33 495 Financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen

34 284 Groen onderwijs

Nr. 110 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 maart 2018

In deze brief informeren wij u over de ontstane situatie bij de Stichting Edudelta Onderwijsgroep (hierna: Edudelta).

Edudelta is een instelling met ongeveer 1.000 vo-leerlingen en ongeveer 600 mbo- studenten die (groen) vo- en mbo-onderwijs volgen in Barendrecht, Goes, Middelharnis en Bleiswijk. Op 1 december 2017 hebben we uw Kamer reeds gemeld (Kamerstuk 34 284, nr. 11) dat Edudelta kampt met sterk teruglopende deelnemersaantallen waardoor er een terugloop is in de inkomsten. Dat leidt tot een financieel onhoudbare situatie. De afgelopen periode is bezien op welke wijze de continuïteit van het (groen) vmbo- en mbo-onderwijs voor leerlingen en studenten in de provincies Zeeland en Zuid-Holland geborgd kan worden en hoe een toekomstbestendig (groen) onderwijsaanbod kan blijven bestaan in de betrokken regio’s.

Achtergrond

Eind augustus 2017 heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie), middels een ambtsbericht aan de Staatssecretaris van Economische Zaken, gemeld dat de inspectie Edudelta onder aangepast financieel toezicht heeft geplaatst. De belangrijkste reden voor het aangepast financieel toezicht is dat het bestuur van Edudelta niet zelfstandig meer in staat is om de continuïteit van de instelling te waarborgen. Dit komt doordat de personeelsformatie niet tijdig is aangepast aan de teruglopende leerlingaantallen die verband houden met de bevolkingskrimp in de regio van Edudelta. Eind augustus 2017 is deze casus in fase D van de escalatieladder gekomen1. In deze fase ligt de regie over mogelijke interventies bij de inspectie die hiervoor een interventieteam heeft gevormd.

Edudelta heeft in september 2017 een herstelplan bij de inspectie ingediend waarin het bestuur van Edudelta de acties om tot een effectieve oplossing van de dreigende continuïteitsproblemen te komen beschreef. Die oplossing werd gezocht in een fusie met de Lentiz Onderwijsgroep en de overdracht in Goes van een deel van het mbo aan ROC Scalda en van het vo aan Scholengroep Pontes. Edudelta en Lentiz vroegen van de rijksoverheid, als onderdeel van het herstelplan, een bijdrage voor de zogeheten transitiekosten van de fusieplannen, zoals afvloeiingskosten voor boventallig personeel en een compensatie voor de lagere waardering van het vastgoed.

Per koninklijk besluit is op 26 oktober 2017 de verantwoordelijkheid voor het groen onderwijs overgedragen vanuit de Minister van Economische Zaken. Vanaf deze datum is het Ministerie van OCW formeel verantwoordelijk voor het groen onderwijs.

Middels het ambtsbericht van 20 december 2017 heeft de inspectie kenbaar gemaakt de casus Edudelta te willen escaleren van fase D naar fase E. Belangrijkste reden hiervoor was dat de transitiekosten die door Edudelta en Lentiz voorgelegd werden aan OCW sterk fluctueerden en opgelopen waren in korte tijd. Dit gegeven riep bij de inspectie vragen op die politieke betrokkenheid en afweging vereisten. Conform de afspraken in de escalatieladder vraagt dit om regie van het bestuursdepartement (het Ministerie van OCW).

Vanaf 20 december 2017 heeft het interventieteam van het bestuursdepartement stappen ondernomen om te kunnen beoordelen of het financieel steunen van het herstelplan de beste optie zou zijn voor (huidige en toekomstige) studenten en leerlingen van het (groene) onderwijs in de provincie Zeeland en het daarop aansluitende deel van de provincie Zuid-Holland. Het interventieteam heeft het herstelplan nader beoordeeld en heeft taxaties van gebouwen laten uitvoeren. Daarnaast heeft het interventieteam gesprekken gevoerd met onderwijsinstellingen in de regio om te verkennen of er steun voor het herstelplan was en of er alternatieven voor het herstelplan zijn.

Het heeft een aantal maanden geduurd voor er duidelijkheid was over de precieze hoogte van de gevraagde bijdrage voor de transitiekosten van een fusie. Het bedrag dat Edudelta en Lentiz voorgelegd hebben aan OCW fluctueerde in de periode september 2017 en januari 2018 tussen de € 3,7 en € 13,2 miljoen. In januari 2018 is het bedrag uiteindelijk geraamd op € 8,7 miljoen. Daarbij zouden nog de kosten komen voor het afkopen van een derivaat van de Rabobank van maximaal € 2,2 miljoen. Hiermee zouden de kosten voor OCW kunnen oplopen tot € 10,9 miljoen. Deze kosten zouden ten laste van de overige scholen en instellingen komen aangezien hier geen dekking voor is op de OCW-begroting. Het uitblijven van financiële steun vanuit de overheid heeft als gevolg dat de financiële continuïteit van de instelling in het geding komt en de instelling moet stoppen met het aanbieden van onderwijs.

Beoordeling herstelplan

Wij vinden het belangrijk dat leerlingen en studenten in de provincies Zeeland en Zuid-Holland niet alleen nu, maar ook op de lange termijn toegang hebben tot goed en toekomstbestendig groen vmbo- en mbo-onderwijs. Vanuit dat uitgangspunt hebben we de situatie rond Edudelta beoordeeld en verschillende scenario’s met betrekking tot Edudelta afgewogen. Dat leidt ertoe dat wij gegeven de omstandigheden geen mogelijkheden zien om financiële steun te verlenen aan het herstelplan met hoge transitiekosten, dat uitgaat van een scenario waarin Edudelta en Lentiz fuseren. Een alternatief scenario wanneer Edudelta stopt met het aanbieden van onderwijs en een uiteindelijk faillissement, waarbij andere onderwijsinstellingen onderwijsplaatsen bieden aan leerlingen en studenten van Edudelta, achten wij beter houdbaar met het oog op de continuïteit van het (groen) vmbo en mbo in de regio en is meer toekomstbestendig.

Deze afweging sluit aan bij de aanbevelingen van de Ministeriële Commissie Vernieuwing Publieke Belangen (MCVPB) uit 2014. Die aanbevelingen zijn leidend bij mogelijke overheidssteun in het geval van een bedreiging van de financiële continuïteit van een instelling. Het is kabinetsbeleid dat deze aanbevelingen worden gevolgd. Dit beleid houdt in dat de overheid bij een bedreiging van de financiële continuïteit van een instelling alleen financiële steun kan geven indien er een publiek belang in gevaar komt én de maatschappelijke kosten van ingrijpen na een faillissement hoger zijn dan de maatschappelijke kosten van ingrijpen voor faillissement (Kamerstuk 33 822, nr. 4). In onderhavige situatie is het publieke belang waar wij ons volgens de aanbevelingen op moeten richten het borgen van de continuïteit van het (groen) vmbo- en mbo-onderwijs in de provincies Zeeland en Zuid-Holland. Wij vinden het daarbij tevens van belang dat de schoolcarrières van de huidige leerlingen en studenten geen onnodige vertraging oplopen.

Uit de gesprekken met de omliggende onderwijsinstellingen is ons duidelijk geworden dat er veel bereidheid is bij omliggende instellingen om in te springen als Edudelta op termijn zou moeten stoppen met het aanbieden van onderwijs. De andere scholen kunnen in dat geval voldoende onderwijsplaatsen bieden aan de studenten en leerlingen. Wij verwachten daarnaast dat dan ook een substantieel deel van de docenten bij die instellingen kan worden aangesteld. Wij concluderen hieruit dat ook zonder financiële steun aan het herstelplan van Edudelta, de toegang tot het (groen) onderwijs in de provincies Zeeland en Zuid-Holland, en daarmee het publieke belang, in voldoende mate geborgd is.

Ook voor de langere termijn lijkt dit het geval. Centraal staat dat ook in de toekomst in Zeeland en Zuid-Holland kwalitatief goed onderwijs voor studenten en leerlingen kan worden aangeboden. Door de bevolkingskrimp is er steeds minder vraag naar onderwijs. Het is dan ook onvermijdelijk dat het aanbod van onderwijs zich op deze ontwikkeling in de komende jaren moet aanpassen. Steun voor het herstelplan draagt onvoldoende bij aan de continuering van het gehele regionale onderwijsaanbod in Zeeland en Zuid-Holland op de langere termijn. Met het alternatief – de overname van het (groen) onderwijs door de omliggende onderwijsinstellingen – versterken de resterende onderwijsinstellingen hun weerbaarheid voor de demografische krimp en blijft toch een dekkend onderwijs aanbod in stand. Dat scenario heeft de voorkeur. We realiseren ons dat voor een klein deel van de huidige studenten het verdwijnen van Edudelta langere reistijden tot gevolg kan hebben. Op de lange termijn draagt de overname van het onderwijsaanbod echter bij aan toekomstbestendig groen onderwijs. Voor de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het groene onderwijs in deze regio is samenwerking en clustering van aoc’s onderling en samenwerking tussen aoc’s, roc’s en vakinstellingen of andere vo-scholen onvermijdelijk en van groot belang.

Naast het feit dat het publieke belang van groen onderwijs in de regio ook zonder bijdrage aan het herstelplan voldoende kan worden geborgd, heeft ook een goede en doelmatige besteding van onderwijsgeld een rol gespeeld in de gemaakte afweging. Financiële steun voor het herstelplan zou immers, zoals eerder gemeld, ten laste moeten worden gebracht van de overige scholen en instellingen en dat is in deze situatie niet wenselijk. Ook gaat dit ten koste van de solidariteit in de sector aangezien instellingen die wel op tijd anticiperen met maatregelen bij krimp dan moeten betalen voor instellingen die dit niet op tijd doen. Het feit dat ook een faillissement van Edudelta kan leiden tot kosten die uiteindelijk ten laste van de andere instellingen komen, bijvoorbeeld vanwege uitkeringen aan personeel dat niet naar ander werk kan worden begeleid, doet daaraan niet af. Bovendien spelen behalve de gevraagde bijdrage voor het herstelplan zelf ook de kosten voor het afkopen van een derivaat van de Rabobank van maximaal € 2,2 miljoen een rol. Het afkopen van een dergelijk derivaat door ons ministerie achten wij niet verdedigbaar en in strijd met het uitgangspunt van doelmatige besteding van onderwijsgeld.

Wij hebben ook onderzocht of omliggende onderwijsinstellingen een bijdrage zouden willen leveren aan het herstelplan. Denk hierbij aan samenwerking om de kosten die voortkomen uit het herstelplan gezamenlijk te dragen (OCW, lokale overheid en andere onderwijsinstellingen). Uit de gesprekken die het interventieteam gevoerd heeft met de omliggende onderwijsinstellingen is gebleken dat hier geen steun voor was.

Gevolgen

Gezien de financiële situatie van Edudelta heeft het hierboven beschreven besluit tot gevolg dat Edudelta per 1 augustus 2018 zal stoppen met het aanbieden van onderwijs. Tijdens het gesprek waarin we ons besluit met betrekking tot het herstelplan met de bestuurder hebben gedeeld, hebben we gezamenlijk vastgesteld dat er snel duidelijkheid voor studenten, leerlingen en personeel moet komen. De bestuurder van Edudelta heeft daarvoor zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid genomen en heeft acties in gang gezet om de toekomst van leerlingen en studenten te borgen. Wij ondersteunen de komende periode het bestuur van Edudelta in dit proces. We gaan bovendien het gesprek met de bestuurder aan over een beperkte tegemoetkoming ten behoeve van de eerste stappen van de vrijwillige fase van het afvloeien van boventallige medewerkers van Edudelta. Verder is voor ons van bijzonder belang dat geborgd is dat leerlingen en studenten het huidige schooljaar gewoon kunnen afmaken.

Zoals eerder gemeld in deze brief is er bereidheid bij omliggende onderwijsinstellingen om onderwijsplaatsen aan te bieden. Voor Bleiswijk geldt dat het onderwijs reeds is overgedragen. In Goes zijn ook al afspraken gemaakt om de leerlingen en studenten aan Scholengroep Pontes en ROC Scalda over te dragen. In Middelharnis en Barendrecht hebben de andere besturen aangegeven bereid te zijn om ruimte te bieden aan leerlingen en studenten. Hierover moeten de besturen nog concrete afspraken maken. We hebben de bestuurder gevraagd ons een uitgewerkt plan voor deze locaties voor te leggen.

Ten slotte

Onze voornaamste prioriteit is het borgen van kwalitatief goed onderwijs voor studenten en leerlingen in de regio Zeeland en Zuid-Holland. Er is sprake van een urgente situatie waarbij snel duidelijkheid nodig is voor alle betrokkenen. Met de hierboven uiteengezette aanpak menen wij voor de lange termijn, waarin krimp een uitdaging vormt, het meeste recht te doen aan het betrokken publieke belang: goed en toekomstbestendig (groen) onderwijs in de regio. Dit neemt niet weg dat dit een ingrijpend besluit is voor met name studenten, leerlingen, docenten en ondersteunend personeel van Edudelta. Wij zullen de komende periode de ontwikkelingen op de voet volgen en ons ministerie zal waar nodig een actief ondersteunende rol vervullen richting Edudelta en haar studenten en leerlingen.

Tot slot willen wij onze waardering uitspreken voor de betrokkenheid die de besturen in de genoemde regio’s getoond hebben in de afgelopen periode en de wijze waarop zij hebben meegedacht over de borging van de toekomstbestendigheid van het (groen) onderwijs.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven


X Noot
1

Voor meer informatie over de escalatieladder verwijzen wij u naar Kamerstuk 33 495, nr. 10.

Naar boven