Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033529 nr. 799

33 529 Gaswinning

Nr. 799 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 september 2020

Tijdens het AO Mijnbouw-Groningen van 24 juni 2020 stelde het lid De Vries (VVD) vragen over de mogelijkheden om te voorkomen dat bewoners een nadeel ondervinden (fiscaal of in de toeslagen) als gevolg van het ontvangen van een vergoeding voor schade door waardedaling of immateriële schade (Kamerstuk 33 529, nr. 796). Bewoners kunnen namelijk vanaf 1 juli jl. bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) terecht voor álle schade die voortkomt uit bodembeweging als gevolg van de gaswinning, dus ook schade door waardedaling en immateriële schade. Deze vergoedingen kunnen in sommige gevallen consequenties hebben voor de vermogensrendementsheffing, inkomensafhankelijke regelingen en uitkeringen op grond van de Participatiewet.

In mijn brief van 30 juni jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 790) heb ik aangegeven met het IMG en de Staatssecretaris van Financiën, Fiscaliteit en Belastingdienst in overleg te treden en uw Kamer hier nader over te informeren. Met deze brief doe ik deze toezegging gestand.

Eerder is geïnventariseerd hoe kan worden omgegaan met fiscale schade als gevolg van schadevergoeding voor fysieke schade. In antwoord op eerdere door de leden Beckerman en Nijboer gestelde vragen heb ik aangegeven dat de financiële positie van een persoon na schadeloosstelling voor fysieke schade hetzelfde (of in elk geval niet slechter) zou moeten zijn als in de situatie waarin die schade niet zou hebben plaatsgevonden (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 2801). Daarbij is aangegeven dat, wanneer sprake is van een fiscaal nadeel bij fysieke schade door vergoedingen die door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) zijn uitgekeerd, dit geldt als gevolgschade. Hiervoor kunnen gedupeerden een aanvraag om vergoeding indienen bij de TCMG.

De afgelopen tijd heb ik samen met de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst en met de Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane verkend welke uitzonderingsmogelijkheden er zijn voor schade door waardedaling en immateriële schadevergoeding. Het kabinetsbeleid is om voor box 3 geen uitzondering te maken voor schadevergoedingen. Voor toeslagen geldt dat er in beginsel geen uitzonderingen worden gemaakt voor vergoedingen van materiële schade.

Voor toeslagen geldt een uitzondering voor vergoedingen van immateriële schade. Deze vergoeding kan op verzoek van de burger worden uitgezonderd van het toetsingsvermogen voor de toeslagen1. Aan de Belastingdienst kan doorgegeven worden dat er sprake is van «bijzonder vermogen» door eenmalig het formulier «Verzoek bijzonder vermogen toeslagen» in te vullen. Voor de gemeentelijke regeling geldt dat, wanneer een burger een vergoeding ontvangt voor schade en de vergoeding hoger is dan het vrij te laten vermogen, de burger het risico loopt om zijn of haar bijstandsuitkering te verliezen. Er is een maatregel getroffen dat gemeenten de mogelijkheid krijgen te beslissen of de schadevergoeding kan worden vrijgelaten. In de praktijk heeft een aantal gemeenten in het aardbevingsgebied regels opgesteld waarin de schadevergoedingen voor mijnbouwschade worden vrijgelaten.

Het IMG, opgericht op 1 juli jl., is bevoegd om, naast fysieke schade aan woningen, alle vormen van aardbevingsschade veroorzaakt door de gaswinning af te handelen. Dit geldt dus ook voor fiscale gevolgschade. Het IMG zal bezien hoe deze schadevorm afgehandeld kan worden. Het IMG heeft mij hierover per brief geïnformeerd. Deze brief heb ik bijgevoegd2. Hierbij staat, zoals bij alle schadevormen, het ontzorgen van de inwoners van Groningen centraal. Het IMG zal de komende tijd voor schade door waardedaling en immateriële schade, de eventuele fiscale gevolgschade inventariseren en uiterlijk 31 december 2020 communiceren over de wijze van afhandeling.

De eerste peildatum waar de vergoedingen effect op zullen hebben, is 1 januari 2021. Voor de bepaling van de belasting over box-3 vermogen wordt deze peildatum pas gebruikt voor het bepalen van de belasting over het belastingjaar 2021, waarvoor de aangifte in het voorjaar van 2022 moet worden gedaan. Voor toeslagen is deze peildatum bepalend voor het toeslagrecht over 2021. Dit geeft het IMG ruim de tijd om te bepalen op welke manier mensen in de gelegenheid worden gesteld om een aanvraag voor vergoeding van fiscale gevolgschade in te dienen. Zodra het IMG weet hoe het fiscale gevolgschade zal afhandelen, zal ik uw Kamer nader informeren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes