Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202033529 nr. 788

33 529 Gaswinning

Nr. 788 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2020

De afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld ligt op schema. Vanaf medio 2022 gaat de winning naar nul in een gemiddeld jaar. Zoals toegezegd aan uw Kamer informeer ik u met deze brief over de voortgang van de afbouwmaatregelen en over het ontwerp-vaststellingsbesluit voor komend gasjaar 2020–2021. Bijgevoegd bij deze brief vindt u dit ontwerpbesluit en twee aanvullende adviezen van Gasunie Transport Services (GTS)1.

Het winningsniveau in het huidige gasjaar komt naar verwachting uit op 9 miljard Nm3. Op 16 maart jl. heb ik een tijdelijke maatregel genomen waarmee ik het winningsniveau tussentijds verlaagd heb van 11,8 naar 10,7 miljard Nm3 (Kamerstuk 33 529, nr. 738). Als gevolg van een zachte winter was toen de verwachting dat het uiteindelijke winningsniveau op 10 miljard Nm3 zou uitkomen. Door het aanhoudende warme weer is het verwachte winningsniveau voor het huidige gasjaar weer verder naar beneden bijgesteld naar 9 miljard Nm3. In het ontwerp-vaststellingsbesluit voor komend gasjaar 2020–2021 geef ik aan dat een winning van 9,3 miljard Nm3 nodig is in een gemiddeld jaar. Hetzelfde niveau als geraamd door GTS op 31 januari 2020.

De sluiting van het veld is in gang gezet

De afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld gaat onverminderd door. Vanaf medio 2022 is het veld onder normale omstandigheden niet meer nodig. Een groot deel van de productielocaties op het Groningenveld kan al voor 2022 ingesloten worden. Naar verwachting zijn medio 2022 vijftien van de twintig oorspronkelijke productielocaties niet meer nodig. Inmiddels is al begonnen aan de ontmanteling van de vijf al eerder gesloten productielocaties rond Loppersum en vanaf komend gasjaar kunnen nog drie extra locaties gesloten worden, namelijk Bierum, Siddeburen en Eemskanaal.

Ik heb aan GTS een aanvullend advies gevraagd over de mogelijkheden om het veld in 2022 definitief te sluiten. In het bijgevoegde advies geeft GTS aan dat zonder het Groningenveld er na 2022 een tekort aan gas ontstaat op het moment dat er een grote verstoring is in het gassysteem in combinatie met een temperatuur van –10°C of lager. Om op deze momenten de leveringszekerheid te borgen is het Groningenveld na 2022 mogelijk nog nodig als reservemiddel. Hierbij geldt dat de inzet van het kabinet is om het veld zo snel als mogelijk te sluiten. Ik blijf dan ook zoeken naar alternatieve manieren om in noodsituaties de leveringszekerheid te kunnen garanderen, om daarmee vanaf 2022 het veld definitief te kunnen sluiten.

De productielocaties die na 2022 nog beschikbaar zouden moeten blijven zijn onder normale omstandigheden niet meer nodig. Echter, om deze productielocaties als betrouwbaar reservemiddel te behouden is het nodig dat de daar aanwezige putten in de wintermaanden op een laag pitje produceren. De resulterende volumes zullen naar verwachting beperkt zijn en zijn afhankelijk van de gewenste betrouwbaarheid. Ik heb het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de Mijnraad en TNO om advies gevraagd over de benodigde resterende volumes en de gewenste betrouwbaarheid. Na de zomer zal ik uw Kamer hier nader over informeren.

Maatregelen om de gaswinning af te bouwen

Om de gaswinning te beperken blijf ik inzetten op twee categorieën maatregelen; namelijk het vervangen van Groningengas door de inzet van stikstof en daarmee pseudo-Groningengas (hoogcalorisch gas gemengd met stikstof) en het beperken van de vraag naar laagcalorisch gas. Hieronder ga ik kort in op de maatregelen. Een uitgebreide toelichting staat in het ontwerp-vaststellingsbesluit.

Inzet van stikstof

De stikstofcapaciteit is sinds eind december uitgebreid door de extra inkoop van stikstof door GTS. De nieuwe installatie in Zuidbroek zal de stikstofcapaciteit verder vergroten. Naar verwachting is deze installatie in het voorjaar van 2022 operationeel. Dit is conform de eerdere planning. Hierbij geldt wel het voorbehoud van een nieuwe uitbraak van het coronavirus. Daarnaast zal, net als in het lopende gasjaar, ook in het komend gasjaar worden uitgegaan van een stikstofinzet van 100%. Een verdere verhoging van het stikstofpercentage door structurele inzet van de back-up stikstofinstallaties is volgens GTS niet verantwoord. GTS geeft aan dat de back-up installaties nodig zijn om verstoringen of onzekerheden in de vraag de kunnen opvangen. Indien gedurende het gasjaar blijkt dat er meer stikstof ingezet kan worden, zal ik net als in dit gasjaar een tijdelijke maatregel nemen om de winning verder te beperken.

Inzet van pseudo-Groningengas

Op 26 mei jl. heb ik uw Kamer gemeld dat ik een principeafspraak met Shell en ExxonMobil heb gemaakt die inhoudt dat de gasopslag Norg ook de komende jaren wordt ingezet om de Groningenproductie te minimaliseren (Kamerstuk 33 529, nr. 768). Hiermee is het mogelijk om ook komend gasjaar de gasopslag Norg (deels) te vullen met pseudo-Groningengas. Hierbij geldt dat er dit gasjaar mogelijk meer pseudo-Groningengas in Norg geïnjecteerd kan worden dan verwacht. Mocht dit het geval zijn, dan heeft dit mogelijk een positief effect op het volume voor komend gasjaar. Een eventueel effect neem ik mee in het definitieve vaststellingsbesluit, waar ik uw Kamer na de zomer over zal informeren.

Sinds april is het ook mogelijk om pseudo-Groningengas te exporteren via exportpunt Oude Statenzijl. Voorheen kon via dit exportpunt alleen Groningengas geëxporteerd worden. Met deze maatregel kan de export van Groningengas naar Duitsland beperkt worden en daarmee de productie uit het Groningenveld.

Ombouw in het buitenland

Met mijn brief van 8 april jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat de ombouwactiviteiten in het buitenland in meer of mindere mate vertraging op hebben gelopen door de coronacrisis (Kamerstuk 33 529, nr. 742). Inmiddels lijkt het erop dat deze vertraging tijdig kan worden ingelopen. In Duitsland zijn de ombouwwerkzaamheden in mei weer hervat en ook België en Frankrijk zijn voornemens om de werkzaamheden te hervatten. In recente overleggen hebben deze landen aangegeven dat voor komend gasjaar de cijfers gebruikt kunnen worden zoals gehanteerd door GTS in haar raming van 31 januari. Dat betekent dat de opgelopen vertraging geen effect heeft op het winningsniveau van het komend gasjaar, omdat deze tijdig wordt ingelopen. Bij het inlopen van de vertraging geldt wel het voorbehoud dat er geen nieuwe uitbraak komt van het coronavirus in de betreffende landen. Indien er alsnog vertraging blijkt op te treden, zal ik uw Kamer hier zo spoedig mogelijk over informeren.

In Duitsland wordt naast de ombouwoperatie ook gewerkt aan de bouw van een mengstation waarmee hoogcalorisch gas zal worden toegevoegd aan Groningengas. Daarmee zal er (beperkt) minder Groningengas nodig zijn om te voorzien in de Duitse vraag naar laagcalorisch gas. Naar verwachting is dit mengstation in het derde kwartaal van dit jaar operationeel. Het effect van deze maatregel is verwerkt in de raming van GTS.

Ombouw industriële grootverbruikers

Op 20 juni zal de wijziging van de Gaswet betreffende het beperken van de vraag naar laagcalorisch gas van grote afnemers in werking treden. Deze wet bevat een verbod voor de negen grootste grootverbruikers van laagcalorisch gas om na oktober 2022 nog laagcalorisch gas te gebruiken. GTS heeft eerder aangegeven dat de latere inwerkingtreding van het wetsvoorstel en de stikstofproblematiek leiden tot een vertraging van enige maanden bij het aansluiten van vier grootverbruikers op het hoogcalorische gasnet. Het effect van deze vertraging op het benodigde Groningenvolume zal naar verwachting gering zijn, indien de andere maatregelen op koers blijven. Bedrijven die buiten hun schuld niet tijdig kunnen ombouwen, kunnen een verzoek indienen voor een tijdelijke ontheffing van het verbod.

Bedrijven die onevenredige schade lijden als gevolg van het verbod komen in aanmerking voor nadeelcompensatie. Ik heb een beleidsregel opgesteld waarin de uitgangspunten voor de toekenning van deze nadeelcompensatie zijn uitgewerkt. In de beleidsregel is de periode waarover terugkerende schade wordt vergoed verlengd van drie naar vijf jaar. Hiermee kom ik tegemoet aan de motie van het lid Agnes Mulder c.s. (Kamerstuk 35 328, nr. 15). De procedurele aspecten rond de aanvraag voor nadeelcompensatie zijn uitgewerkt in een ministeriële regeling. Zoals toegezegd tijdens het debat met uw Kamer over de wetswijziging op 11 maart jl., heb ik ook onderzocht of zich werkgelegenheidseffecten voordoen bij de ombouw. Uit mijn directe contacten met de bedrijven blijkt dit niet het geval te zijn.

Proces richting definitief vaststellingsbesluit

Op 19 juni jl. heb ik het ontwerp-vaststellingsbesluit voor gasjaar 2020–2021 ter inzage gelegd. Met het vaststellingsbesluit leg ik vast welk volume komend gasjaar wordt gewonnen uit het Groningenveld en op welke wijze NAM dit dient te winnen. Op basis van de raming van GTS en de adviezen van de regionale overheden, SodM, de Mijnraad, TNO en KNMI heb ik dit besluit opgesteld.

Het winningsniveau in het besluit voor komend gasjaar is lager dan het vastgelegde winningsniveau in het besluit van dit gasjaar. Dit komt doordat eerder genomen maatregelen komend gasjaar een groter effect hebben, waaronder de extra inkoop van stikstof en de ombouw in het buitenland. Voor de wijze waarop het gas wordt gewonnen heeft NAM twee operationele strategieën voorgesteld. Deze zijn op 31 maart jl. gedeeld met uw Kamer (Kamerstuk 33 529, nr. 740). In het ontwerp-vaststellingsbesluit heb ik gekozen voor de strategie met het minst aantal gebouwen met een licht verhoogd risico, namelijk operationele strategie 2. Deze strategie is vergelijkbaar met voorgaande jaren, met als enige verschil de inzet van het cluster Bierum. Met de door mijn gekozen strategie kan dit cluster samen met de productielocaties Siddeburen en Eemskanaal vanaf komend gasjaar buiten gebruik worden genomen.

Onderdeel van het besluit is ook een analyse van het seismisch risico.

Op 31 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd dat uit de risicoanalyse geen gebouwen meer komen die niet aan de veiligheidsnorm voldoen (Kamerstuk 33 529, nr. 740). SodM en KNMI onderschrijven de resultaten van de risicoanalyse. TNO geeft echter op basis van een beoordeling van de modellen aan dat zij verwacht dat het risico ligt tussen de resultaten van de risicoanalyse uit 2019 en de resultaten bij dit vaststellingsbesluit. De Mijnraad concludeert in het overkoepelend advies dat de risicoanalyse geschikt is als basis voor dit vaststellingsbesluit. Ik volg de adviezen van SodM, KNMI en de Mijnraad en neem de TNO-bevindingen als aandachts- en verbeterpunten mee voor de risicoanalyse voor het gasjaar 2021–2022. In dit proces betrek ik al deze partijen. Ik wil hierbij opmerken dat bestuurlijk is afgesproken dat alle gebouwen in de versterkingsoperatie een beoordeling krijgen. Door waarborgen zoals de onzekerheidsmarge leidt een bijstelling zoals voorgesteld door TNO niet tot een aanpassing van de versterkingsoperatie. De Mijnraad bevestigt dat binnen de bandbreedte die TNO aangeeft voor het seismisch risico de versterkingsopgave niet wordt beïnvloed.

Het ontwerp-vaststellingsbesluit ligt zoals gebruikelijk voor een periode van zes weken ter inzage. Op basis van de binnengekomen zienswijzen zal ik het besluit waar nodig aanpassen. Voor 1 oktober 2020 zal ik een definitief besluit nemen, waarin ik ook eventuele ontwikkelingen in het winningsniveau voor komend gasjaar zal meenemen. Na de zomer zal ik uw Kamer hierover informeren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.