Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229023 nr. 134

29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie

Nr. 134 MOTIE VAN HET LID DIKKERS

Voorgesteld 5 juli 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland moet overstappen op een andere energievoorziening en wind op land daarin een belangrijke pijler is;

constaterende dat de doelstelling voor wind op land 6000 megawatt (MW) opgesteld vermogen is en er nu nog maar circa 2200 MW opgesteld staat;

constaterende dat een zo goed mogelijke inpassing van de windmolenparken van het grootste belang is voor zowel landschap en natuur als het draagvlak onder omwonenden;

verzoekt de regering, met de provincies prestatieafspraken te maken waarin een verdeling van de 6000 MW wordt geborgd en uitgesplitst in taakstellingen per provincie, en om deze afspraken op te nemen in een structuurvisie wind op land die uiterlijk eind 2012 aan de Kamer wordt toegezonden;

verzoekt de regering tevens, een moratorium van zes maanden in te stellen op de rijkscoördinatieregeling voor windmolenparken groter dan 100 MW, waarin geen onomkeerbare stappen worden ondernomen en geen nieuwe rijkscoördinatieregeling-aanvragen in behandeling worden genomen, tenzij de aangevraagde plannen in de door de provincies aangewezen gebieden liggen en/ of alle betrokken overheden akkoord zijn met de plannen;

verzoekt de regering voorts, de rijkscoördinatieregeling na zes maanden te hervatten en deze projecten te toetsen aan de structuurvisie of bij het ontbreken daarvan voortgang te verzekeren, in ieder geval in de provincies die niet meewerken aan de 6000 MW op land, dan wel geen afdoende ruimtelijke reserveringen daarvoor plegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dikkers