Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433362 nr. 14

33 362 Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen of zorg laten aanbieden door zorgaanbieders waarin zij zelf zeggenschap hebben

Nr. 14 AMENDEMENT VAN DE LEDEN LEIJTEN EN VAN GERVEN

Ontvangen 5 juni 2014

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel II, onderdeel B, wordt artikel 13 gewijzigd als volgt:

1. Na het eerste lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1a. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, mag niet dermate gering zijn dat deze voor de verzekerde een feitelijke hinderpaal oplevert om zorg of diensten te betrekken van een andere aanbieder dan een aanbieder met wie zijn zorgverzekeraar een overeenkomst over deze zorg of diensten en de daarvoor in rekening te brengen prijs heeft gesloten of, indien zijn zorgverzekeraar over een ontheffing als bedoeld in artikel 49 van de Wet marktordening gezondheidszorg beschikt, een aanbieder die bij zijn zorgverzekeraar in dienst is.

2. In het tweede lid wordt «Zonodig in afwijking van het eerste lid heeft een verzekerde als bedoeld in dat lid» vervangen door: De verzekerde, bedoeld in het eerste lid, heeft in ieder geval.

Toelichting

De regering stelt voor om artikel 13, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw) zodanig aan te passen dat de naturazorgverzekeraar in zijn modelovereenkomst – en daarmee in zijn zorgpolis – zelf kan bepalen of hij bij niet gecontracteerde zorgaanbieders genoten zorg vergoedt en zo ja, tot welke hoogte. Die hoogte kan derhalve lager zijn dan de «feitelijke-hinderpaalvergoeding». De verzekeraar kan er zelfs voor kiezen om (al dan niet slechts voor door hem in de modelovereenkomst aangegeven vormen van zorg of andere diensten) in het geheel geen vergoeding te geven. De indieners van dit amendement vinden dat ongewenst, en maken de voorgestelde wijziging van artikel 13 wat betreft de vrijheid van zorgverzekeraars om zelf de hoogte van de vergoeding te bepalen daarom ongedaan.

In de eerste plaats vindt de indiener het van belang dat de keuzevrijheid van patiënten in stand blijft. Wat betreft de indiener is de keuzevrijheid van patiënten ongeacht het inkomen een groot goed. Daarnaast meent de indiener, met het oog op een langdurige behandel- en vertrouwensrelatie tussen zorgverlener en patiënt, dat het van groot belang is dat de patiënt keuzevrijheid houdt om zelf te kiezen voor een zorgverlener.

Daarnaast wil de indiener voorkomen dat zorgaanbieders door de wijziging van artikel 13 in het wetsvoorstel feitelijk niet anders kunnen dan de eisen van de verzekeraars in te willigen, omdat het ontbreken van een contract met de zorgverzekeraar betekent dat er feitelijk geen zorg geleverd kan worden.

Leijten Van Gerven