33 400 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2013

Nr. 54 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2013

Mede namens de minister van Infrastructuur en Milieu informeer ik u over de afspraken over wind op land tussen het rijk en het IPO.

De afgelopen maanden is intensief overlegd met het IPO en de provincies over het borgen van 6000 megawatt aan ruimte voor wind op land1 en het uitsplitsen van deze opgave in taakstellingen per provincie. Op 22 januari 2013 zijn de volgende afspraken gemaakt, waarmee het IPO bestuur op 31 januari 2013 heeft ingestemd:

  • De provincies garanderen ruimte voor 6000 megawatt wind op land, te realiseren voor 2020.

  • Gebieden met een potentieel voor 5715 megawatt worden vóór 31 december 2013 ruimtelijk, planologisch vastgelegd.

  • Als er gebieden (deels) afvallen tijdens de ruimtelijke, planologische procedures of andere redenen, dan vult de betreffende provincie zo spoedig mogelijk het afgevallen gedeelte aan met alternatieve locaties. De provincies leggen deze planologische alternatieven uiterlijk de eerste helft van 2014 vast.

  • De provincies verkennen de mogelijkheden voor de resterende 285 megawatt om tot 6000 megawatt te komen. De benodigde ruimte wordt eerst gezocht in de provincies Fryslân, Noord-Holland, Noord-Brabant, Overijssel, Gelderland en Limburg.

  • Indien de provincies geen verdeling van de extra opgave over de provincies geven, dan zal het rijk in goed overleg met de provincies de verdeling maken.

  • Het rijk spant zich in om voor medio 2014 de knelpunten op te lossen waar het rijk oplossingen voor kan bieden.

Een volledige weergave van de afspraken die tijdens het overleg van 22 januari 2013 tussen rijk en het IPO zijn gemaakt treft u als bijlage aan2.

In het regeerakkoord is gekozen voor een aandeel duurzame energie in 2020 van 16%. De provincies en het rijk verkennen voor 1 mei 2013 samen de mogelijkheden voor verdere invulling van de 16%.

Indien de verkenning leidt tot een extra opgave voor wind op land, dan doen de provincies een voorstel voor de verdeling van deze opgave over de provincies, inclusief een tijdspad dat ervoor zorgt dat de windmolens uiterlijk in 2020 energie leveren.

Rijksstructuurvisie wind op land

In maart 2013 wordt de rijksstructuurvisie wind op land naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden de gebieden geschikt voor grootschalige windenergie overeenkomend met het provinciale bod planologisch vastgelegd en daarnaast de prestatieafspraken die leiden tot 5715 megawatt opgenomen. In het voorjaar wordt besloten hoe de eventuele extra opgave voor wind op land, inclusief de 285 megawatt ruimtelijk en planologisch wordt vastgelegd. Zo nodig zal de rijksstructuurvisie worden geactualiseerd en of leggen de provincies de planologische ruimte vast voor de aanvullende, kleinschalige windenergielocaties.

Monitoring van de afspraken

Om de voortgang van de gemaakte afspraken te monitoren en knelpunten aan te kaarten en op te lossen stellen de provincies en het rijk een kernteam samen, dat periodiek zal rapporteren.

De minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

In lijn met de motie Dikkers, Kamerstukken 29 023, nr. 134, vergaderjaar 2011–2012

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven