn.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik herinnerde in mijn eigen termijn aan de heer Van Hijum, die eigenlijk precies dit punt direct al in 2013 samen met mij naar voren bracht. Ik vind het goed dat het CDA dit hier ook weer zegt. De Minister moet al die varianten goed uitzoeken, dus van staatsbank, tot coöperatie, tot misschien pensioenfondsen die erin deelnemen. Dat moet hij zeker doen nu er extra tijd is. Ik vind het goed dat dat wordt gezegd. Maar uiteindelijk komt het natuurlijk wel op een politieke afweging aan. Dat zien we ook vandaag; elke partij heeft zijn eigen kleur, van PVV tot VVD en alle andere partijen. Waar ligt nu voor het CDA het zwaartepunt? Is dat de maximale opbrengst van de aandelen voor de belastingbetaler? Of ligt het zwaartepunt bij een maatschappelijke en dienstbare bank?

De heer Ronnes (CDA):

Ik denk dat we dat duidelijk aangetoond hebben met de keuze die wij gemaakt hebben om in te zetten op een coöperatie. Of het zo ver zal komen, zal moeten blijken uit de feitelijke onderbouwing. Hoe kunnen we dit handen en voeten geven? Dus dat geeft eigenlijk meteen onze kleur aan. Het moet natuurlijk een bank zijn die de eigen broek op moet kunnen houden. Het moet dus wel kunnen uitkomen met het geld. Maar winstpercentages van 10% nastreven, is weer de totaal andere kant. Hiermee voelt u dus waar wij staan.

De voorzitter:

Nogmaals dank, meneer Ronnes, voor uw bijdrage. Ik geef nu het woord aan de heer Alkaya namens de fractie van de SP.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter. Laat ik gelijk met de deur in huis vallen. Wat de SP betreft is een bank in staatshanden de beste en enige geloofwaardige organisatievorm voor een bank die zichzelf «de Volksbank» noemt. Het volk is gebaat bij een veilige bank waar je heen kunt gaan voor basisdiensten, zoals je geld veilig storten, sparen, internetbankieren en een pinpas. Dat zijn basisvoorzieningen. De klanten die daarvoor kiezen hebben daar profijt van, maar ook de stabiliteit in de hele sector heeft daar profijt van. Dus ook klanten van andere banken hebben er profijt van. De Volksbank is dus goed voor de diversiteit in de sector. En aangezien je niet het hele volk kunt uitnodigen voor een aandeelhoudersvergadering, is het logisch dat de vertegenwoordigers van het volk invloed blijven houden op de koers van de bank. Dit zijn mensen die het volk ter verantwoording kan roepen als dat nodig is, en die het op beleid kan afrekenen. Het gaat dus om ons, om politici.

Dus hoe kunnen we de toekomst van de Volksbank bespreken als we niet ook deze optie, het in staatshanden houden van de Volksbank, nadrukkelijk meewegen? Deze optie staat niet in de brief van de Minister. De Tweede Kamer heeft gevraagd om de mogelijkheid om de Volksbank in publiek bezit te houden ook te onderzoeken. Daarover ging een motie van de SP en de PvdA uit 2016. Mijn vraag is: hoe heeft deze Minister de motie uitgevoerd of hoe gaat hij deze motie nog uitvoeren?

Niet alleen de SP en de PvdA, en een meerderheid van de Tweede Kamer vinden dit, maar ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Die heeft na jaren onderzoek de regering opgeroepen tot het volgende. Men zegt: bied een publiek verankerd alternatief aan voor betalen en sparen, zoals een betaalbank. Hoe verhoudt het feit dat de regering de optie om de Volksbank in publieke handen te houden niet meeweegt, zich tot dit advies van de WRR?

Het kabinet lijkt, wellicht in de houdgreep van de VVD, nog steeds vast te zitten in het dogmatische en achterhaalde denken dat zo veel mogelijk diensten aan de markt overlaten het allerbeste is. Van dat denken moet het af.

Het gaat de goede kant op met de Volksbank, constateert ook de Minister zelf in zijn brief. De klanttevredenheid neemt toe, het aantal klanten neemt toe en duurzaamheid wordt steeds belangrijker binnen de bank. Smoor dat nou niet in de kiem met jullie achterhaalde denken, zeg ik tegen het kabinet. Sta open voor nieuwe inzichten.

De Minister constateert terecht dat de sector te maken heeft met razendsnelle digitalisering en lage rentes. Wij zien nog wekelijks nieuwe intredes, van Facebook, Google en andere partijen. Zorg er nou voor dat Nederlanders het komende decennium echt iets te kiezen hebben als het gaat om digitaal sparen en betalen. Zij moeten niet alleen maar kunnen kiezen tussen commerciële instellingen. Zij moeten niet alleen maar kunnen kiezen tussen partijen als ING, Facebook en dergelijke.

Tot slot heb ik nog een specifiekere vraag over het komende jaar, dus tot het najaar van 2020, als wij een volgende rapportage zullen ontvangen. Enerzijds constateert de Minister als aandeelhouder dat de bank een unieke positie heeft gekregen met relatief veilige en begrijpelijke diensten, maar anderzijds zegt hij dat de bank te eenzijdig gefocust is op die veilige en simpele diensten in Nederland. Dat zou te riskant zijn, dus moet de bank diversifiëren. Dat moet van haar enige aandeelhouder. Is dat niet tegenstrijdig? Kan de Minister toezeggen dat hij het komende jaar onder de noemer van diversifiëren niet de Volksbank zal dwingen om riskantere en internationale zaken aan te gaan?

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, meneer Alkaya. Ik geef het woord aan de heer Sneller voor een interruptie.

De heer Sneller (D66):

De heer Alkaya heeft al een heel duidelijk beeld van hoe hij wil dat het er uiteindelijk uit komt te zien. Het moet in staatshanden blijven. Vervolgens is voor mij heel onduidelijk wat voor aandeelhouder de Staat dan moet zijn. Gaan wij hier dan per motie het rentepercentage vaststellen dat moet worden gehanteerd? Ik zie wat instemmend geknik, dus dit lijkt een goed idee te zijn. Of blijft NLFI het behartigen, waarbij de Tweede Kamer echt op afstand staat?

De heer Alkaya (SP):

Er was geen instemmend geknik. Volgens mij is het voor ons als commissie niet te doen om bij alle staatsdeelnemingen op zo'n microniveau mee te managen. Het lijkt me dus heel logisch dat daar wat afstand toe wordt bewaard.

De heer Sneller (D66):

Maar de heer Alkaya hield in zijn eigen termijn een heel vurig pleidooi dat een van de redenen om het in staatshanden te houden, is dat wij dan wij als politici ter verantwoording geroepen kunnen worden. Maar nu plaatst hij ons eigenlijk op een dusdanige afstand dat we dat helemaal niet kunnen waarmaken.

De heer Alkaya (SP):

Nee, dat klopt niet. Wij gaan hier over de hoofdlijnen. Wij zouden dan gaan over in hoeverre de Volksbank daadwerkelijk een volksbank is en dus alleen in die zaken zit die voor het volk van belang zijn. Dan heb ik het over de veilige basisdiensten als sparen en betalen, wellicht ook hypotheken verstrekken. Dat zou je in verschillende takken van de Volksbank kunnen onderbrengen. Ik noem ook gedeelde kredietverlening en het gedeelde betalen en sparen. Ik heb in een initiatiefnota mijn beeld geschetst van hoe dat er zou kunnen uitzien. Maar als zo'n instelling die 100% in overheidshanden is, dan toch riskantere zaken gaat doen, moeten wij in de positie zitten om op hoofdlijnen, dus de strategie en de koers van de onderneming, te kunnen bijsturen. Dat gaat niet over het vaststellen van rentepercentages of micromanagement. Het gaat er echt over met wat voor bank we hier te maken hebben en hoe we erop kunnen toezien dat het een basisbank voor het volk blijft.

De voorzitter:

Een korte opmerking, meneer Sneller.

De heer Sneller (D66):

Maar dan zijn we weer terug bij het pleidooi van de heer Snels. Als dat de doelen zijn en we kunnen die op een andere manier bereiken, dan staat de heer Alkaya daar ook voor open, ook als dat buiten staatshanden is.

De heer Alkaya (SP):

Wij hebben dus keer op keer gezien dat dat buiten staatshanden niet mogelijk is. Wij zitten nu niet voor niets in de Volksbank. Wij hebben die bank om een reden genationaliseerd. We hebben haar niet opgericht, maar we hebben haar genationaliseerd omdat de sector daar behoefte aan had. Anders kon de bank niet blijven bestaan. De basisdiensten waar het volk behoefte aan heeft, konden niet blijven bestaan op de markt, dus moesten wij intreden. Daarom zeg ik: laat dan datgene wat niet failliet kan gaan, ook niet op de markt staan, maar laat het gewoon in overheidshanden zijn.

De heer Van der Linde (VVD):

Nu hoor ik de heer Alkaya toch zeggen dat hij zich niet met rentepercentages gaat bemoeien. Betekent dat ook dat de SP zich dan niet inzet voor een positieve rente op spaarrekeningen?

De heer Alkaya (SP):

Ik heb gisteren in algemene zin een wettelijk verbod op negatieve spaarrentes bepleit. Dat geldt voor de hele sector en niet voor de bedrijfsvoering van één onderneming. Dat is geen micromanagement. Maar wij zijn hier de medewetgever en dus kunnen wij ook wetten vaststellen die voor de hele sector gelden. Ik vraag me eigenlijk af of de heer Van der Linde zich dit daadwerkelijk afvraagt of dat hij hier toch naar retorische uitwegen zoekt voor zijn eigen geïsoleerde positie.

De voorzitter:

Meneer Van der Linde, vraagt dat om een aanvulling of kunt u het hiermee doen?

De heer Van der Linde (VVD):

De heer Van der Linde zoekt altijd retorische uitwegen. Daar gaat het niet om, want daarvoor zitten we in de politiek. Het gaat mij om een ander punt. Ik hoor een pleidooi voor een staatsbank, dus ik wil gewoon weten tot hoever dan de bemoeienis van de politiek reikt. Want dit is precies waar ik zo bang voor ben: zolang we het in staatshanden houden, wordt het gewoon een bank van politieke hobby's. Dan zitten we hier elke keer, bij elk algemeen overleg, bij te sturen. Volgende week hebben we een AO over staatsdeelnemingen. Daar gaan we precies hetzelfde krijgen. Dat is waar ik het bangst voor ben.

De voorzitter:

En wat is uw vraag?

De heer Van der Linde (VVD):

Dit was een opmerking.

De voorzitter:

Dank. Dan ga ik naar de heer Van Dijck... U mag erop reageren, meneer Alkaya, maar ik hoorde geen vraag. Een korte reactie.

De heer Alkaya (SP):

Een korte reactie. Ik vind dit enigszins hypocriet, als je in het achterhoofd houdt dat ook de VVD bijvoorbeeld voor het aangaan van staatsdeelnemingen in KLM en dergelijke was. Het is dus niet alleen in de bankensector. In veel sectoren gaan wij staatsdeelnemingen aan.

De voorzitter:

Dan zijn we alsnog aangekomen bij de heer Van Dijck namens de fractie van de PVV voor zijn bijdrage.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Mijn eerste vraag aan de Minister is wanneer en hoe hij de motie gaat uitvoeren van 22 maart 2016, ingediend door de SP en de PvdA, die de regering verzoekt de mogelijkheid te onderzoeken om de SNS Bank in staatshanden te houden. Die motie is niet uitgevoerd. Ze dateert van 2016. Ze werd zelfs gesteund door de VVD. Waarom dat was, snap ik nu ook niet, want kennelijk is de VVD er niet in geïnteresseerd om die bank in staatshanden te houden, dus waarom zou je het onderzoeken? Maar het is heel interessant om die motie uit te voeren, met name omdat ik hoor dat de meeste mensen in deze zaal nog steeds vinden dat deze bank in staatshanden moet blijven.

We hebben nu namelijk een kans om van de Volksbank een echte volksbank te maken. De WRR en het Sustainable Finance Lab pleiten voor een publieke bank, een veilige betaalbank. Deze Minister wil de beslissing nu weer met een jaartje uitstellen. Ik begrijp dat niet. Hij zegt dat de bank er nog niet goed genoeg voor zou staan. Maar als ik lees dat de Volksbank vorig jaar een winst boekte van 268 miljoen en in de eerste helft van dit jaar meer dan 150 miljoen winst maakte, en er zelfs gesproken wordt over een superdividend van 0,5 miljard om de komende jaren uit te keren aan de Staat, dan gaat het best goed met die bank. En als ik lees dat het rendement op eigen vermogen inmiddels boven de 8% ligt en de kapitaalpositie sterker is dan bij menig andere bank, dan gaat het best goed met die bank. Ik begrijp dus niet waarom de Minister het blikje weer een jaartje vooruit wil schoppen. Is dit uitstel, omdat hij niet durft te beslissen? Wat zit erachter? Er zit iets achter.

Voorzitter. De heer Nijboer sprak al over de rente. Kan de Minister garanderen dat ook deze Volksbank geen negatieve rente zal geven, zoals ook ABN AMRO en de Rabobank hebben aangekondigd? Ik hoor de heer Oostendorp zeggen dat hij een negatieve rente niet uitsluit. We willen natuurlijk niet meemaken dat alle spaarders bij de enige bank die in staatshanden is, richting de ABN gaan rennen.

Voorzitter. Over de diversiteit van het bankenlandschap is al veel gezegd. Ook de PVV vindt dat de bank in staatshanden moet blijven. Hiertoe hebben we eerder al moties ingediend, die dan weer niet werden aangenomen door de Kamer, terwijl ze dezelfde strekking hadden als moties die wel werden aangenomen door de Kamer. Dat zal wel aan de PVV liggen.

Ik ben al iets langer Kamerlid. Kan de Minister zich nog het debacle rond HBU herinneren? HBU was namelijk ook een voorspoedige zakenbank van ABN AMRO. Aan de Europese Commissie werd beloofd dat we die zouden verpatsen. De heer Van der Linde herinnert het zich nog, maar hij heeft er niets van geleerd. Dat hebben we toen gedaan: aan Deutsche Bank, voor een prikkie. We hebben gezien wat voor ellende en wat voor nasleep we hebben gehad van die HBU. Hadden we het maar nooit gedaan! Met andere woorden, ik roep de Minister op om het argument dat het van Brussel moet te laten varen en om met de vuist van de Nederlandse delegatie en het Nederlandse parlement in de achterzak naar Brussel te trekken en te zeggen: luister, dit gaan we dus niet doen. We hebben nu een kans om de Volksbank tot een echte volksbank te maken.

De voorzitter:

Dat was het? Heel kort, want u zit echt al tegen de vier minuten aan.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Tot slot maak ik me zorgen over het betalingsverkeer. Ik las gisteren dat naast Google Pay en Apple Pay nu ook Facebook Pay gaat beginnen. Het betalingsverkeer in Nederland en de ATM's, de pinautomaten, zijn in handen van een maar heel klein clubje. Als het misgaat met het betalingsverkeer, dat we nu helemaal hebben overgelaten aan de commerciële markt en dat alleen maar commerciëler wordt als ik Apple, Google en Facebook moet geloven, dan lopen we wel een heel groot risico. Dan zijn we gegijzeld door de commerciële jongens als het gaat om het betalingsverkeer.

De voorzitter:

Ja.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het zou dus ook goed zijn om erover na te denken het betalingsverkeer in publieke handen te leggen.

De voorzitter:

Zeker, meneer Van Dijck. Dank voor uw bijdrage, waarvan het laatste deel natuurlijk iets buiten de agenda valt, maar het is aan de Minister om daarop te antwoorden.

Ik heb van de Minister begrepen dat hij meteen wil overgaan tot de beantwoording van de vragen van de Kamerleden, dus ik geef graag het woord aan de Minister van Financiën.

Minister Hoekstra:

Voorzitter, dank. Dank voor de vele opmerkingen en vragen, die volgens mij de grote betrokkenheid van de Kamer bij deze mooie bank tekenen. Overigens is ook de publieke tribune voller dan de afgelopen tien AO's die ik met de Kamer heb gehad. Dus ook in de samenleving is er belangstelling voor. Dat is logisch, want de overheid is eigenaar van de bank. De politiek, dus kabinet en Kamer, heeft nadrukkelijk al een stem in de toekomst van de bank. Daar zijn ook opvattingen over, hebben we vandaag weer met elkaar gezien.

Voorzitter. Ik wil graag een aantal inleidende opmerkingen maken en dan nog specifiek wat zeggen over de rapportage door NLFI. Ook wil ik specifiek nog wat vragen beantwoorden over de vervolgstappen. Ik ken de gevoelens van aversie van sommigen tegen het bakje overig, maar er zijn toch heel veel vragen gesteld die ik bij elkaar zou willen nemen in wat ik graag «overig» noem.

Voorzitter. Eerst nog even over de rapportage en over «is het glas nou halfvol of halfleeg». Ik denk dat er drie dingen te zeggen zijn over de rapportage. In de eerste plaats is er, zoals veel van de leden van de Kamer dat ook nadrukkelijk uit de rapportage van NLFI hebben gehoord, gewoon veel goeds gebeurd, zeker in het afgelopen jaar. Tegelijkertijd is er echt nog het een en ander te doen. Dat vindt niet alleen NLFI, maar dat wordt ook onderkend door de Volksbank zelf. Ik onderschrijf dat en denk dat ze daar beide gelijk in hebben. Dat is eens temeer waar – dat is het derde punt dat ik zou willen maken – omdat het bankenlandschap niet makkelijker is geworden, zeker niet voor een bank met deze signatuur. We hebben het vaker met elkaar over de dynamiek en de gevolgen van de lage rente. Het is voor een bank als de Volksbank wel extra lastig, dus het is gewoon lastiger om geld te verdienen dan een jaar geleden. Dat maakt het ook nog weer extra belangrijk om de bank wat meer tijd te geven. Daarmee is de bank op dit moment niet rijp om al op eigen benen te staan.

Ik vind het belangrijk om dat te zeggen omdat het dus ook echt niet zo is dat NLFI, de Volksbank of ik zou denken: laten we nog maar eens lekker een jaartje tijd kopen. Want wat is nu uiteindelijk het allergrootste belang, los van alle, ook zeer verschillende, opvattingen over de specifieke toekomst? Dat is dat de bank een solide toekomst tegemoetgaat en dat de bank voldoende weerbaar is om zelf te kunnen voortbestaan. Ik proef bij sommigen enige gevoelens van spoed. Dat begrijp ik best, want ik heb die zelf ook vaak. Maar het slechtste wat wij zouden kunnen doen, is nu een keuze maken en er dan in een volgende lastige financiële situatie achter komen dat onze opvolgers of de opvolgers van onze opvolgers weer een bank zouden moeten kopen. Dat scenario wil ik coûte que coûte voorkomen. Echt zekerheid hebben of een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hebben dat de bank in staat is om zelf verder te kunnen, vind ik van cruciaal belang. Dat zou ik daarom nog eens zo nadrukkelijk hier onder de aandacht willen brengen. Nogmaals, ik begrijp dat dit lastig is voor degenen die hele specifieke opvattingen hebben en opvattingen hebben over de snelheid, maar ik denk echt dat dit prudent is.

Er ligt wel nog wat naast. Juist omdat we ook opvattingen hebben over de toekomst en er ook in het uitsorteren van die toekomstmogelijkheden echt nog flink wat werk zit – zie ook de onderzoeksvragen die hier weer bij mij zijn teruggelegd – wil ik het komende jaar juist een parallel spoor lopen. Ik wil de Volksbank de tijd geven om het huis nog verder op orde te brengen, maar ik wil ook de toekomstmogelijkheden uitsorteren. Anders zouden we daar over een jaar pas mee moeten beginnen. Dan zou ik me kunnen voorstellen dat sommigen nog weer ongeduldiger zijn geworden. Daarom wil ik dat parallelle traject lopen van én de bank meer tijd geven én zelf onze gedachten vormen over de toekomst. Ik ga daar zo nog wat meer over zeggen.

Voorzitter. Ik zou er nog één specifiek ding bij willen zeggen. Ik heb echt goede hoop dat we over een jaar dat gesprek kunnen hebben en dat we zeker dat huiswerk ten aanzien van de toekomstopties kunnen uitsorteren. Dat huiswerk ligt vooral op ons eigen bord, op mijn bord, op het bord van de Volksbank en NLFI. Daar hebben we meer dan genoeg tijd voor. Misschien worden we voordat we die eerste pilaar van de bank klaar hebben gemaakt, positief verrast en hebben we het gesprek al eerder. Waarschijnlijk hebben we dat over een jaar. Maar laten we ook heel eerlijk zijn: ik heb geen enkele reden om dat aan te nemen. Maar stel dat we zouden moeten constateren, gevoed door NLFI, dat het over een jaar toch niet zo is, dan moet je ook reëel zijn. Ik wil dat nadrukkelijk noemen omdat de slechtste keuze die we kunnen maken is om een bank die niet klaar is vanwege onze eigen goede bedoelingen naar de markt te duwen en vervolgens een paar jaar later met de gebakken peren te zitten. Daarom ben ik er zo expliciet over.

De voorzitter:

Een ogenblik. Ik zie dat de heer Van Dijck wil interrumperen. Ik wil de collega's vragen om hun vragen van een korte inleiding, dan wel geen inleiding te voorzien. Dat gaat namelijk echt af van onze tijd. Om 12.15 uur wil ik afronden.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik weet niet waar de Minister was tijdens de eerste termijn van de Kamer, maar hij heeft het erover dat de bank nog niet klaar is om naar de markt geduwd te worden. De Kamer wil deze bank niet naar de markt duwen. De VVD is de enige die zegt dat niet te willen, maar dat toch wil. Deze Minister doet het voorkomen alsof deze bank er slecht voor staat, maar ik heb net gezegd dat de bank er hartstikke goed voor staat. De buffers zijn goed, de kapitaalpositie is goed, het rendement is goed, er wordt winst gemaakt, er wordt straks een half miljard superdividend uitgekeerd, de kosten zijn omlaag, de klanten zijn tevreden. Die bank is klaar! Die bank is klaar voor een toekomst. Geef die bank een toekomst. Maar de bank is inderdaad misschien niet klaar om naar de markt geduwd te worden; uw letterlijke woorden.

Minister Hoekstra:

Zelfs als ik me probeer te verplaatsen in het paradigma van de heer Van Dijck, moet ik er twee kanttekeningen bij maken. De heer Van Dijck zegt namelijk twee dingen. Als tweede zei hij dat de bank er eigenlijk wel klaar voor is. Met alle respect voor de heer Van Dijck, maar ik denk dat het verstandig is dat we het gesprek over de volgende stap voor de bank echt hebben aan de hand van de rapportages van NLFI, die worden onderschreven door de Volksbank. We moeten die volgende stap niet afhankelijk maken van de opvattingen van de heer Van Dijck of van welk Kamerlid dan ook.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het zijn geen opvattingen...

De voorzitter:

Een ogenblik, als u het woord wil, doet u dat via mij.

Minister Hoekstra:

Dit betekent dat ik het echt belangrijk vind en dat ik er bij de Kamer op zou willen aandringen dat we afgaan op de rapportages van NLFI. NLFI hebben we welbewust tussen de bank en de politiek geparkeerd om ons van oordeelsvorming en van onafhankelijkheid te voorzien. De rapportages worden bovendien onderschreven door de bank zelf. Ik vind het echt heel verstandig om op die rapportages af te gaan. Dan even op het eerste punt van de heer Van Dijck. Het is volstrekt helder – zie ook de diverse moties, zoals de recente motie bij de Politieke Beschouwingen; ik denk dat daar de kriegeligheid van de VVD in mijn richting vandaan komt – dat we heel nadrukkelijk naar de maatschappelijke opties gaan kijken. Ik ga daar zo meteen nog een heleboel meer over zeggen. Maar dat kan geen verrassing zijn. Waar ik «naar de markt brengen» heb gebruikt als alternatieve taal voor «op eigen benen staan», moet de heer Van Dijck dat op die manier verstaan.

De heer Tony van Dijck (PVV):

De Minister doet het voorkomen alsof ik dit allemaal uit mijn duim zuig, maar dit baseer ik op de rapportage van NLFI. Het is een feit dat de bank winst maakt. De bank heeft de eerste helft van dit jaar 154 miljoen winst gemaakt. Dat verzin ik niet. Het rendement ligt boven de 8%. Dat staat in de rapportage van NLFI. De kapitaalpositie ligt hoger dan bij de resterende banken. De kosten zijn hard omlaag gebracht, de klanten zijn hartstikke tevreden. Er is sprake van groei van de betaalrekeningen, de spaargelden, de hypotheken. Die bank staat er hartstikke goed voor, ook volgens NLFI. Met andere woorden: misschien is de bank klaar om naar de markt gebracht te worden, maar dat is juist wat we allemaal níét willen. Deze Minister houdt vast aan het adagium «privatiseren en naar de markt brengen». Daar moet hij van loskomen.

Minister Hoekstra:

Ik denk nooit, maar dan ook helemaal nooit, dat de heer Van Dijck dingen uit zijn duim zuigt.

Voorzitter, met uw goedvinden ga ik door waar ik dacht gebleven te zijn.

De voorzitter:

Een ogenblik. Ik zie dat de heer Nijboer op dit punt ook nog een vraag heeft.

De heer Nijboer (PvdA):

Meer op het punt van de timing. De Minister gaf een reëel beeld toen hij zei dat hij al die varianten gaat uitzoeken. De Kamer heeft daar verder naar gevraagd. Daar komt hij zo ook over te spreken. Voor dat uitzoeken neemt hij waarschijnlijk een jaar. Ik denk dat het ook reëel is dat niet meer dit kabinet het uiteindelijke besluit zal nemen. Deelt de Minister dat met mij? Op 17 maart 2021 zijn de verkiezingen voorzien. Die uiterste datum voor de verkiezingen staat gewoon in onze agenda's. Ik denk dat het niet reëel is, ook gezien de politieke verhoudingen, dat die beslissing door het huidige kabinet wordt genomen. Die zekerheid en openheid moet je dan maar geven.

De voorzitter:

Uw vraag is helder.

Minister Hoekstra:

Dit is een volstrekt redelijk klinkende vraag waar natuurlijk een glibberig pad van politieke ellende onder ligt. Dat begrijp ik en waardeer ik in zekere zin ook nog. Voor de goede orde: ik wil er alles aan doen wat redelijkerwijs mogelijk is om het regeerakkoord uit te voeren. Dat geldt ook absoluut ten aanzien van deze passage. De heer Nijboer zegt: misschien komt de Minister straks tijd tekort. Laat ik nog een keer herhalen dat we, zelfs in de wetenschap dat we naar alle waarschijnlijkheid pas over een jaar dit gesprek hebben en zelfs met het gegeven dat er, tot teleurstelling van de heer Nijboer, dan nog een maar korte periode rest voor dit kabinet, toch gaan proberen om die belofte in het regeerakkoord gestand te doen.

De heer Nijboer (PvdA):

Dat snap ik politiek misschien nog wel, want de VVD houdt de Minister aan het regeerakkoord, maar ik denk dat het niet reëel is. Dan wordt de Volksbank inzet van de verkiezingen. Dan zegt het kabinet dat we dit gaan doen in de toekomst. U ziet hoe verdeeld de opvattingen in de Kamer zijn. Een Minister die verantwoordelijk is voor het voortbestaan van een financiële instelling en voor financiële stabiliteit, kan dat uiteindelijk niet voor zijn verantwoording nemen.

De voorzitter:

Helder.

De heer Nijboer (PvdA):

De Minister wil dat vandaag niet zeggen, want dan moet hij het regeerakkoord openbreken. Ik zeg alvast dat dit geen reële uitkomst is en dat we dus voorbereidingen treffen voor de volgende kabinetsformatie. Ik vind dat verstandig en ik steun dat.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de Minister verdergaat met de beantwoording van de vragen, want volgens mij zat hij nog bij de inleiding.

Minister Hoekstra:

Ik heb wel een paar dingen via hink-stap-sprong gedaan. Ik hoor de opvattingen van de heer Nijboer. Ik onderstreep dat volstrekt evident is, en dat past ook bij mijn betoog, dat de politieke opvattingen voor, tijdens en na verkiezingen niet weg zijn. Er is en blijft mij alles aan gelegen om de financiële weerbaarheid echt op één te zetten, welke keuze we ook maken en hoe belangrijk we andere zaken zoals maatschappelijke verankering en diversiteit ook vinden, gezien alles wat er de afgelopen vijftien jaar is gebeurd en alle andere gesprekken die we over de financiële sector hebben.

Voorzitter. Inmiddels ben ik aanbeland in de bak rapportage door NLFI. De heer Van der Linde vroeg waarom deze rapportage pas zo laat was gestuurd. Naar ik meen heb ik in mei al gemeld dat we medio 2019 met een nieuwe rapportage zouden komen. In oktober heeft NLFI dat rapport definitief gemaakt. Dat wordt zorgvuldig opgesteld en dat proberen wij zorgvuldig te bestuderen. Ik zou de voorzichtige hoop willen uitspreken dat ook de heer Van der Linde nog een beetje geïnteresseerd is in de beleidsmatige reactie. Als ik het zo moet vertalen dat ik kijk of het de volgende keer nog sneller kan, dan ga ik dat absoluut doen.

De heer Sneller vroeg of de Volksbank de afgelopen jaren wel voldoende heeft gedaan om verbeteringen door te voeren. Ik begrijp de vraag. Er zijn echt concrete resultaten behaald. Ik heb geen enkele aanleiding om te denken dat het op enige manier heeft ontbroken aan inspanningen die de Volksbank heeft geleverd. Tegelijkertijd moet je constateren, mede gezien mijn opmerking over het bankenlandschap, dat de Volksbank harder is gaan lopen, maar dat het terrein ook lastiger is geworden, en dus zijn we nog niet waar we misschien hadden verwacht dat we nu zouden zijn.

De voorzitter:

Op dit punt, meneer Sneller.

De heer Sneller (D66):

Het tempo van verandering binnen de bank en van de omgeving waarin de bank moet opereren, is natuurlijk cruciaal voor waar we over een jaar staan. Wat is de inschatting van de Minister over de mogelijkheid om de veranderingen intern zo snel door te voeren dat we de veranderingen daarbuiten kunnen bijhouden?

Minister Hoekstra:

Laat ik meteen nog iets zeggen over wat de heer Van der Linde terecht zei. Kijk, het bankenlandschap is in beweging. Hier speelt heel nadrukkelijk ook de klassieke noodzaak om te kunnen omgaan met verandering; the animal most adaptive to change is degene die weet te overleven. Dat is ook waar de Volksbank heel nadrukkelijk op inzet en zal moeten inzetten. Dat geldt overigens voor alle banken. Dat heeft binnen de bank ook heel nadrukkelijk de aandacht.

Tegelijkertijd moet je constateren dat een bank zonder franje of zonder fratsen, zoals sommigen zo mooi zeiden, allerlei voordelen heeft, zoals een enorme likeability. Dat zie ik breed en dat voel ik zelf ook. Maar dat maakt zo'n relatief klein scheepje ook potentieel kwetsbaar, zeker in een omgeving van lage rente.

Het assessment van nog een jaar is de best mogelijke inschatting die we nu kunnen maken op basis van extrapolatie van het landschap en het goede trackrecord van het afgelopen jaar, waarbij er ook een aantal dingen beter moeten. Ik wil ook eerlijk zeggen tegen de Kamer dat dit de best mogelijke inschatting is van NLFI en de Volksbank. Ik denk dat we daar niet te pessimistisch of te optimistisch in zijn. Daarom heb ik ook gezegd dat het in theorie mogelijk is dat ik de Kamer binnen negen maanden positief verras en zeg dat het nog sneller is gegaan dan we dachten. In theorie kan er ook sprake zijn van het hypothetische geval dat er meer tijd nodig zou zijn, hoewel ik geen enkele aanleiding heb om dat te denken, maar die zouden we ons dan ook moeten gunnen. Dan zouden we ons niet moeten laten leiden door ons eigen ongeduld en politieke opvattingen over de toekomst, omdat soliditeit op één staat. Het is een beetje een langer antwoord op de vraag van de heer Sneller, maar ik denk dat dit een belangrijk punt is om te maken.

De voorzitter:

Toch vraagt dat nog om een korte opmerking van de heer Sneller.

De heer Sneller (D66):

Met dat doel zijn we het hier breed eens, maar de vraag bij zo'n aandeelhouderschap op afstand is of de Minister samen met NLFI beter zicht heeft op wat de inspanning is geweest, het afgelopen jaar, en of het makkelijk is om er de schep bovenop te doen die nodig is, zoals de Minister schetst.

Minister Hoekstra:

Ik denk dat het doenbaar is. Tegelijkertijd onderstreep ik dat de Volksbank de afgelopen jaren niet op zijn handen heeft gezeten. Het is ook niet in een vloek en een zucht gedaan, als je een halfuur eerder opstaat. Daar moet je ook reëel over zijn.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Hoekstra:

Dan heb ik ook de vraag van de heer Sneller beantwoord over hoe we inschatten dat de Volksbank over een jaar wel klaar is. De heer Van Dijck zei dat de Volksbank goed presteert. Ja, mee eens, maar ik neem ook zeer serieus wat NLFI en de bank zeggen. Ik kijk niet alleen naar de huidige prestaties, maar ik probeer ook te kijken naar wat soliditeit op de wat langere termijn betekent.

Voorzitter. Dan heb ik de belangrijkste dingen gezegd in het blok rapportage NLFI. Ik heb ook al flink wat gezegd over de vervolgstappen. Nog een paar dingen. Voor de goede orde, ik zal me waar nodig ook vaker tussentijds laten informeren over de eerste pilaar. Zien we voldoende snelle vooruitgang of progressie? Ik vind dat zelf ook een enorm belangrijk thema, dus waar nodig zal ik zelf ook de dialoog met NLFI en de bank intensiveren, om te weten wat er speelt, zonder op de stoel van de bestuurder te gaan zitten, want die behoefte proef ik ook, maar dan maak ik het leven voor de Volksbank godsonmogelijk.

Twee. Ik ga in het komend jaar heel nadrukkelijk aan de gang met alles wat te maken heeft met die verschillende toekomstopties. Daarbij geldt: onderzoek alles of onderzoek bijna alles. Ik zeg maar meteen ter geruststelling tegen de heer Nijboer dat het mij een hoogst onwaarschijnlijk scenario lijkt dat de Volksbank, NLFI of ik op enig moment terugkomt met de conclusie dat we de Volksbank per september volgend jaar tot een zakenbank hebben getransformeerd. Dat zou zich slecht verhouden tot alles wat we tot nu toe gewisseld hebben, dus dat is hoogst onwaarschijnlijk, maar a priori wil ik juist breed kijken naar alles wat valt in de categorieën van de vier opties die ik heb beschreven.

Ter geruststelling van de heer Ronnes zeg ik dat we ook nadrukkelijk gaan kijken naar die coöperatie. Ik kom zo meteen ook terug bij de Kamer om over de voors en tegens van die verschillende opties van gedachten te wisselen. Die voors en tegens zullen zich verhouden tot soliditeit, diversiteit en wat wel of niet kan binnen de bestaande regelgeving en wat wel of niet verstandig is, geredeneerd vanuit de overheid. Op al die dimensies wil ik de Kamer van een antwoord voorzien, overigens niet met de illusie dat partijen er geen andere politieke opvattingen over kunnen hebben.

Dan heb ik de vraag van de heer Van der Linde over wat ik ga doen tot het najaar van 2020 ook beantwoord. Hij vroeg ook hoe ik dat verantwoord naar de Europese Commissie. Wij delen rapportages zoals deze met de Europese Commissie. Mocht zij vragen hebben, dan gaan we met de Commissie in gesprek. Naar mijn waarneming is dat iets wat in het verleden soepel liep richting de Commissaris of de Commissie.

De heer Van der Linde vroeg ook wanneer het kabinet een besluit neemt. Zo snel als mogelijk, want ik voel ook de hete adem van het regeerakkoord in mijn nek; altijd, maar zeker op dit dossier. Verder verwijs ik naar wat ik net in de richting van de heer Nijboer heb gezegd.

Voorzitter. De heer Alkaya was misschien iets te negatief, toen hij aan mij vroeg waarom ik het WRR-advies niet al had uitgevoerd of zou uitvoeren. Volgens mij heb ik daar een hele geserreerde en ook duidelijke reactie op gegeven, dus ik zou daarnaar willen verwijzen. Volgens mij zijn er juist ook dingen in het WRR-rapport die we in deze discussie heel duidelijk ter harte nemen en zo moet mijn brief ook gelezen worden. Ter geruststelling van iedereen hier aanwezig zeg ik dat we hier niet op willen voorsorteren. Ik wil echt recht doen aan die opties en aan de hele brede wens om naar een maatschappelijk paradigma te kijken, maar ik wil niet nu al een paar snelle afslagen maken, de ene of de andere kant uit.

De voorzitter:

Op dit punt zie ik de heer Alkaya en de heer Snels.

De heer Alkaya (SP):

Ik roep het kabinet zeker niet op om snelle afslagen te maken of te nemen. Mijn punt is dat de optie van een publieke verankering van bepaalde onderdelen van de Volksbank, of als geheel, om die in staatshanden te houden, niet in de brief van de Minister zit. Er ligt een motie van de Tweede Kamer uit 2016 die oproept om die mee te nemen in het onderzoek. Ik vroeg er aandacht voor dat de WRR ook zegt dat die publieke verankering belangrijk is. Dan stel ik de vraag aan de Minister of dat ook tot de opties behoort, dat de Volksbank wellicht ten dele in staatshanden blijft.

Minister Hoekstra:

Ik noem even een paar dingen. Publieke verankering zou ik niet willen versmallen tot: de Staat heeft alle aandelen. Dan doen we onszelf tekort, niet alleen op dit dossier. Dan doen we onszelf ook breder tekort, als we praten over de bancaire sector, maar überhaupt; alsof de overheid alleen maar voor publieke verankering zou kunnen zorgen door alles naar zich toe te trekken. Volgens mij gaat zelfs de SP niet zo ver.

Tegelijkertijd ga ik die motie nadrukkelijk meenemen in dit vervolgtraject. Even een zijopmerking daarover. Ik probeer niet een arbiter te zijn in het dispuutje tussen de VVD- en de PVV-fractie, maar Brussel zal terecht verlangen van het kabinet dat alle opties worden onderzocht, niet zijnde een bank in publieke handen. In de brief heb ik ook aangegeven dat ik alle moties op dit terrein ga meenemen in het onderzoek; die van drie of vier jaar geleden, met ondertekenaars hier aanwezig, en de motie van nog maar anderhalve maand geleden. Gehoord de discussie kunnen we ons overigens voorbereiden op teleurstelling, want ik kan niet alle opvattingen die ik hier heb gehoord contenteren in de keuze, maar wel in het onderzoek.

De voorzitter:

Dan de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Ik had eigenlijk dezelfde vraag, maar ik wilde een iets preciezer antwoord. We weten wat er in het regeerakkoord staat; dat de optie om in publieke handen te blijven daarin is uitgesloten. We zien het politieke speelveld. Ik denk dat de meeste partijen toch aan de andere kant staan. Het viel mij op dat wel naar de motie over in publieke handen blijven verwezen wordt, in de inleiding van de brief, maar niet bij de scenario's. Ik wil wel de bevestiging van de Minister dat die optie «in publieke handen», met alle haken en ogen die daarbij zitten, wel degelijk een van de opties is die onderzocht worden.

Minister Hoekstra:

Ook de heer Snels strooit weer lustig met doornen en distels in politieke zin. Ik heb precies gezegd wat ik gezegd heb. Ik wil recht doen aan het regeerakkoord en aan de moties. Ik vind het sowieso verstandig om hier breed naar te kijken, maar de opvattingen van de commissie die net gewisseld zijn, zijn ook een gegeven waar ik mee te maken heb. Dat wil ik wel staande houden. Voor zover er een zekere spanning bestaat tussen die moties en het regeerakkoord, heb ik me daartoe te verhouden, maar dat ga ik dan in de komende zes tot negen maanden of het komende jaar doen.

De heer Snels (GroenLinks):

Ik heb de indruk dat de VVD en de Minister zelf nog de enigen zijn die het regeerakkoord willen uitvoeren en dat de rest van de Kamer toch naar mogelijkheden zoekt om het debat wat te verbreden en dat daar een grote meerderheid voor is. Tegelijkertijd heb ik het idee dat de Minister nu een omweg zoekt, maar misschien doe ik hem daarmee geen recht, om een politieke mijnenveld te voorkomen. Ik kan hem voorspellen dat dat politieke mijnenveld volgend jaar nog steeds hetzelfde is, dus het lijkt me echt verstandig dat deze optie zorgvuldig en serieus wordt meegenomen en niet te makkelijk buiten beeld wordt geschoven.

Minister Hoekstra:

Ik denk dat dat kan. Wat betreft dat mijnenveld legt de heer Snels er enthousiast nog wat extra stukjes aan vast, en dat is ook zijn goed recht. Ik wil natuurlijk recht doen aan die moties en aan het regeerakkoord. Ik wil die opties onderzoeken, maar ik zeg dat we ons ten aanzien van die keuze moeten voorbereiden op teleurstelling, gezien het debat. Dat ik maar een begin zou kunnen maken om de zo brede opvattingen als ik vandaag gehoord heb, allemaal te contenteren, lijkt mij uitgesloten.

De voorzitter:

Dat leidt toch weer tot een aanvullende vraag van de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):

Ik probeer vandaag constructief te zijn en volgens mij gaat dat best. In een regeerakkoord staat natuurlijk nooit dat je iets niet mag onderzoeken. Dat zou wel heel dom zijn als je dat opschrijft, en het staat er ook niet in. We hebben gewoon de motie-Merkies/Nijboer uit 2016 die is aangenomen, zelfs met steun van de VVD, naar ik meen, dus dat kan ook geen probleem zijn. Deze verzoekt de regering de mogelijkheid te onderzoeken om SNS Bank in staatshanden te houden. Dat was naar aanleiding van het WRR-rapport en weet ik wat niet allemaal. Als de Minister zegt dat hij die moties gaat uitvoeren, die hij ook noemt in zijn brief, lijkt het mij logisch dat dit gewoon onderzocht wordt en dat daarna de politieke weging wordt gemaakt om dat wel of niet te doen. Die van de VVD is bekend en misschien die van andere partijen ook wel. Dan kunnen de Kamerleden de verschillende opvattingen over alle voor- en nadelen goed naast elkaar zien. Als die niet in die lijst wordt opgenomen, en dat staat nu niet zo duidelijk in die brief, dan kunnen we dat niet en dan begint die discussie weer opnieuw.

Minister Hoekstra:

Volgens mij heb ik daarom net ook gezegd dat ik alle moties ga uitvoeren in het traject van het komende jaar en dat ik me dan heb te verhouden tot het regeerakkoord. Volgens mij is dat precies wat ik gezegd heb.

De voorzitter:

Helder. Gaat u verder.

Minister Hoekstra:

Het is buitengewoon charmant dat sommigen daar nog even het zoeklicht op zetten.

Dan heb ik de vragen van de heren Snels, Alkaya en Van Dijck over de toekomstopties gehad, net als de vraag van de heer Nijboer over vormen van verzelfstandiging. De heer Ronnes vroeg of beursgang de enige optie is. Volgens mij heb ik hem daarover gerustgesteld. Hij vroeg ook of de bedrijfsvoering een coöperatie uitsluit. Daar ben ik ook op ingegaan.

Dan kom ik op de diversiteit.

De voorzitter:

Op het vorige punt, de heer Ronnes.

De heer Ronnes (CDA):

De vraag was met name hoe je tot een bedrijfsvoering kunt komen die in het model van een coöperatie kan functioneren, dus om bij dat onderzoek niet alleen naar de traditionele bedrijfsvoeringsconcepten te kijken, maar ook naar nieuwe modellen.

Minister Hoekstra:

Ik denk dat we hetzelfde zeggen. Nog even in mijn eigen woorden: het is belangrijk dat de bank straks wendbaar, weerbaar en schokbestendig is. Dat is het doel. Gegeven mijn opmerking om alles te onderzoeken, of bijna alles, ga ik de coöperatie daar ook in laten meenemen. Ik begrijp dat de heer Ronnes zegt dat we bij pilaar één, namelijk klaar zijn, geen onomkeerbare stappen moeten nemen die later de coöperatie uitsluiten. In dat opzicht kan ik hem geruststellen. Tegelijkertijd kan ik niet beloven dat de coöperatie straks bovenaan het lijstje komt. Dat is ook reëel, denk ik.

De vraag van de heer Ronnes over diversiteit heb ik gehad. De heer Sneller en de heer Snels vroegen hoe de Volksbank verder moet met diversiteit, maar de heer Sneller has left the building. Er zijn twee stukken van diversiteit die ik in het debat hoorde passeren. Het eerste gaat over diversiteit bij de Volksbank zelf. Het tweede gaat over diversiteit van het landschap.

Eerst even over de diversiteit van de bank zelf. Ik denk dat de Volksbank ook onderkent dat je aan de ene kant wil diversifiëren en aan de andere kant ook een bank zonder fratsen wil blijven. Dat daar enige spanning tussen bestaat, dat begrijp ik best en dat ziet de Volksbank ook, denk ik. Toch bestaat bij de Volksbank, bij NLFI en bij mij de opvatting dat, als je kijkt naar producten en diensten, waarbij mkb'ers langs zijn gekomen, het mogelijk is om nog meer te doen om te diversifiëren, bijvoorbeeld op het gebied van advies. Maar ik wil niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten, waarbij ik een lijstje oplepel van wat de Volksbank moet doen, want dat vind ik niet prudent. Ik denk dat de Volksbank bij deze vraag, die niet helemaal zonder complexiteit is, gewoon zelf in dialoog met NLFI aan de gang moet.

De voorzitter:

Ik merk nog even op dat de heer Sneller zich bij mij heeft geëxcuseerd omdat hij naar een vergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken is.

Minister Hoekstra:

Ik bedoelde dat bepaald niet verwijtend, laat ik dat nog eens onderstrepen.

De voorzitter:

Er is nog een vraag van de heer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wat de Minister aankaart over dat spanningsveld tussen diversifiëren en een bank zonder fratsen, is juist een probleem bij het weer een jaartje uitstellen Die bank, de klanten en de werknemers weten niet waar zij aan toe zijn, door het maar elke keer uit te stellen en uit te stellen. Dus kan die bank ook niet een fatsoenlijke groeistrategie voor de toekomst bepalen, want die weet niet waar dit eindigt. Gaan we straks naar de beurs? Als ik het NLFI-rapport lees, is dat helemaal erop gebaseerd dat de bank klaar wordt gemaakt voor de beurs, dus het inkomen of het verdienmodel moet worden uitgebouwd om straks een maximaal rendement te krijgen bij een beursgang. Maar als dat niet de uitkomst is, moet je juist niet diversifiëren maar juist versoberen en niet vercommercialiseren, maar lekker simpel alleen betalen, met kleine hypotheken tot maximaal twee ton en een leuke spaarrekening met een leuke rente. Realiseert de Minister zich wel dat het juist heel schadelijk kan zijn om dat elke keer uit te stellen, voor de bank en de toekomstvisie daarvan?

Minister Hoekstra:

Ik proef dat de heer Van Dijck een enorme behoefte heeft om misschien zelf actief te worden in de bancaire sector, want hij heeft hele specifieke opvattingen over hoe dat zou moeten. Ik vind het juist belangrijk om mij als Minister van Financiën te laten adviseren door een instituut dat echt terzake kundig is, ook kundiger dan ikzelf, namelijk NLFI, in dialoog met de Volksbank. Ik vind de heer Van Dijck echt te somber in zijn bespiegeling over wat er al gedaan is en wat er nog zou moeten. Volgens mij helpt het enorm om juist de stappen te zetten die NLFI en de Volksbank beiden suggereren. Ik ben ervan overtuigd dat er dan voor deze mooie bank, laat ik dat onderstrepen, een mooie toekomst is weggelegd.

De voorzitter:

Een korte tweede interruptie, meneer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Heel kort, voorzitter. De Minister laat zich in mijn ogen te veel leiden door NLFI, want die is als aandeelhouder maar in één ding geïnteresseerd: winstmaximalisatie. Ik zie in de opties van NLFI nergens een publieke bank staan. Ze hebben het over verkoop aan een private investeerder, een beursgang, een strategisch plan. Met andere woorden, voor NLFI is de route naar een publieke bank helemaal geen optie, dus misschien moeten we ons dan buiten NLFI begeven, zoals naar de WRR of een andere club die echt kijkt naar het maatschappelijk belang en naar de meerderheid van de volksvertegenwoordiging.

Minister Hoekstra:

De nestor van de commissie voor Financiën heeft niet alleen een heel lang trackrecord, maar in mijn waarneming ook een uitstekend geheugen, dus ik denk dat hij heel goed weet hoe we het georganiseerd hebben en waarom. Laat ik er toch nog kort wat over zeggen. Destijds is de keuze gemaakt, die ik heel verstandig vind, om banken te nationaliseren om grotere ellende te voorkomen. Vervolgens is NLFI als een stootkussen, een waarnemer, een hoeder gezet tussen de politiek en die banken, juist om te voorkomen dat we aan deze tafel bepalen wat een leuke rente is, wat diversiteit betekent, wat voor type leningen die bank zou moeten verstrekken. Die rol heeft NLFI in mijn waarneming op een hele goede wijze vervuld bij deze bank en bij andere banken. Ik denk dat het destijds een verstandige keuze is geweest om zo'n instituut ertussen te schuiven. Ik ben mijn inleiding niet voor niks begonnen zoals ik begonnen ben. Het is een bank in staatshanden, 100%, en de politiek bepaalt.

Voorzitter. Ik was bij de diversiteit in het bankenlandschap en daarmee ben ik weer bij de heer Snels aangekomen. De heer Ronnes vroeg daar overigens ook naar. Ik heb meerdere keren gezegd hoe belangrijk ik de financiële stabiliteit van die bank vind, dus daar hoef ik niks aan toe te voegen. Een wens die terecht breed leeft, is om het bankenlandschap diverser te maken, ook om de sector weerbaarder te maken, want een diversere sector biedt allerlei mogelijkheden om de soliditeit van het stelsel te vergroten en biedt consumenten ook simpelweg meer keuze. Als je kijkt naar onze discussies over de kapitaalmarktunie en over mkb'ers die moeite hadden en hebben om toegang te krijgen tot kapitaal, hebben we in Nederland een bankenlandschap waarover heel veel positiefs te zeggen is, dat zeer efficiënt is en relatief lage tarieven rekent aan consumenten, maar dat ook gedomineerd wordt door een paar hele grote banken, dus het is niet erg divers. Het is ook minder divers geworden dan we tien jaar geleden misschien hadden gedacht of gehoopt.

Ik vind het een hele verstandige opvatting van de Kamer om diversiteit mee te nemen als lens om door te kijken bij de toekomst van deze bank, dus ik sluit mij aan bij wat de heren Snels en Ronnes daarover gezegd hebben. De heer Snels wil daarover een rapportage van de WRR. Ik zou willen afspreken dat ik begin met zelf te verbreden en te verdiepen wat ik zo-even heb gezegd over diversiteit, om ook op te halen wat Wijffels en anderen daarover gezegd hebben, maar niet om een nieuwe WRR-rapportage te vragen, want ik denk dat dat misschien niet de kortste weg naar dat doel is. Ik zou willen verzamelen wat er is en de opvattingen van het kabinet ernaast willen leggen. Ik denk dat die dan ook weer vatbaar zijn voor discussie, want sommigen zullen nog meer diversiteit willen, of een andere diversiteit. Dat lijkt me verstandiger dan om de WRR om een rapport te vragen, eerlijk gezegd. Dat zou mijn suggestie zijn richting de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Net als de heer Ronnes zoek ik naar hoe je het financiële rendement en de soliditeit die belangrijk zijn voor de bank, daarover zijn we het niet oneens, in evenwicht brengt met de maatschappelijke rol en het maatschappelijk rendement die de bank moet hebben. Als ik kijk naar de rapportage en de scenario's die door NLFI worden gemaakt, dan is het toch even plat gezegd het VVD-pad aflopen: we gaan de bank verkopen, de vraag is alleen nog aan wie. Ik maak me niet alleen zorgen over de diversiteit van de bank maar ook over het karakter van de bank. Wat is de maatschappelijke rol die de bank moet hebben? Hoe ziet die eruit? Hoe kijkt het publiek daarnaar? Het lijkt me dat NLFI niet de eerst aangewezen instantie is om dat te doen. Daarom had ik het idee van de WRR. Hoe ziet de Minister de rol van de Kamer in die discussie?

Minister Hoekstra:

Laten we even twee dingen uitsorteren. Welke conclusie je ook zou kunnen trekken uit dit debat en wat ik erover gezegd heb, dat is niet wat de heer Snels net zei, namelijk dat we het pad aflopen en de bank verpatsen aan de hoogste bieder. Integendeel, zou ik zeggen. Dat kan bijna niet de conclusie zijn van alles wat we met elkaar gewisseld hebben. Ik wil juist niet preluderen op die toekomst, maar ik wil alles of bijna alles onderzoeken. Dat is één.

Twee. Ik snap best dat de heer Snels zegt dat hij niet alleen het oordeel van NLFI wil over de diversiteit van het landschap. Dat vind ik een hele valide wens. Er is best veel over gezegd en geschreven, ook door de WRR. Dat zijn vaak hele gedegen rapportages, maar die kosten ook veel tijd. De Kamer heeft mij ook weleens bevraagd over het WRR-rapport in de maak over de kosten in de volksgezondheid. Ik zou graag willen afspreken met de heer Snels dat ik kom met een breder perspectief op de diversiteit en wat anderen daarover gezegd hebben, want ik denk dat we dat vrij makkelijk kunnen samenvatten in het komende halfjaar, en dat we daar het perspectief van het kabinet naast leggen. Ik denk dat we dan voldoende hebben aan opvattingen, analyse en insteek om dat debat te hernemen, waarbij ik niet uitsluit dat de politieke wensen aan de voorkant of aan de achterkant weer uiteen zullen lopen. Volgens mij hebben we dan voldoende perspectief om het debat te kunnen voeren. Die wens van de heer Snels begrijp ik heel goed.

De voorzitter:

Meneer Snels, ook weer heel kort graag.

De heer Snels (GroenLinks):

Zeker, voorzitter. Mag ik dit als een toezegging zien dat deze analyse van de Minister ruim voor de NLFI-rapportage van volgend jaar naar de Kamer komt?

De voorzitter:

Die staat genoteerd.

De heer Snels (GroenLinks):

Dus ergens in de lente, denk ik.

Minister Hoekstra:

De lente komt vrij vroeg volgend jaar. Ik zorg dat de heer Snels het heeft de voor de dag dat de rapportage op de mat ploft. Ik begrijp hem zo dat hij tevreden is met de vorm van de analyse, de verzameling en het perspectief dat ik net heb aangereikt.

De heer Snels (GroenLinks):

Voor het zomerreces dan?

Minister Hoekstra:

Het is altijd een soort salami met de heer Snels en je geeft altijd te veel, maar daar ga ik mijn best voor doen. Voorzitter, ik weet niet wat de heer Van Dijck pruttelde, maar gelukkig hoorde ik het niet!

Voorzitter. Ik heb al veel gedaan uit het blokje overig, maar ik heb nog een paar dingen over. De heer Van der Linde zette even het vragenkanon aan met een aantal vrij technische vragen. Volgens mij was het eerste waar hij naar vroeg efficiency ratio en cost to income. Volgens zijn ze hetzelfde, maar laat ik dat dubbelchecken. Als ik daar te kort door de bocht ben gegaan, laat ik hem dat nog weten.

Is er nog steeds een monitoring trustee? Nee, die is er sinds begin 2018 niet meer.

Dan vroeg hij naar het verschil tussen de winst en de gecorrigeerde winst. Dat zijn de incidentele posten en die hebben zich vanaf 2018 niet meer voorgedaan.

Heb ik nog andere adviseurs? Nee. Wel heeft natuurlijk de Volksbank zelf de vrijheid om andere adviseurs in te huren. Dat geldt ook voor NFLI. NFLI heeft onder andere Allen & Overy en Rothschild & Sons Limited ingehuurd, maar dat zijn geen adviseurs van mij.

De heer Nijboer stelde een vraag die hij eerder ook weleens heeft gesteld. Er is één specifieke bank waar de heer Nijboer niet zo'n positieve opvatting over heeft en hij wil weten waarom de Volksbank die nou heeft ingehuurd. Ik heb via de media vernomen dat die samenwerking is beëindigd. Maar ja, ik ga niet over welke adviseurs de Volksbank inhuurt en ik denk dat de heer Nijboer dat ook weer begrijpt.

Voorzitter. Sommigen vroegen naar de negatieve rente. Het is nog maar 25 uur geleden dat we daar een VAO over hebben gehad. Volgens mij is toen de SP-fractie zo ruiterlijk geweest om die motie aan te houden, juist ook omdat ik bezig ben met gesprekken. Volgens mij hebben we met elkaar in tevredenheid geconstateerd dat inmiddels een aantal banken in mijn woorden heeft gezegd: wij gaan onze uiterste best doen om niet over te hoeven gaan tot negatieve spaarrente voor alles onder een ton. Dat vond ik in ieder geval heel goed nieuws. Ik zou die gesprekken willen voeren en zoals ik eerder tegen de Kamer heb gezegd, kom ik zeker voor het kerstreces, maar ik denk eerlijk gezegd al voor het vertrek van Sinterklaas, met een brief.

Voorzitter. Over de vraag van de heer Nijboer over de gewenste diversiteit heb ik volgens mij wat gezegd.

Dan vroeg de heer Sneller nog naar de Net Promoter Score. Vooropgesteld, de Volksbank wil natuurlijk een goede werkgever zijn en richt zich ook echt breed op de medewerker. Waar komt dat door? Het enige wat ik kan bedenken, zijn de reorganisaties. Die hebben, zo is mijn ervaring, niet altijd een positief effect op de onmiddellijke tevredenheid, maar hopelijk wel op de langeretermijntevredenheid. Overigens zijn het allemaal ratio's, ook die Net Promoter Score, die ik, eerlijk gezegd, nog echt wel positief vind.

De voorzitter:

Meneer Sneller, inmiddels terug van de andere vergadering, heeft daar een vraag over.

De heer Sneller (D66):

Ja, want hij staat op – 20.

Minister Hoekstra:

Sorry, ik haal nu twee dingen door elkaar. Ik kom daar zo even op terug. Ik heb hier twee scores voor mij liggen en die haal ik door elkaar. Ik kom er even op terug, want anders ga ik nu een onvolledig antwoord geven. Ik kom er in tweede termijn nog even op terug.

De heer Van Dijck stelde een vraag die eigenlijk buiten de context van het debat valt, namelijk of het betalingsverkeer goed verankerd is. Dat raakt ook aan het WRR-rapport. Het is natuurlijk van groot publiek belang en daar hebben we ook vaker over van gedachten gewisseld, maar ik ben eerlijk gezegd over dat betalingsverkeer... Ik snap diegenen die zeggen: vergewis je ervan dat dat ook in de toekomst gewaarborgd is. Maar ik ben echt tevreden over hoe dat gaat, zeker ook als ik dat in de internationale context bezie. Het is in Nederland gewoon goed verankerd, zou ik misschien ter geruststelling tegen de heer van Dijck willen zeggen.

Voorzitter. Daarmee ben ik door «overig» heen. Op de heer Sneller kom ik dus nog in tweede termijn terug.

De voorzitter:

Ik kijk naar de Kamerleden of alle gestelde vragen zijn beantwoord. Ik zie dat de heer Alkaya meent van niet dan wel dat hij een aanvullende vraag heeft.

De heer Alkaya (SP):

Een specificering, want de Minister heeft het er wel over gehad. Het gaat om het risicoprofiel van de activiteiten van de Volksbank en in hoeverre wij ons daarmee zouden moten bemoeien. De heer Sneller heeft terecht aan mij gevraagd of wij ons wel moeten bemoeien met zaken als de rentestanden en of wij op dat niveau moeten micromanagen. Dat niet, maar de Minister geeft zelf ook aan dat het raar zou zijn als hij over een jaar tot de conclusie komt dat de Volksbank een zakenbank moet worden of is geworden. Op dat spanningsveld bevinden wij ons. Het is een spectrum, het is niet zwart-wit. Een specifieke vraag aan de Minister: als wij het erover hebben of als hij van mening is dat de balans van de bank nu te eenzijdig is en dat het diverser moet, kunnen we dan in ieder geval met elkaar afspreken dat het risicoprofiel van de bank daarbij niet omhoog zal gaan? Met andere woorden, blijft het een bank die in principe basisdiensten in Nederland aanbiedt?

Minister Hoekstra:

Ik heb juist richting de heer Nijboer geprobeerd om daar klare wijn over te schenken. Het lijkt mij uitgesloten dat er over een maand of twaalf een rapportage van NFLI of de Volksbank naar mij toe komt, waar ik de Kamer een plezier mee doe en waarin staat: we hebben er nog eens goed over nagedacht en het wordt een zakenbank. Dat is natuurlijk uitgesloten. Dat is echt uitgesloten. Alleen vind ik dit niet de plaats en het moment om allerlei deuren dicht te doen. Ik wil breed kijken. De opvatting van de Kamer en de opvatting van de heer Alkaya zijn volstrekt helder, maar laten we hier nou ook echt even de bal het werk laten doen en ervoor zorgen dat er gelegenheid is om breed te kijken. Maar er is natuurlijk echt niemand die denkt dat zo'n 180 gradendraai mogelijk, verstandig of wenselijk zou zijn.

De voorzitter:

De vraag van de heer Alkaya was volgens mij of het risicoprofiel in stand blijft of verandert. Op dat punt heeft hij niet een helder antwoord gekregen.

Minister Hoekstra:

Eigenlijk wil ik natuurlijk een paar dingen. Ik wil natuurlijk graag voor de korte en de lange termijn de risico's van de bank verkleinen. Ik wil graag de winstgevendheid vergroten. Ik wil graag de Net Promoter Score weer verder verbeteren. Ik wil graag... Ik wil op allerlei punten natuurlijk meer soliditeit. Dat is volstrekt helder, maar ik wil nu echt eventjes... Ik wil hier niet met de Kamer een gesprek gaan hebben met een turflijstje welk type activiteiten wij aan deze tafel zouden willen scharen onder de categorie «diversiteit». Dat is gewoon aan het bestuur van de bank. Het is een buitengewoon verstandig, prudent en fatsoenlijk bestuur. Het is zeer goed geëquipeerd om deze vraag te beantwoorden. Het heeft hele expliciete opvattingen die volgens mij ook aansluiten bij het debat dat wij hier hebben. Laten we dat nou even daar laten en laten we hier niet proberen bestuurdertje te spelen.

De voorzitter:

Dank. Dan zijn we aan het einde gekomen van de zijde van de Minister. Dan komt nu de tweede termijn en ik zou willen voorstellen om die te beperken tot één minuut. Ik vraag u dus echt om u te beperken tot één minuut. Wordt het meer, dan ontneem ik u het woord.

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. De Minister bespeurt een bepaalde kriegeligheid bij de VVD. Die is niet persoonlijk tegen de Minister, maar die is er wel! Dat heeft er alles mee te maken dat wij zes jaar lang bezig zijn om van een bank zonder fratsen een bank zonder fratsen te maken. Ik vind een staatsbank simpelweg geen optie en dat zal niemand verbazen. Dat is gewoon politiek hobbyen met een bank met een boekwaarde van 3,5 miljard. Ik ben zeer gevoelig voor het argument van de Minister om te zorgen voor financiële soliditeit voor we iets gaan doen. Maar soliditeit en ook waarde kun je niet bereiken door alleen maar te gaan zitten wachten en de waarde omhoog te kijken.

Ik hoor de Minister mompelen en ik begrijp dat hij me dit kwalijk neemt, maar ik kom uit op het samengaan met een strategische partij. Ik sta zeer open voor andere opties. Ik hoop met de heer Snels dat de Minister ons voor het zomerreces iets kan aanreiken.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van der Linde (VVD):

Als de Volksbank inzet wordt bij de Tweede Kamerverkiezingen, zoals de heer Nijboer hoopt, dan hebben we in ieder geval alles op een rijtje.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage. Dan meneer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):

Voorzitter. Als je naar de politieke realiteit kijkt, is de VVD de enige partij in de Kamer die de Volksbank in publieke handen niet als een optie ziet. Ik snap best dat dit voor de Minister een vrij lastige situatie is om uit te komen. Ik ben dankbaar voor zijn toezegging, want dat is in ieder geval een stap op weg naar het langzaam bijbuigen van een wat harde positie van de VVD, laat ik het zo maar zeggen.

De voorzitter:

Dank, meneer Snels. Dan de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Het goede aan de uitkomst van dit algemeen overleg is dat echt alle opties die de Kamer heeft gesuggereerd – in staatshanden, een coöperatie, deelnemende pensioenfondsen en andere vormen – helemaal worden uitgezocht. Ze worden van voor tot achter beschreven met de voor- en nadelen erbij. Daarna moet er gewoon een politieke weging komen. Zo simpel is het. Er zitten altijd voor- en nadelen aan verschillende opties. Mijn vermoeden is dat het uiteindelijk niet meer dit jaar maar volgend jaar tot besluitvorming zal leiden.

Ik dank de Minister voor zijn toezegging om de banken onder water te houden ten aanzien van de rentes voor particulieren. We hebben zojuist gehoord dat we voor 5 december zekerheid hebben. Ik moet zeggen: in ieder geval voor de kerst en waarschijnlijk voor 5 december. Hoe dan ook, het zou een goede zaak zijn als de ING dan ook door de pomp is.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Nijboer. Dan de heer Sneller namens de fractie van D66.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik denk dat er een hoop werk aan de winkel is om de dingen uit te zoeken die uitgezocht moeten worden, want uiteindelijk gaat het wel om een toekomstbestendige bank. Die bank moet financieel voort kunnen bestaan, maar die moet ook toekomstbestendig die diversiteit in het bankenlandschap borgen. Ik hoop dat wij de volgende keer het debat hier goed onderbouwd kunnen voeren, zodat we ook de verschillende afwegingen echt helder in beeld krijgen, want uiteindelijk is dat volgens mij nodig om te kunnen bepalen waar we in dat spectrum gaan zitten. Volgens mij zijn er voldoende diverse opties mogelijk om dat uit te werken.

De voorzitter:

Dank, meneer Sneller. Dan de heer Ronnes namens de fractie van het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Dank je, voorzitter. Ik sluit me aan bij mijn voorganger, want er ligt inderdaad veel werk op het bordje van de Minister om dat lijstje, waar we het met elkaar over hebben, en de bijbehorende afwegingen duidelijk te krijgen. De Minister gaf al aan dat hij niet kan garanderen dat de coöperatie boven aan het lijstje komt te staan. Wij hopen natuurlijk wel dat die hoog op het lijstje komt te staan, maar dat zal uiteindelijk het inhoudelijke onderzoek uitwijzen. Wij zijn benieuwd wat uiteindelijk de uitkomsten zullen zijn van het overzicht dat we zullen ontvangen.

Dank je.

De voorzitter:

Dank, meneer Ronnes. Dan de heer Alkaya van de fractie van de SP.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter. We hebben het vandaag gehad over de toekomst van de Volksbank. Het besluit is uitgesteld en dat lijkt mij goed. De politieke realiteit is dat, behalve de VVD, geen van de partijen daar deuren over dichtgooit. Het lijkt mij goed dat het is uitgesteld en wat ons betreft kan dat ook vertaald worden in afstel over een jaar.

Dat gaat over de toekomst, maar ik heb ook nog een specifieke vraag gesteld over het komende jaar tot en met najaar 2020. Wat zou de Volksbank dan moeten doen? Daarover zegt de Minister: de balans is te eenzijdig en er moet gediversifieerd worden. Daarvan heb ik gezegd dat dat er niet toe mag leiden dat het risicoprofiel van de bank omhooggaat in dit tussenjaar. Ik heb niet de toezegging van de Minister gehoord dat dat de bedoeling is. Hij zegt: we moet geen bestuurdertje willen spelen. De VVD noemt het «politiek hobbyen», maar ik zeg dat het juist een van de dingen is waar ik als politicus wél over wil gaan. Ik wil dat het risicoprofiel van de Volksbank in het komende jaar niet omhooggaat en daarom vraag ik toch een VAO aan. Ik wil de Kamer hierover een uitspraak laten doen.

De voorzitter:

Is het onduidelijk wat de heer Alkaya vraagt, meneer Sneller?

De heer Sneller (D66):

Nee, het is mij onduidelijk wat de heer Alkaya heeft gehoord. Ik heb de Minister horen zeggen dat het zijn streven is om het komend jaar het risicoprofiel te verlagen. Verder heb ik hem ook horen zeggen dat het bestuur van de bank er op dezelfde manier in zit. Ik vraag me af of de heer Alkaya dat ook heeft gehoord of dat hij iets anders heeft gehoord.

De voorzitter:

Ik heb zelf de indruk dat de heer Alkaya aan de Minister vraagt om het nu toe te zeggen, maar dat de Minister zegt: ik ga er heel veel aan doen, maar ik kan het niet toezeggen.

De heer Alkaya (SP):

Als de Minister dat in tweede termijn toch toezegt, trek ik mijn verzoek met alle plezier in. Maar ik wil daar toch een uitspraak van de Minister over hebben en anders een uitspraak van de Kamer.

De voorzitter:

Het aanvragen van een VAO is natuurlijk geen chantagemiddel, maar zo voelt dit wel een beetje. Ik stel voor dat de heer Van Dijck als nestor ook de tweede termijn afsluit.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. De conclusie van dit debat is dat deze Minister eigenlijk niet kan beslissen over de toekomst van de Volksbank en dat is betreurenswaardig. Hij kan niet beslissen, omdat hij wordt gegijzeld door de VVD en het regeerakkoord. Hij kan niet beslissen, omdat hij gegijzeld wordt door de Europese Commissie. En het ergste is nog dat daardoor geen beslissing wordt genomen over de toekomst, zodat de bank niet weet waar zij aan toe is en dus ook geen strategie voor de toekomst kan bepalen. Het is daarom wonderbaarlijk dat het toch nog zo goed gaat met die bank. Ik heb het al gezegd in de eerste termijn: ze maken mooie winsten. Het spreekt boekdelen dat er onder het publiek, bij de consument, kennelijk toch grote behoefte is aan zo'n bank. In principe zou een bank die geen toekomstvisie heeft, dat moeten voelen in de groei van het aantal spaarders en het aantal hypotheken. Maar ondanks het feit dat deze bank geen toekomstvisie heeft en geen toekomstvisie kan bepalen, groeit de hypotheek- en groeit de spaarportefeuille.

De voorzitter:

Dank voor uw bijdrage, meneer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Tot slot, tot slot!

De voorzitter:

Echt heel kort.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik wilde het net per interruptie doen. Dat heb ik niet gedaan, maar ik wil wel van de Minister iets weten over NFLI. Misschien moeten we toch de doelstelling van NFLI aanpassen. Ik lees hier namelijk: NFLI heeft als wettelijke taak om het beheer van de aandelen van haar deelnemingen te voeren en de Minister van Financiën te adviseren over de strategie tot verkoop van de aandelen.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Dijck, want u heeft van alle leden het meest gesproken.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Met andere woorden, NFLI is opgericht om uiteindelijk de aandelen te verkopen, en dat is een alias voor een IPO.

De voorzitter:

Dank. Dat was de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik denk dat de Minister kort kan antwoorden. Ik geef de Minister het woord.

Minister Hoekstra:

Voorzitter. Het waren vooral opmerkingen en ik denk dat ik niet op alle opmerkingen moet reageren. Ik zal in ieder geval de vragen beantwoorden.

Tegen de heer Van der Linde zou ik nog willen zeggen dat ik het ook helemaal niet persoonlijk opneem. Ik zie het gewoon als een aanmoediging om onze dialoog nog verder te verfraaien.

Als ik de heer Snels toezeg om dingen voor de zomer naar de Kamer te sturen, dan zeg ik hem dat uiteraard van harte toe. De heer Snels heeft verder zijn tweede termijn benut om het nog verder met het kabinet eens te worden. Dat vind ik plezierig.

De heer Nijboer dank ik ook voor zijn opmerking. Ik zou nog wel één ding willen zeggen, namelijk dat ik in gesprek ben met de banken. De heer Nijboer gebruikte de woorden «onder water houden». Waarom ben ik in gesprek? Nou, alleen al omdat ik, als ik niet met ze in gesprek zou zijn en andere dingen zou doen, onmiddellijk de ACM aan mijn broek zou hebben hangen. Het is aan de banken om daar beslissingen over te nemen, maar ik heb natuurlijk wel de vrijheid om het dilemma te schetsen, zoals we dat ook uitvoerig hebben gewisseld in AO's en VAO's. Ik ben tevreden dat inmiddels in ieder geval een paar banken hebben gezegd hoe zij hierin staan. Volgens mij is dat helemaal conform de opvattingen van een grote politieke meerderheid.

Dank aan de heer Sneller en de heer Ronnes. De heer Ronnes zei dat het wel allemaal heel veel werk zou zijn. Ik zag iedereen rechts van mij gelijk glunderend opkijken! Tegen de heer Alkaya zou ik, ook weer met een halve verwijzing naar de ACM, willen zeggen: het is precies zoals de heer Sneller net zei. Ik vind een heleboel dingen belangrijk, waaronder ook dat risicoprofiel. Dat is ook de opvatting van de bank, maar ik kan de bank niet – en dat is ook niet verstandig – aan de voorkant knevelen op dat punt. Ik heb heel nadrukkelijk gehoord wat de heer Alkaya heeft gezegd en ik kan dat dus ook nogmaals toevoegen aan mijn lijstje van gespreksonderwerpen. Zo zou ik het graag met de heer Alkaya willen afspreken, maar ik kan niet een soort harde toezegging doen dat ik dat wel even zal afdwingen.

Mijn opmerking over bestuurdertje spelen moet de heer Alkaya vooral niet persoonlijk nemen, want het ging mij erom dat ik het in de categorie «diversificatie» echt onverstandig zou vinden als ik of de Kamer via mij hier bepaalt, ongetwijfeld met goede bedoelingen, welk type activiteiten, welke leningen en welke adviezen de Volksbank wel en niet zou moeten geven. Daar is het bestuur van de bank echt veel beter voor geëquipeerd – laat ik niet voor de Kamer spreken – dan ik.

De voorzitter:

Met het oog op de volle agenda van de Kamer wil ik meneer Alkaya vragen of de toezegging dat zijn mening mee wordt genomen in de gesprekken, voldoende is. Zo niet, wilt u dat dan alsnog via een motie gaan afdwingen?

De heer Alkaya (SP):

Dit lijkt voldoende. Ik herhaal het even in mijn eigen woorden en als ik instemmend geknik zie bij de Minister, dan lijkt mij dat voldoende om het VAO in te trekken. De Minister neemt dus in zijn gesprek met NFLI en de Volksbank mee dat wat hem betreft door het diversifiëren van de activiteiten van de bank het risicoprofiel van de Volksbank niet verhoogd zou mogen worden.

Minister Hoekstra:

Ik wil nou juist aan mijn eigen woorden vasthouden en volgens mij – dat meen ik oprecht – bieden die de heer Alkaya ook voldoende ruimte. Ik snap, gezien zijn politiek oriëntatie, zijn vraag echt. Ik heb willen benadrukken dat ik ervoor ben om te zorgen voor meer soliditeit op korte en lange termijn, voor voldoende winstgevendheid op korte en lange termijn, en ook voor een lager risicoprofiel op korte en lange termijn. Dat zijn allemaal dingen waar ik voor ben. Ik denk dat dat met elkaar hand in hand kan gaan. Nogmaals, ik wil dat graag met de bank hernemen. Maar ik kan niet en wil niet in de positie komen dat ik de bank daarop knevel. Dat vind ik sowieso niet verstandig, want dan krijg ik potentieel de ACM ook weer achter me aan. Ik zou echt hopen dat de heer Alkaya dit echt neemt zoals ik het zeg en dat hij daarmee ook uit de voeten kan. Ik denk dat dat zou moeten lukken.

De voorzitter:

Dank. De heer Alkaya. Kort graag!

De heer Alkaya (SP):

Ik ga er even op kauwen, voorzitter.

De voorzitter:

In ieder geval tot het kerstreces. Nee hoor!

Minister Hoekstra:

Dank aan de heer Alkaya.

De voorzitter:

Meneer Nijboer nog even kort.

De heer Nijboer (PvdA):

De Minister zei: ik ga ze niet door de pomp halen, en dat is ook geen tekst die mij past. Dat begrijp ik wel, want daar ga ik natuurlijk zelf over. Maar er kan toch maar één uitkomst zijn, namelijk dat de Nederlandse banken particulieren tot € 100.000 spaargeld geen negatieve rente in rekening gaan brengen?

De voorzitter:

Toch even een opmerking mijnerzijds. U heeft hier gisteren ook een debat over gevoerd. Ik wil de Minister vragen om er even kort op te reageren.

Minister Hoekstra:

Stel je nou toch eens voor dat ik die vraag gewoon met ja of nee zou beantwoorden. Dan zou ik het VAO maar ook het AO volstrekt om zeep helpen, en ook alle nuances en alle onderliggende dingen, die echt van importantie zijn, die we met elkaar gewogen hebben. Ik hoop dus dat de heer Nijboer mij verstaan heeft, want ik zie echt dat punt. Maar ik herhaal het hier nog een keer: ik zie echt dat punt dat de heer Nijboer in dat AO gemaakt heeft over de lage rente en over hoe dat potentieel zeer ingewikkeld is. Ik moet secuur formuleren: negatieve rente. Ik zie heel nadrukkelijk dat het voor spaarders van groot belang is om niet in die situatie verzeild te raken. Ik onderstreep nogmaals de opmerkingen die de heer Nijboer in dat kader heeft gemaakt. Ik zie dat het potentieel inderdaad ook wat zou kunnen betekenen – ik formuleer het voorzichtig: zou kunnen betekenen – voor de soliditeit, omdat mensen misschien wel zouden kunnen overgaan tot het bewaren van geld in een ouwe sok. Ik heb daarnaast het dilemma geschetst, en dat doe ik hier dus nog een keer, dat er allerlei repercussies zitten aan wettelijk ingrijpen. Ik heb de Kamer daarom gevraagd om mij de kans te gunnen om in gesprek te gaan met de banken. Daarnaast willen we de vraag van de Kamer beantwoorden en bekijken wat er nou internationaal gebeurt, omdat daar misschien lessen uit te trekken zijn. Over dat huiswerk wil ik echt zo snel mogelijk de Kamer informeren. Ik denk dat dat begin december zou moeten lukken, maar dat doen we in ieder geval voor het kerstreces.

De voorzitter:

Dank. Dan zijn we ook aan het einde gekomen van de beantwoording in de tweede termijn, of heeft de Minister...

Minister Hoekstra:

De heer Van Dijck was nog kritisch over NLFI. Volgens mij hoeven we aan de doelstelling van NLFI zoals die op papier staat, niks af te doen. Maar we hebben dit debat juist ook weer benut – ik heb dit debat er ook weer voor benut – om aan de ene kant nog eens te onderstrepen hoe waardevol die inhoudelijke fundering van NLFI is, want die geeft ons gewoon een basis om te beslissen, maar dat aan de andere kant de politieke weging ook echt aan de politiek is. Volgens mij hebben we daar precies de twee ingrediënten die we nodig hebben om een goed debat te kunnen voeren in 2020. En, voorzitter, ik mag wel zeggen dat ik er nu al zeer naar uitkijk!

De heer Tony van Dijck (PVV):

Maar, voorzitter, als...

De voorzitter:

Dank, Minister. Meneer Van Dijck, als u het woord wilt, wilt u mij dan toestaan om u het woord te geven? Dat wil ik hierbij doen, maar ik vraag u echt om het kort te houden. We moeten over een paar minuten afronden, want dan staat de volgende vergadering gepland. De heer Sneller mag daarna ook heel kort.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Als de Minister zich laat leiden door de adviezen van NLFI, en NLFI hanteert als doelstelling «het naar de markt brengen van de bank», dan krijgt de Minister dus geen breed genoeg advies, in elk geval niet zo breed als hier in de Kamer leeft. Daar maak ik mij dus zorgen over. De Minister houdt vast aan NLFI, en NLFI heeft als doelstelling...

De voorzitter:

Maar dat heeft u al een aantal keren aangegeven, meneer Van Dijck. De Minister heeft volgens mij ook aangegeven dat hij breder gaat onderzoeken wat de meningen zijn, ook binnen het kabinet en ook breder dan alleen bij NLFI. Maar uw mening is genoteerd.

Minister Hoekstra:

Ik ben nog één ding vergeten. De heer Sneller had gelijk, want mijn positiviteit sloeg op de betrokkenheid en de bevlogenheid. Die zijn namelijk iets naar beneden gegaan, maar daarbij is er eerlijk gezegd nog steeds een zeer hoge score. Hij heeft gelijk dat de Net Promoter Score flink naar beneden is gekukeld. Ik heb geen glashelder antwoord op de vraag waarom die betrokkenheid en bevlogenheid op vrijwel hetzelfde hoge niveau zijn, terwijl de Net Promoter Score naar beneden is gegaan. Reorganisaties hebben vaak impact op dit soort indicatoren, maar waarom de ene naar beneden gaat en twee eigenlijk min of meer stabiel blijven, zou ik echt... Nou, laat ik het zo afspreken: dat zal ik hernemen met de bank en met NLFI. Maar met goedvinden van de heer Sneller denk ik dat ik dat dan ook in dat gesprek moet laten. Dat is volgens mij wel zo netjes naar iedereen.

De voorzitter:

Dat was in ieder geval voldoende voor de heer Sneller om die vraag dan in te trekken. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Minister. Ik ga de toezeggingen nog even oplezen.

  • De Minister zegt toe de verschillende varianten die er zijn ten aanzien van de toekomst van de Volksbank te onderzoeken, met inachtneming van relevante aangenomen moties, het regeerakkoord en het brede perspectief op diversiteit in het bankenlandschap. De Minister doet zijn uiterste best om dit voor de zomer van 2020 aan de Kamer te doen toekomen. Het uitgangspunt is dat de Kamer er nog voor de verkiezingen van 2021 over kan spreken.

Dan de tweede toezegging.

  • De Minister zegt toe de NLFI-rapportage de volgende keer ruimer voor het debat aan de Kamer te doen toekomen, indien mogelijk. Hij gaat daar zijn best voor doen.

Dan de derde toezegging.

  • Voor het kerstreces komt de Minister met een brief over de gevolgen van een negatieve depositorente.

Er is een VAO aangevraagd, maar dat verzoek is weer ingetrokken. Excuus, hij heeft het nog in beraad, dus het is tijdelijk ingetrokken, zoals ik dat noem. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit algemeen overleg van de vaste commissie voor Financiën. Ik dank de mensen in de zaal, de Kamerleden, die al opstaan, en de Minister met zijn gevolg.

Dank u wel.

Sluiting 12.12 uur.