Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-201433352 nr. D

33 352 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de verbetering van de aanpak van fraude met identiteitsbewijzen en wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met verbetering van de regeling van de identiteitsvaststelling van verdachten en veroordeelden

D NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VEILIGHEID EN JUSTITIE1

Vastgesteld 14 februari 2014

De memorie van antwoord van 23 januari 2014 geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende nadere opmerkingen en het stellen van de volgende nadere vragen.

1. Inleiding

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de memorie van antwoord en hebben naar aanleiding daarvan nog enkele aanvullende vragen.

2. Uitbreiding strafbaarstelling fraude met identiteitsbewijzen

Op de vraag van de leden van de fractie van de SP of het denkbaar is dat geslachtsverandering, zoals bedoeld in de Wet van 18 december 2013 tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in verband met het wijzigen van de voorwaarden voor en de bevoegdheid ter zake van wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte2, onder omstandigheden aangemerkt zou kunnen worden als strafbare wijziging van biometrische kenmerken, antwoordt de regering dat dit inderdaad het geval is. Het zou echter niet het strafbare feit van artikel 231a Sr opleveren als er geen sprake is van kwade trouw. De vraag in dit verband van de aan het woord zijnde leden is wat de persoon die van geslacht is veranderd, kan doen om geen problemen te krijgen bijvoorbeeld bij grens- of andere controles.

3. BES-eilanden

De leden van de SP-fractie hebben voorts gevraagd waarom de regering zich niet gehouden heeft aan de toegezegde legislatieve terughoudendheid door de wet ook van toepassing te laten zijn op de BES-eilanden. Het antwoord van de regering komt erop neer dat zij dat in casu niet nodig vindt.

Afgesproken is echter dat, ingeval toepassing van nieuwe wetgeving ook op de BES-eilanden noodzakelijk wordt geacht, dit in een BES-paragraaf toegelicht en gemotiveerd wordt. Volgens de WolBES dienen de bestuurscolleges van de BES-eilanden in een dergelijk geval vooraf te worden geïnformeerd, zodat zij in de gelegenheid zijn om daarover overleg te plegen. Indien de regering dat niet nodig vindt, moet zij een wetswijziging ook niet van toepassing verklaren op de BES-eilanden, aldus de aan het woord zijnde leden. Gelet op de bestuurskracht en juridische capaciteit van de eilanden achten zij in het onderhavige geval het informeren en overleggen niet noodzakelijk en ook praktisch onhaalbaar. Dat betekent dat de regering zou moeten afzien van het van toepassing verklaren van het wetsvoorstel op Caribisch Nederland. De afspraken hieromtrent zijn immers niet voor niets gemaakt. Keer op keer constateren de leden van de SP-fractie dat de regering kennelijk van mening is dat deze duidelijke afspraken en wettelijke bepalingen niet voor haar gelden. Zij verwijzen in dit verband graag naar de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 december 2011 inzake de toezegging over het waarborgen van legislatieve terughoudendheid ten aanzien van de BES-eilanden.3 Kan de regering nog eens uitleggen waarom zij meent de in de brief neergelegde uitgangspunten naast zich neer te kunnen leggen?

De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie zien de reactie van de regering – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Duthler

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, Van Dooren


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Kneppers-Heijnert (VVD), Kox (SP), Engels (D66), Franken (CDA), Thissen (GL), Witteveen (PvdA), Nagel (50PLUS), Ruers (SP), Van Bijsterveld (CDA) (vice-voorzitter), Duthler (VVD) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Strik (GL), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Lokin-Sassen (CDA), Scholten (D66), Schouwenaar (VVD), De Boer (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Koole (PvdA), Schrijver (PvdA), Reynaers (PVV), Popken (PVV), Frijters-Klijnen (PVV), Swagerman (VVD).

X Noot
2

Stb. 2014, 1.

X Noot
3

Kamerstukken I 2011–2012, 33 000 VII, C.